THE DRONES CLUB OF BELGIUM

ARTIKELS

VAN POTHUNTERS TOT SUNSET : Deel 3

TALES OF ST AUSTIN’S

door Bart Pepermans

najaar 2001

 

 

We schrijven 1903 wanneer A&C Black het derde boek van Wodehouse uitgeeft. Het draagt als titel Tales of St Austin’s (TOS). Daar waar de eerste twee boeken romans waren, betreft het hier een bundel kortverhalen die zich bijna allemaal afspelen in St Austin’s, de school die tevens het decorum vormde voor The Pothunters. Al deze kortverhalen werden waarschijnlijk eerder geschreven dan A Prefect’s Uncle, daar ze reeds vroeger verschenen in The Public School Magazine en The Captain, behoudens het verhaal A Shocking Affair (ASA), dat in dit boek voor het eerst wordt gepubliceerd. In een kort voorwoord wijt Wodehouse dit aan het feit dat dit verhaal behoort tot één van zijn mislukkingen en waarschijnlijk werd geweigerd door één van de voornoemde magazines .De verhalen uit dit boek schreef hij terwijl hij tewerkgesteld was als klerk in een bank in de stad. Het boek is opgedragen ‘AD MATREM’, aan zijn moeder dus.

The British Weekly omschreef de kwaliteiten van TOS als volgt:

very bright en healthy.

Wodehouse verwijst ook nu weer regelmatig naar Gilkes,

het toenmalige hoofd van Dulwich.

 

In The Prize Poem (TPP) verbetert Rev Arthur James Perceval zijn vrouw aan de ontbijttafel over het gebruik van ‘who’ en ‘whom’, iets wat Gilkes ook wel eens placht te doen. Maar de duidelijkste verwijzing naar Gilkes vinden we terug in The Manoeuvres of Charteris (MOC). In dit verhaal heeft de student Charteris het dikwijls aan de stok met M. Jabberjee, het hoofd van St Austin’s. Aan het eind van het verhaal wordt Charteris ontboden bij M. Jabberjee -zeg maar Gilkes-. Hij geeft Charteris een zware straf omdat deze onrechtmatig deelgenomen heeft aan een loopwedstrijd buiten de toegelaten zone. Daarna heeft hij ook nog gevochten met een aantal plattelandshooligans die de fiets hadden afgepakt van een 12-jarig meisje. Wanneer blijkt dat dit meisje het nichtje is van M. Jabberjee, krijgt deze pas echt de typische karaktertrek van Gilkes: vriendelijkheid die grenst aan zwakheid. De passage eindigt met een mooie verwijzing naar de metafoor ‘met een schone lei beginnen’ ( To turn over a new leaf):

"In consideration of this, Charteris, I shall -er- mitigate slightly the punishment I had intended to give you."

Charteris murmured his gratification.

"But," continued the Head sternly, "I can not overlook the offence. I have my duty to consider. You will therefore write me -er- ten lines of Virgil by tomorrow evening, Charteris."

"Yes, sir."

"Latin and English," said the relentless pedagogue.

"Yes, sir."

"And, Charteris -I am speaking now -er- unofficially, not as a headmaster, you understand- if in future, you would cease to break school rules simply as a matter of principle, for that, I fancy, is what amounts to, I -er- well, I think we should get on better together. And that is, on my part at least, a consummation -er- devoutly to be wished. Good night, Charteris."

"Good night, sir."

The Head extended a large hand. Charteris took it, and his departure.

The Headmaster opened his book again, and turned over a new leaf. Charteris at the same moment, walking slowly in the direction of Merevale’s, was resolving for the future to do the very same thing. And he did.

Merkwaardig is dat in een notitieboekje dat Wodehouse bijhield tijdens het schrijven van de schoolverhalen, en zich nu in een privécollectie bevindt, hij zich veel negatiever uitlaat over de fluwelen aanpak van Gilkes:

"Boys respect strenght and nothing but strenght. They may dislike it, but they respect it. A school is like a child. The mother who alternately spoils and storms at a child makes it unmanageable. Same with a headmaster at a school. Gilkes goes on apologising to everyone, even when he’s in the right, and then when things get out of hand he makes them worse by stopping the concert on field day. Or worse still by saying he has stopped it, and then giving way at the last moment."

In datzelfde notitieboekje schrijft Plum dat Gilkes soms verkeerde beslissingen nam. Zo werden de studenten na een periode van slechte sportieve prestaties, onrustig en opstandig. In plaats van op dat moment de teugels strak te houden, loste hij ze nog meer iets wat de stabiliteit van de school niet meteen ten goede kwam.

Laten we nu de verdere bijzonderheden van dit boek eens verhaal per verhaal bekijken. Van de zestien verhalen spelen alleen de eerste twaalf zich af in St Austin’s.

Het eerste verhaal draagt als titel How Pillingshot Scored. Pillingshot is zowat het type student ‘liever lui dan moe’. Hij is dan ook verontwaardigd dat hij op korte tijd werk van Livius moet leren voor Mr. Mellish, de latijnleraar. Pillingshot tracht een manier te vinden om te ontsnappen aan de toets op zaterdagochtend. Wanneer Brown uitvalt voor een cricketwedstrijd stelt Venables, de aanvoerder van het cricketteam van Merevale’s, Pillingshot aan als diens vervanger. Hierdoor ontsnapt hij aan de toets. Het verhaal eindigt wanneer Mr. Mellish vraagt aan een student waar Pillingshot is. Parker antwoordt:

"He’s going to score."

"No," said Mr. Mellish sadly to himself, "he has scored."

Dit verhaal bewijst eens te meer dat Wodehouse de ‘sport’ belangrijker achtte dan ‘de lessen’.

Hij had trouwens een hekel aan academische verwaandheid en zijn komische vondsten zitten dikwijls in de confrontatie tussen het academische en het sportieve. Verderop in TOS krijgen we daar nog staaltjes van.

Het tweede verhaal is The Odd Trick (TOT). Het geeft ons een mooi voorbeeld van de plagerijen en de vergeldingsdrang tussen de studenten, iets waarover ik reeds schreef in het vorige hoofdstuk. De plot draait rond de rivaliteit tussen twee leerlingen, Harrison, een vervelend persoontje met een hoge dunk van zichzelf en Graham, een sympathiek heerschap die reeds in The Pothunters zijn opwachting maakte. Ik laat U raden wie op het eind van het verhaal de triomfhoorn mag schallen…

L’Affaire Uncle John (LAU) reven in briefvorm. Richard Venables krijgt bezoek van oom John, een verschrikkelijke man die echter voor een mooie job kan zorgen voor Richard. Oom John verwoest echter een wicket op het cricketveld en Richard is daar woest om. Resultaat: oom John is beledigd en geeft de job aan iemand anders. Alles loopt toch nog goed af wanneer Richard een mooie job krijgt aangeboden op het Schotse landgoed van Lord Marmaduke Twistleton. U merkt dat Wodehouse reeds vroeg een zwak had om namen te gebruiken die tot de verbeelding spreken! Onthouden we uit dit verhaal -maar ook uit andere schoolverhalen- het gebruik van ‘slang’. Dit is een eerder pittige omgangstaal, vooral gebruikt door leerlingen die, om het eufemistisch uit te drukken, enigszins afwijkt van het gebruikelijke beschaafd Engels. Studenten antwoorden dan met ‘Rather!’ en ‘Thanks awfully!’. Woorden als ‘ripping’, ‘rot’, ‘tosh’, ‘by jove’, behoren tot de vaste woordenschat van elke public school leerling. In LAU worden de personen trouwens opgedeeld in ‘rippers’ en ‘rotters’!

Het vierde verhaal is Harrison’s Slight Error. Weer speelt de onsympathieke Harrison uit TOT een hoofdrol.Wanneer een nieuwe leerling arriveert in Merevale’s (‘house’ van St Austin’s), wil Harrison hem een lesje leren. De nieuweling had immers zijn plaats in de trein afgesnoept en daarom wou Harrison weerwraak nemen. Harrison maakt de nieuwe student wijs dat hij de studiekamer krijgt van Venables, het leerlingenhoofd van Merevale’s. Daarvoor moet hij eerst wel de oude meubels en andere zaken van de vorige bewoner buitenzwieren. Toch draait alles uit op een nederlaag voor Harrison, wanneer blijkt dat de nieuwe leerling een jongere broer is van Venables. Harrison moet alles terugzetten in de studiekamer.

Bradshaw’s Little Story is de titel van het vijfde verhaal. Van deze Frederick Wackerbath Bradshaw geeft Wodehouse ons het volgende mee: He became a swindler in later life. Zo weten we meteen welk vlees we in de kuip hebben. Na een ‘Euripides examen’ haalt Bradshaw slechts 4%. Hij heeft daar een goede verklaring voor: tijdens een bezoek aan de werkkamer van de leraar Yorke, heeft hij toevallig de examenvragen gelezen. Uit eerlijke schaamte heeft hij dus met opzet slechte cijfers behaald. Zoals gewoonlijk valt de bedrieger door de mand : Yorke heeft immers het examen niet zelf opgesteld, maar wel … de directeur!

En dan komen we dus bij het verhaal dat nooit eerder werd gepubliceerd, A Shocking Affair is het zesde verhaal uit de bundel. Het uitgangspunt is hetzelfde als het vorig verhaal: Bradshaw probeert weer aan een examen te ontsnappen, ditmaal aan het examen over de Griekse schijver Thucidides. Badshaw wedt met zijn kamergenoot dat hij zonder gevolgen het examen kan verzuimen. Op het examen is er geen spoor van Bradshaw. Na het examen gaat de leraar, Mr. Mellish, naar beneden, gevolgd door de kamergenoot van Bradshaw, tevens verteller van het verhaal. Daar vinden ze Bradshaw, opgesloten in het schoolmuseum. Mr. Mellish en Mr. Gerard, leraar Frans, trachten de deur te openen, maar krijgen allebei zo’n fameuze electrische schok, dat ze allebei in aanmerking komen voor het nieuwe wereldrecord hoogspringen. Dit alles gebeurt tot groot jolijt van de verteller. Het is Mr. Blaize, de scheikundeleraar, die Bradshaw redt uit zijn benarde positie. De verteller betaalt graag de verloren weddingsschap, want hij had voor geen geld heel dit spektakel willen missen! Met de moraal van het verhaal heeft Wodehouse het moeilijk:

"The moral of which is that the wicked do not always prosper. If Bradshaw had not been in the Museum, he might have seen Gerard jump six feet, which would have made him happy for weeks. On second thoughts, though, that does not work out quite right, for if Bradshaw had not been in the Museum, Gerard would not have jumped at all. No, better put it this way. I was virtuous, and I had the pleasure of witnessing the sight I have referred to. But then there was the Thucydides paper, which Bradshaw missed but which I did not. No. On consideration, the moral of this story shall be withdrawn and submitted to a committee of experts. Perhaps they will be able to say what it is."

The Babe and the Dragon is de tot de verbeelding sprekende titel van het zevende verhaal. ‘The Babe’ Mac Arthur is een leerling die niet intern is en niet tot een ‘house’ behoort. Daar hij één van de beste rugbyspelers is en hij graag zou deelnemen aan de ‘Interhouse Footbal Competition’, besluit hij tot een ‘house’ toe te treden. Dacre’s en Merevale’s zijn kandidaat. The Babe’s zuster is bevriend met een zekere Miss Breezley (‘The Dragon’ uit de titel), iemand waaraan ‘The Babe’ een verschrikkelijke hekel heeft omdat ze hem steeds lastige vragen stelt over Engelse dichters die hem geen barst interesseren.Van Charteris, uitgever van het schoolblad ‘De Glimworm’, komt hij te weten gat ‘The Dragon’ verloofd is met Mr. Dacre. De rugbybeker ging dus dat jaar naar … Merevale’s!

The Manoeuvres of Charteris (MOC) is als achtste verhaal meteen ook het langste. Eigenlijk is het een korte novelle in zes hoofdstukken waarin het vooral draait om de bochten waarin Charteris zich moet wringen om aan de straffen van de directeur te ontsnappen. (lees dit eerder in dit hoofdstuk) Ook in MOC komt het academische vaak in botsing met het sportieve, waarbij de sport vaak aan het langste eind trekt Zo verklaart Charteris: I was born of poor but honest parents who sent me to school at an early age in order that I might acquire a grasp of the Greek an Latin languages, now obsolete. Toch nam dit niet weg dat er door d leerlingen vaak hard gewerkt moest worden: The Sixth did four compositions a week, two Greek and two Latin, and except for those did not bother themselves very much about overnight preparation. They relied on their ability to translate both authors (Livy and Virgil) at sight, and without previous acquaintance.

Het negende verhaal is How Payne Bucked Up: Grey, kapitein van het eerste St Austin’s Rugbyteam ligt in de infirmerie en Walkingshaw neemt voorlopig zijn plaats in. Wodehouse beschrijft dit heerschap op zijn onnavolgbare wijze: "Walkingshaw was a well-meaning idiot. There was no doubt about his being well-meaning. Also there was no doubt about his being an idiot. He was continually getting insane ideas in his head, and being unable to get them out again." Een van die ideeën is om Payne, een van de beste rugbyspelers van St Austin’s, naar de tweede ploeg te verbannen wegens gebrek aan inzet. Wanneer de tweede ploeg het opneemt tegen de eerste ploeg, gaat Payne er zo zwaar tegenaan dat een groot aantal spelers van de eerste ploeg naar de ziekenboeg moet worden afgevoerd. Om te voorkomen dat er nog meer slachtoffers vallen moet Walkingshaw Payne weer naar het eerste team verplaatsen.

Author is de titel van de tiende story. Babington krijgt het in dit verhaal aan de stok met de nieuwe leraar Mr. Reginald Seymour. Hij moet op een vrije middag nablijven van Seymour. Maar Babington heeft net voor die namiddag kaartjes voor een nieuw toneelstuk. Met behulp van enkele vrienden waagt hij het erop om toch naar het toneelstuk te gaan, waar hij echter op Seymour botst, die trouwens ook de auteur van het toneelstuk blijkt te zijn. Seymour neemt het sportief op en schort de straf op. Ook in dit verhaal laat Wodehouse de lezer nog eens weten dat uitblinken op academisch vlak geen garantie is om een goed leraar te zijn: The Rev. Septimus was a wrangler, but kew nothing of the ways of the human boy. His successor, Mr. Reginald Seymour, was a poor mathematician, but a good master. He had been, moreover, a Cambridge Rugger blue.

In het elfde verhaal, The Tabby Terror, wordt de hoofdrol opgeëist door een kat, met name ‘Captain Kettle’. De kat is eigendom van Mr. Prater, de huismeester van Merevale’s en zaait terreur bij de studenten. Pas wanneer ‘Captain Kettle’ de geliefkoosde kanarie van Mrs. Prater oppeuzelt, is haar man bereid de kat weg te geven aan Miss Trentham, een zuster van een van de studenten. Dit is het eerste verhaal waarin Wodehouse zo expliciet gebruik maakt van een dier om het de hoofdrol te laten vertolken. Mogelijk gebruikte hij dit verhaal als inspiratiebron om andere ‘dierenverhalen’ te verzinnen.

Zoals ik reeds eerder vermeldde, waren poëziewedstrijden een noodzakelijk kwaad voor veel studenten op public schools. Het twaalfde verhaal, The Prize Poem (TPP), is opgehangen aan zo’n wedstrijd. Door een ongelukkig toeval worden er drie identieke gedichten binnengestuurd voor de wedstrijd door drie verschillende studenten. Wanneer de ware toedracht aan het licht komt, besluit het hoofd van de school de wedstrijd vanaf volgend jaar niet meer verplicht te maken. Wodehouse kende deze poëziewedstrijden van zijn Dulwichtijd. Zo bracht in juni 1899 de Rajah van Bhaunaqur - het zou een personage kunnen zijn uit een van zijn boeken ! - een bezoek aan Dulwich. Hij gaf als prijs 10 guineas aan de leerling die het beste gedicht over de school kon schrijven. Gilkes noemde dit destijds ‘a curious experiment’, maar het inspireerde Wodehouse duidelijk tot het schrijven van enkele verhalen rond dit onderwerp.

Tot zover de verhalen die zich afspelen in St Austin’s. Het dertiende en het veertiende hoofdstuk, met als respectievelijke titels Work en Notes, zijn eigenlijk niet meer dan een aantal bedenkingen over het werk en de examenprestaties die men op een ‘public school’ verwacht van de studenten. Zo heeft Wodehouse zijn bedenkingen over het nut van de kennis en van het vertalen van werken van Griekse en Latijnse schrijvers. In Notes hekelt hij het storend gebruik van voetnoten die men in zoveel boeken terugvindt. Maar ook de dictees waarmee de leerlingen worden verveeld, vindt hij eigenlijk maar niks. In Work laat hij het sportieve een overwinning behalen op het academische: "The ambition of every human new-boy is surely to become like J. Essop of the first eleven, who can hit a ball over two ponds, a wood, and seven villages, rather than to resemble that pale young student Mill-Stuart, who, though he can speak Sanscrit like a native of Sanscritia, couldn’t score a single off a slow long-hop."

Now, Talking About Cricket is als vijftiende hoofdstuk een ‘essay’ waarin Wodehouse schrijft over de geneugten van het cricketspel. Maar hij neemt ook de randverschijnselen op de korrel : de toeschouwers, die het altijd beter weten en de scheidsrechter, die niet altijd even recht in zijn schoenen staat.

Het laatste hoofdstuk is een bizar verhaal met als titel The Tom Brown Question. Het is een verhaal dat indirect handelt over ‘censuur’. De schrijver van het verhaal zit in de trein een boek te lezen met als titel ‘Tom Brown’s Schooldays’. Een medereiziger maakt hem erop attent dat dit boek door meerdere schrijvers werd geschreven en hij toont dit aan met enkele voorbeelden. Hij weet ook de reden te vertellen: het eerste deel van het boek, geschreven door Mr. Hughes, bevatte volgens een vereniging die aan jongeren wil literatuur bijbrengen, te weinig moraal en teveel geweld. Daar de schrijver weigert iets te veranderen, besluit de voorzitter dat zijn vereniging het boek zal verderschrijven. Plots komt de kaartjesknipper binnen en onze auteur wordt wakker. Heeft hij alles maar gedroomd? Was dit maar een simpel verhaaltje of mogen we hieruit besluiten dat Wodehouse zelf met ‘censuur’ te maken had of vreesde te maken te krijgen?

Ter afronding van dit hoofdstuk, kunnen we stellen dat TOS een waardevolle verhalenbundel is geworden, die soms reeds idee geeft van wat de latere Wodehouse zou gaan presteren.

Top