|
|
NAAMKUNDE
Het verklaren van een familienaam is altijd een hachelijke zaak. Wel kunnen
de naamkundige en de genealoog op dit terrein goed samenwerken. Een naam kan je
maar zinnig verklaren als je beschikt over vroegere schrijfwijzen. Dit zijn niet
noodzakelijk de oorspronkelijke. Dit is in ons geval wel duidelijk.
Best
raadplegen we het werk van goede naamkundigen, al durven ze elkaar ook wel eens
tegenspreken. In ons geval hebben de twee geraadpleegde auteurs beiden een
stukje gelijk, maar ook niet volledig. Beiden zijn op zijn minst onvolledig als
ze alleen verwijzen naar het toponiem in Ooigem. De naamkundige kan de genealoog zeker
niet volledig wegcijferen !
F.DEBRABANDERE, Verklarend
woordenboek van de familienamen in België & Noord-Frankrijk,
Brussel, 1983, 651 en 1428.
W.BEELE, De familienaam
Roelstraete, in: Vlaamse Stam,
XXX (1994), p. 396.
DE
NAAMEVOLUTIE VAN DER HOUFSTRAETE à
ROELSTRAETE
Enkele schrijfwijzen :
|
|
|
|
De eerste tekst dateert uit 1369, de
tweede tekst is niet gedateerd, maar is duidelijk van dezelfde hand. (2) Haar
naam komt ook voor bij de Gentse
poorters van 1360 (DECAVELE). (In de stadsrekeningen van Gent 1360-1361 exuwen
=issuwe: van Mergrieten, Casis (= Casin, vleivorm van Nicasius) dochter van der
Houstraten 30 d gr. (wordt ontpoorterd (als poorter van Gent) zie VAN WERVEKE,
Stadsrekeningen Gent). Margareta bezat dus cijnsgrond in Ooigem en Bavikhove.
Deze grond was eigendom van het kapittel van Harelbeke.
Betrekkingen tussen Gent en Kortrijk
moeten ons niet zo vreemd lijken. In 1322 had de graaf Vlaanderen in drie
kwartieren verdeeld : Brugge, Gent en Ieper. Kortrijk behoorde tot het Gentse
kwartier. Toen Gent onder impuls van Jacob van Artevelde de kant van Engeland
koos in de Honderdjarige oorlog, volgde Kortrijk in haar spoor. Nog in 1347 had
Gent een garnizoen van 1000 man gelegerd in Kortrijk. Ook in 1382 koos Kortrijk
partij voor Gent. We kennen de gevolgen: na de slag bij Westrozebeke in 1382
werd Kortrijk ingenomen door Lodewijk de Haze, bastaardzoon van de graaf en werd
de stad na toelating van de koning van Frankrijk door de Bretoenen platgebrand.
De lijst van de Verbeurde Goederen
opgemaakt na de slag bij Westrozebeke in 1382 vermeldt twee naamgenoten:
"(Ingelmunster) Dese persone hier
naer te noemene hebben gheen goede: (o.m.) Martin van der houtstrate" en
"(Hulste) Jan de goutsmet, Heinric van der houtstrate ende Gille de Smet
doot van de bortoene (bezit) niet."(3)
De oudste weesregisters gebruiken de
schrijfwijzen vander houfstrate en vander
houtstrate(n) door elkaar. (4) Later krijgen we variaties als vander
houstrate, vander oustrate, vander oudtstrate, vander oufstrate, vander
ougstrate.
In de oudste poorterslijst, deze van
1398, vinden we de naam onder Ooigem gespeld als vander houstrate en in Meulebeke als vander houtstrate. We moeten er wel op wijzen dat deze lijst een
afschrift is van een verdwenen Vlaams klad. Vele namen werden hier vertaald of
volkomen verhaspeld. In de lijst van 1440 is de schrijfwijze steeds vander
houfstrate.
Vanwaar
komt het toponiem ?
Er is een toponiem in Ooigem zelf. In
een renteboek van 1415 troffen we de stede
ter houstrate, gehouden onder de heerlijkheid Duufhuze. Ook De Flou vermeldt
dit toponiem. Maar we menen dat dit toponiem eerder zijn naam gekregen heeft van
de bewoner dan omgekeerd. We hebben in ieder geval bewijzen dat het goed bewoond
werd door nazaten van Jacob van der Houstrate, o.m. door zijn zoon Heinric van
der Houstrate. Met de familie zal ook het toponiem in onbruik raken.
We vermoeden dat de familie veeleer
zijn naam te danken heeft aan de gelijknamige heerlijkheid, gelegen op de
driehoek Waregem-Deerlijk-Vichte. Het grootste gedeelte van de gronden lag in
Deerlijk en Vichte aan weerszijden van de Meulenbeke,
zowel in de kasselrij Oudenaarde als in de kasselrij Kortrijk. Het leen ter
Houfstraten vormde samen met de heerlijkheid te
Vlinderinghe in Moen het leen de twee
manschepen, gehouden van het leenhof van Harelbeke. Later werden dit de drie Manschappen.
Oorspronkelijk bestond het foncier
uit 6 bunders land in Deerlijk. Leenhouders waren in 1420 Wouter Blomme en in
1450 zijn dochter, getrouwd met Jan De Brune. De heerlijkheid was
achtereenvolgens in het bezit van de families de Groote, van Waes en van Lom. In
1574 werd de heerlijkheid gesplitst. Van de plaats waar deze heerlijkheid lag
naar Ooigem is het nauwelijks 6 km in vogelvlucht.
De schrijfwijzen van het toponiem
zijn al even verschillend als van de familienaam. Zowel houfstrate als houtstrate
komen voor. Nu bestaat de straat nog onder de naam Hoekstraat ! De heerlijkheid
dankt op zijn beurt zijn naam aan de gelijknamige straat die naast het
Methelawoud liep. Wilfried Beele kan dus op dit punt gelijk hebben als hij de
naam laat teruggaan op een houtstraat, een straat in het bos. De vorm houfstrate
is in dit geval een verkeerde spelling ! Alle latere vormen noemt de auteur
‘stuk voor stuk grillige verhaspelingen en reïnterpretaties'. Volgens ons
heeft de familienaam (van der) Haustra(e)te die al vroeg in Ronse voorkomt niets
met onze naam te maken. Er is zeker geen genealogisch verband. Ik zou dus zeker
aarzelen om haustraete en houstraete onder hetzelfde lemma te plaatsen.
|
|
|
|
De huidige Hoekstraat (bij den ‘Belgiek’ in Deerlijk) herinnert aan
de heerlijkheid Houfstraete
(1)
RAK, Kf. Harelbeke, nr. 1539 (Reg. III, 38 bis). Zeven brokstukken uit den
Parckeminen Boeck van 1369.
(2)
RAK, Kf. Harelbeke, nr. 1360 (fotokopie). Origineel in het bezit van E.H.
Vandenheuvel.
(3)
ARA, Rekenkamer, nr. 1163, f° 21 en 64.
(4)
Zie b.v. RAK, W. 3, Meulebeke, f° 135v°; W. 9, Bavikhove, f° 120 r°.
zie nu ook: J. ROELSTRAETE, De heerlijkheid Houfstraete in Deerlijk, Vichte en
Waregem, in: 29ste Jaarboek van de Geschied- en Heemkundige kring "De
Gaverstreke", Waregem, 2001, p. 139-167.
VERKLARING VAN ENKELE
FAMILIENAMEN UIT DE KWARTIERSTAAT
VANHAMME : (variaties: Ver(h)amme) gaat in dit geval
terug op een plaatsnaam ‘Hamme’ (landtong uitspringend in inundatiegebied)
en niet op de gemeente Hamme (zoals de Brabantse van
Hammes). Tot nu toe konden we opklimmen tot het einde van de 16de
eeuw. Toen was de familie woonachtig in Avelgem. Van daaruit verspreidde de
familie zich over Ingooigem, Vichte, Anzegem en Waregem.
VAN DEN ABEELE : deze familienaam gaat terug op een
plaatsnaam Abele (genoemd naar de
gelijknamige witte populier (uit Oudfrans albel, aubel). Er is o.m. Abele aan de
Frans-Vlaamse grens, ook in Nederland vindt men het toponiem terug. Onze tak
situeert zich uitsluitend in Brugge.
PEFEROEN : familienaam van Romaanse oorsprong, Nederlands
equivalent is de Pijper (een doedelzakspeler). Onze tak begint in Lauwe en
Wevelgem, maar komt van Meulebeke. Verderop moet men zoeken in Tielt (waar de
naam reeds begin 16de eeuw voorkomt) en Wingene.
FIEVE : fn uit het Oudfrans fiévé(t), wat leenman betekent
(denk aan het woord fief voor leen). Het Nederlandstalige equivalent is de fn De
Leenknecht. Onze familie stamt voor zover we ze konden terugvinden uit Menen.
VOORNAMEN
Uitleg van voornamen en het gebruik ervan is een ander
onderdeel van de naamkunde. Voor wie uitleg wil over een bepaalde voornaam of
wie interesse heeft voor bepaalde modetrends bij het geven van voornamen kunnen
we verwijzen naar volgende werken:
J. VANDER SCHAAR, bew. D.GERRITZEN en J.B. BERNS, Spectrum
voornamenboek, Utrecht, 1992, 412 blzn.
N.MAES, Een voornaam voor het leven. Hedendaagse voornaamgeving in
Vlaanderen, Zellik (Roularta), 1993, 240 blzn.
We illustreren met enkele voorbeelden :
Wouter : Vlaamse
vorm van een tweestammige Germaanse voornaam: eerste lid is wald, walt
(heersen), tweede lid is her
(leger, heer, heerser), dus zoiets als heerser over het leger. De Vlaamse
vleivorm was Weitkin. Wouter was bij ons populair in de Middeleeuwen. Onze zoon
kreeg zijn voornaam naar zijn oudst gekende voorouder.
Johan: van Johannes. Hebreeuwse naam: Johanan, d.i. Jahweh is genadig. De vele
variaties van deze voornaam zijn altijd populair geweest.
Pierre, Pieter, Petrus: van het Grieks petra = rots, als symbool van vastheid,
betrouwbaarheid. De apostel Simeon kreeg deze voornaam van Christus. Ook deze
naam is altijd heel populair geweest.
Amatus, Aimé: van het Latijn amatus ‘de beminde, de geliefde. Naam van een
Franse heilige uit de 7de eeuw.
|
|