THE DRONES CLUB OF BELGIUM

ARTIKELS

WODEHOUSE EN ZIJN WERKEN deel 1

door Bart Pepermans

April 1998

Tijdens de voorbije Wodehouseconventie van 2 tot 5 oktober 1997 te Chicago, hield de vermaarde Michael Dirda, winnaar van de befaamde Pulitzer Prijs als beste literaire criticus van 1993, een toespraak met als thema : "Wat is nu uiteindelijk de beste roman en het beste kortverhaal die ooit uit de pen rolden, of beter gezegd uit de typemachine tevoorschijn kwamen van Pelham Grenville Wodehouse ?" Ziehier een vrije bewerking van Dirda’s bevindingen.

Laten we ons er eerst en vooral over verheugen dat Wodehouse er na vier of vijf boeken niet de brui aan gegeven heeft, zoals zoveel collega schrijvers, of dat hij tijdens de oorlog niet geëindigd is als kanonnenvlees. Niets van dat alles, onze vriend P.G. legde daarentegen een enorme productiviteit aan de dag en realiseerde om en bij de 90 à 100 boeken, het juiste aantal varieert volgens hoe je telt en aan wie je het vraagt. Voor de fans biedt dit een onuitputtelijke schat aan Jeeves-, Psmith-, Lord Emsworth-, Uncle Fred-, en Monty Bodkinboeken en ontelbare Mulliners, Drones, ‘Crumpets’ and ‘Eggs’.

Maar voor de critici leidt dit imponerend literair wapenfeit naar één verpletterende vraag : Wat is het beste boek van de meester ? Welke roman of bundel met kortverhalen zou je uitlenen aan een neofiet zodat hij bij het lezen ervan zich zo gelukzalig zou voelen als vertoefde hij in de tuinen van het kasteel Blandings? Of nog beter : Welk werk zou de echte Plumfanaat onder zijn arm steken op weg naar een verlaten eiland, enkel bevolkt door Jeeves om hem op het juiste moment een kokosnoot aan te reiken, door een Mulliner om hem ‘s avonds verhalen te vertellen en door een Corky of een Catsmeat Pirbright, naargelang zijn persoonlijke smaak, als enig gezelschapselement. Kortom welke romans en welke kortverhalen krijgen van de bewonderaars van de Meester het keurmerk ‘Prima Kwaliteit’ ? De vraag is natuurlijk welke de maatstaven zijn om deze keuze te bepalen ? We kunnen bij verschillende bronnen terecht : de auteur zelf, de talrijke bloemlezingen - ‘The Best of ...’ - , critici, publicisten, biografen, etc.

Laten we beginnen bij de auteur zelf. We kunnen ons echter afvragen of , hoe geniaal hij ook was, P.G.W. wel een betrouwbare maatstaf mag genoemd worden. Zo vertrouwde hij ooit een gesprekspartner van de ‘Paris Review’ toe: "Ikzelf ben erg gesteld op het boek ‘Quick Service’ (1) en ook wel op een wat ouder werkstuk ‘Sam in the Suburbs’ (2)." En inderdaad, Wodehouse zelf koos het boek ‘Quick Service’ als de roman die de schitterende bloemlezing ‘The Most of P.G. Wodehouse’ (3) afsluit.

Daarentegen verklaarde hij op zijn zeventigste verjaardag over ‘Sam in the Suburbs’ (Sam the Sudden) aan een journalist van The Sunday Times : ‘Als jij me op de man af vraagt of ik boeken als ‘Sam the Sudden’ of ‘The Man with Two Left Feet’ (4) nu nog steeds goed vind, moet ik je eerlijk zeggen van niet. Zijn er mensen die die rommel nog lezen ?’

Wat korte fictie betreft, raadde Wodehouse zelf een aantal miniatuurwerkjes aan om opgenomen te worden in compilatiewerken. Voor ‘My Funniest Story’, een boek waarin verschillende schrijvers hun grappigste verhaal voorstellen, hield Wodehouse het op ‘Honeysuckle Cottage’ (5) een Mullinerverhaal.

Net na WO II kiest hij voor een aantal bloemlezingen, samen met zijn agent Scott Meridith voor ‘Sonny Boy’ (6) en ‘Trouble Down at Tudsleigh’ (7).

In ‘A Century of Humour ‘ (8) door hemzelf uitgegeven verkoos P.G.W. ‘The Exit of Battling Billson’ (9).

Maar bij de uitgave van ‘The Oxford Book of Humorous Prose’ vroeg de uitgever, Frank Muir, aan Wodehouse om zijn bijdrage zelf te kiezen. Deze keer opteerde hij voor ‘From a Detective’s Notebook’ (10) en voor de fameuze passage uit ‘Right Ho, Jeeves’ (11) waarin een dronken Gussie Fink-Nottle de prijzen uitreikt in het gymnasium van Market Snodsbury.

Tot zover de auteur zelf. In een volgende bijdrage vertel ik meer over de voorkeur van notoire Wodehousekenners, critici, publicisten.

Wat is de grappigste zin ooit door Wodehouse geschreven ? En naar welke boeken wordt er gerefereerd in naslagwerken over literatuur ?

Tenslotte zal ik u ook blootstellen aan mijn persoonlijke voorkeur en mogelijk vernemen de lezers ook het werkstuk waarop u verzot bent ?

  1. Quick Service, 1940, UK, Herbert Jenkins.
  2. Sam the Sudden, 1925, UK, A. & C. Black. Sam in the Suburbs, 1925, USA, George H. Doran.
  3. The Most of P.G. Wodehouse, 1960, USA, A. & C. Black.
  4. The Man With Two Left Feet, 1917, UK, Methuen.
  5. Honeysuckle Cottage, 1925, The Strand. (magazine) en in ‘Meet Mr. Mulliner’, 1927,UK, Herbert Jenkins.
  6. Sonny Boy : Eggs, Beans and Crumpets, 1940, UK, Herbert Jenkins.
  7. Trouble down at Tudsleigh : Young Men in Spats, 1936, UK, Herbert Jenkins.
  8. A Century of Humour, 1934, UK, Hutchinson.
  9. The Exit of Battling Billson : Ukridge, 1924, Herbert Jenkins
  10. From a Detective’s Notebook, 1959, Punch (magazine) en in ‘The World of Mr. Mulliner’, 1972, Herbert Jenkins.
  11. Right Ho, Jeeves, 1924, UK, Herbert Jenkins. 

Top