THE DRONES CLUB OF BELGIUM
ARTIKELS
HET VARKEN EN HET BEEST

door dr. Lodewijck Weyns

Maart 2001

Op 22 juni 1998 hield ik voor 'the Drones Club', een genootschap dat de literaire nalatenschap van P.G. Wodehouse in woord en daad levendig houdt, een causerie over het varken. Bertie Wooster, hoofdpersonage van de gevierde schrijver, zou zich in dit elitair gezelschap thuis hebben gevoeld en mijn uiteenzetting over het ten onrechte verguisde varken met welwillendheid hebben aanhoord terwijl zijn gedachten vooruitliepen op het voortreffelijke menu dat door Jeeves, zijn stand-by butler, was aangekondigd. Had hij tijdens mijn exposé ook niet zitten broeden op mogelijke uitwegen om aan de avances van een overigens welgefortuneerde maar allerminst aantrekkelijke lady Agatha te ontkomen, dan had hij begrepen dat het mij menens was met dat varken. Ik vertelde immers uit eigen ervaring dat sympathie ten aanzien van deze huiselijke dieren best mag, maar dat men in zijn medeleven niet te ver mag gaan : Hélène, want zo heette de zeug in kwestie, hadden wij in gezellige compagnie, een 'Drones Club' waardig, daarenboven gedoopt met het gerstenat dat wij zelf eerst met volle teugen hadden genoten en dit was een stap te ver geweest. Ik besefte het pas toen ik haar op een winterse ochtend verstijfd in het hok aantrof. Mensen dopen mensen, geen dieren,. Dat meende ik toen tot mijn eigen schade en schande begrepen te hebben en met pijn in het hart heb ik Hélène begraven en er wat kalk over gestrooid.

Dieren zijn geen mensen, luidde mijn stelling, maar daar zal Bertie Woorster geen oren naar gehad hebben in een tijdsgewricht dat de listen en lusten van de welgefortuneerde Agatha hem preoccupeerden. Bovendien, zo het toch tot hem was doorgedrongen waar ik mij in godsnaam zo'n zorgen om maakte, had de wetenschap dat er een heerlijk gebraad in de oven stond te pruttelen hem allicht meteen overtuigd van het vanzelfsprekend karakter van mijn stelling. P.G. Wodehouse had bij dit scenario ongetwijfeld gebruik gemaakt van de opmerkzaamheid van Jeeves om de banaliteit van mijn stelling te ontluisteren eens de pudding als dessert geserveerd was, door er op te wijzen dat deze stelling ook omkeerbaar is, mensen zijn geen dieren, en hierin mogelijkheden te ontwaren door het menselijk denkvermogen waaraan Jeeves ontegensprekelijk participeerde, om aan de dierlijke lusten van de belagende Agatha tegemoet te komen maar de listen voor eigen rekening te nemen zodat de arme Bertie zich van haar fortuin kon verzekeren zonder daarvoor zijn integriteit in het gedrang te moeten brengen … De mens mag dan al veel van het varken weg hebben, hij blijft een aparte soort, hield ik aan te verkondigen bij de tocht van een varkenshoeder langs landen en tijden, in sagen en mythen, gebruiken en overtuigingen. De causerie van het varken ging over jaren leven met en tussen de beesten. Het werd een pleidooi voor begrip vanuit het onderscheid.

Er bestaat een soorttaboe, zoals er ook een incesttaboe bekend is in de antropologie. Het soorttaboe kan men als de externe pendant beschouwen van het inmiddels, dank zij de geloofsbrieven van Freud, in de psychologie ingeburgerde begrip van het incesttaboe. Dit laatste beschermt tegen de onverenigbaarheden van een te grote gelijkheid door bloedverwantschap; het soorttaboe beschermt tegen de onverenigbaarheid van een te sterke ongelijkheid, de anderssoortigheid. Incesttaboe en soorttaboe veronderstellen identiteit, het entiteit-zijn, met gelijkheid tussen soortgenoten en verschil tussen niet-soortgenoten. Laat er dan nog gradaties bestaan in gelijkheid en in verschillend zijn, door bloedverwantschap en soort-specificiteit worden de bakens gezet, bakens van het leven. Het zijn deze bakens die in de huidige Westerse samenleving ondermijnd worden. Als het identiteitsbesef verloren gaat vervagen de grenzen tussen mensen onderling en tussen mensen en andere wezens : er woekert een leeg individualisme dat gecompenseerd wordt door een absurde gelijkheidsideologie.

De kinderen komen in gevaar als 'partners' van op winst beluste commerçanten en maniakken. Ook de dieren zijn bedreigd naarmate de mens meent hen meer en meer naar hun haand te kunnen en mogen zetten voor eigen profijt. Deze usurpatie gaat samen met de slogans van dierenrechtenorganisaties, want voor hen is een dier haast een individu als een mens, gestijfd door het eenzijdige dogma van de evolutie dat de anderssoortigheid van het schepsel Gods deerlijk in vraag stelt. Het verschil mag niet meer benoemd worden en er worden zelfs wetten gestemd om het verschil uit de Westerse samenleving te bannen, in die mate zijn wij blind voor onze eigen ziekte die individualisme of egoïsme heet : het geïnstalleerde verschil waarbij de ander niet meer meetelt, zo verschillend is hij geworden. Individualisme wil zeggen dat alleen ik nog van tel ben en om dat niet onder ogen te hoeven zien stort ik geld voor de arme ontwikkelingslanden of ben meewarig over de ver-van-mijn-bed-slachtoffers. Wie zich het verschil niet meer realiseert kan ook de gelijkheid niet meer beleven. En zoals het verschil tezelfdertijd een gegeven binnen de gelijksoortigheid is, zo is ook de gelijkheid een grensoverschrijdend fenomeen dat mens en natuur verbindt, op voorwaarde dat de mens de barrières ziet en erkent. Doet hij dat niet dan komen de natuur en haar schepsels in het gedrang. De dieren zijn de eersre slachtoffers van de hebzuchtige mens, en de kinderen. In zijn wetenschappelijk gelegitimeerde verwaandheid ziet de individualist niet dat hij zijn eigen graf delft.

Op 18 november 2000 werd in het Jubelpark te Brussel een eerste 'Scientific Day' gecoördineerd door de 'Creutzfeldt-Jacob Commission', over de 'Transmissible Spongiform Encephalopathies'. De meest gereputeerde specialisten uit binnen-en buitenland gaven toelichting bij het probleem van de 'species barrier'.

Top