FAMILIEKRONIEK

 

 

 

Uit onze kwartierstaat  - Waar woonden onze voorouders ?

 

Brugge

 

 Lauwe

 

Kortemark

 

Vichte

 

Vanden Abeele

 

Foto's kwartierstaat

GENEAGRAM

Prinses Mathilde                                     Prinses Liliane

Peter Benoit                                        ANDRIES PEVERNAGE                                  Stijn Streuvels

 

Publicaties

 

Karel de Grote

 

Familienieuws

 

 

 

 

 

 

KWARTIERSTAAT

Waar woonden onze voorouders ?

 

  BRUGGE    

 

 
 
 

 

Brugge is onze geboorteplaats. De stad waar mijn moeder (Joanna Van den Abeele) en haar voorouders in de rechte lijn zeker tot in de 17de eeuw hebben gewoond. De verste voorouder was Franciscus Johan Van den Abeele. Hij trouwde in Oostende in 1695 met Anna Maria Duyst, dochter van Simon en Elisabeth Missiaens, geboren op 16 januari 1673 in Vlissegem, overleden in Brugge op 3 januari 1747. Ze woonden wel in Brugge, want daar is hun oudste kind, Franciscus Jacob op 30 juni 1701 geboren. Een dochter Anna Maria is ca. 1703 geboren en overleden in Brugge op 19 september 1778. Ze was getrouwd met Judocus de Pauw. Maar de volgende zoon, onze voorvader Simon Franciscus, is niet in Brugge geboren. Hij zag op 2 oktober 1706 het levenslicht in het Franse Duinkerke. Blijkbaar verbleven zijn ouders af en toe in het buitenland. Dit was alvast zo met vader Franciscus in 1712 toen Anna Duyst moest optreden in absentie van selven haren man erghens uitlandigh. Misschien oefende hij het beroep van schipper uit, al hebben we daarvoor tot nu toe geen bewijs voor gevonden. Simon Franciscus trouwde in Brugge (Sint-Salvator) op 2 mei 1727 met Beatrijs Vervaeten. In dit huwelijk zijn minstens zes kinderen geboren. Kw 160 is Adrianus Johannes Van den Abeele. Geboren te Brugge op 11 mei 1767 en er overleden op 25 oktober 1858, 91 jaar oud ! Hij was schoenmaker van beroep en woonde in Brugge bij de Kruispoort in de Langestraat, nr. 94. Toen hij stierf woonde hij in de St.-Catharinastraat op de O.L.V.-parochie. Bij een bezoek aan het Museum voor Volkskunde kan je zien hoe de schoenmakers vroeger werkten. Van zijn vrouw Maria Vernis is het doodkaartje bewaard gebleven. Het wordt beschreven in: M.VAN WESEMAEL, Romantische doodkaarten, in: Ons Heem, 25 (1971), p. 191. Ook de zoon Adrianus Joannes oefende het beroep van schoenmaker uit. Hij woonde in de Potterierei, nr. 43. Bij zijn zoons horen de kosters van Nieuwkapelle en Veurne. Onze voorvader Ludovicus Augustus oefende verschillende beroepen uit. Hij kon niet verder studeren zoals zijn broers; toen hij in 1856 trouwde met Anna Catharina Verhaeghe was hij hovenier en woonde toen in Sint-Kruis. Later werd hij gezworen koornweger. Bij zijn overlijden woonde hij in de Katelijnestraat, nr. 65. Zoon Julien Ludovicus (Jules) Van den Abeele woonde eerst in bij zijn grootvader die hovenier was in de Koolkerkse kalsei. Na zijn huwelijk in 1883 met Amelia Blancke uit Maldegem, woonde hij eerst een jaar in de St.-Clarastraat. Tenslotte betrok hij de herberg 'In den Kleinen Tijger' in de Jan Boninstraat. Het huis is nog bewaard. Zoals zijn vader was hij eerst gezworen koornweger. Hij moest dus granen uit de schepen lossen en daarna wegen. Men diende een eed af te leggen dat men niet verkeerd zou wegen. Doordat ze veel moesten leveren bij de brouwerij Floor kwam hij met deze familie in contact en zo trad hij uiteindelijk in dienst van de brouwerij 'Rosenbrau', eigenlijk Floor. Daar bleef hij 47 jaar lang tot aan zijn dood werken. Hij leerde er trouwens ook zijn vrouw kennen. Jules was ook de koetsier van de familie Floor (oude koetsen kan je in Brugge nog zien in het koetsenmuseum in het koetshuis van het Gruuthusemuseum). Hij had twee zoons, mijn grootvader Hector die als letterzetter werkte bij Desclee de Brouwer en Alfons die hoofd was van de boekerij bij de Firma Desclee. Hector had één zoon, Jozef Van den Abeele, die les gaf in het VTI Brugge in de afdeling Grafische technieken. Hij schreef in 1985 De Letter en haar omwereld, een prachtig geïllustreerd boek. 
We hadden wel het geluk dat we voor deze familie niet zelf alles hoefden uit te zoeken. We kwamen in contact met Frans Vandenabeele, een onderwijzer (tot 1984) die toen nog in Jabbeke woonde. Hij spoorde met veel geduld alle nakomelingen van Franciscus op. Het resultaat verscheen laatst in 1995: 300 jaar Familie Vandenabeele te Brugge. Tot deze familie behoort ook baron Dries Vandenabeele (mederidder in de orde van 't Manneke uit de Mane). De titel van baron werd hem door de koning verleend op 22 mei 1989. Zijn wapenspreuk is heel toepasselijk Conservare ac procedere. Over zijn grootvader en familie schreef Dries een prachtig boek: Emiel Van den Abeele - een vechter -, Tielt, 1969. Het is niet alleen een boeiende familiegeschiedenis, het is ook een stuk boeiende geschiedenis van het dagelijkse leven van Brugge.
In onze bibliotheek ontbreekt Brugge niet. Voor de geschiedenis beperken we ons tot:
A.DUCLOS, Bruges. Histoire et souvenirs, Brugge, 1910 (anast. herdruk, Brugge, 1976).
J.A.VANHOUTTE, De geschiedenis van Brugge, Tielt-Bussum, 1982.
V.VERMEERSCH (red.), Brugge en de zee. Van Bryggia tot Zeebrugge, Antwerpen, 1982.
M.RYCKAERT, A.VANDEWALLE, J.D'HONDT, N.GEIRNAERT, L.VANDAMME, Brugge. De geschiedenis van een stad, Tielt, 1999.

 

 

 

VAN DEN ABEELE

 

 
 
 

 

Het oude wapen van den Abeele, zoals het in Rietstap afgebeeld staat, zou toebehoord hebben aan de Brugse van den Abeeles. Het is een sprekend wapen: in goud een keper van keel beladen met drie zilveren sterren, vergezeld van drie abelen van sinopel. De familienaam van den Abeele is duidelijk een herkomstnaam. De plaatsnaam Abele is tamelijk verspreid. De Flou vermeldt er in zijn toponymisch woordenboek tientallen. Bekend is Abele, een gehucht in Watou aan de grens met Frans-Vlaanderen. De naam van de voorname middeleeuwse Zeeuwse familie Van den Abeele is aan het kasteel De Abeele tussen Middelburg en Vlissingen verbonden. Nu herinneren de namen 'Groote Abeele' en 'Nieuw Abeele' ter plaatse bij Oost-Souburg nog aan dit kasteel en deze familie. Heyndrik van den Abeele, in 1354 poorter en baljuw van Middelburg heeft vermoedelijk het kasteel laten bouwen (Meertens instituut - Nederlandse familienamen).

 

In onze kwartieren zijn nog andere Brugse families vertegenwoordigd: Verhaeghe, Bonneure, Eneman, Vernis (of Fernis), Van Iseghem, Baete, Tervooren, Wouters, Danneels. Bij de beroepen valt vooral het hoog aantal hoveniers op (Bonneure, Verhaeghe, Eneman). Uit de kwartierstaat blijkt ook het internationaal karakter van een stad als Brugge. Zo is Petrus Tervooren (kw. 180) in Boxmeer (Noord-Brabant) geboren op 19 augustus 1752 en overleden in Oostende. Zijn echtgenote Anna Maria Kerckhove kwam van Amsterdam (Amstelodami in federatis Belgii provintiae) en is overleden in Brugge.

 

 

 

LAUWE

 
   Top pagina

 

Lauwe (nu een deelgemeente van Menen) is de geboorteplaats van mijn vader en van zijn ouders. De eerste Roelstraete die in Lauwe kwam wonen was Joannes Baptiste Roelstraete (° Ooigem 17.11.1815, + Lauwe 12.12.1886). Hij verliet in 1879 met zijn hele gezin het Oost-Vlaamse Machelen en kwam zich in Lauwe vestigen in de Menenstraat, niet ver van de Leie. Daar woonden ze nog in 1891. Het hele gezin vond zijn bestaan in het vlas. Lauwe was een echte vlasgemeente. Marcel Deprez beschrijft hoe de kledij van de vlaswerkers er uitzag. 'Die was vooral gericht op duurzaamheid. Onopvallend en zonder enige kleurschakering. Grauw-grijs als een weerspiegeling van het harde bestaan, het vele werk, zes dagen in de week. Broek en ondervest uit "pane" of velours, soms uit "Engels leer" een zware zwart-grijs fijngestreepte stof. Om enige beweging van de armen toe te laten waren de mouwen uit zwarte stof. Tijdens het werk droegen de zwingelaars op de armen een soort tweede mouw, voorzien van elastisch boord. Dit om de kledij te beschermen tegen sleet, het gaf ook enige warmte. Velen droegen een lendendoek uit flanellen stof. Een pet en klompen vervolledigde de uitrusting. Sokken dragen was zeldzaam. Het schootsvel behoorde bij de uitrusting, een voorschoot uit geolied linnen of bachestof werd gekocht bij de gareelmaker. Spaarzaamheid was aan de orde; bij een scheur of sleet plaatste men een stuk of lap.' Aan de Leie was het een drukke bedoening. Tussen 1894 en 1913 lagen tussen Komen en Deinze gemiddeld 6000 à 8000 hekkens in de rivier.
Lauwe stond centraal bij de familie van mijn vader en mijn grootouders. Maar verre wortels hebben er onze voorouders er toch niet gehad.

     Kamiel Roelstraete

 

 Mijn overgrootvader Camillus is er getrouwd en overleden. Ook zijn vrouw, Romanie Fiévé, die we nog goed gekend hebben, was er geboren en overleden. Haar ouders waren wel in Lauwe gestorven maar waren allebei van Wevelgem. De familie van mijn grootmoeder, Magdalena Peferoen (° Lauwe 7.2.1892, + Lauwe 3.5.1957) was van vaderskant van Wevelgem, haar moeder was wel van Lauwe. We moeten dus eigenlijk een beetje opklimmen in de kwartierstaat via de vrouwelijke lijnen om in Lauwe te blijven. Zoals gezegd had bijna de hele familie iets met het vlas te maken. Of ze baatten de herbergen uit die het van de vlassers moesten hebben. Een mooi voorbeeld is Leopold Fiévé, de vader van Romanie, die samen met de burgemeester van Rekkem een bloeiende vlashandel had. Al zijn kinderen moesten hierin meewerken. Later werd hij herbergier in de 'Marchand du Lin'. Pieter Peferoen-Vandeputte bouwde in 1902 het 'Prinsenhof' (later 'Middenstandshuis') op de Plaats. Begrafenismaaltijden in de familie vonden dan ook meestal hier plaats. Veel van die dingen konden mijn vader en ooms zich natuurlijk beter herinneren. Wat ons betreft is Lauwe vooral verbonden met het huis van mijn grootouders in de Wevelgemstraat waar ze in 1938 een stoffenwinkel begonnen. Mijn grootvader had twee passies: duiven en muziek. Ook zijn vader Camiel was een fervent duivenliefhebber en bij hem thuis vierde muziek hoogtij. Alle zoons bespeelden een instrument. Toen we nog met nieuwjaar met de hele familie samenkwamen werd er nogal wat gemusiceerd.

 

 

 

En mijn vader vertelde dat dit al zo was bij zijn grootvader. Het muzikaal talent van de familie was vooral de bekende componist Herman Roelstraete (° Lauwe 20.10.1925, + Kortrijk 1.4.1985). Aan zijn geboortehuis in de Molenstraat, nr. 37 werd een gedenkplaat aangebracht. Nu woont er behalve enkele neven (kozijns) van mijn vader bijna geen familie meer in Lauwe.

 

 

Enkele boeken of artikels uit onze bibliotheek verschaffen nog meer info:
R.BLANCKE, Zo was Lauwe, Nieuwkerken-Waas, 1985.
M.DEPREZ, Lauwe in oude prentkaarten, Zaltbommer, 1979.
M.DEPREZ, De herbergen in de gemeente Lauwe, in: HGOKKortrijk, 46 (1979), p. 218-266.
M.DEPREZ, Aantekeningen omtrent Lauwe, Lauwe, 1985.
B.DEWILDE, 20 eeuwen vlas in Vlaanderen, Tielt-Bussum, 1984.
A.VERMEULEN, De Leie. Natuur en cultuur, Tielt, 1986.
Tijdschriften :
Wibilinga (heemkundige kring Wevelgem)
't Wingheroen. Tijdschrift van de heemkundige kring Dr. Rembry-Barth Menen (Menen waartoe Lauwe nu behoort).

 

KORTEMARK

 

Mijn moeder deed haar middelbare studies in Kortemark. Mijn grootmoeder van moederskant, Marie Vandenberghe, was van Kortemark. Haar ouders (August en Juliana Lepoetre) woonden in Kortemark in de Hospitaalstraat, vanaf hun huwelijk in 1885 tot ze in 1922 naar Brugge verhuisden (eerst naar Rozendal, twee jaar later naar de Poitevijnstraat). Van hun huis in Kortemark bezit ik nog een vergeelde foto uit juni 1917. In dit gezin werden 7 kinderen geboren. Het enige jongetje, geboren in 1894, stierf toen het 43 dagen oud was. Van de meisjes zijn er slechts twee getrouwd: mijn grootmoeder trouwde met Hector Van den Abeele en haar zuster Bertha trouwde met Hectors broer Alphonse. Deze laatsten hadden één zoon die echter als jongeman overleed. Marie en Bertha zijn dus in Brugge gaan wonen. De oudste, Martha, volgde haar neef, Maurice Lepoutre, die pastoor was in Oost-Vlaanderen. Ik heb hem vooral gekend als pastoor in Aalter. Vele priesters uit West-Vlaanderen zijn door de Eerste Wereldoorlog verplicht geweest te studeren in Oost-Vlaanderen en zijn daar achteraf ook gebleven. Twee andere zusters, Zulma en Helena bleven altijd samen als dienstmeid, eerst bij pastoor Joseph De Vos (pastoor in Heestert en rustend pastoor in Ieper), nadien bij R. Butaye (eerst pastoor in Poperinge, nadien deken in Oostende waar hij in 1977 overleed). De jongste dochter, Joanna (° Kortemark 4.6.1896, + Gent 25.3.1972) werd geprofest bij de zusters Franciscanessen van Gent onder de naam zuster Laurentia. In Crombeen was ze econome. De voorouders van August Vandenberghe woonden zeker vanaf de 18de eeuw in Kortemark. Er zijn vele generaties kleermakers. Winoc was ook klokkenluider. De verst bekende voorouder is Joannes David Van den Berghe die op 6 april 1720 in Kortemark trouwde met Joanna Van Thoest. De ouders van overgrootmoeder Juliana Lepoetre, Pieter Jan en Francisca Goddyn, waren respectievelijk van Gits en Lichtervelde. Ze waren wel in Kortemark komen wonen. Pieter Jan Lepoetre stierf er op 1 april 1901 in zijn woning in de Ichtegemstraat. Hij had twee zonen en twee dochters: Juliana die trouwde met kleermaker August Vandenberghe, Henri ('kloefmaker' of klompenmaker) getrouwd met Emilie Van Parijs, Sidonie die trouwde met uurwerkmaker Hector Moenaert en Alois getrouwd met Emma Vandecandelaere. Begrijpelijk dat er in de streek van Kortemark nog nakomelingen wonen, maar ook in Amerika: een dochter van Henri, nl. Magdalena Lepoetre, trouwde met Maurice Debrandere en week uit naar de Verenigde Staten. De nakomelingen van Hector Moenaert vinden we o.m. in Brugge, Nieuwpoort en Izegem. Alois Lepoutre had twee kinderen, de al genoemde Maurice die priester was en Martha die trouwde met Firmin Leroy en in Tourcoing (Frankrijk) terecht kwam. Er zijn nog foto's van hun huis in Kortemark toen het tijdens de Eerste Wereldoorlog verwoest werd. Persoonlijke herinneringen aan Kortemark zijn meestal gebonden aan begrafenissen. Maar vooral door Michiel Mispelon zijn we veel met deze streek in contact gekomen. Het centrum van Handzame waarvan we secretaris zijn heeft als voorzitter Dr. Daniel Lambrecht, die burgemeester van Kortemark was.

 

Lectuur:
M.VERHAEGHE, Uit het verleden van Kortemark, Brugge, 1953. 
R.CREVITS, Menschen van te lande. Over leven en werken tussen Diksmuide en Kortemark 1840-1940, Veurne, 1992.
O.VOGELS, Kortemark op Krekebeke, dorp en streke door de eeuwen heen (toegevoegd de onlangs teruggevonden gedichten van priester-dichter Arthur Moenaert), Zedelgem, 1990.
M.VANSLEMBROUCK, Een pen vergaart wat wereld is. Figuren en boeken in Edewalle, Handzame, Kortemark, Werken en Zarren, Aartrijke, 1992.

Het onderwijs in Groot-Kortemark, Jaarboek 1991 "Crekel beke", Kortemark.

De vijf parochies van Groot-Kortemark, Jaarboek 1992 "Crekelbeke", Kortemark.

 

 

 

 

VICHTE

 

   Top pagina

 

Vichte is de gemeente van Christinne. Alhoewel ze er niet geboren is, is Vichte toch haar echte heem. Haar ouders woonden er en haar moeder is er geboren. De Vanhammes woonden altijd in de streek: Anzegem, Wortegem, Waregem, Ingooigem. Voorvader Adrianus Van Amme is wel in 1699 in Vichte geboren en ook zijn vader en grootvader waren van Vichte. Stamvader Jan van Hamme, was van Avelgem. Daar moeten we de familie tot in de 16de eeuw zoeken. Het waren vooral landbouwers en wevers.

 

 

De Demeulemeesters waren eerst van Vichte, maar zijn afkomstig van het Oost-Vlaamse Wontergem. De echtgenote van Leopold Demeulemeester, Felicita Eggermont, is zowel geboren, overleden als getrouwd in Vichte. Maar haar vader was van Zwevegem en haar moeder van Anzegem. Kristiens grootmoeder langs moederskant, Renildis Vandesteene, overleed in Vichte op 24 januari 1964. Ze was wel geboortig van Ingooigem. Haar vader, Franciscus Vandersteene was van Waregem en daar treffen we ze vele generaties aan. Van zijn grootvader Franciscus Vander Steene (° Waregem 12.1.1753, + Waregem 18.12.1825) en Maria Anna Theresia Cauwe (° Sint-Eloois-Vijve 15.11.1755, + Waregem 24.1.1822) stammen ook de Vandersteenes van Marke af, zodat onze dochter Mayken en haar man Jan Vandersteene hier gemeenschappelijke voorouders hebben: kwartierherhaling noemen we dat ! Ook de Putmans, de familie van grootmoeder van vaderskant hebben met Vichte te maken. Bruno is er overleden op 23 mei 1891 evenals zijn vrouw Barbara Vercruysse op 8 december 1937. Grootmoeder Marie Matilde Putman woonde tot haar huwelijk in Vichte. Ze zal met enkele anderen naar het bisdom trekken om er te pleiten voor een eigen parochiekerk op de Heirweg in Anzegem. (zie hierover het artikel van SPELEERS in het Jaarboek van de Gaverstreke).
Vichte is ook een beetje met onze eigen familiegeschiedenis verbonden: onze naam vindt hier zijn oorsprong in de heerlijkheid Houfstraete. Bij het oude Sint-Stefanuskerkje ligt Herman Roelstraete begraven. Daar had hij in 1977 het koor Musica Flandrorum zijn thuishaven gegeven. Hij werd in 1981 ereburger van Anzegem (waartoe Vichte behoort). En in het oude kerkje van Vichte vind je nog een link met Heule: de prachtige koperen grafplaat van Florentine Wielant (+ 1524), vrouw van Bavikhove, echtgenote van Willem van Heule (+ 1487), heer van Heule en Leeuwergem, nadien echtgenote van Jacob van der Vichte. Wie zich wil verdiepen in de geschiedenis van Vichte komt bij Leonard Blockeel terecht. 

We hebben volgende werken van hem in onze bibliotheek :
L.BLOCKEEL, De oude parochiekerk van Vichte, 1965. 
L.BLOCKEEL, E.WARLOP, Nova Terra dicitur Vehta. De abdij van Sint-Diederik bij Reims en de oudste geschiedenis van Vichte (einde 11de eeuw - einde 13de eeuw), in: De Leiegouw, 9 (1967), 5-58.
L.BLOCKEEL, Vichte in oude prentkaarten, Zaltbommel, 1973.
L.BLOCKEEL,  van der Vichte. de gemeente, de parochie, de heerlijkheid, het geslacht, Vichte, 1975.
L.BLOCKEEL, Het oud kasteel van Vichte, in: De Leiegouw, 20 (1978), 459-462.
L.BLOCKEEL, Toneel te Vichte, Vichte, 1980. Christinne en haar zusters speelden mee in Toneelgroep Streven.
L. BLOCKEEL, Vichts album, Vichte, 1987.
F. SANTENS (red.), Het geheugen van Vichte. Gedenkboek Leonard Blockeel (° 24-04.1924 - + 06-02-1993), Vichte, 1996.
Zie ook:

P. DESPRIET, De dorpsheerlijkheid en het kasteel van Vichte, Kortrijk, 2004.


Heel wat collega's genealogen zochten of zoeken naar dezelfde families uit deze kwartieren: Maria Vandersteene uit Onkerzele zocht jaren naar de familie Vandersteene (en vele andere families)(Lydie Vandermaelen en Luc Wante uit Vichte hielpen hierbij), je vindt ook een tak terug bij Gilbert Callens die in 1977 een boek over de Callens publiceerde, Roger Cauwe zocht de Cauwes op, ter gelegenheid van een familiefeest gaven de Putmans een 'Familieboek Putman' uit. Ook van de familie Degezelle (verwant met verschillende families uit deze kwartieren) verscheen recent een familieboek.

 

 

 
 
 
 

 

 

 

   Volgende pagina

 
 
 
 
 
 
 
 
 

 

S T A R T P A G I N A | I N T R O | L I N K S |  F A M I L I E K U N D E | F A M I L I E K R O N I E K

N A A M K U N D E | W A P E N K U N D E | S T A M R E E K S | 

G E N E A L O G I E   R O E L S T R A E T E | KWARTIEREN WOUTER ROELSTRAETE

 M A N N E K E uit de M A N E | 

  M U Z I E K | L E T T E R K U N D E

H E E M K U N D E | H E U L E S P I E G E L | H E U L E

 

   Top pagina

 

 

 
 
 

 

Voor info en commentaar kan je een e-mailtje sturen naar :

@ Johan Roelstraete
Kransvijver 41, 8501 Heule  -  Tel. 056 32 42 34
Gegevens uit de webstek mogen slechts overgenomen worden met toelating van de auteur.