11 spelling: apostrof

SCHRIJF DE APOSTROF WAAR ZE THUISHOORT.

De apostrof (weglatings- of afkappingsteken)

1 De s van meervoud en genitief (bezitsvorm) wordt altijd aan het woord vast geschreven, behalve na enkele A, E [EE] I, O, U, Y die je anders kort zou lezen:

mv.: tableaus, cafés, etuis, milieus, cowboys, dictees, abonnees, lentes.
maar: baby's, paraplu's, ski's, foto's, nota's, ave's.

GEN.: Gezelles gedichten, Maries hoed, Italiës kusten, Vondels spelen, Consciences werk, Poincarés tijd, Shelleys gedichten.
maar: Rita's broer, Tito's bewind, Chili's bevolking, Miry's werk, Antigone's broer.

2 Als een naam eindigt op een sisklank dan volgt ' : Streuvels' werk, Bush' politiek, Velasquez' schilderijen, Max' problemen.

3 Schrijf een apostrof voor een uitgang of een suffix na letters, cijfers, tekens en afkortingen:
Twee e's, een n’etje, dat 5’je, VTB’ers, drie 6’en, tv'tje, bh’tje, 65+’er, GSM’etje.

4 Ook een apostrof waar een of meer letters van een woord worden weggelaten:
's Avonds. 't Was mooi. 's-Gravenbrakel. 'k Zei.
M'n, z’n (meestal schrijven we de volle vorm: mijn, zijn)
Afkortingen als A'dam (Amsterdam) en A'pen (Antwerpen) zijn niet officieel.

5 Bij verkleinwoorden alleen ' na enkele Y: baby’tje, pony’tje.
Maar: essaytje, jockeytje.

Anders: parapluutje, skietje, fotootje, Annaatje, cafeetje (maar bij afbreken: paraplu-tje, ski-tje, café-tje, enz.).

 
  1. Heb je wel eens op ski... gestaan?

    1.   skis
    2.   ski's
  2. De agenten hebben nieuwe kepie... gekregen.

    1.   kepies
    2.   kepie's
  3. De dierentuin heeft een paar nieuwe zebra... gekregen.

    1.   zebras
    2.   zebra's
  4. Het aantal 65+ ers is erg toegenomen.

    1.   65+ers
    2.   65+'ers
  5. Een paar baby... begonnen te huilen.

    1.   babys
    2.   baby's
    3.   babies
  6. Waar liggen mijn pyjama ... ?

    1.   pyjamas
    2.   pyjama's
  7. In onze familie zijn er vier Anna....

    1.   Annas
    2.   Anna's
  8. In Gezelle... gedichten komt veel West-Vlaams voor.

    1.   Gezelles
    2.   Gezelle's
  9. Timmermans... Pallieter is een hymne aan de natuur.

    1.   Timmermans
    2.   Timmerman's
    3.   Timmermans'
  10. In dat woord heb je twee o... geschreven.

    1.   os
    2.   oos
    3.   o's
  11. In die milieu... spreek je beter niet over politiek.

    1.   milieus
    2.   milieu's
    3.   milieux
  12. Zijn er ook pony... in dat circus?

    1.   ponys
    2.   pony's
    3.   ponies
  13. Hoeveel foto... heb je gisteren gemaakt?

    1.   fotos
    2.   foto's
    3.   fotoos
  14. Mia... broer is verleden week getrouwd.

    1.   Mias
    2.   Mia's
    3.   Miaas
  15. Enkele CD&V ers stemden tegen.

    1.   CD&Vers
    2.   CD&V'ers
  16. Miro... schilderijen trokken de aandacht.

    1.   Miros
    2.   Miro's
    3.   Miroos
  17. Heb je in dat woord geen a tje vergeten?

    1.   atje
    2.   a'tje
    3.   aatje
  18. Mijn telefoonnummer eindigt op twee 8....

    1.   8en
    2.   8'en
  19. Ken je India... heilige stad?

    1.   Indias
    2.   India's
    3.   Indiaas
  20. Des avonds weet hij nooit wat hij moet doen.

    1.   Savonds
    2.   'S avonds
    3.   's Avonds
  21. Des maandags reist hij naar s ... Hertogenbosch.

    1.   Smaandags - 's Hertogenbosch
    2.   's Maandags - 's Hertogenbosch
    3.   Smaandags - 'S Hertogenbosch
  22. Conscience... taalgebruik is verouderd.

    1.   Consciences
    2.   Conscience's