stappenplan

  1. Kies in overleg met de andere groepen een taalvariant. Alle categorieën moeten aan bod komen. Er mogen geen overlappingen zijn.
     
  2. Bekijk wat je moet doen en verdeel het werk. Schrijf die verdeling op. Zorg er hierbij ook voor dat je mekaar ondersteunt. Het uiteindelijke resultaat is immers de verantwoordelijkheid van iedereen van de groep.
     

    Wat moeten we doen?

    Wie doet het?

    Tegen wanneer?

    Wie leest na?

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     


     

  3. Lees het artikel Groepstalen en sociolecten zodat je een eerste overzicht krijgt van de problematiek.
     

  4. Nadat je in afspraak met de andere redacteurs hebt beslist wat jouw onderdeel wordt, schrijf je er een tekst over. Je zoekt in de bronnen naar informatie. Houd ook een beperkte enquête (bijvoorbeeld bij je klasgenoten).
     

  5. In je tekst neem je op:
    - een aantrekkelijke inleiding met de achtergrond van de taalvariant (wie - waar - wanneer?)
    - voorbeelden en kenmerken (zeg niet... maar..) op het vlak van woordenschat, zinsbouw, (eventueel) woordvorming en uitspraak,
    - verklaringen (waarom?) en/of voor- en nadelen,
    - een kort besluit of een passende illustratieve tekst,
    - afbeeldingen en cartoons.
    Gebruik hiervoor de links op de bronnenpagina, je handboek en andere bronnen (in de bibliotheek bijvoorbeeld.)
     

  6. Verwerk de informatie. Houd er rekening mee dat je publiek niet uit specialisten bestaat.
     

  7. Maak een aantrekkelijke Powerpoint-presentatie aan met daarin de belangrijkste informatie. Houd voor ogen dat de dia's je gesproken presentatie ondersteunen. Als je te veel informatie projecteert, gaat je publiek alleen maar lezen en niet meer luisteren.
     

  1. Je kan ook nog een toets afleggen om voor jezelf een aantal begrippen te controleren.

horizontal rule