THE DRONES CLUB OF BELGIUM

ARTIKELS

VAN POTHUNTERS TOT SUNSET : DEEL 2

door Bart Pepermans

Voorjaar 2001

In 1903 wordt in het Verenigd Koninkrijk het tweede boek van Wodehouse gepubliceerd door A. & C. Black, dezelfde uitgeverij die ook reeds The Pothunters voor haar rekening nam. Dit tweede boek kreeg als titel A Prefect's Uncle en het werd opgedragen aan W. Townend, die niemand minder is dan William ofte Bill Townend, een studiegenoot van Wodehouse in Dulwich, met wie hij een kamer deelde van 1898 tot 1900.

Townend zag het levenslicht in hetzelfde jaar als zijn vriend (1881), maar hield het reeds voor bekeken in 1962, daar waar zijn geestesgenoot nog 13 jaar langer zou leven en schrijven. Van Townend komen we heel wat te weten over Plum. Zo vertelt hij ondermeer dat hij zich niet kan herinneren dat Wodehouse ooit zijn lessen voor de volgende dag voorbereidde. En wanneer
hij dan toch voor school werkte, deed hij dat verschrikkelijk snel. Hij schreef gedichten even snel in het Latijn of het Grieks, dan in het Engels. Ze praatten samen vaak over boeken en hun auteurs. Townend hing aan zijn lippen wanneer hij, zelfs reeds op zeventienjarige leeftijd, over schrijvers praatte waarvan Bill nog nooit had gehoord. Hij was onder de indruk van zijn kennis over schrijvers als Barry Pain, James Payn, Rudyard Kipling en W. S. Gilbert.

Maar, nog steeds volgens Townend, is het onmogelijk om zijn favoriete auteurs te noemen, daar hij een echte alleslezer was. Bill beweert tevens dat Wodehouse hem van bij hun eerste ontmoeting duidelijk heeft gemaakt dat hij altijd schijver wilde worden. Townend beweert tenslotte dat zijn studiegenoot een van de belangrijkste leerlingen van Dulwich was: hij was een kei in atletiek, een goed rugbyspeler en ook in cricket en boksen blonk hij uit, in de Classical Sixth werd hij hoofd van de leerlingen (= school prefect), hij had een goede stem en zong tijdens menig schoolconcert en daarenboven gaf hij ook nog een schoolkrant, de 'Alleynian', uit.

Toch mogen we zijn schoolse prestaties niet overschatten : Wodehouse scoorde in de Classical Sixth, op het einde van zijn Dulwich periode dus, niet bijzonder goed; hij eindigde pas op de 22ste plaats (van de 25 leerlingen). Zijn eindrapport, opgemaakt door de befaamde Gilkes, verscheen op 12 juli 1939 in de Daily Mail en luidde als volgt:

"He is a most impractical boy. Continually he does badly in examinations from lack of the proper books; he is often forgetful; he finds difficulties in the most simple things and asks absurd questions, whereas he can understand the more difficult things. He has the most distorted ideas about wit and humour; he draws over his books and examination papers in the most distressing way and writes foolish rhymes in other people's books. Notwithstanding, he has a genuine interest in literature and can often talk with much enthusiasm and good sense about it. He does some things at times astonishingly well, and writes good Latin verses. He is a very useful boy in the school, and in the VI Form, and one is obliged to like him in spite of his vagaries... If he perseveres he will certainly succeed."

Onthouden we misschien zijn resultaat voor English essay: 'not very strong!'
Dulwich bezit meer dan 400 brieven van Wodehouse naar Townend, waaruit blijkt dat hij tegenover Bill zeer openhartig en direct schrijft en dat deze brieven dus van een grote waarde zijn. Uittreksels van deze brieven en Townend's antwoord hierop werden in 1953 gepubliceerd in Performing Flea. Belangrijk is zeker dat Wodehouse onder een pseudoniem met Townend samenwerkte aan een boek dat in serievorm verscheen in Chums. Het kreeg de titel The Luck Stone mee en het pseudoniem waaronder het verscheen, was Basil Windham. Maar hierover later meer.

Opmerkelijk is wel dat A Prefect's Uncle een van de enige romans, en bij mijn weten de enige schoolroman is die niet geserialiseerd of gepubliceerd werd voordat hij werd uitgegeven. Het is tevens de enige schoolroman die zich afspeelt in Beckford College, een school die we nog enkel terugvinden in twee kortverhalen uit Tales of Wrykyn and Elsewhere, met name Blenkinsop's Benefit enPersonally Conducted. Net zoals St. Austin's doet Beckford ons soms denken aan Dulwich College. Zo stroomt er ook een rivier, de Severn, die rivierexcursies en roeien mogelijk maakt (hoofdstuk 5).

Wodehouse vertelt ook in hoofdstuk 7 dat de leerlingen vanuit de klaslokalen in de noordelijke en de zuidelijke blok, het cricket kunnen volgen, iets wat heden ten dage nog steeds kan in Dulwich College. Er bestond in Dulwich ook een soort winkeltje waar men ondermeer ijsjes en gingerbier kon kopen. Dat stond in de tijd van Wodehouse, maar ook nu nog, bekend als de 'Buttery'. Toeval of niet, maar ook in APU is er sprake van zo'n winkel. (hoofdstuk 1).

En dan is er nog het hoofd van Beckford, Rev. James Beckett, die net als Gilkes, het legendarische hoofd van Dulwich, zo graag het woord 'capital' in de mond neemt. Hij doet dat zelfs twee keer in één zin: "You know, Reynolds' well, he was a capital boy in his way, capital, and I'm sure we shall all miss him very much." (hoofdstuk 1)

Het wordt nu wel tijd om ons eens op de inhoud van APU te storten. De Prefect uit de titel is een zekere Allan Gethryn, het leerlingenhoofd van Leicester, een van de 'houses' van Beckford. De 'oom' uit de titel is Reginald Farnie, een veertienjarige verwaande kwast en de jongste broer van Gethryn's moeder. Gethryn zit erg verveeld met de komst van Farnie, die niets liever doet dan het gezag van zijn neef te ondermijnen. Wodehouse voert naar gewoonte weer een hele resem personages op. Zo'n twintigtal personen bevolken dit boek.

Soms kiest hij de namen zo, dat je al meteen een idee van hun karakter krijgt: leerlingen met namen als 'Monk' en 'Skinner' blijken niet tot de sympathieksten te behoren ! Bij het lezen van dit boek krijg je soms de indruk dat de verhaallijn of de plot ondergeschikt is aan het belang van de code van de Public Schools, die Wodehouse duidelijk in de verf wil zetten.

Poëziewedstrijden vinden we in verschillende schoolverhalen terug, maar in dit boek loopt zo'n wedstrijd als het ware als een rode draad door het verhaal. De verplichte deelname aan dit soort wedstrijden gaf aanleiding tot veel ongenoegen bij de studenten en de verplichting werd later door het wijze hoofd van de school afgeschaft.

In APU moeten de leerlingen van de Upper Fifth (laat ons maar zeggen, het vijfde middelbaar, alhoewel er in Beckford sprake is van, in volgorde: Lower Fourth, Upper Fourth, Lower Fifth, Upper Fifth, Remove, Sixth Term) een gedicht afleveren met als titel 'The Death of Dido'. Pringle belooft aan zijn kamergenoot Lorimer dat hij een gedicht voor hem zal schrijven. Maar door tijdnood ziet Pringle zich verplicht een gedicht te plagiëren. Je mag dan wel verwachten dat wegens Wodehouse's zucht naar rechtvaardigheid zulks bedrog ook uitkomt !

Sport en mannelijkheid gaan vaak samen bij Wodehouse en dat is ook omgekeerd evenredig het geval: zo is het de gewoonte dat Monk, een verschrikkelijke en onsportieve leerling, eau de cologne draagt ! Het gaat er in Plums schoolverhalen niet altijd rustig aan toe: slaapkamergevechten, binnenvallen in andermans slaapkamer, slaapkamerfeesten in het midden van de nacht, studentenkamers die overhoop worden gehaald, enz. Meestal zijn ze het resultaat van een grap of plagerij, zoals in APU in hoofdstuk 4, waar de leerlingen o.l.v. Farnie een volledig klaslokaal onder water laten lopen.

Zoals ik reeds vemeldde, verwijst Wodehouse in dit verhaal meermaals naar het belang van de Public School code, die van groter belang is dan eender welke schoolregel of wet: zo is wellicht de ergste belediging die een jongen aan een medeleerling kan geven, die van Norris aan Gethryn in hoofdstuk 10: 'All I can say is that you're not fit to be at a public school.'

Wodehouse houdt ervan dilemma's op te voeren die verband houden met die 'code' of met loyauteit in het algemeen. Of wat denk je van het dilemma waarvoor Gethryn staat als hij moet kiezen tussen een cricketwedstrijd spelen voor de school tegen de MCC of zijn jeugdige oom gaan terughalen, die van school is weggevlucht wegens een diefstal.

Even terzijde: in het boek is er dikwijls sprake van de MCC wedstrijd. Na raadpleging van Tony Ring's onuitputtelijke kennis wat Wodehouse betreft, kwam ik te weten dat MCC staat voor Marylebone Cricket Club. Dit is de meest belangrijke en prestigieuze cricketclub van de wereld. Hun hoofdkwartier vinden we terug bij Lord's in Londen. Tony Ring is een gewaardeerd lid !

Wanneer Gethryn niet verschijnt op de belangrijke wedstrijd, ontstaat er werkelijk heibel. Hieruit blijkt ook dat de relaties tussen de schooljongens vaak wordt bemoeilijkt door rivaliteit en vergeldingsdrang. Het is wel interessant om weten dat wanneer Gethryn nadien de situatie aan zijn medespelers uitlegt, zij hem duidelijk maken dat hij de juiste beslissing heeft genomen, nl. Farnie gaan zoeken (hoofdstuk 17). De sleutelscène waarin Gethryn naar het station fietst tegen de tijd, doet mij denken aan de film Clockwise van John Cleese.

Tenslotte nog iets over de liefde: het is markant dat Wodehouse elke allusie op liefdesperikelen uit zijn schoolverhalen weert. Het is net alsof de schooljongens zich niet bewust zijn van hun 'jongen-zijn' en elke seksuele drift ontberen. Toch zijn er enkele uitzonderingen. In APU is Pringle geobsedeerd door Miss Mabel Lorimer, 15 jaar en kuiltje in de kin. Pringle's karakter wordt door Wodehouse prachtig getypeerd in de volgende zinnen :

'At an early period of his life he was still unable to speak at the time- Pringle's grandmother had died. That is probably the sole reason why he had never taught that relative to suck eggs.'

En wat mogen we denken van deze uitspraak van Pringle: 'I wish to give his sister tea and a good time.' We kunnen alleen maar gissen wat deze kwajongen bedoelt met 'a good time'...

Top