THE DRONES CLUB OF BELGIUM

ARTIKELS

Jeeves en Spinoza

door JJust  Niemeijer

 

 

Toen ik het boekenweekgeschenk 2001 ‘Woede’ van Rushdie las werd ik aangenaam getroffen doordat Rushdie in zijn boek drie keer Wodehouse noemt.

Zijn eerste opmerking inspireerde mij tot dit tweedelige arikel over de relatie Jeeves, Bertie en Spinoza.

Rushdie’s citaat luidt als volgt

 ‘ Zo bleek de favoriete schrijver van de zeventiende eeuwse ketter Baruch Spinoza bijvoorbeeld P.G. Wodehouse te zijn, een verbazend toeval, want de favoriete filosoof van de onsterfelijke, zwalkende butler Reginald Jeeves was natuurlijk Spinoza (Spinoza die onze touwtjes doorsneed, die God de kans gaf zich terug te trekken uit zijn positie van verheven marionetten speler en die er in geloofde dat de openbaring niet in de menselijke geschiedenis stond maar er middenin.

Spinoza die altijd bij elkaar passende overhemden droeg.’

Woede Salman Rushdie blz 17

 Dit fragment is een goed uitgangspunt om kort op spinozistische elementen in de figuur van Jeeves in te gaan. Spinoza, (1632-1677) geboren te Amsterdam uit Portugees joodse ouders is één van Nederlands belangrijkste filosofen. Het is hier natuurlijk niet de plaats om uitvoerig op het denken van Spinoza in te gaan. Het is de bedoeling om de positie van Jeeves en om de houding van Bertie vanuit het spinozistisch perpectief te begrijpen. Daarom is het noodzakelijk enige korte woorden aan een aantal kernelementen van de wijsbegeerte van Spinoza te wijden.

 In de eerste plaats is God voor Spinoza enerzijds het centrum van ons denken en tegelijk het doel daarvan. Zonder God is de mens niet tot denken in staat.

Een tweede even belangrijk punt is dat God, in de visie van Spinoza, Zijn bestaan in zichzelf vindt; dat wil zeggen God is van niemand of niets afhankelijk, voor Hem is niets en na Hem zal niets zijn. Anders gezegd God is oneindig, eeuwig en almachtig.  God is volgens Spinoza niet zoals bijvoorbeeld in het christendom en jodendom een persoon is, maar ‘Hij’ wordt onpersoonlijk voorgesteld. Dit bracht Spinoza dan ook in conflict met de Amsterdamse synagoge.

De beste manier waarop dan ook over God gesproken kan worden is zo rationeel mogelijk. De rede is als gevolg hiervan ook de manier waarop je op moreel goede wijze kan leven. De rede is echter niet voor iedereen weggelegd en daarom is de Schrift, de openbaring van God ook een uitstekende manier voor de niet filosoof, om moreel goed te leven en enige kennis van de werkelijkheid en van God te verkrijgen.

Tenslotte, voor we ons met de gentleman’s gentleman bezighouden een laatste voor ons onderwerp relevante opmerking.

Spinoza constateerde dat als niets buiten God om kan bestaan de wereld een noodzakelijke uitdrukking van God is. De eenheid van God komt tot uiting in de verschillende zijnswijzen waaruit de wereld bestaat. De wereld zou je kunnen zeggen is deel van en neemt deel aan het Goddelijke. De wereld komt logisch uit God voort omdat al wat is ook in God is en ook causaal omdat alle bestaan voortgebracht is door God.

Laten we het tot nu toe besprokene  eens toepassen op Jeeves. Zoals bekend was Jeeves bekend met het beroemdste werk van Spinoza nl. de Ethica. Het is echter merkwaardig dat Jeeves, volgens Kristin Thomson’s ‘Wooster proposes Jeeves disposes’ (pag.279 en noot 2) Spinoza nooit citeert. Thomson noemt als  reden dat Wodehouse de Ehtica nooit gelezen heeft.

Mijn stelling is echter dat als je Jeeves al het ware losmaakt van Wodehouse en hem op zij eigen merite bekijkt  hij de onpersoonlijke God van Spinoza zelf is.

Gussie Fink Nottle:

                                   ‘Ik werd geestelijk opnieuw geboren. Dank zij Jeeves. Dat is

een kerel Bertie.’

Ha!

‘Wij zijn als kleine kinderen, bang in het donker, en Jeeves is de   wijze vader die ons bij de hand neemt en ...’

‘Het licht aansteekt?’

Gussie’s leven was in een crisis gekomen. Hij moest  in het kader van zijn huwelijk een tafelrede houden, waar Roderick Spode en Sir Watkyn Basset toehoorders zouden zijn. In deze hopeloze situatie dacht hij aan Jeeves, nam de trein naar Londen en legde hem het geval voor.

Een wanhopige gaat in zijn nood naar God en vindt verlossing, hij wordt geestelijk opnieuw geboren door het reddend optreden van ... Hij ziet het licht in het donker en wordt gelovig.

Het citaat kan zonder problemen als een bekeringsgeschiedenis worden gelezen. Gussie, die Jeeves’ grootheid reeds kende wordt in het citaat definitief bekeerd tot Jeeves.  Als we de woorden uit het citaat nader bekijken valt op dat Gussie zegt dat hij geestelijk opnieuw werd geboren, dat hij is als een klein kind in het donker en dat Jeeves het licht aansteekt. Het licht dat hem inzicht geeft.

Gussie wordt geboren, een kind komt tot de vader (Jeeves) die hen inzicht/licht geeft. Maar zoals we weten gaat het later fout. Gussie gebruikt zijn kennis op een verkeerde manier. Hij noteert in een boekje ‘grappige persoonlijk opmerkingen’ (Stiffy Bing)over Spode en Basset. Gussie overschreidt een grens, Jeeves gaf een hulpmiddel, maar Gussie gebruikt het verkeerd. De mens blijft zondig.

 Naast nog een aantal fragmenten, die ik hier verder niet bespreek, blijkt dat Bertie een kenner van ‘De Heilige Schrift’ is met andere woorden hij kan een basis van inzicht hebben in morele vragen maar nog niet zodanig dat hij hierover rationeel met Jeeves kan communiceren.

In het vervolg zullen we echter zien dat Bertie steeds meer Jeeves wordt. Hij neemt de taal van zijn mentor over, gebruikt zijn techniek, (de psychologie van het individu) alhoewel tevergeefs, schikt zich kortom geheel naar de wil van Jeeves. Jeeves daarentegen blijft onveranderlijk, almachtig en zoals uit het bovengenoemde citaat van Salman Rushdie blijkt, eeuwig. Vanuit het persectief van de literaire theorie gezien is hij in tegenstelling tot Bertie een Flat Character.

In het vervolg van dit artikel zal ik met een flink aantal voorbeelden uit de werken van Wodehouse mijn theorie omtrent Bertie en Jeeves illustreren en uitwerken.

 

  Top

 

 

 

 

 

 

 

 

 

\