|
THE DRONES CLUB OF BELGIUM |
|
|
ARTIKELS |
|
|
VAN POTHUNTERS TOT SUNSET : DEEL 1 door Bart Pepermans |
Voorjaar 2001
|
The Pothunters
Wanneer je aan een prestigieus project begint, dan moet je wel enkele dingen onder ogen zien. Zo mag je vooreerst er niet te lang over nadenken, anders begin je er nooit aan. Verder mag er geen tijdsdruk aanwezig zijn of iemand die achter je garen zit om je eraan te herinneren dat je volgende deel morgen klaar moet zijn, kan je ook best missen.
Wanneer aan deze voorwaarden voldaan zijn, rijzen er nog enkele andere problemen op, als je aan een chronologisch overzicht wil beginnen van de werken van Wodehouse. Ik wil daarmee niet beweren dat het aantal werken, zoals het spreekvermogen van onze voorzitter, oneindig groot is, maar de kunst is toch van een keuze te maken en daarna een correcte en volledige lijst van werken te volgen. Ik zal mij dus “beperken” tot de boeken die in een chronologische lijst zijn opgenomen in het boek P.G. Wodehouse The Authorized Biography van Frances Donaldson. Hier en daar kan deze lijst aangevuld worden met enkele boeken die ofwel onder een pseudoniem zijn verschenen ofwel in samenwerking met een andere auteur werden afgewerkt. De verzamelwerken, de theaterstukken en de musicals worden echter wel buiten beschouwing gelaten. Om de leesbaarheid optimaal en vlot te houden, wordt het aantal voetnoten tot een strikt minimum herleid. Ik pretendeer zeker niet volledig te zijn in het beschrijven van elk boek, maar ik zal wel trachten wat achtergronden en weetjes mee te geven die naar ik hoop voor sommigen toch af en toe iets kunnen toevoegen aan wat men tot nu toe over Wodehouse weet of gelezen heeft.
Genoeg inleiding, tijd om aan het serieuze werk te beginnen.
Als eerste boek zullen we dus The Pothunters onder handen en voeten nemen. Het boek had eerst, zoals zo dikwijls met de werken van Wodehouse, als een serie gelopen. Dit gebeurde in het Public School Magazine (PSM) , een blad dat samen met Captain , van groot belang was voor zijn verdere literaire ontplooiing. Nadien werd het boek uitgegeven in 1902 in het Verenigd Koninkrijk door Messrs. A.&C.Black. Wat onze P.G. voordien allemaal heeft uitgespookt interesseert ons in deze reeks niet echt, maar het is misschien wel interessant om weten hoe hij tot het schrijven van schoolverhalen, waarbij we dit boek mogen klasseren, is gekomen. In 1955 lichtte hij dit zelf toe in een brief aan Richard Usborne: in 1900 verscheen voor het eerst The Captain . In het eerste nummer begon een vervolgverhaal met als titel Acton's feud , (Acton's vete), geschreven door Fred Swainson. Wat hem in dit schoolverhaal trof was, zoals hij het zelf noemde “The Real Thing”. Het inspireerde hem tot het schrijven van schoolverhalen, of zoals hij het zelf schreef aan Usborne: If It hadn't been for “Acton's feud” I doubt if I would ever have written a school story.
The Pothunters verscheen dus voor het eerst in het PSM. Dat was in die zin eigenaardig omdat dit blad minder bekend was dan Captain en geen lang leven was beschoren. Het blad was trouwens eigendom van een zekere Newnes, dezelfde persoon die het meer succesvolle Captain uitgaf. Wodehouse schreef een veertigtal stukken voor PSM, waaronder ook gedichten en reportagewerk met een humoristische inslag, iets wat hij in de vijftiger jaren met meer succes overdeed in Punch, onder de titels “Our Man in America” en “America Day by Day”. The Pothunters werd in de drie laatste uitgaves van PSM geserialiseerd.Er werden in zijn tijd wel meer schoolverhalen geschreven, maar die van Plum waren in die zin toch ongewoon omdat er niet in gemoraliseerd werd. Ze gingen bij hem steeds over jongens beneden de 18 jaar die in één of andere public school interne of externe leerlingen waren. De humor was eerder occasioneel, maar de andere kenmerken van Wodehouse vinden we toch reeds min of meer terug: een zorgvuldig opgebouwde plot, talrijke nevenplots, veel personages en het genoegzaam gebruik van clichés. Er werd in deze verhalen ook zeer veel over sport geschreven. Nog niet zozeer over golf, maar wel over de typische schoolsporten als daar zijn: cricket, boksen en voetbal, waarmee dan een veredelde vorm van rugby wordt bedoeld. Om deze verhalen goed te kunnen volgen is de kennis van de spelregels van de verschillende sporten niet echt vereist, maar wel aanbevolen.
Centraal in de schoolverhalen van Wodehouse staan de volgende criteria:
- het eergevoel van de leerlingen en de leerkrachten, de helden van het verhaal.
- onvoorwaardelijke trouw tegenover de vrienden, het huis (= een onderverdeling van de school), en de school en nog wel in die volgorde.
- morele waardigheid en het volgen van een morele code. Een voorbeeldje hiervan: in The Pothunters worden enkele sporttrofeeën gestolen. De leerlingen die ze terugvinden, zijn daarvoor op verboden terrein (= Out of Bounds) geweest. Daarom kunnen ze ook niet naar het schoolhoofd stappen om de diefstal op te helderen. De morele code was dus enorm belangrijk voor Wodehouse wanneer hij aan de plot werkte.
De typische leerling in zijn verhalen zet zich niet af tegen de autoriteiten, als daar zijn
het schoolhoofd, het hoofd van een “huis”, en de prefect (= de verantwoordelijke leerling van elk huis.) Een voorwaarde is wel dat deze autoriteit moet gefundeerd zijn door de morele code, waarover we het reeds hadden. Het hoofd en de prefect van elk huis blinken meestal uit in verschillende sporten en ook de overige leerkrachten zijn veeleer eerlijke en serieuze mensen.
Dat Wodehouse zijn schoolverhalen schreef met kennis van zaken, heeft hij te danken aan zijn verblijf in Dulwich College van mei 1894 tot juli 1900. (In oktober 1900 betrad hij immers de Hong Kong en Shanghai Bank). Zelf had hij liever doorgestudeerd in Oxford, zoals zijn broer Armine, maar de financiële mogelijkheden waren er niet. Dat Wodehouse dit betreurde, bewijst het volgende vers uit een gedicht dat verscheen in PSM in juni 1901:
For he heard the voice of his father say
In tones devoid of pity
You aren't going up to the ‘Varsity,
For I've got you a place in the city.
Toch mogen we ons afvragen, of wanneer hij naar Oxford was vertrokken, we dan nu zouden kunnen proeven van al die genietbare schoolverhalen en zelfs latere romans?
Terug naar The Pothunters. Het boek werd opgedragen aan Joan, Effie en Ernestine Bowes-Lyon. Deze drie dames zijn kleinkinderen van de dertiende graaf van Strathmore en het waren vriendinnen van de adolescent Wodehouse. Zij behoren tot het selecte groepje dat P G aanraadde zijn job in de bank op te geven en zich voltijds op zijn schrijverscarriere te storten.
Zij zouden tevens als voorbeeld gediend hebben voor drie van de vier zussen van Mike Jackson in latere romans. Hun woning in Lyme Regis, die Wodehouse in 1904 en 1905 regelmatig bezocht, was de lokatie voor het Ukridgeverhaal Love Among The Chickens .
The Pothunters bestaat uit 18 hoofdstukken en het werd bij mijn weten nooit in het Nederlands vertaald.
Er bestaat wel een copie van The Pothunters, teruggevonden in de bibliotheek van Dulwich College in de zestiger jaren, waarin Wodehouse eigenhandig een boodschap heeft geschreven aan zijn vriend William Townend:
To Villiam Townend
these first-fruits
of
a


GENIUS
at which
the
WORLD
Will
(shortly)
be
AMAZED
(You see if it won't)
from
the author
sep 28. 1902 P.G. Wodehouse
Is The Pothunters een schoolverhaal of een detectiveverhaal? Dat is een vraag die wat nadere uitleg vraagt. Toen Wodehouse reeds op respectabele leeftijd was gekomen, vroeg men hem of hij in zijn leven nooit een detectiveverhaal had willen schrijven. Hij antwoordde toen dat hij dat graag zou hebben gedaan, maar tevens vond hij dat de schoenmaker bij zijn leest moest blijven en vreesde hij dat een detectiveverhaal niet echt een succes zou worden.
Toch moeten we vaststellen dat Wodehouse, vooral in zijn beginperiode, experimenteerde met detectiveplots. Hij deed dit ondermeer in de schoolverhalen The Pothunters en A Prefect's Uncle , maar ook in The Luck Stone, dat hij onder het pseudoniem Basil Windham publiceerde en dat later nog aan bod komt.Zelfs in The Little Nugget kunnen we een detectivestory ontdekken. Tony Ring wijdde één van zijn twaalf Plum Stones aan Wodehouse als detectiveschrijver. Daarin vinden we twee kortverhalen, The Strange Disappearance of Mr Buxton-Smythe en The Adventure of the Split Infinitive , die we ook terugvinden in Tales of Wrykyn and Elsewhere . Verder ook twee verhalen, Death at the Excelsior, een verhaal dat ooit verscheen in Ellery Queen in mei 1978 en vroeger reeds onder de titel The Harmonica Mystery werd gepubliceerd. Ook het vierde verhaal, Mr McGee's Big Day , verscheen in Ellery Queen in november 1950 en bij mijn weten is dit de enige publikatie van dit verhaal. Dat Wodehouse dweepte met Conan Doyle blijkt dan weer uit verhalen als The Adventures of Picklock Holes in Punch in 1893 en 1894. Ook de eerder vernoemde verhalen The Strange… en The Adventure… met de detectives Burdock Rose en Wotsing, kunnen Conan Doyle niet verloochenen. Hierin gebruikte Wodehouse reeds de techniek van het omdraaien van het verwachtingspatroon, iets wat hij met Bertie en Jeeves de volgende zeventig jaar zou verderzetten.
We mogen dus besluiten dat The Pothunters toch een schoolverhaal is maar dan gebaseerd op de diefstal van sporttrofeeën en het zoeken naar de dief ervan.
Het verhaal samenvatten is niet zo eenvoudig om enkele redenen. Naast de hoofdplot zijn er talrijke nevenplots die bovendien bevolkt worden door een hele rits nevenpersonages(zo'n 22-tal). Alles draait om een inbraak in St Austin's waarbij een aantal sporttrofeeën en 2 pond worden gestolen. Wanneer blijkt dat één van de leerlingen uit Merevale's (een “house” van St Austin's) met name Jim Thomson, een schuld heeft uitstaan van 2 pond, wordt hij als hoofdverdachte gebombardeerd. Zoals meestal bij Wodehouse loopt alles goed af en wordt de zaak opgelost door de deus-ex-machina, detective Roberts.
Zoals ik reeds vermeldde is dit eerste boek geen humorvoltreffer geworden. De plot en het verhaal staan centraal en humor is slechts sporadisch terug te vinden, vooral in de eerste drie hoofdstukken.Zo is het eerste hoofdstuk al meteen een Wodehouseklassieker met als titel Patient Perseverance Produces Pugilistic Prodigies . In dit hoofdstuk worden twee verzorgers opgevoerd die tijdens een bokswedstrijd voor de nodige komische noten zorgen. Maar de directe humor beperkt zich toch eerder tot enkele woordspelingen en grappige dialogen:
- dialoog tussen Tony Graham en Jim Thomson. Deze laatste tracht gewicht te verliezen om een belangrijke bokswedstrijd te winnen:
JIM: Yes, but I shan't eat anything. No risks for me!
TONY: Rusks are more in your line now! (rusks=beschuiten)
- dialoog tussen Robinson en zijn vriend Morrison over de inbraak in de school:
MORRISON: Look here Robinson, try that on the kids.
ROBINSON: Just what I'm doing!
De twee “houses” die min of meer centraal staan in The Pothunters zijn Ward's en Merevale's. Eén van de twee opvallendste figuren is misschien wel Charteris, het leerlingenhoofd uit Merevale's. Deze jongeman bespeelt virtuoos de banjo, is de bezitter en uitgever van “De Glimworm”, de schoolkrant, en is een gevierd sportman, kortom de gedroomde schoolverhalenheld. Hij treedt ook nog op in Tales of St Austin's ( in de verhalen The Odd Trick, The Babe and the Dragon en The Manoeuvres of Charteris ). We komen Charteris later dus nog tegen!
De tweede blikvanger is Plunkett, met als bijnaam The Mutual Friend (naar een verhaal van Charles Dickens Our Mutual Friend ). Deze kerel is een gebrild, verschrikkelijk en hopeloos geval. Hij leest Herodotus in het Oud Grieks voor zijn plezier, foetert op cricket en op rugby, kortom de gedroomde pispaal in het verhaal. Hij wordt hoofd van Ward's en deze uitspraak over hem is treffend: When you get to know him better, you'll appreciate his finer qualities more. There are so few of them. Maar hoogmoed komt voor de val, want wanneer hij buiten de schoolgrenzen al rokend wordt aangetroffen, moet hij de school verlaten.
The Pothunters speelt zich dus af in St Austin's. Deze school komt in verschillende verhalen voor, maar slechts in één roman, nl. de eerste die Wodehouse schreef. Het is één van de elf scholen die door de auteur werden gebruikt als lokatie voor zijn verhalen. De anderen zijn Beckford, Eckleton, Harrow House, Locksley, Marleigh, Sanstead House, Sedleigh, St Asterisk's, St Martin's en Wrykyn. Andere scholen worden wel vermeld, maar dienden nooit als lokatie, bv: Alderton College, Ripton, Eton, Dulwich…
Over de school zelf is niet zoveel geweten. Ze bestaat uit drie grote blokken, met name de senior, middle en junior. Deze blokken worden met elkaar verbonden door kloostergebouwen. In de middelste blok vinden we beneden de gemeenschappelijke ruimte voor de leerkrachten en op de bovenverdieping het wetenschappelijk museum. Het zijn vooral in St Austin's en in Wrykyn dat we verwijzingen kunnen terugvinden naar Dulwich College. Zo zijn de bossen in The Pothunters een getrouwe copie van de Dulwich Woods. Het originele manuscript van de heilige St Austin's privaat dagboek, waarvan sprake is in het tiende hoofdstuk van The Pothunters, is een onverbloemde verwijzing naar het manuscript van Edward Alleyn, de stichter van Dulwich College. Noem trouwens nooit eender welke school een college. Wodehouse schreef immers zelf in The Pothunters (hoofdstuk 9): The most deadly error mortal man can make, with the exception of calling a school a college, is to call a college a school.
Het leven in een college had zijn vast ritme: de lessen duurden een uur. Er was een pauze van 15 minuten tussen 10.45 en 11.00. In de namiddag was er nog les van 14.00 tot 16.00 om zich daarna te kunnen oefenen in diverse sporten. Verder werden er ook nog twee studieuren voorzien voor de jongere leerlingen die niet beschikten over een eigen kamer, en dit werd tweemaal per week ingericht onder toezicht van het hoofd van de school. De studie eindigde om 21.00 en werd gevolgd door de House Prayers, een soort gebedsdienst onder toezicht van de student die de titel The Head of House mocht dragen(te lezen in The Pothunters hoofdstuk 5).
Wist U trouwens dat één van de bekendste oudleerlingen van St Austin's Tuppy Glossop is? Maar dat even terzijde. Opvallend in dit eerste werk van Wodehouse is ook het optreden van enkele leerkrachten en het hoofd van de school. Over het hoofd van de school, rev. Perceval, kunnen we kort zijn: hij is geheel geïnspireerd op Arthur Herman Gilkes, die vanaf 1885 gedurende 29 jaar als leerkracht en hoofd, op Dulwich zijn stempel drukte. Gilkes bezat een autoriteit die gebaseerd was op overtuigingskracht en redelijkheid. Zijn drie stokpaardjes waren, in volgorde van belangrijkheid: de religieuze en morele principes, je gedragen als een gentleman en intellectuele bekwaamheid. Zijn integriteit, waardigheid en eenvoud waren sterk gewaardeerde kenmerken van deze man. Hij zei ooit tegen een prefect dat hij hem liever zou zien doodvallen dan hem te horen vloeken!
Maar Gilkes kon ook woedend worden, wat deze metafoor in hoofdstuk 13 bewijst:
At this, to employ a metaphor, the champagne of the Head's wrath, which had been fermenting steadily during his late interview, got the better of the cork of self-control, and he exploded.
Waar vinden we iets terug van Gilkes in The Pothunters:
- Gilkes was gekend als "the Old Man" of "the old'un'" en hij had een
overdreven vertrouwen in de schoolprefecten (lees dit in hfd 15)
- Gilkes nodigde elk jaar de prefecten bij hem thuis uit voor een diner (lees dit in
hfd 15)
- Gilkes gebruikte zeer dikwijls het adjectief "capital" (lees dit in hfd 5)
- Gilkes had een buste van Socrates op zijn bureau (lees dit in hfd 15)
De leerkrachten bij Wodehouse worden steeds krachtig getypeerd: ofwel zijn het schatten van mensen die vertrouwelijk omgaan met de leerlingen en die meestal op sportief vlak bijzonder onderlegd zijn (bv. MrThompson, de leerkracht van de zesde klas), ofwel zijn het sarcastische schoften, die ook op sportief gebied als een nul kunnen beschouwd worden. Zo wordt MrWard als volgt omschreven: a man of the vilest antecedents. (hfd 3) Maar hoe Wodehouse een leraar het liefst ziet, wordt het best weergegeven in de persoon van MrMerevale: He gets as near perfection as a beak ever does. Coaches the House footer and cricket, and takes an intelligent interest in things generally. (hfd 5)
Tenslotte nog dit: goed om weten wanneer men de schoolverhalen van Wodehouse leest, is dat ze oorspronkelijk geschreven zijn om gelezen te worden door leerlingen en oudleerlingen van college's. The Pothunters werd in The World omschreven als "een fantastisch verhaal over het public schoolleven, geschreven met inzicht en humor; de eenvoudige, boeiende stijl maakt dat het boek reuzepopulair kan worden"