THE DRONES CLUB

ARTIKELS

WODEHOUSE ALS HERPETOLOOG : DE OORSPRONG VAN BLANDINGS ONTRAADSELD ?

door Peter Nieuwenhuizen

Zomer 2001

Het varken

Het kasteel Blandings met zijn bewoners oefent een grote aantrekkingskracht uit op Wodehouse-lezers en –onderzoekers. Er is afgelopen jaren uitgezocht hoe Wodehouse’s fascinatie voor de Keizerin van Blandings kon ontstaan. Het varken, dat pas in 1929 in de boeken opdook, namelijk in het derde (echte) Blandings boek Summer lightning - De ontvoerde zeug, maakte entrée in de Wodehouse wereld in Pig-hoo-o-o-ey. Dit tijdschriftverhaal zag het licht zag in het Amerikaanse blad Liberty op 9 juli 1927.

Wodehouse zag zijn voorliefde voor dit dier groeien tijdens zijn regelmatige verblijven op Hunstanton Hall in Norfolk vanaf 1924, waar in een varkenskot een zwarte zeug vertoefde, een Berkshire. Hunstanton Hall behoorde toe aan de Lord Emsworth-achtige Charles leStrange, fokker van Jersey runderen en winnaar van de zilveren medaille voor prijskoeien op de Norfolk Country Show. Het idee van de varkenskreet Pig-hoo-o-o-ey kon Wodehouse opdoen door een artikel in het blad Vanity Fair te lezen over Fred Patzel uit Madison (Nebraska), een Amerikaanse kampioen ‘hog-calling’ uit begin jaren twintig.

Het kasteel

In zijn boek In seach of Blandings (1981) toont Norman Murphy aan dat de beschrijving van Blandings Castle door Wodehouse gedaan moet zijn met 3 Engelse landhuizen voor ogen, waarmee hij bekend was. Het roemruchte kasteel heeft elementen van zowel Corsham Court en Weston Park als van Sudeley Castle. Hoewel Murphy vele namen uit de Blandings boeken kon herleiden (Emsworth, Threepwood, Beach), bleef de oorsprong van Blandings toch onbekend.

De naam Blandings en de reptielen

Bij lezing van de eerste 3 boeken over Kasteel Blandings zien we Lord Emsworth veranderen van een rozenliefhebber en pompoenkweker, met 1e prijzen in beide categorieën, in een ware varkensliefhebber en –kenner, met de zilveren medaille voor Vette Varkens op de Shropshire Landbouwtentoonstelling.

Opvallend is de interesse die Wodehouse toont in de reptielen. We kunnen over hen lezen in Something fresh uit 1915: "He (=Beach) had that strained air of being on the very point of bursting which one sees in frogs and toy balloons" [H5par3], "He moved, when he moved at all, slowly" [H5par3] (als een schildpad), "where a bald and shuffling waiter, own cousin to a tortoise, served luncheon" [H7pas2], "Freddie, swelling himself out like an embarressed frog" [H10par1].

In het tweede boek Leave it to Psmith uit 1923 lezen we: "We must remind ourselves that it is Baxter’s misfortune rather than his fault that he looks like a dyspeptic lizard" [H8par2] en "Mr.Cootes so far forgot himself in his agony of spirit as to expectorate disgustedly at a passing frog" [H9par4].

Ook in het derde boek Summer lightning uit 1929 zijn vele reptilia aanwezig: "Another drop of rain fell, squashily like a toad, and spread itself over her hand" [H10par2], "They bung themselves into the Ganges and get eaten by crocodiles and call it a well-spent day" [H11par3], "vivid flash that seemed to dart among the tree-tops like a snake" [H12par2], "with no company but one small green frog and his thoughts" [H13par1], "the steady supercilious eye of a frog which resembled that of a Bishop at the Athenaeum inspecting a shy new member" [H13par1], "Pilbeam! The snake in the grass" [H13par1], "It bit like a serpent and stung like an adder" [H13par2], "I’ve been looking for you, viper, said Hugo" [H13par3], "If you are a Carmody and a sportsman, you cannot attack even a viper" [H13par3], "like a man who finds that he had been handling a snake" [H13par3], "And from under the bed, a little like a tortoise protruding from its shell, there was coming into view the spectacled head of the Efficient Baxter" [H17].

Nu is het bekend dat Wodehouse voor zijn beschrijving van de Egyptische feiten in Something fresh, gebruik maakte van de Encyclopaedia Britannica (1911-editie). In deze uitgave bladerend, kon de herpetoloog Wodehouse, bij het hoofdstuk over schildpadden, lezen over het bestaan van de Emydoidea blandingii, de destijds zeldzame Blandings Turtle (cistuda Blandingii). Bij het bedenken van een naam voor zijn kasteel in wording, zou hij het oog op de naam van deze schildpad hebben kunnen laten vallen. Misschien had hij zelfs een exemplaar van een moeilijker wetenschappelijk werk voorhanden, om uit te grasduinen voor zijn verhalen. Een vergelijkbaar voorbeeld is bijvoorbeeld het boek van dominee James Martineau (Types of ethical theory) uit 1885, dat Wodehouse voor letterlijke filosofie citaten en Spinoza (voor Jeeves een favoriet) gegevens gebruikte. In het februari-nummer van het Nederlandse Societyblad Nothing Serious heb ik daar vorig jaar al uitgebreid over geschreven.

Bladerend door het vierdelige werk North American herpetology van John Edwards Holbrook uit 1836-1840, een studie over o.a. schildpadden, kikkers, aligators, salamanders en slangen, die Wodehouse zo graag aanhaalt, treft men in deel drie de allereerste beschrijving van de cistuda Blandingii aan. De naturalist Dr.William Blanding uit Philadelphia had deze schildpad voor het eerst ontdekt in Illinois en Holbrook gaf vervolgens de schildpad de naam van zijn ontdekker. Daarnaast trof ik in het werk van Holbrook zeker nog twintig andere namen aan, die Wodehouse in zijn verhalen verwerkt heeft. In het voorwoord van het nieuwe boek "Lord Emsworth bedoelt het goed" (2001) is hierover meer te lezen.

Samenvattend: Wodehouse koos voor het roemruchte kasteel een naam die hoogstwaarschijnlijk voortkwam uit zijn interesse voor de herpetologie!

Links

Top