THE DRONES CLUB OF BELGIUM
VERSLAGEN

The Gentlemen Files I

In Search of Manfred Von Richthofen : 23 & 24 mei 2003

Deel 1 : De Eerste Dag aan het Front van de Somme

door Kris Smets, voorzitter

Somme :23 en 24 mei 2003

 

 

 

De uitstappen van de Drones Club zijn altijd grote gebeurtenissen. De zoektocht naar de Rode Baron is hierop geen uitzondering.  Bij het vertrek te Aarschot zijn beide wagens volgestouwd met proviand en een resem attributen. 

Een kort overzicht van de lading :

  • 2 pick-nickmanden;
  • 1 cavaleriesabel;
  • 1 filmcamera;
  • 3 fototoestellen;
  • 1 grammofoon van het merk Sackville – bouwjaar 1925;;
  • 1 stafkaart van de regio Aarschot-Gelrode;
  • 1 stafkaart van de regio Herselt-Booischot;
  • 1 kompas;
  • 1 frontfluit, Brits model;
  • 1 Belgische legerhelm, type Adrian, 1917;
  • 1 Duitse legerhelm, nieuw model, 1918;
  • 1,5 kg aardbeien;
  • 2 flessen champagne St. Pol de Luze;
  • 60 belegde broodjes;
  • 1 fles witte landwijn;
  • 3 flessen rode wijn St. Chinian;
  • 6 koude schotels;
  • 3 extra salades;
  • kazen Camenbert, Herve en jonge Hollandse;
  • oploskoffie;
  • 1 paar beenbeschermers in zwart leer;
  • een veldbibliotheek met o.m. de Code of  the Woosters, The Last Flight of the Red Baron, de Eerste Wereldoorlog van John Keegan, Heroes-Mavericks and Bounders, …
  • een stofbril;
  • 5 sets avondkledij;
  • 1 legeroverjas, ABL, lang model, 1973;
  • 1 opvouwbare tafel;
  • 4 stoelen;
  • 1 driepoot;
  • 1 gasvuurtje.

De eerste stopplaats van het gezelschap is een Canadees oorlogskerkhof, ergens tussen Cambrai en Peronne.  Voor de begraafplaats, aan een bosrand, schuin tegenover een monument van de weerstand, ontbijten we.  Een plek waar de Eerste en Tweede Wereldoorlog elkaar kruisen.  Met veel branie tovert onze ceremoniemeester een fles gekoelde champagne en een oude cavaleriesabel uit de koffer.  Wij staan met onze bekertjes in de aanslag want je moet er snel bij zijn als deze sprankelende godendrank wordt gesabreerd.  “André Flahaut doet zoiets dagelijks” verduidelijkt Walter, ons inzicht gevend in zijn vriendenkring.  Een korte uithaal met het wapen, een scherpe klak en ... niets.  “Hoe kan dat nu ?”  Een tweede houw en wij allen vol spanning, maar zonder resultaat.  Vanaf dan wordt  de hele kwestie pijnlijk.  De ceremoniemeester ziet zijn reputatie wegglijden en hakt er een derde, een vierde, een vijfde en ja, zelfs een zesde keer op los.  Maar de fles geeft geen krimp en het snijvlak van de sabel vertoont sporen vergelijkbaar met drie uur Waterloo 1815.  Jan suggereert om de fles stuk te slaan tegen de gedenksteen van de weerstand.  Dit heeft ook iets heroïsch en kan de gehavende reputatie van de ceremoniemeester redden. In een ultieme poging doet Walter nog een korte, krachtige houw en de stop vliegt van de fles en de champagne spuit metershoog.  Enkel de laatste centiliters vinden nog een weg naar onze bekertjes.  Nog maar eens een bewijs dat  gentlemanship een kwestie is van vallen en opstaan. Even later demonstreert de voorzitter – een geoefend schermer – hoe je een aardbei in vier gelijke stukjes klieft.

Vanaf Peronne nemen we het Circuit of Remembrance.  Een uitgestippeld traject langs de slagvelden en begraafplaatsen van de Somme.  Op een zijweg, even buiten Combles, stoppen we voor een houten kruis. Anderhalve meter hoog, met een bronzen plaatje, temidden van de golvende akkers.  Hier ligt de kleinzoon van Charles Dickens, Major  Cedric Charles Dickens, killed in action in november 1916 in Leuze Wood.  Born in 1880 staat op het plaatje, een jaar jonger als Wodehouse.

Even verder, Longueval.  Hier, in Delville Wood,  vielen op tussen 15 en 21 juli 1916 duizenden Zuid-Afrikanen. Jongemannen trouw aan het imperium, weggemaaid in enkele uren.  Rechts van de weg de typische witte grafstenen en links een prachtig park, omzoomd met eiken, dat leidt naar een memoriaal.  Daarin een museum opgedragen aan de krijgsverrichtingen van de Zuid-Afrikanen; van de Boerenoorlog tot Korea.  Met zijn rijbroek, bruine vest en beenbeschermers past Walter perfect in het plaatje.  Een troepje Engelse tieners op schoolreis glimlacht voorzichtig naar hem.  “Is dat nu een Zuid-Afrikaanse boer ?” vragen ze zich af terwijl ze Walter vergelijken met de prenten aan de muur.  Ook zijn taalje versterkt deze indruk.

Op de weg naar Flers vinden we de geschikte pick-nickplaats.  Met in het noorden een kerkje, tussen hectaren en hectaren landbouwland, aan een klein bosje, vlak naast een monument van twee Franse gesneuvelden.  Hier ligt een sergeant, gevallen op zijn 38e, een ouwe knaap naar de toenmalige frontnormen.  Even later staat de tafel klaar, op de achtergrond schettert de grammofoon een pitttige ragtime.  Een voorbijrijdende Franse boer groet ons, want hij ziet dat het gebeuren klasse heeft.  Peter, die een plasplaats zoekt vindt een wit schijfje, dat na een kort onderzoek een stukje schedel blijkt te zijn.  “Duits !” volgens Erik, want zij zaten aan deze kant.  Na de maaltijd filmen we een frontscène.  Een Franse officier die op z’n fluitje blaast en ten aanval trekt, dwars door het koren en enkele tientallen meters verder offensief contact maakt met een Duitser  Het gevecht dat volgt is zonder wapens.  De Duitse soldaat krijgt enkele rake schoppen en met een brede grijns roept de Fransman “Victoire !”

Na het eten rijden we naar Thiepval met een korte stop aan een Australische gedenkplaat ter hoogte van Mouquet Farm.  Op dit stukje akkerland van pakweg 4 hectaren sneuvelden in augustus 1916 duizenden soldaten.  We worden er stil van en we worden nog veel stiller als Peter aan de boerderij uit een gigantische hoop frontschroot een granaat plukt en deze losjes naar Jan werpt. “Ho, maar !”,  klinkt het uit vier monden.  De granaat wordt van man tot man gegooid en komt terug bij Peter die het ding met een fikse zwaai metersver op het asfalt keilt.  Met ingehouden adem wachten we op een knal en rondvliegende scherven.  Er gebeurt niets en we raken veilig aan de wagens.

Thiepval ligt voor ons.  Een gigantisch memoriaal zichtbaar van kilometersver.  De namen van meer dan zeventigduizend gesneuvelden staan in de pilaren gebeiteld.  Eén van hen is Hector Hugh Munro, Saki, collega van Wodehouse, een vlijmscherme en sarcastische pen, die als geen ander de Edwardiaanse periode op flessen heeft getrokken. We parkeren, een andere bezoeker verlaat net het terrrein.  Een oudere heer, met blauwe blazer, een bruine baret en een hele verzameling medailles en lintjes op zijn borst. In zijn ogen een blik die het midden houdt tussen verbeten- en droefheid.  Net als zovele anderen komt hij eer betuigen aan een gesneuvelde of aan een regiment.  Thiepval is  heilige grond voor de Commonwealth.  Maar wij treffen ook een bekende; aan de achterzijde van de loods van de War Graves Commission vinden we onze gedenkplaat voor Saki.  Op het paadje ervoor groeit onkruid en het bestuur maakt daar snel korte metten mee.  Na een tijdje raken de Drones verspreid.  Elkeen wil zijn indrukken verwerken door wat rond te wandelen, te kijken naar het prachtige landschap. In veel opzichten lijkt het op de Sussex Downs.  Voor de Engelsen die hier komen moet het rustgevend zijn; hun grootvaders liggen begraven in een setting vergelijkbaar met de Engelse countryside.

Even voor zeven stappen we af aan ons hotel te Peronne.  “Monsieur Ulens répose dans chambre 9 et il m’a demandé de vous signaler qu’il a faim !” weet de receptionist ons te vertellen.  Als we Leopolds deur kloppen, horen we geroep, de deur zwaait open en daar staat hij en ... wij zijn enkele seconden sprakeloos.  Een witte vlek ! Leopold met de smoking is ons bekend, Leopold in vakantieplunje eveneens, maar Leopold in een reusachtige witte katoenen onderbroek en een spannend wit lijfje is nieuw.  Het netvlies moet even wennen aan de tijdelijke overbelichting.  Gelukkig zijn we geharde kerels en met de nodige flair ronden we af met een afspraak voor het dinner.

Aan tafel ontbrandt al snel de discussie over gentlemenship.  “Wat is het nu ?  Is onze definitie volledig genoeg ?”  “Toch wel”, zegt de voorzitter.  “Je hebt de eerste laag - de dingen die met opvoeding en scholing te maken hebben, vervolgens een  tweede laag, de morele code, zeg maar ethische gedragsregels.              Tenslotte zijn er de karaktertrekken, de persoonlijkheids- structuur, die de derde en diepste laag vormt.” “Dat is allemaal mooi en wel !” vindt Jan maar de ambitie om hogere doelen na te streven is onvoldoende uitgewerkt.” Er volgt dan wat heen en weer gepraat.  Een gentleman kan zich ook wentelen in nutteloosheid stelt Erik.  Uiteindelijk kloppen we af op de vier basiswaarden van de Drones Club, want deze zijn universeel en op een voldoende verheven niveau om Jan te paaien.   “En met de nutteloosheid geraken we er zo ook uit” merkt Walter op. De andere belangrijke elementen van gentlemenship, zoals het sabreren van een fles Bollinger en een appel schillen met mes en vork passen trouwens prima in het model. 

Leopold gooit dan nog wat wijsheden op tafel  “Een gentleman krijg je niet in één generatie !” en “Een echte gentleman zie je niet, want die valt niet op !”.  Meteen haalt hij ook uit naar Richthofen, want dat was een Pruis en van jongsaf aan voorbereid voor een militaire loopbaan.  “Dat is nu net het verschil met de Engelse jongeheren; die zijn opgevoed als gentleman en worden later soldaat.”  Nog straffer, “Een Duitser kan nooit gentleman zijn !” poneert Leopold, of nee, toch één, maar dat is dan in de film.  “La Grande Illusion” uit 1937, een prent van Jean Renoir, waarin de Duitse kampcommandant Von Rauffenstein een bijzondere relatie heeft met De Boieldieu, een Franse kapitein en krijgsgevangene die er een sport van maakt om steeds te ontsnappen.  Rauffenstein, een Pruis, is volgens Leopold toch een gentleman, omdat ie de hele ontsnappingszaak tamelijk sportief opneemt.  Wat hij er wel vergeet bij te vertellen is dat Van Rauffenstein aan het einde van de film de Fransman neerkogelt.

Leopold begint er echt zin in te krijgen.  Na de cognac haalt hij een beduimeld rood boekje uit zijn vest, “Der Rote Kampflieger” met op het schutblad een hakenkruis.  Het voorwoord is van Göring.  “Richthofen was een snoever, een blazer !”  Peter, die zichzelf al een week de reïncarnatie van de Rode Baron waant, loopt rood aan en riposteert. “Het boekje is van 1933 en ingedikt door de nazi’s !”. Sofie grijpt in voor de hele zaak explodeert.  “Weet je, onze pa wou absoluut naar Peronne, hij discussieert graag, maar de mensen worden daar allemaal zo moe van.”  “Kom we gaan naar bed, pa”.  Leopold en Sofie verlaten ons.  De rest van de bende sluit de avond af met een koele pint in café Bruxelles in de hoofdstraat van Peronne.

 

Kris Smets

 Top