| THE DRONES CLUB OF BELGIUM | |
| VERSLAGEN | |
|
The
Gentlemen Files I In
Search of Manfred Von Richthofen : 23 & 24 mei 2003
Deel 1 : De Eerste Dag aan het Front van de Sommedoor Kris Smets, voorzitter |
Somme :23 en 24 mei 2003
|
|
De
uitstappen van de Drones Club zijn altijd grote gebeurtenissen. De
zoektocht naar de Rode Baron is hierop geen uitzondering.
Bij het vertrek te Aarschot zijn beide wagens volgestouwd met
proviand en een resem attributen. Een
kort overzicht van de lading :
De
eerste stopplaats van het gezelschap is een Canadees oorlogskerkhof,
ergens tussen Cambrai en Peronne. Voor
de begraafplaats, aan een bosrand, schuin tegenover een monument van de
weerstand, ontbijten we. Een
plek waar de Eerste en Tweede Wereldoorlog elkaar kruisen.
Met veel branie tovert onze ceremoniemeester een fles gekoelde
champagne en een oude cavaleriesabel uit de koffer.
Wij staan met onze bekertjes in de aanslag want je moet er snel
bij zijn als deze sprankelende godendrank wordt gesabreerd.
“André Flahaut doet zoiets dagelijks” verduidelijkt Walter,
ons inzicht gevend in zijn vriendenkring.
Een korte uithaal met het wapen, een scherpe klak en ... niets.
“Hoe kan dat nu ?” Een
tweede houw en wij allen vol spanning, maar zonder resultaat.
Vanaf dan wordt de
hele kwestie pijnlijk. De
ceremoniemeester ziet zijn reputatie wegglijden en hakt er een derde,
een vierde, een vijfde en ja, zelfs een zesde keer op los.
Maar de fles geeft geen krimp en het snijvlak van de sabel
vertoont sporen vergelijkbaar met drie uur Waterloo 1815.
Jan suggereert om de fles stuk te slaan tegen de gedenksteen van
de weerstand. Dit heeft ook
iets heroïsch en kan de gehavende reputatie van de ceremoniemeester
redden. In een ultieme poging doet Walter nog een korte, krachtige houw
en de stop vliegt van de fles en de champagne spuit metershoog.
Enkel de laatste centiliters vinden nog een weg naar onze
bekertjes. Nog maar eens
een bewijs dat gentlemanship
een kwestie is van vallen en opstaan. Even later demonstreert de
voorzitter – een geoefend schermer – hoe je een aardbei in vier
gelijke stukjes klieft. Vanaf
Peronne nemen we het Circuit of Remembrance.
Een uitgestippeld traject langs de slagvelden en begraafplaatsen
van de Somme. Op een
zijweg, even buiten Combles, stoppen we voor een houten kruis.
Anderhalve meter hoog, met een bronzen plaatje, temidden van de golvende
akkers. Hier ligt de
kleinzoon van Charles Dickens, Major
Cedric Charles Dickens, killed in action in november 1916 in
Leuze Wood. Born in 1880
staat op het plaatje, een jaar jonger als Wodehouse. Even
verder, Longueval. Hier,
in Delville Wood, vielen op
tussen 15 en 21 juli 1916 duizenden Zuid-Afrikanen. Jongemannen trouw
aan het imperium, weggemaaid in enkele uren.
Rechts van de weg de typische witte grafstenen en links een
prachtig park, omzoomd met eiken, dat leidt naar een memoriaal.
Daarin een museum opgedragen aan de krijgsverrichtingen van de
Zuid-Afrikanen; van de Boerenoorlog tot Korea.
Met zijn rijbroek, bruine vest en beenbeschermers past Walter
perfect in het plaatje. Een
troepje Engelse tieners op schoolreis glimlacht voorzichtig naar hem.
“Is dat nu een Zuid-Afrikaanse boer ?” vragen ze zich af
terwijl ze Walter vergelijken met de prenten aan de muur.
Ook zijn taalje versterkt deze indruk. Op
de weg naar Flers vinden we de geschikte pick-nickplaats.
Met in het noorden een kerkje, tussen hectaren en hectaren
landbouwland, aan een klein bosje, vlak naast een monument van twee
Franse gesneuvelden. Hier
ligt een sergeant, gevallen op zijn 38e, een ouwe knaap naar
de toenmalige frontnormen. Even
later staat de tafel klaar, op de achtergrond schettert de grammofoon
een pitttige ragtime. Een
voorbijrijdende Franse boer groet ons, want hij ziet dat het gebeuren
klasse heeft. Peter, die
een plasplaats zoekt vindt een wit schijfje, dat na een kort onderzoek
een stukje schedel blijkt te zijn.
“Duits !” volgens Erik, want zij zaten aan deze kant.
Na de maaltijd filmen we een frontscène.
Een Franse officier die op z’n fluitje blaast en ten aanval
trekt, dwars door het koren en enkele tientallen meters verder offensief
contact maakt met een Duitser Het
gevecht dat volgt is zonder wapens.
De Duitse soldaat krijgt enkele rake schoppen en met een brede
grijns roept de Fransman “Victoire !” Na
het eten rijden we naar Thiepval met een korte stop aan een Australische
gedenkplaat ter hoogte van Mouquet Farm.
Op dit stukje akkerland van pakweg 4 hectaren sneuvelden in
augustus 1916 duizenden soldaten. We
worden er stil van en we worden nog veel stiller als Peter aan de
boerderij uit een gigantische hoop frontschroot een granaat plukt en
deze losjes naar Jan werpt. “Ho, maar !”,
klinkt het uit vier monden.
De granaat wordt van man tot man gegooid en komt terug bij Peter
die het ding met een fikse zwaai metersver op het asfalt keilt.
Met ingehouden adem wachten we op een knal en rondvliegende
scherven. Er gebeurt niets
en we raken veilig aan de wagens. Thiepval
ligt voor ons. Een
gigantisch memoriaal zichtbaar van kilometersver.
De namen van meer dan zeventigduizend gesneuvelden staan in de
pilaren gebeiteld. Eén van
hen is Hector Hugh Munro, Saki, collega van Wodehouse, een vlijmscherme
en sarcastische pen, die als geen ander de Edwardiaanse periode op
flessen heeft getrokken. We parkeren, een andere bezoeker verlaat net
het terrrein. Een oudere
heer, met blauwe blazer, een bruine baret en een hele verzameling
medailles en lintjes op zijn borst. In zijn ogen een blik die het midden
houdt tussen verbeten- en droefheid.
Net als zovele anderen komt hij eer betuigen aan een gesneuvelde
of aan een regiment. Thiepval
is heilige grond voor de
Commonwealth. Maar wij
treffen ook een bekende; aan de achterzijde van de loods van de War
Graves Commission vinden we onze gedenkplaat voor Saki.
Op het paadje ervoor groeit onkruid en het bestuur maakt daar
snel korte metten mee. Na
een tijdje raken de Drones verspreid.
Elkeen wil zijn indrukken verwerken door wat rond te wandelen, te
kijken naar het prachtige landschap. In veel opzichten lijkt het op de
Sussex Downs. Voor de
Engelsen die hier komen moet het rustgevend zijn; hun grootvaders liggen
begraven in een setting vergelijkbaar met de Engelse countryside. Even
voor zeven stappen we af aan ons hotel te Peronne.
“Monsieur Ulens répose dans chambre 9 et il m’a demandé de
vous signaler qu’il a faim !” weet de receptionist ons te vertellen.
Als we Leopolds deur kloppen, horen we geroep, de deur zwaait
open en daar staat hij en ... wij zijn enkele seconden sprakeloos.
Een witte vlek ! Leopold met de smoking is ons bekend, Leopold in
vakantieplunje eveneens, maar Leopold in een reusachtige witte katoenen
onderbroek en een spannend wit lijfje is nieuw.
Het netvlies moet even wennen aan de tijdelijke overbelichting.
Gelukkig zijn we geharde kerels en met de nodige flair ronden we
af met een afspraak voor het dinner. Aan
tafel ontbrandt al snel de discussie over gentlemenship.
“Wat is het nu ? Is
onze definitie volledig genoeg ?”
“Toch wel”, zegt de voorzitter.
“Je hebt de eerste laag - de dingen die met opvoeding en
scholing te maken hebben, vervolgens een
tweede laag, de morele code, zeg maar ethische
gedragsregels.
Tenslotte zijn er de karaktertrekken, de persoonlijkheids-
structuur, die de derde en diepste laag vormt.” “Dat is allemaal
mooi en wel !” vindt Jan maar de ambitie om hogere doelen na te
streven is onvoldoende uitgewerkt.” Er volgt dan wat heen en weer
gepraat. Een gentleman kan
zich ook wentelen in nutteloosheid stelt Erik.
Uiteindelijk kloppen we af op de vier basiswaarden van de Drones
Club, want deze zijn universeel en op een voldoende verheven niveau om
Jan te paaien. “En
met de nutteloosheid geraken we er zo ook uit” merkt Walter op. De
andere belangrijke elementen van gentlemenship, zoals het sabreren van
een fles Bollinger en een appel schillen met mes en vork passen trouwens
prima in het model. Leopold
gooit dan nog wat wijsheden op tafel
“Een gentleman krijg je niet in één generatie !” en “Een
echte gentleman zie je niet, want die valt niet op !”.
Meteen haalt hij ook uit naar Richthofen, want dat was een Pruis
en van jongsaf aan voorbereid voor een militaire loopbaan.
“Dat is nu net het verschil met de Engelse jongeheren; die zijn
opgevoed als gentleman en worden later soldaat.”
Nog straffer, “Een Duitser kan nooit gentleman zijn !”
poneert Leopold, of nee, toch één, maar dat is dan in de film.
“La Grande Illusion” uit 1937, een prent van Jean Renoir,
waarin de Duitse kampcommandant Von Rauffenstein een bijzondere relatie
heeft met De Boieldieu, een Franse kapitein en krijgsgevangene die er
een sport van maakt om steeds te ontsnappen.
Rauffenstein, een Pruis, is volgens Leopold toch een gentleman,
omdat ie de hele ontsnappingszaak tamelijk sportief opneemt.
Wat hij er wel vergeet bij te vertellen is dat Van Rauffenstein
aan het einde van de film de Fransman neerkogelt. Leopold begint er echt zin in te krijgen. Na de cognac haalt hij een beduimeld rood boekje uit zijn vest, “Der Rote Kampflieger” met op het schutblad een hakenkruis. Het voorwoord is van Göring. “Richthofen was een snoever, een blazer !” Peter, die zichzelf al een week de reïncarnatie van de Rode Baron waant, loopt rood aan en riposteert. “Het boekje is van 1933 en ingedikt door de nazi’s !”. Sofie grijpt in voor de hele zaak explodeert. “Weet je, onze pa wou absoluut naar Peronne, hij discussieert graag, maar de mensen worden daar allemaal zo moe van.” “Kom we gaan naar bed, pa”. Leopold en Sofie verlaten ons. De rest van de bende sluit de avond af met een koele pint in café Bruxelles in de hoofdstraat van Peronne. Kris
Smets |