Sedert de oudheid werd water als een element beschouwd, totdat in de 18de eeuw werd bewezen dat het een verbinding van waterstof en zuurstof is:
de Franse fysici Antoine Laurent Lavoisier, J.M.C. Meusnier de la Place en G. Monge ontleedden waterdamp door reactie met gloeiend ijzer (1783; gepubliceerd
1789) en de Hollandse Scheikundigen J.R. Deiman en A. Paets van Troostwijk ontleedden en synthetiseerden water met behulp van Vonken in hun 'Amsterdamse
proef van 1789'.
De structuur van het watermolecule is die van een gelijkbenige driehoek met het zuurstofatoom in de tophoek van 104° 27' en de O-H afstand: 0,0957 nm. Daardoor
heeft het watermolecule de neiging protonen van nabijgelegen H2O
moleculen aan te trekken onder de vorming van waterstofbruggen.
Het zuurstofatoom heeft de tendens zich tetraedrisch te omringen met vier protonen: twee uit het eigen molecule en twee, op grotere afstand, van buurmoleculen.
Hieraan is een groot aantal bijzondere eigenschappen van water toe te schrijven, bijv. het relatief hoge smeltpunt (0 °C) en kookpunt (100 °C).
De grootste dichtheid, 1000,0 kg/m3, ligt bij 4 °C.
( In 1891 introduceerde Vernon reeds de aanname van de associatie van watermoleculen in de vloeistoffase om het dichtheidsmaximum bij 4 °C, de
anomalie van water, te verklaren. Zijn structuurbeschrijving werd door Wilhelm Conrad Röntgen in 1892 uitgebreid. )
In totaal heeft het watermolecule acht buitenste elektronen, nl. zes afkomstig uit de 2s- en 2p-schillen van zuurstof en twee uit de 1s-schil van de twee waterstofatomen. Hiervan zijn vier elektronen gelokaliseerd in de twee molecuulbanen die verantwoordelijk zijn voor de chemische binding tussen de O- en H-atomen (z-y-vlak, omhoog) en de vier andere in de twee banen die in andre richtingen liggen (x-z-vlak, omlaag). Deze laatste vormen twee vrije elektronenparen, die sterk elektronegatief zijn en daarom de neiging hebben protonen van nabijgelegen H2O-moleculen aan te trekken. Het zuurstofatoom is daardoor enigszins negatief geladen, terwijl de waterstofatomen beide licht positief geladen zijn.
Water vervult in levende organismen een functie als o.a. oplos- en transportmiddel, chemisch agens en temperatuurregulator. Het watergehalte van levende organismen varieert van 98% in sommige zeedieren tot minder dan 50% in bacteriesporen; voor de volwassen mens bedraagt het 66%.
Bloed bestaat voor 79% uit water.
Spieren bestaan voor 77% uit water.
Ons skelet bestaat voor 22% uit water.
Zelfs onze tanden bestaan voor 10% uit water!
Bij gewervelde dieren liggen die percentages ongeveer even hoog.
De lichamen van ongewervelde dieren bevatten nog veel meer water.
De kwal spant de kroon: die bestaat voor 98 % uit water!
Ook het aardoppervlak bestaat voor bijna 71 % uit water.
Water is afgeleid van het Oudnederlandse Woord "watar". In het Oudnederlands bestonden er geen woorden die eindigden op "er" Zo was een kater een "katar" en een pater een "patar". Tot latar...
![]()
Sinds het begin van onze beschaving is de mens op zoek om water zo goed mogelijk te gebruiken voor zijn diverse behoeften. De eerste kunstmatige
irrigatiesystemen pompten 5000 jaar geleden reeds het water van de Nijl op.
Een millennium later wist men in India hoe drinkwater kon gezuiverd worden met een houtskoolfilter.
Muurtekeningen bij de grafkelders van Amenophis II en Ramses II tonen ingewikkelde leidingnetten in de Egyptische keukens van de 15e eeuw voor
Christus. Hippocrates (460 tot 354 v.C.) bracht een duidelijk inzicht in de biologische kwaliteit van het water.
Met de Romeinse aquaducten begon men tweeduizend jaar geleden het water op een min of meer grootschalige manier naar de mens te brengen, ook al duurde het nog
tot 1804 om het eerste echte drinkwaternet te zien aanleggen (in Paisley, Schotland).
Ook Vlaanderen haalt de "watergeschiedenis" met 's werelds eerste chloreringsinstallatie die in 1902 te Middelkerke werd gebouwd.
De mens heeft zich dus steeds goed aangepast aan het bijzondere patroon van het water. Het is pas sinds het begin van de industriële revolutie dat onze relatie
tot de aarde ingrijpend is veranderd, wat vandaag dreigt te leiden tot ernstige en onherstelbare schade aan de waterhuishouding van de aarde.
Water is onvervangbaar om te drinken, voor hygiëne, voedselproductie, visserij, industrie, waterkrachtproductie, scheepvaart, ontspanning. Water is tevens
noodzakelijk voor het gezond functioneren van de natuur waarvan de menselijke gemeenschap volledig afhankelijk is. Men is er zich vandaag meer en meer van
bewust geworden hoe belangrijk dit ecosysteem wel is en welke essentiële rol water hierin vervuld.
Men heeft het soms over de "ecosysteem-diensten"; hiermee wordt dan onder meer bedoeld activiteiten zoals voedselproductie, afremming van
overstromingsgevaar, uitzuivering van gevaarlijke en vervuilende stoffen,...
Ook de leefbaarheid van de oceanen hangt in grote mate af van de manier waarop we in het dagelijkse leven met zoet water omgaan. Dit water is voor de mens en
het hele ecosysteem van levensbelang en noodzakelijk voor de sociale en economische ontwikkeling van het mensdom. Het moet aan een aantal minimum
kwaliteitsnormen beantwoorden. Zo moet het zuiver zijn (en blijven) voor mens en milieu en het gebruik ervan mag de leefbaarheid van het ecosysteem geenszins
aantasten.
Om voor iedereen een bron van leven te blijven moet de toegang tot water aan een redelijke kostprijs kunnen gebeuren.
Water is de meest voorkomende materie op onze aarde; geen wonder dat we onze biotoop de Blauwe Planeet noemen. Ondanks het feit dat de Aarde zwemt in het
water (of is het misschien juist daardoor?) blijft onze kennis over functie en plaats van water nog te beperkt. Dit heeft te maken met het feit dat water een
"levende materie" is en zich voortdurend beweegt van de ene plek naar de andere. Nu eens dient het zich vloeibaar aan, dan weer vast of gasvormig.
Dit maakt de studie van het water tot een moeilijke onderneming. Dikwijls moet men zich met ramingen tevreden stellen. Dit belet niet dat onze "waterkennis"
de jongste jaren met rasse schreden is toegenomen; maar of we hierdoor "waterwijzer" zijn geworden? Zuinig met zuiver zoet water omspringen
of de natuurlijke insijpeling van water in de grond garanderen in plaats van elke oprit te asfalteren is blijkbaar nog niet evident.
Globaal schat men de watervoorraad in de wereld op 1.386 miljoen kubieke kilometer. Een indrukwekkend cijfer. Grote delen (70%) van onze aardbol zijn
met water overdekt. Dit wekt de algemene indruk dat water overvloedig beschikbaar zou zijn. Dit is niet het geval. De noodzaak om in verband hiermee een
specifiek en duurzaam beleid te ontwikkelen dringt zich dan ook op.
Uit de brochure van PROTOS, www.protos.be |
![]()
Overal op aarde is er een watertekort. Toch bestaat het aardoppervlak voor bijna 71% uit water. Is het dan zo moeilijk van zout water drinkwater te maken?
Jammer genoeg ja...
De totale hoeveelheid water op aarde wordt op ca. 1,65 × 1018 m3getaxeerd.
Van al dit water op aarde bevatten de zeeën en oceanen er 97 procent. De andere 3 procent is zoet water in rivieren, meren en als waterdamp in de lucht.
Dit zoete water komt is voor 68,7% opgeslagen in de vorm van ijs op de poolkappen en in het hooggebergte. De resterende 31,3% zoet water komt
voornamelijk voor als grondwater (30,15%). De resterende ca. 1,15% wordt ingenomen door het water in meren en rivieren en in de atmosfeer; dit vormt de
circulerende waterhoeveelheid. Daarnaast is er nog een aanzienlijke hoeveelheid water die niet aan de kringloop tussen atmosfeer en hydrosfeer (alle oppervlaktewateren
tezamen) deelneemt, nl. water dat o.a. als kristalwater is opgeslagen in gesteenten en mineralen (lithosfeer).
Water dat uit de lithosfeer aan de circulerende hoeveelheid wordt toegevoegd, bijv. bij het uitkristalliseren van magma of bij vulkanisme, of dat
nieuwgevormd wordt uit waterstof uit het inwendige van de aarde en atmosferische zuurstof, wordt juveniel water genoemd.
Zeewater is zout omdat de waterlopen zouten uit de bergen oplossen als ze naar zee stromen. Als het water aan de oppervlakte van de zee verdampt, blijven
de zouten achter.
Rivieren voeren per jaar honderden miljoenen ton zout naar de zee. Het komt in het rivierwater terecht door erosie van de gesteenten waar het water langs
stroomt. Het stromende water, vooral wanneer het enigszins zuur is, maakt af en toe een atoom of een molecule los uit de mineralen die het tegenkomt, en voert
die mee naar de zee. Bij die in het rivierwater opgeloste chemische bestanddelen zijn ook de natrium- en chloor-ionen die samen keukenzout (of
natriumchloride) vormen -- naast een hele reeks andere stoffen.
Rivierwater, "zoet water" bevat maar heel weinig zout, typisch zo'n zes atomen natrium en zeven chloor per miljoen moleculen water. Maar de
rivieren blijven wel onvermoeibaar zout aanvoeren, dag na dag, jaar na jaar, miljoen jaar na miljoen jaar.
Door de zonnewarmte verdampt er water uit de zee, maar het zout blijft daarbij achter. Een natriumatoom verblijft naar schatting gemiddeld meer dan
tweehonderd miljoen jaar in het zeewater, voor het er eindelijk uit ontsnapt, bijvoorbeeld in een zoutafzetting aan de kust, doordat het in een waterdruppel
door de wind aan land geblazen wordt of door een chemische reactie met de zeebodem. Chlooratomen verblijven nóg langer in het zeewater.
Zeewater bevat o.m. opgeloste anorganische zouten, atmosferische gassen en organische stoffen, alsmede plankton en zwevend niet-levend materiaal. Het
zoutgehalte ligt veelal tussen 34 en 370/00.
Dit betekent dat er in 1000 kg zeewater tussen 34 en 37 kg zout zit!
De Dode Zee, die eigenlijk een zout binnenmeer is behorend tot Israël en Jordanië spant de kroon met gemiddeld 35%!
Het waterniveau van de Dode Zee blijft echter dalen: lees hier.
In de Oostzee bedraagt het slechts 5-100/00 aan het oppervlak, in de Rode Zee tot 410/00.
De relatieve dichtheid aan het oppervlak, bij een normaal zoutgehalte en een temperatuur van 15 °C, bedraagt 1,026. Het vriespunt bedraagt -1,9 °C bij een
zoutgehalte van 350/00.
Er zijn vele methoden om zout water te ontzilten, waarvan slechts enkele bruikbaar op grote schaal. Verdampingsprocessen en kristallisatieprocessen zijn gebaseerd op het gegeven dat uit zout water geproduceerde waterdamp en (ijs)kristallen nagenoeg geen zout bevatten. Bij membraanprocessen wordt gebruik gemaakt van poreuze wanden die water beter doorlaten dan zout. Door druk of een spanningsverschil wordt zout water door het membraan gedreven.
"In de Arabische wereld leven 100 miljoen mensen vlakbij de zee. En toch is er een gebrek aan drinkwater... Inderdaad het ontzilten van zeewater kost enorm veel (een liter zeewater drinkbaar maken kost de prijs van een half vat ruwe olie). Daarom kunnen enkel rijke landen dit voorrecht genieten. De milieuministers van de Arabische wereld hebben erkend dat het tekort aan water de grootste ecologische bedreiging van de 21ste eeuw is voor hun regio. Daarom roepen ze de universiteiten en regeringen op om goedkopere ontziltingsmethodes te ontwikkelen, die kunnen worden gebruikt door alle Arabische landen. De toegang tot water hangt sterk samen met de verhoging van de levensstandaard en moet een prioritair aspect van het milieubeleid zijn." (Metro, 12 maart 2001)
Misschien wordt ontzilten later concurrentieel wanneer de waterprijs zal stijgen, maar dan waarschijnlijk alleen in kustlanden, die het met winst zullen
verkopen. Ook het transport zal geld kosten, en we kunnen maar hopen dat er nooit oorlog om water (toegang tot kust en rivieren...) zal gevoerd worden...
En toch...: artikels: ontzilting
![]()
Maar hoe zit dat nu met regenwater, opvangen of niet ?
Het gebruik van regenwater kan meestal niet onze volledige drinkwaterbehoefte dekken, maar kan zeker worden ingezet voor de toiletspoeling, de wasmachine,
het wassen van auto's en het sproeien van de tuin.
Waterverbruik in het gezin:
Elke Belg consumeert gemiddeld 7.400 liter water per dag. Dat berekenden de milieu-organisaties WWF, Ecolife en Velt. Die watervoetafdruk brengt zowel het directe als het indirecte waterverbruik in beeld.
120 liter water dient om te drinken, te koken en te wassen. De rest verbruiken we onrechtstreeks, via kleding, voeding, producten en toestellen. Zeventig procent van de voetafdruk is te wijten aan voeding. Voor een plakje kaas is bijvoorbeeld 120 liter water nodig. Deze week lanceren de organisaties een campagne rond de watervoetafdruk van onze voeding.
Uit De Standaard 3 september 2010.
Gemiddeld valt er in ons land 780 liter/m2 perjaar. Dit is het gemiddelde van de laatste 20 jaar waarbij zowel de natte als de droge jaren
werden genoteerd. Het regenwateraanbod kan ook nogal sterk verschillen per maand maar men rekent dus steeds met het jaargemiddelde.
2001 was het natste jaar sinds het KMI in 1833 met zijn metingen begon. Er viel 1087,3 liter water per vierkante meter!
Regenwater is niet te vergelijken met het drinkwater dat uit de kraan komt. In de krant De Standaard van 7/4/99 werd deze problematiek besproken.
Regenwater is van nature uit zacht, zuiver en reukloos. Naargelang de streek kan het regenwater echter een mindere kwaliteit hebben en vervuild zijn. Vooral
de luchtvervuiling, met o.a. de zuurtegraad, speelt hierbij een rol. Ook stof, bladeren, bloesem en allerlei vuildeeltjes kunnen zich in de lucht bevinden en
worden uitgewassen door de regen. Metingen hebben aangetoond dat de algemene kwaliteit zeer goed is, mits filtratie voor het gebruik.
De zuurtegraad kan geneutraliseerd worden door het plaatsen van een regenput in beton. Bladeren, stof en allerlei deeltjes kunnen worden afgescheiden door
filtratie in de regenpijp of voor de tank. Bacteriën- en algengroei wordt vermeden door de tank af te sluiten van het licht en ze onder de grond te
steken.
Volgens Zwitserse wetenschappers zitten er in het Europese regenwater in Europa vaak zoveel pesticiden dat het gevaarlijk is ervan te drinken. Volgens
professor W. Steurbaut, faculteit Landbouwwetenschappen aan de universiteit van Gent is dit inderdaad verontrustend.
Ook de Vlaamse Milieu Maatschappij (VMM) doet aan regenwateronderzoek en vindt daarin sporen van een tiental pesticiden in terug , meestal organische
stikstoffen, zoals simazine, atrasine, dichloorvos en lindaan. Zelfs nog paration, een sproeimiddel dat al jaren niet meer wordt gebruikt.
Bij ons wordt er dan nog weinig uit vliegtuigen gesproeid, zoals het wel gebeurt in Frankrijk en Duitsland. Daar stelt men vast dat 70 tot 80 procent
van de sproeistoffen vernevelt en slechts 20 procent op de planten terechtkomt.
Toch gaat het niet alleen om sproeistoffen uit de landbouw. Zo vinden wetenschappers vrij veel dichloorvos in de lucht. Een chemische stof die vooral
huishoudelijk wordt gebruikt. Ze zit bijvoorbeeld in de populaire Vapona-strips en is zeer vluchtig.
Conclusie?
"Geen regenwater drinken en ook niet gebruiken om te douchen", volgens F. Colman van het Provinciaal Instituut voor Hygiëne in Antwerpen. "Dat heeft niet alleen met pesticiden te maken, maar regenwater kan ook bacterieel besmet zijn. Wel propageren we het gebruik van regenwater voor de wasmachine en het toilet. De overheid geeft daar tegenwoordig premies voor."
![]()
België is namelijk, hoewel het hier veel en vaak regent, een land met een zeer lage reserve aan drinkwater. Door de vele bronnen van vervuiling moet
bovendien heel wat intensieve arbeid geleverd worden vooraleer het beschikbare water ook drinkwater geworden is.
Het overgrote deel van ons drinkwater wordt uit grondwater gewonnen. Het heeft nog voldoende kwaliteit om er op relatief eenvoudige manier drinkwater van te
maken. Maar.. met grondwater moet spaarzaam omgesprongen worden. Teveel winning van diep grondwater leidt tot uitputting van waardevolle reserves.
Ondiep grondwater biedt nauwelijks een alternatief. De winning ervan leidt tot verlaging van de grondwatertafel en tot algehele verdroging. Bovendien voldoet
slechts 50% ervan (de helft, dus) aan de strenge normen. De belangrijkste hinderpalen zijn te hoge nitraat-, en ammoniumgehaltes. Die zijn voor een groot
deel toe te schrijven aan het intensieve gebruik van mest en bestrijdingsmiddelen in de landbouw.
In België wordt het gedistribueerde water voor ca. 33% uit het oppervlaktewater gewonnen o.a. geleverd door de kunstmatige meren zoals die van de Gileppe, en
die te Eupen, Nisramont, La Roche-en-Ardenne, Couvin en Ieper.
De biologische kwaliteit mag dan al aanmerkelijk verbeteren, toch komen slechts enkele waterlopen in aanmerking om als ruwwater (basis) voor drinkwater te
dienen. De belangrijkste zijn het Albertkanaal en het Netekanaal. Maar ook bij dit relatief zuivere ruwwater zijn dure filterinstallaties nodig om de klus te
klaren.
Vooraadvorming gebeurt bovengronds in spaarbekkens zoals te Evergem, Diksmuide en Ranst en ondergronds door kunstmatige infiltratie in duinen en in hoge
zandgronden.
Waterverbruik in België blijft dalen:
De dalende trend die het waterverbruik in België sinds 1997 kent, blijft aanhouden, zo blijkt uit het jaarverslag van de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening (VMW), de grootste watermaatschappij van België. Dat is aan technische vooruitgang te danken. Zo verbruiken de nieuwe modellen vaatwasmachines steeds minder water en worden er ook meer en meer spaarknoppen op wc's en waterzuinige douchekoppen geïnstalleerd. "Het is niet zo dat de Belg minder lang in de douche staat", aldus Nicole Vaneylen van Belgaqua. De VMW produceert elk jaar wel wat meer water, maar dat komt omdat het aantal aansluitingen nog altijd toeneemt. "Het gemiddeld verbruik per dag en per persoon is de jongste jaren gedaald en blijft dalen", zegt Vaneylen. In 1997 verbruikte de Belg gemiddeld 120 liter water per persoon per dag. In 2000 was dat verbruik gezakt tot 114 liter per dag en in 2001 tot 113 liter per dag.
Uit De Zondag, 7 juli 2002. |
![]()
ZORGEN OM WATER (uit de Standaard 18/19 maart 2000 en "Knack &School")
Ruim 1,2 miljard mensen hebben geen toegang tot veilig water. In 2025 kan dat oplopen tot 2,3 miljard mensen.
In 1955 kampten zeven landen met permanente waterschaarste, in 2025 zullen het er dertig zijn.
De beschikbare hoeveelheid water daalt overal. In Afrika van 20.600 kubieke meter per persoon in 1950 naar 5.100 in 2000; in Azië - het
grootste probleemgebied van 9.600 naar 3.300 kubieke meter.
Ruim 71 % van het aardoppervlak of 361 miljoen vierkante kilometer van de aarde is bedekt met water. Slechts 0,512 % van het water op
aarde is zoetwater en is bruikbaar als drinkwater. Drinkwater is schaarser dan olie.
Modellen voorspellen dat in 2025 tot twee derde van de mensheid ten minste tijdelijk voor een ernstig watertekort zal staan.
Hydrologen berekenden dat de totale beschikbare hoeveelheid zoet water op aarde 9.000 kubieke kilometer beloopt. Daarvan zal in
2000 meer dan de helft op een of andere manier door de mens worden gebruikt. Momenteel komt twee derde van het verbruikte water in het landbouwcircuit
terecht, maar de vraag van de industrie zal tegen 2025 verdubbelen. Nu al wordt jaarlijks gemiddeld 450 kubieke kilometer afvalwater geloosd. Twee derde van
alle regenwater is nodig om die massa te verdunnen en af te voeren
Jaarlijks sterven ongeveer 4 miljoen kinderen aan ziekten die verband houden met vervuild water.
In de ontwikkelingslanden betaalt de arme bevolking gemiddeld twaalf maal meer voor een liter drinkwater dan de rijkere
landgenoten. In Jakarta is dat zelf zestig maal duurder.
Het duurt gemiddeld 4.600 jaar eer diepe grondwaterstromen "ververst" zijn. In de bovenste waterlagen kan dat
om de tien tot twintig jaar zijn.
De jongste 100 jaar ging de situatie inzake zoet water in alle opzichten achteruit.
De voedselproductie zal in de toekomst afgeremd worden bij gebrek aan zoet water, zeker in overbevolkte en arme gebieden.
Milieudeskundigen uit 50 landen plaatsen klimaatveranderingen op de eerste plaats van hun bekommernis, gevolgd door
schaarste aan zoet water, ontbossing, woestijnvorming en watervervuiling.
In het Midden-Oosten kan het watertekort tegen 2015 oplopen tot 67 procent van de vraag naar water.
Wetenschappers vrezen dat in 2025 een derde van de wereldbevolking zal leven in gebieden met een ernstig watertekort.
Veel water raakt belast met zuren, zware metalen en hardnekkige organische polluenten, die gezondheidsproblemen kunnen uitlokken.
Sommige verschijnselen spreken tot de verbeelding, zoals de confrontatie met hormoonachtige vervuilers, die borstkanker en steriliteit veroorzaken.
Als gevolg van gebrek aan schoon water eisen aandoeningen zoals diarree in ontwikkelingslanden een hoge tol aan vooral jonge levens.
Het Europees Milieu-agentschap rekent België en Luxemburg tot de landen waar zoet water onder druk staat. Wij spreken 40 procent van onze
grondwaterspiegel aan.
Elke Belg verbruikt gemiddeld 120 tot 130 liter water per dag. Kampioen van het waterverbruik is de car wash, met ongeveer 500 liter per
beurt.
Er zijn technieken ontwikkeld die de ontzilting van
zeewater relatief betaalbaar maken. De kosten zouden minder dan 40 fr. per kubieke meter kunnen bedragen, meent het Europees Milieu-agentschap.
De Verenigde Naties rekenden uit dat het 10 miljard
dollar zou kosten opdat alle mensen over een minimum aan degelijk drinkwater en sanering zouden beschikken.
Dit is de helft van wat de Amerikanen per jaar besteden aan voedsel voor hun huisdieren…
Meer dan miljard mensen hebben problemen met water.
GENEVE (dpa) - In de wereld wonen 1,1 miljard mensen die geen redelijke toegang tot water hebben. Het ontbreken van een goede riolering verslechtert de
levensomstandigheden van 2,4 miljard mensen, zo blijkt uit een rapport van de Wereldgezondheidsorganisatie WHO en het VN-kinderfonds Unicef
"Er is slechts 10 miljard dollar nodig per jaar om alle mensen te voorzien van drinkwater en om een goede riolering te onderhouden. Dat is net zoveel als
in Europa jaarlijks wordt uitgegeven aan consumptieijs en de helft van het bedrag dat Amerikanen jaarlijks besteden aan dierenvoer", aldus Richard
Jollie van de WHO.
Volgens de WHO sterven jaarlijks 2,2 miljoen mensen aan diarree. Schoon drinkwater en goed functionerende rioleringssystemen kunnen het aantal
slachtoffers met een derde reduceren. "Toegang tot schoon water en de beschikking over een goede riolering zijn fundamentele mensenrechten."
Eerder dit jaar besloten regeringsleiders op de VN-Millenniumtop dat het aantal mensen zonder schoon drinkwater, binnen vijftien jaar moet zijn gehalveerd.
Uit De Standaard, 23 november 2000. |
Watertekort voor miljard mensen.
De gevolgen van de klimaatveranderingen worden de komende decennia erg duidelijk.
De komende decennia zal ruim een zesde van de wereldbevolking in de zomer kampen met een tekort aan water. Door de opwarming van de aarde zal volgens prognoses sneeuw steeds sneller smelten en een groot deel van het water zal bij gebrek aan waterreservoirs ongebruikt in zee vloeien. Amerikaanse onderzoekers waarschuwen in het jongste nummer van Nature voor deze en andere gevolgen van de klimaatveranderingen.
De mens zal in een warmere wereld ook meer gezondheidsproblemen krijgen. Vandaag sterven volgens de Wereldgezondheidsorganisatie jaarlijks al zo'n 150.000 mensen aan directe of indirecte gevolgen van de klimaatverandering. De onderzoekers rond Jonathan Patz van de universiteit van Wisconsin halen de doden door hittegolven aan. Zij vrezen dat de stijgende temperaturen ook zullen leiden tot een grotere populatie insecten die ziektes kunnen overdragen, en tot meer mislukte oogsten.
De temperaturen in het gebied van de Rijn stijgen tot 2050 met bijna 2,5 °C. Door de opwarming zal het waterpeil van de Rijn steeds afhankelijker worden van de regenval, meent een onderzoeksteam rond Tim Barnett van de Scripps Institution of Oceanography in Californië. In de winter zal er vaker hoogwater staan, terwijl zich in de zomer vaker langere periodes van droogte voordoen.
De industrie, landbouw en huisgezinnen zullen de krappe watervoorraden in de zomermaanden moeten delen en de scheepvaart zal door het lage waterpeil beperkt worden, klinkt het nog. Ook kan er minder energie worden opgewekt met waterkracht. In het westen van de VS zal de opwarming van de aarde tot gevolg hebben dat vanaf 2050 de periode van hoogwater in de lente een maand vroeger begint. Omdat er niet voldoende waterreservoirs zijn om het teveel aan water op te vangen, zal er in de zomer een tekort zijn.
Uit De Standaard, 17 november 2005. |
Elk jaar verandert twee keer België in woestijn
Jaarlijks verandert ruim zes miljoen hectare landbouwgrond (twee keer België) in woestijn. De oorzaken zijn velerlei. Klimaatverandering die tot langduriger droogte leidt, speelt een rol. Een gebied kan ook verwoestijnen door overexploitatie en verkeerd landgebruik: roofbouw, overbegrazing, ontbossing, onoordeelkundige irrigatie.
Woestijnvorming heeft veel oorzaken, maar een gebrek aan neerslag zit daar niet bij. Fauna en flora van droge gebieden zijn op waterschaarste ingesteld. Als de schaarse neerslag naar draagkracht wordt benut, zal de woestijn niet oprukken.
Niet-duurzame en verkeerde landbouwpraktijken leiden tot degradatie en verwoestijning van de bodem. Overexploitatie door te intensieve landbouw of veeteelt doet de bodem zijn structuur verliezen. Voedzame bestanddelen spoelen uit de aarde weg. Daardoor verdwijnt de begroeiing die de bodem bij elkaar houdt en wordt de bodem aan weer en wind blootgesteld. Het resultaat is een kaalslag, en finaal een woestijnlandschap.
Boeren in de derde wereld proberen hun gronden vruchtbaar te houden door ze te bevloeien. In het water van hun irrigatiesystemen zit meestal ook zout. Door de warmte kristalliseert het uit en blijft het op de akker liggen. Zo komt er meer en meer zout in de bodem, waardoor er na verloop van tijd niets meer kan groeien.
Klimaatverandering versterkt de woestijnvorming. Omgekeerd neemt het koolstofdioxidegehalte van de atmosfeer door de bodemdegradatie toe, want er groeien geen planten meer die CO2 kunnen vastleggen.
Ontbossing werkt woestijnvorming in de hand. De behoefte aan brandhout voor keuken, verwarming en verlichting maakt dat geen tak gespaard blijft in de Sahel en andere met verwoestijning bedreigde gebieden. Er komt minder schaduw, waardoor vocht (nog) sneller verdampt en de grond rul en structuurloos wordt.
De term verwoestijning slaat meestal niet op de uitbreiding van bestaande woestijnen, wel op een verlies aan vruchtbaarheid van bodems in droge gebieden.
Woestijnen bedekken ongeveer een vijfde deel van het landoppervlak van de aarde. Twee miljard mensen wonen in woestijnen en op droog land.
In een woestijn valt minder dan vijfentwintig centimeter neerslag per jaar. Ter vergelijking: in België valt jaarlijks ruim tachtig centimeter neerslag, in tropische regenwouden meer dan honderdvijftig centimeter.
De grootste aaneengesloten woestijn is de Sahara. Ze strekt zich uit van de Atlantische Oceaan tot aan de Rode Zee, over een oppervlakte van negen miljoen km2. Op het nummer twee en drie staan de Gobiwoestijn in Mongolië/China en de Kalahari in Zuid-West-Afrika.
Verwoestijning bedreigt zeventig procent van de droge gebieden in de wereld en daarmee de twee miljard mensen die er wonen. Kwetsbare gebieden voor verwoestijning liggen in Midden-Azië en in de Sahel, de hoorn van Afrika en Zuid-Oost-Afrika.
Uit De Standaard, 8 april 2008. |
![]()
TIPS OM WATER TE BESPAREN (EN DUS MINDER TE VERVUILEN):
Minder water verbruiken betekent ook minder vervuilen. Met een beetje inspanning kon een gemiddeld gezin tot 80.000 liter water per jaar besparen!
Laat de kraan nooit zomaar lopen niet tijdens het wassen, niet bij het tandenpoetsen (gebruik een bekertje!) of het scheren, ook
niet tijdens de vaat of op andere momenten.
Per minuut bent u gemakkelijk 5 liter water kwijt.
Neem een douche in plaats van een bad, het resultaat is hetzelfde en u verbruikt véél minder water. Met het water van één bad kunt u
drie keer douchen. Kies voor thermostatische ééngreepsmengkranen. Bij andere kranen gaat veel water en energie verloren vooraleer u de juiste temperatuur
hebt bereikt.
Laat een spaardouchekop installeren. Een gewone douchekop verbruikt 10 tot 18 liter water per minuut. Een degelijke spaardouchekop neemt
genoegen met 5 tot 7 liter water per minuut.
Gebruik regenwater, met behulp van een afvoerpijp kunt u regenwater opvangen in een ton. Ideaal voor de schoonmaak of het wassen van de
auto. Bij nieuwbouw kunt U regenwater gebruiken voor de toiletspoeling.
Uit een tuinslang komt tot 2.000 liter water per uur!
Gebruik liever een gieter voor het besproeien van planten, en emmers water voor het wassen van de auto. Geef voor deze activiteiten de voorkeur aan regenwater
uit put of ton in plaats van kostbaar drinkwater uit het kraantje.
Besproei planten en gazon alleen als het lange tijd droog is. Doe het liever één keer per week gedurende een kwartiertje dan elke dag
vijf minuten
Installeer een toilet met waterbesparende knop, elk gezin spoelt bijna 40% van al het drinkwater dat het verbruikt door het toilet.
Indien u niet onmiddellijk een nieuw toilet kunt installeren, beperk dan het verbruik door een baksteen of een met water gevulde fles in de spoelbak te
leggen.
Herstel lekkende kranen en toiletten meteen, een kraan die 10 druppels per minuut lekt, zorgt voor een jaarlijks verlies van bijna
2.000 liter!
Was de auto met emmer en spons, met een tuinslang verbruikt u minstens tien keer meer water!
Probeer het water dat u toch verbruikt zo min mogelijk te vervuilen: gebruik zo weinig mogelijk 'onnatuurlijke' producten, gewone zeep is
beter voor het milieu dan shampoo, gel, badolie, badschuim, enz.
Gooi geen rommel in de gootsteen: olie, frituurvet, verf en andere giftige producten horen thuis in de milieubox of op het
containerpark. Overtollig vet uit de braadpan kunt u met een keukenpapier verzamelen en in de vuilnisbak gooien.
Wees zuinig met (af)wasmiddelen en bleekwater, ook dat zijn vaak schadelijke producten. Gebruik een fosfaatvrij wasmiddel.
Isoleer alle warmwaterleidingen.
Beperk de temperatuur in de boiler tot 60°C. Hogere temperaturen verhogen de kalkaanslag en verminderen de levensduur van de
apparaten.
Schakel uw wasmachine en vaatwasmachine alleen aan als ze volgeladen zijn. U bespaart op die manier water én energie. Hebt u gekozen voor
het tweevoudig uurtarief en laat u uw machines 's nachts draaien, dan maakt u nog meer winst.
And last but not least: take a bath with your friend !!!
![]()
Waarom een waterverzachter plaatsen?
Er zijn drie hoofdargumenten die mensen aanzetten om een waterontharder te plaatsen:
De technische voordelen : het gebruik van zacht water verlengt aanzienlijk de levensduur van boilers en van alle andere
huishoudtoestellen waar warm water aan te pas komt.
De dubbele besparing: in eerste instantie op energie, maar ook merkt men al snel dat er veel minder detergent, wasverzachter,
badschuim,. .. moet gebruikt worden. Zacht water doet namelijk veel makkelijker schuimen.
Het comfort: zacht water geeft een aangenaam gevoel.
Kalksteen (CaC03) bestaat uit verschillende elementen, namelijk uit calcium en magnesium, die van nature in het water voorkomen. Deze oligo-elementen zijn goed voor de gezondheid en zijn zelfs onontbeerlijk voor een normaal functioneren van het menselijk lichaam. In te grote concentraties veroorzaken ze echter problemen voor een aantal huishoudelijke installaties. In watervoerende toestellen leiden ze tot kalkaanslag op leidingen, kranen enzovoort. Verwarmingstoestellen, zoals boilers en geisers hebben eveneens met deze problemen af te rekenen In het geval van kranen en leidingen, hindert de kalk in de eerste plaats de normale waterdoorstroming. Het debiet daalt naargelang de verkalking toeneemt en in extreme gevallen kan de buis zelfs volledig verstopt raken.
Het werkingsprincipe, ionenwisseling:
Zoals gezegd, leidt de aanwezigheid van calcium en magnesium in het water tot kalkafzetting, die vanaf een zekere omvang, de goede werking van diverse
apparaten zal schaden. Via het fysico-chemisch werkingsprincipe van de verzachter wordt dit als volgt tegengegaan. Het bestaat erin de calcium en
magnesium die van nature in het water aanwezig zijn, op te vangen met behulp van ionenwisselaarhars. Die harsen zitten in de verzachter en hebben de
eigenschap dat ze natriumionen kunnen uitwisselen in het water tegen calcium- en magnesiumionen.
Zodra de opnamecapaciteit van calcium- en magnesiumionen bereikt is, raakt het hars verzadigd en is er een regeneratie nodig om nieuwe calcium- en
magnesiumionen te kunnen vasthouden. Tijdens deze regeneratiefase gebeurt het omgekeerde proces. Het hars zal natriumionen opnemen en calcium- en
magnesiumionen afgeven, die op hun beurt in de afvoer verdwijnen. Dit omgekeerde proces wordt ingezet met behulp van een zoutoplossing, die de harsen
weer oplaadt met natriumionen om de opnamecapaciteit weer op peil te brengen.
De cyclus kan dan weer van voor af starten.
Te zacht water vermijden
Dit is een van de kernpunten bij het gebruik van een waterverzachter. Het is met deze toestellen mogelijk om het laatste greintje kalk uit het water te
halen. Dit kan echter schadelijke effecten hebben, met name voor het menselijk organisme. Te zeer onthard water kan tevens corrosief inwerken op metalen
leidingen en ernstige gevolgen hebben voor de gezondheid. Het verzacht water stroomt door de leidingen en raakt zo meer en meer geladen met metaaldeeltjes.
Als men dan van dat water drinkt, neemt men deze metaaldeeltjes op, wat schadelijke effecten kan hebben. Minder ernstig, maar toch nog het vermelden
waard, is dat bij een te sterke ontharding, het zoutverbruik al te zeer zal stijgen.
Het is dus aan te raden om zich tot de vakman te wenden voor een juiste afstelling van het toestel in functie van de waterhardheid. Over het algemeen
is men het erover eens dat de resthardheid tussen de 10 en 15 Franse graden moet liggen (de waterhardheid wordt gemeten in Franse graden).
Iedere watermaatschappij kan u op eenvoudig verzoek informeren over de hardheid van het water dat u van hen koopt. Weet wel dat water van regio tot regio een
andere hardheid kan hebben. Meestal wordt deze hardheid uitgedrukt in Franse graden. Duitse graden worden ook gebruikt, vooral in Nederland. Voor wie het
helemaal juist wil weten geven wij hierna nog even de juiste formulering:
Franse graden: 1°fH = 10 mg CaC03/liter = 0,2 meq Ca/liter = 4 mg Ca/l
Duitse graden: 1°dH = 10 mg CaO/liter = 0,357 meq Ca/liter = 7 mg Ca/l
Een Duitse graad is gelijk aan 0,18 mMol per liter, oftewel: 1 mMol is 5,6°dH
(volgens het standaard-eenhedenstelsel (SI-stelsel) moeten we de hoeveelheid van een stof uitdrukken in mMol.)
Te hard water, hardheid hoger dan 30 Franse graden is echter nooit schadelijk voor de gezondheid. Maar door de overmatige kalkafzetting of door vorming van kalksteen kunnen de leidingen en toestellen wel verstopt geraken...
![]()
Als metalen in contact komen met water, dan zullen er ionen uit het metaal gaan oplossen in het water. In het metaal zelf stijgt dan de negatieve lading,
die het overgaan van positieve ionen in het water zal tegengaan. Op een gegeven ogenblik wordt een evenwichtstoestand bereikt, waarop er evenveel ionen in
oplossing gaan in het water, als er terug worden aangetrokken in het metaal. De toestand blijft dan stabiel en het metaal lost niet verder op. Hoeveel ionen er
nu precies in oplossing gaan, is verschillend voor eik metaal. Sommige metalen, zoals ijzer of zink gaan gemakkelijk in oplossing, andere, zoals koper, vrij
moeilijk. Hoe moeilijker een metaal in oplossing gaat, hoe edeler men het noemt.
De aanwezigheid van zuurstof in het water is een complicerende factor bij dit fenomeen. Zuurstof gaat namelijk reageren met de overblijvende elektronen in
het metaal, zodat er geen evenwicht kan ontstaan. Zolang er zuurstof wordt aangevoerd, zal het metaal dus in oplossing blijven gaan, tot het uiteindelijk
helemaal verdwenen is. De zuurstofaanvoer hangt grotendeels af van twee factoren. Ten eerste moet er verse zuurstof in het systeem komen, ofwel omdat er altijd
vers water in de leidingen komt, zoals bij een drinkwaterleiding, ofwel omdat de installatie niet zuurstofdicht is, bijvoorbeeld als delen van de installatie
uit een zuurstofdoorlatende kunststof zijn. Ten tweede moet de zuurstof in contact met het metaal kunnen komen. In combinatie met metaal zal zuurstof aan
de oppervlakte van de leiding metaaloxiden gaan vormen. Bij sommige metalen zijn die oxiden ondoorlaatbaar en vormen een vaste laag aan de oppervlakte van
de leiding die de rest van het metaal afschermt. De verse zuurstof kan niet bij het metaal onder die beschermlaag en het beschadigingsproces valt stil. Dat is
bijvoorbeeld het geval met koper en aluminium. Bij ijzer daarentegen, zijn de ijzeroxides, beter bekend als 'roest', niet ondoorlaatbaar. De rest van het
metaal wordt niet afgesloten van de verse zuurstof en blijft corroderen, tot er een gat ontstaat.
Te warm zorgt voor problemen.
Net zoals alle andere chemische processen, verloopt ook dit proces onder invloed van de temperatuur. Hoe warmer het is, hoe sneller het proces zal verlopen. Warmwaterleidingen zullen dus veel sneller corroderen dan koudwaterleidingen. Bovendien maakt het voor een warmwaterleiding nog een verschil hoe warm het water precies is: een systeem aan 80°C zal sneller schade lijden dan één aan 65°C Een andere factor waarmee rekening moet gehouden worden is de werking van het warmwatersysteem. Een installatie met kringloop en circulatiepomp, waar constant warm water doorstroomt, is meer aan corrosie onderhevig dan een systeem met lange aanvoerleidingen zonder circulatie tot aan het tappunt. In het laatstgenoemde systeem zal het water immers geregeld afkoelen, wat meteen de corrosie vertraagt. Het bestrijden van leidingverliezen voor minder verbruik en groter comfort kan dus ongewenste neveneffecten hebben.
Let op de PH. (zie ook PH-waarde)
De pH-waarde, of zuurtegraad van het water is eveneens een belangrijke factor in het corrosieproces. Hoe lager de pH waarde, hoe zuurder en dus hoe corrosiever het water is. Dit proces staat los van corrosie door zuurstof, maar is evengoed schadelijk voor de leidingen. Met drinkwater zijn er in principe op dit vlak geen zware problemen te verwachten, omdat de wet verplicht dat kraanwater een pH waarde tussen 6,5 en 9,2 moet hebben. Anders is het gesteld met leidingen voor putwater of regenwater. Dat kan namelijk vrij zuur zijn. Regen kan gemakkelijk een pH-waarde van minder dan 6 hebben. In industriële gebieden kan dat zelfs nog een stuk lager liggen door interactie met de uitstoot van fabrieken. Het zijn dus niet alleen de bossen die last kunnen hebben van zure regen.
![]()
PH-waarde:
In de sector van het drinkwater is het meten van de pH-waarde al routine geworden. Wettelijk gezien mag de pH van drinkwater tussen pH 6,5 en 9,5 schommelen. Een pH-waarde tussen 4 en 6,5 is niet meteen schadelijk voor de gezondheid. Maar pH-waarden lager dan 6,5 veroorzaken een sterkere vorming van lood, koper en zink uit de waterleiding. Zodoende moet de pH-waarde regelmatig gemeten en ingesteld worden om de vorming van deze materialen te minimaliseren. Hierna wordt de meting van pH uitvoerig toegelicht.
Wat is de pH-waarde?
pH is de afkorting voor de Latijnse term "pondus hydrogenii"(pondus = druk; hydrogenium = waterstof). De pH-waarde is dus een maatstaf voor
de 'concentratie' waterstofionen in een medium. De concentratie hangt nauw samen met de zure, neutrale of basische hoedanigheid van de pH-waarde.
Om het gebruik van de grootheid 'concentratie' te vereenvoudigen stelde Sörensen in 1909 de invoering van een waterstofexponent voor als negatief
decimaal logaritme van de concentratie waterstofionen:
PH = -log c H+ (c staat voor concentratie)
Een H+-concentratie van 10-4 mol/l (molecules per liter) is dus een pH-waarde van 4.
De pH-schaal wordt vandaag door een reeks gestandaardiseerde bufferoplossingen vastgelegd. Bufferoplossingen zijn oplossingen met een precies bepaalde pH
waarde. Theoretisch kan deze pH-waarde aan de hand van de samenstelling van de oplossing berekend worden.
Schatten van de pH-waarde:
De oudste methode voor het bepalen van de pH-waarde is de smaakzin.
Neemt men bijvoorbeeld staaltjes van stoffen met een verschillende pH-waarde in de mond, dan blijken deze op verschillende wijze te prikkelen; we kunnen deze
omschrijven als zuur of klef. Deze methode is echter erg onnauwkeurig. Daarnaast is deze methode eerder ongezond. Denk maar aan de smaakbepaling van
zoutzuur. Daarom werden andere methodes ontwikkeld om de pH-waarde nauwkeurig en veilig te bepalen.
Kleurindicatoren (pH-strepen) hebben als voordeel dat veel chemische reacties beïnvloed worden door de aanwezige pH-waarde. Deze speciale
verbindingen beschikken over de mogelijkheid om waterstofionen protonen - af te geven of op te nemen en daarbij van kleur te veranderen. De intensiteit en de
aard van de kleurverandering kunnen op een vergelijkingsschaal afgelezen worden. De verandering is doorslaggevend voor de gemeten pH-waarde van het
medium. Alhoewel deze methode heel eenvoudig is, bekomt men slechts een benadering van de werkelijke pH-waarde. De nauwkeurigheid bedraagt hier enkele
tiende pH-eenheden.
Ook de fotometer functioneert op het principe van de kleurverandering. De relatie intensiteit - pH gebeurt door kalibratie, die voordien in tabelvorm
opgesteld werd. Oplossingen met gekende pH-waarde (bufferoplossingen) liggen hier aan de basis.
Potentiometrie:
De potentiometrische meting met een elektrochemische sensor - de glaselektrode - is vandaag de meest gebruikte methode voor het bepalen van de pH-waarde.
Elektrochemische sensoren geven een spanning af die verandert naargelang van de concentratie van waterstofionen in het medium. De pH-glaselektrode is
gekenmerkt door het grote meetbereik bij een hoge nauwkeurigheid en de eenvoudige bediening, waardoor de elektrode geschikt is voor veelzijdige
toepassingen.
![]()
In drinkwater zit altijd opgeloste zuurstof. Door de reactie met het leidingmateriaal wordt op de met het drinkwater in aanraking komende wanden een
beschermingslaag van koperoxide gevormd. Deze laag reageert met de in het drinkwater zittende zouten en gassen tot een meestal groene deklaag (geen
kopergroen). Door dit reactieproces komen altijd uiterst kleine hoeveelheden koper vrij.
Als nu bijvoorbeeld na koperen leidingen, in de stromingsrichting van het water, verzinkte leidingen zijn gemonteerd, zetten de koperionen zich vast op
de wanden van deze laatste. En daar koper een edeler metaal is, gaat op die plekken het minder edele zink of het minder edele ijzer in oplossing. Zo kan
het tot door koper geïnduceerde doorboringen komen in verzinkte leidingen of installatiedelen.
Om zulke gevallen te voorkomen, moet de installateur de van ouds bekende stromingsregel
toepassen en die regel luidt: in drinkwaterinstallaties koper - gezien in de stromingsrichting - monteren na verzinkt staal.
In verwarmingsinstallaties is de naleving van de stromingsregel niet belangrijk en heterogene installaties vormen hier dus geen probleem. Voorwaarde daartoe is
wel dat het om een gesloten installatie gaat en dat de installatie zodanig is uitgevoerd dat er in geen geval zuurstof in het verwarmingswater kan komen en
dat schadelijke ketelsteenvorming is uitgesloten.
In een gesloten installatie wordt al bij de eerste opwarming van het water de voor de corrosie zo belangrijke reactiepartner zuurstof - thermisch uitgedreven.
Zij verdwijnt langs de ontluchting van de installatie. De nog blijvende zuurstofresten worden door het metalen oppervlak van de buizen gebonden - het
weer opnemen van zuurstof is in vakkundig uitgevoerde installaties praktisch uitgesloten, vooral daar koperen buizen diffusiedicht zijn.
![]()
Waterstof is een schitterende bron: in een reactie met zuurstof levert waterstof alleen elektriciteit én water op. Waterstof produceert dus energie
zonder afvalgassen. Maar de brandstofcel, de technologie die deze reactie de baas kan en al dateert van 1839, bleef al die tijd veel te duur.
Optimisten geloven dat in 2003 een auto, draaiend op waterstof, tegen een concurrerende prijs op de markt zal verschijnen. Ook de elektriciteitsopwekking
op basis van de brandstofcel zou op de rand van de massaproductie staan. En de waterstofturbine of de motor die rechtstreeks draait op waterstof laat niet
lang meer op zich wachten.
De hernieuwbare energiebronnen kunnen een sterke bondgenoot in de waterstofeconomie vinden. Waterstof is immers te stockeren terwijl het opslaan
precies de grote lacune is van wind- en zonne-energie. Nu is er voor de productie van waterstof (door de omgekeerde reactie van water en elektriciteit
op gang te brengen) heel wat energie nodig. Die energie kan dan geleverd worden door wind en zon in de piekmomenten. In een ideaal scenario kan het samenspel
van waterstof en hernieuwbare energievormen het reservesysteem overbodig maken.
De waterstofeconomie kan de wereld mee helpen van energie te voorzien tot de heilige graal kernfusie - gevonden wordt. Ontsluieren wetenschappers de
geheimen van deze energiebron dan is er bijna onbeperkt schone en veilige energie voorhanden. De techniek daarvoor boekte de jongste jaren trouwens veel
vooruitgang. Toch zou de mensheid minstens nog vijftig jaar geduldig moeten wachten op kernfusie. Zolang blijft ook energie uit kernsplitsing de joker.
Maakt kernenergie een comeback als de energienood groot wordt? Bronnen als artificiële fotosynthese of magma-energie worden getipt in een tweede golf van
hernieuwbare energiebronnen. De technologie is er dus om uitdovende energiebronnen te vervangen door andere. Als de markt de bronnen mag kiezen,
kennen de energieprijs en de energiebevoorrading, net als de voorbije eeuw, ook de komende eeuw een stabiel karakter.
![]()
Eb en vloed hebben te maken met de maan. Het is inderdaad onze enige natuurlijke satelliet (gemiddeld zo'n 384.400 km van de aarde verwijderd) die
ervoor zorgt dat bij vloed (hoogwater) de golven van de zee veel verder op het strand komen dan bij eb (laagwater). Deze rusteloze rijzing en daling van het
zeewater gebeurt tamelijk regelmatig met periodes van iets minder dan twaalf en een half uur. Het is de aantrekkingskracht van de maan die het verschijnsel
veroorzaakt. Aan de kant waar de maan staat (en eveneens aan de tegengestelde kant van de aarde) wordt de massa zeewater als het ware opgebold. Als maan en
zon (maar de aantrekkingskracht van de zon is veel kleiner dan die van de maan, omdat ze veel verder van de aarde af staat) in één lijn staan, is de aantrekkingskracht
maximaal. Dit heet springtij.
Als de springtij vergezeld gaat van sterke wind die landwaarts blaast, kunnen de golven een verwoestende kracht op de kusten uitoefenen.
Het tegengestelde van springtij is doodtij. Dan werken de krachten van zon en maan elkaar tegen, zodat het hoogteverschil tussen hoog- en laagwater veel
kleiner is dan gemiddeld.
Het tijverschil is niet in alle zeeën even groot. Wie pootjebaadde in de Middellandse Zee weet dat het tijverschil zeer klein is, gemiddeld 30 centimeter.
In volle oceaan bedraagt het van een halve tot één meter. Maar in ondiepe zeeën zoals de Noordzee kan er een tijverschil van meters ontstaan. In Oostende bij
voorbeeld is het gemiddeld tijverschil bijna vier meter. De Fundy Baai nabij Nova Scotia in Oost-Canada krijgt de oscar uitgereikt: daar worden verschillen
van zestien, soms van twintig meter gemeten, meer dan de hoogte van een huis van vier verdiepingen!
In Frankrijk is de Mont-Saint-Michel een toeristische attractie bij uitstek, die jaarlijks honderdduizenden bezoekers trekt. Het is een hoge, bebouwde
granietrots die bij hoogwater door de zee omspoeld wordt. Een twee kilometer lange dijk verbindt de rots dan als een navelstreng met het vasteland. Bij
laagwater wordt Mont-Saint-Michel door het drooggevallen strand omgeven. Het getijverschil is hier 15 meter groot.
![]()
Professor Thomas Morrison is een Brits drinkwaterexpert:
In opdracht van de Wereldgezondheidsorganisatie reist hij alle continenten af en probeert hij nationaal, regionaal en zelfs in de kleinste dorpen mensen aan veilig drinkwater te helpen.
De wetenschappelijke oscar van de voorbije eeuw gaat volgens Morrison naar de geneeskunde. "Als je ziet hoeveel - bijvoorbeeld door vervuild water
ontstane - ziekten farmaceutische bedrijven en artsen de voorbije tien decennia hebben weten te neutraliseren, dan kan ik niet anders dan daar oprechte
bewondering voor opbrengen. Ik vrees echter dat de artsen, met steeds hardnekkiger wordende bacteriën en virussen, voor een nieuwe uitdaging staan.
De vervuiling is wereldwijd nooit zo groot geweest als vandaag."
De ontzilting van zeewater is voor Morrisons vakgebied de belangrijkste stap in een poging iedereen van drinkwater te voorzien. "De methode is nog altijd
duur - de gemiddelde prijs ligt per kubieke meter water vier keer zo hoog als wat jullie vandaag in de Benelux betalen - maar lijkt tot nog toe de enige
manier om voldoende levensnoodzakelijk drinkwater te produceren. We doen duidelijk nog niet genoeg. Meer dan twee miljard mensen hebben nog geen zuiver
drinkwater."
Ook voor Morrison zal de genetica de komende eeuw talrijke problemen oplossen. "Ik praat dan niet alleen over de menselijke gezondheid, maar ook over
voedselproductie. Zonder genetica verhongert de helft van de nu bestaande wereldbevolking. Doordat steeds meer gebouwen worden opgetrokken en door het oprukken
van de woestijnen worden de landbouwgronden met de dag schaarser. Door de intensieve landbouw raakt de bodem uitgeput. Het resultaat is voedsel van
mindere kwaliteit voor steeds meer mensen."
Maar Morrison geeft aan de andere kant ook toe dat de genetische modificatie nog in de kinderschoenen staat. Meer onderzoeksgeld zou naar deze
wetenschappelijke sector moeten gaan. Het is de enige manier om - in theorie - elk individu van voldoende eten te voorzien.
"In mijn eigen vakgebied moeten we zorgen voor feilloze en honderd procent zuivere waterrecyclingtechnieken," aldus Morrison. "Doen we dat niet,
dan ontstaan er oorlogen wegens drinkwatertekorten. De eerste kondigt zich druppelsgewijze al aan in het Midden-Oosten. Israël en de Palestijnse Staat onderhandelen
niet alleen over de Golan, er wordt ook over voldoende water voor de Palestijnen gepraat. Ik was onlangs nog in het gebied. leder joods burger kan
probleemloos en goedkoop over gemiddeld 280 liter drinkbaar water per dag beschikken, de doorsnee Palestijn moet een etmaal rondkomen met 8 liter.
De beste manier om vervuild water te reinigen is een waterzuivering door planten, gekoppeld aan de nu bestaande mechanische zuiveringsinstallaties.
Sommige planten kunnen immers ook medicijnresten, die mechanisch niet uit het water kunnen worden gefilterd, elimineren. Door het gebruik van massale
hoeveelheden geneesmiddelen belanden steeds meer resten ervan in ons drinkwater. Het recyclen van water, gekoppeld aan de ontzilting van zeewater,
zijn de technologieën die, om over voldoende drinkwater te blijven beschikken, deze eeuw moeten worden geperfectioneerd. Eén feit is zeker. De prijs van een
kubieke meter water zal in de komende tien jaar minstens verdubbelen."
Eos-magazine, maart 2000. |
![]()
Hydrocutie, veroorzaakt door een te groot verschil in temperatuur van het lichaam en het water, is verantwoordelijk voor heel wat verdrinkingen. Om thermische
shock te vermijden moet u vooral niet na een lang zonbad of een stevige wandeling halsoverkop het koude water in duiken, noch na een uitgebreide
maaltijd met aperitief en wijn. Ga geleidelijk het water in maak eerst uw nek nat en om echt voorzichtig te zijn gaat u beter nooit alleen zwemmen, zelfs al
bent u een prima zwemmer. Gaat u varen of windsurfen dan mag u nooit vertrekken zonder een reddingsvest.
Belangrijk: laat uw kinderen nooit alleen zwemmen en ook nooit in onbewaakte zones.
Eos-magazine, maart 2000. |
![]()
De behoefte aan water is proportioneel groter bij zuigelingen dan bij volwassenen maar het water dat gebruikt wordt in de zuigflesjes moet wel aan
een aantal strenge criteria voldoen.
Baby's hebben iets van een spons: tot de leeftijd van een jaar bestaat hun lichaamsgewicht voor drie vierde uit water. Een baby moet proportioneel dan ook
meer drinken dan een volwassene omdat hij ook meer vocht verliest via de huid. Maar het water dat gebruikt wordt voor het klaarmaken van de flesjes moet aan bepaalde
criteria beantwoorden.
Weinig nitraten en mineralen.
Het gehalte aan nitraten - ruimschoots aanwezig in grondwater - verhoogt in het stadswater bijvoorbeeld na een onweer. Die nitraten kunnen de
zuurstofvoorziening van het bloed verstoren en een soort verstikking van de rode bloedcellen veroorzaken.
Het stadswater wordt wel gecontroleerd op de aanwezigheid van bacteriën en vervuilende stoffen, maar het water kan dan nog besmet worden via de kraan en
baby's zijn heel gevoelig aan bacteriën. Verder kan het stadswater op sommige plaatsen teveel lood bevatten omdat er in sommige oude gebouwen nog loden
leidingen zijn.
Redenen genoeg dus om dit water niet te gebruiken voor het klaarmaken van de flesjesvoeding. Bovendien kan dat water ook te veel minerale zouten bevatten,
tot zo'n 1.500 gr per liter (sodium, calcium, potassium, magnesium .... ) en dat is veel te veel voor een zuigeling wiens niertjes nog niet volgroeid zijn.
Wat u moet weten: omdat de niertjes van een baby nog niet matuur zijn, zijn ze niet in staat om het urinevolume aan te passen in functie van de opgenomen
hoeveelheid vocht. Daarom is het risico op uitdroging bij zuigelingen groter dan bij volwassenen.
Fluor.
Wanneer het water geen fluor bevat is het voor de arts eenvoudig om te weten hoeveel fluor hij moet voorschrijven.
Bevat het water wel fluor dan is het ofwel te arm ofwel te rijk aan fluor en is het moeilijk uit te maken hoeveel fluor de baby krijgt. De veiligheidsmarge
tussen een voldoende hoge dosis fluor om de tanden te beschermen en een te hoge dosis die fluorose kan veroorzaken, is erg smal. Fluorose is een tandziekte die
veroorzaakt wordt door een te hoge dosis fluor.
Het is dan ook beter om de eerste vier of vijf maanden flessenwater te gebruiken.
Op die fles moet ver meld staan "geschikt voor zuigelingen", wat betekent dat het water weinig of geen mineralen bevat (Evian, Valvert, Spa, u
Chaudfontaine of Volvic) en dat het nitratengehalte lager ligt dan 15 mg per liter. Lees dus aandachtig het etiket.
Wat u moet weten: het is niet aangeraden om van water te veranderen als het aan het kind bevalt.
MOETEN ZUIGFLESJES GESTERILISEERD WORDEN?
Het doel van steriliseren is het vernietigen van microben die zich op de wand van het flesje bevinden en die de melk kunnen besmetten. Aangeraden wordt de
flesjes en de spenen te steriliseren (koud met behulp van een ontsmettende oplossing die u bij de apotheek koopt, of warm door ze ongeveer 15 minuten af
te koken) tijdens de eerste drie à vier levensmaanden. Als u de flesjes niet op voorhand klaarmaakt, maar wel vlak voor het eten en de flesjes perfect
gereinigd zijn, is sterilisatie niet absoluut noodzakelijk. Flesjes moeten wel systematisch gesteriliseerd worden als ze niet binnen het half uur na de
bereiding geconsumeerd worden. Maak de flesjes schoon zodra de baby gedaan heeft met drinken.
Uit maandblad d. gezondheid juni 2000. |
![]()
WATER WATER EN WATER
Bij brandwonden brengt u geen vetverband of vetstof aan, maar laat u gedurende minstens vijf minuten de verbrande plaats afkoelen met stromend water.
Bij ernstige brandwonden neemt u meteen contact met uw arts of met spoedgevallen en in afwachting van hulp trekt u uw kleren niet uit en blijft u
van de wonden af.
"Gegelatineerd water in de vorm van kompressen, is he meest doeltreffende middel om de pijn te verzachten die veroorzaakt wordt door eerste- en tweedegraadsverbrandingen. Dit gegelatineerd water wordt verkregen door toevoeging van kunsthars aan gedemineraliseerd water waardoor het er uitziet als een sponsachtige gel. Als het kompres op een wond wordt gelegd, vormen zich opnieuw watermoleculen die door de hitte verdampen. Hierdoor ontstaat een belangrijke thermische uitwisseling tussen de huid en het kompres en dus een daling in temperatuur van het huidoppervlak. Laatste detail: het kompres kleeft niet aan de huid. Denk eraan dat de eerste en belangrijkste handeling, in geval van verbranding, de aanwending van koud water is. De Nationale Stichting voor hulp aan zwaar verbranden zegt: in afwachting van eerste hulp, verhindert een afkoeling met water gedurende minstens 10 minuten de verdere uitbreiding van de brandwonde op de huid en de weefsels,.."
Science et vie, januari 2001 |
![]()
Klimaatgeschiedenis van tropisch Afrika blootgelegd
Als we de mogelijke menselijke invloed op de evolutie van het wereldklimaat correct willen evalueren, dan moeten we eerst zoveel mogelijk te weten komen over de recente klimaatgeschiedenis. In continentale gebieden met een negatieve waterbalans moeten klimatologen vooral kennis verzamelen over de natuurlijke lange-termijnvariatie in de hoeveelheid neerslag, en dus de betrouwbaarheid van de beschikbare watervoorraden. Dat is van belang voor een duurzame ontwikkeling van landbouw, visserij, overstromingscontrole en het opwekken van hydro-elektrische energie. Probleem tot nog toe was dat in tropisch Afrika en eigenlijk in alle tropische gebieden meteorologische gegevens ouder dan honderd jaar ontbreken. Ook het potentieel van klimaatarchieven als de groeiringen van bomen is schaars. Dirk Verschuren van de vakgroep Biologie van de Universiteit Gent en van de Universiteit van Minnesota en KathIeen Laird en Brian Cumming van Queen's University in Kingston slaagden erin die leemte, althans voor tropisch Afrika, wat op te vullen. Ze maakten de eerste chronologisch ondersteunde reconstructie van neerslag en droogte in tropisch OostAfrika gedurende de voorbije elfhonderd jaar. De onderzoekers bekeken daarvoor de schommelingen in het meerniveau en het zoutgehalte van Lake Naivasha, een klimaatgevoelig meerbekken in de Oostelijke Riftvallei in Kenia. Die konden ze afleiden uit eigenschappen van bodemsedimenten en de soortensamenstelling van daarin bewaarde fossiele eencellige algen en insectenlarven. Uit het onderzoek, dat onlangs in Nature verscheen, blijkt dat Oost-Afrika een opeenvolging kende van sterk contrasterende klimaatregimes. Zo was er tijdens het zogeheten Middeleeuwse Klimaatoptimum (van 1000 tot 1270) een langdurige droogte. Maar tijdens de 'Kleine IJstijd (van 1270 tot 1850) viel er gemiddeld meer neerslag dan nu. In diezelfde periode waren er dan wel weer drie periodes van extreme droogte (van 1380 tot 1420, van 1560 tot 1620 en van 1760 tot 1840). Het neerslagtekort was toen zelfs veel groter dan tijdens gelijk welke historisch bekende droogte. Opvallend is de overeenkomst tussen de gereconstrueerde droogtes met periodes van politieke en sociale ontwrichting in de pre-koloniale geschiedenis van OostAfrika. Dit en ook de frequentie en de intensiteit van de natuurlijke neerslagschommelingen benadrukken volgens de onderzoekers 'de noodzaak om, in het kader van de duurzame socio-economische ontwikkeling van tropisch Afrika, het landschapsgebruik aan te passen aan de realiteit van op lange termijn variabele waterreserves.'
Uit Eos mei 2000 |
![]()
Dammen en de epidemieën in Afrika:
De dammen die werden opgericht in arme landen als oplossing voor de voedselproblemen hebben soms dramatische sanitaire gevolgen. Zo had de bouw van dammen in Afrika epidemieën van malaria en rivierblindheid tot gevolg. Een ding is zeker, Afrika kan het zich niet veroorloven om het water niet in te dammen. Er moet desondanks onderzoek worden gevoerd naar de sanitaire en sociale gevolgen voor men weer overgaat tot de constructie van een nieuw kunstwerk. Men moet rekening houden met de gevolgen van een waterindamming op de gezondheid en men moet technieken toepassen om deze problemen te beperken of beter nog, te elimineren.
Le Monde, 27 december 2000 |
![]()
Klimaat beïnvloedt kans op helder water
De gemiddelde watertemperatuur in het Veluwemeer - dat ligt overigens niet in het beroemde natuurreservaat maar bij Harderwijk - is sinds 1960 ruim één
graad Celsius gestegen. Dat heeft te maken met veranderingen in het Noord-Atlantische klimaatsysteem. De opwarming kan grote gevolgen hebben voor
het ecosysteem van meren, zo blijkt uit onderzoek van de Wageningse hoogleraar prof. dr. Marten Scheffer, die samen met collegae van het RIZA (Rijksinstituut
voor Integraal Zoetwaterbeheer en Afvalwaterbehandeling) en de Universiteit van Konstanz gegevens van Europese meren analyseerde.
Zo is in warmere jaren de kans op een periode met helder water in het voorjaar groter. Die helderheid wordt veroorzaakt door een toename van het aantal
watervlooien die de algen uit het water halen. Het licht kan daardoor beter tot op de bodem van een meer doordringen. Daarvan én van de hogere temperatuur
profiteren op hun beurt weer de waterplanten die op de bodem groeien. De aanwezigheid van waterplanten bevordert ook weer de helderheid. Dat effect kan
zo sterk zijn dat de meren, eenmaal helder, ook op langere termijn zo blijven.
Uit Eos november 2001 |
![]()
Water als waardevol exportproduct:
Verkoop van water uit vochtige gebieden niet zo evident.
Drinkbaar water wordt steeds schaarser in de dorre gebieden rond de Middellandse Zee, zeggen Ruth Sullivan en Leyla Boulton.
De plannen om de droge velden rond de Middellandse Zee van water te voorzien uit vochtige, hoger gelegen gebieden maken van dat water snel een waardevol
exportproduct.
De Spaanse regering wil water invoeren uit het zuiden van Frankrijk en Israël wil water kopen van Turkije.
Het wereldwijd gebrek aan drinkbaar water zorgt ervoor dat 40 procent van de wereldbevolking lijdt onder de gevolgen van ontoereikende voorraden. In de
dorre gebieden van het Middenoosten en Noord-Afrika, waar 300 miljoen mensen of 5 procent van de wereldbevolking leven, is maar één procent van de jaarlijkse mondiale
reserves aan bruikbaar water voorhanden. En de tekorten worden nog groter.
Momenteel beschikt elke persoon in dat gebied over 1.200 kubieke meter water per jaar. Maar de Wereldbank verwacht dat dat tegen 2025 zal dalen tot 600
kubieke meter per persoon.
Ook in Europa zijn de gevolgen van de groeiende watertekorten voelbaar. Aan de Middellandse Zee, waar het klimaat droger en warmer wordt, wordt de
landbouwgrond van Griekenland tot Portugal droger. De groei van de bevolking en de toename van het toerisme zorgen ook voor een uitputting van de
watervoorraad.
Maar de verkoop van water over de grenzen heen is overladen met politieke en economische problemen. Een van de grootste is de vastlegging van de prijzen. In
Turkije is er al lang sprake van de verkoop van water aan Israël en maandag werd die zaak weer geopend. Toen begon de Israëlische minister van Financiën,
Avraharn Shochat, officiële onderhandelingen om jaarlijks 15 a 20 miljoen kubieke meter Turks water in te voeren gedurende vijf tot tien jaar.
Israël ziet de invoer van Turks water als een snel alternatief voor zijn plannen om een ontziltingsinstallatie te bouwen die tot 15 miljoen kubieke
meter water per jaar zou kunnen verwerken. Er zijn ook plannen aangekondigd om een commissie op te richten voor de uitbesteding van het transport van het
water.
Functionarissen hopen dat er snel een overeenkomst wordt gesloten over de prijs zodat de verkoop volgend jaar van start kan gaan.
"Water is een belangrijk punt op onze agenda", verklaarde Cilad Cohen, een woordvoerder voor de Israëlische ambassade in de Turkse hoofdstad
Ankara.
Turkije is van plan om het water in omgebouwde olietankers te vervoeren van een reservoir in Manavgat, in het zuidwesten van Turkije, naar de Israëlische haven
van Ashkilon. Het water zou dan via een pijplijn van 12 km naar de zuidelijke Israëlische stad Zohar vloeien.
Maar de prijs voor het water blijkt een struikelblok te zijn in de onderhandelingen. Scheepvaartmaatschappijen meldden Israël dat de
transportkosten per kubieke meter 50 dollarcent bedragen en nu is Israël met Turkije aan het marchanderen. Volgens functionarissen varieert de prijs ter
discussie tussen 10 en 20 dollarcent per kubieke meter. Israël zegt dat het de prijs voor ontzilting als basis gebruikt voor de berekening van de prijs die
het wil betalen voor de invoer.
In het westen van het Middellandse-Zeegebied maken Frankrijk en Spanje vorderingen in hun gesprekken om een infrastructuur te ontwikkelen voor de
export van water. De Spaanse regering probeert het watertekort in de streek van Barcelona aan te pakken door water in te voeren van de Rhône in het zuiden van
Frankrijk. Planners voorspellen voor de tweede stad van Spanje een ernstig tekort aan drinkwater in de toekomst.
Het project draait rond een bestaand kanaal nabij Montpellier. Het kanaal zou worden verlengd met een aquaduct van 300 km dat water kan leveren voor 4,5
miljoen mensen. Via het aquaduct zou het water naar een zuiveringsinstallatie in Barcelona gaan.
Het project zou Spanje 915 miljoen euro kosten, misschien met een gemengde investering door overheid en privé. Maar er werd nog geen prijs vastgelegd voor
het water. De prijsstructuur varieert naargelang het land en is vooral gebaseerd op het terugwinnen van de kosten.
"De prijs per kubieke meter hangt af van hoeveel de Spaanse regering uitgeeft voor de infrastructuur", zegt Francis Imbert, projectmanager bij
BRL. Dat is het Franse staatsorgaan dat instaat voor de economische ontwikkeling in het zuidwesten van Frankrijk. De Spaanse regering probeert voor
het project geld van de Europese Unie los te krijgen.
Ook elders in Europa zijn er plannen voor de invoer van water. Italië overweegt water in te voeren voor het droge zuiden van het land. Het land zou een
pijplijn bouwen onder de Adriatische Zee om vanuit Albanië water in te voeren. Mallorca heeft plannen opgemaakt om onder water leidingen te leggen naar het
Spaanse vasteland om niet elke zomer drinkwater te moeten aanvoeren met tankschepen.
Vorige maand verklaarde Oostenrijk, dat grote watervoorraden heeft, dat het water kon leveren voor alle 370 miljoen mensen in de Europese Unie. Het gaat om
bronwater of oppervlaktewater dat nog een behandeling nodig heeft. Die verklaring kwam er net voor de EU plannen bekendmaakte om de waterindustrie in
de Unie te liberaliseren.
Oostenrijk heeft meer dan 6.000 meren en geen al te grote bevolking van 8,2 miljoen mensen. Die consumeren jaarlijks minder dan 3 procent van de jaarlijkse
voorraad van 84 miljard kubieke meter. Oostenrijk ziet de verkoop van water dus als een economisch aantrekkelijk vooruitzicht. Dat zou de regering helpen bij
haar plannen om het begrotingstekort volledig weg te werken tegen 2002.
Vorige maand verklaarde Oostenrijk dat het water kon leveren voor alle 370 miljoen mensen in de Europese Unie.
"Op die manier zouden we vele miljarden aan investeringen terugwinnen die we de afgelopen vijftig jaar hebben gedaan", zegt Wilhelm Molterer, de
Oostenrijkse minister van Landbouw en Milieu.
De elektriciteitsproducent Verbund werkt momenteel aan een proefproject om opslagcapaciteit te bouwen in de Alpen en onderzoekt de mogelijkheid om een
nieuw net voor waterdistributie aan te leggen in een oude oliepijplijn.
Maar de verkoop van Oostenrijks water ligt internationaal en in het land zelf politiek gevoelig. De regering zal het voorzichtig moeten aanpakken als ze haar
uitvoerplannen wil doorzetten. Zoals een woordvoerder van Verbund zegt: "Oostenrijkers zijn trots op de kwantiteit en de kwaliteit van hun water
en bewaken het zorgvuldig."
Uit de Standaard 8/11/2000. |
![]()
SMAAKMAKEND WATER
Ir. Karst-Jan Hoogsteen, zo schrijft Willem van Kooten in de proloog op dit boek, is directeur van de Waterleidingmaatschappij, maar niet zomaar een
directeur, en evenmin directeur van zomaar een watermaatschappij. Dat Hoogsteen door water bezeten en door water bezield is, blijkt overduidelijk uit dit door
hemzelf - ter gelegenheid van zijn eigen vijftigste verjaardag - geschreven boek. Ofschoon geschreven bij een feestelijke gelegenheid, wordt al snel
duidelijk dat dit geen kritiekloze feestrede is geworden. Integendeel, Hoogsteen schrijft niet alleen welke onschatbare waarde water voor ons heeft,
hoe leven zonder water gewoon een utopie is, maar ook hoe nog altijd miljarden mensen over geen of onvoldoende gezond drinkwater beschikken. in Indonesië
bijvoorbeeld moeten grote delen van de bevolking drinkwater in door multinationals aangevoerde flessen kopen en wordt per gezin tot een derde van
het hele inkomen aan dat drinkwater besteed. Terecht noemt Hoogsteen het wraakroepend, vooral omdat het met 350 miljard dollar tegen 2025 mogelijk moet
zijn drie en een half miljard mensen van schoon drinkwater te voorzien. Hij kan niet begrijpen waarom de mens op Mars naar water zoekt, en daar een eventuele
aanwezigheid van leven wil afleiden, terwijl waar op aarde leven aanwezig is, geen pogingen worden gedaan om water te zoeken dat dat leven in stand kan
houden. Laat ons hopen dat dit boek de ogen opent van diegenen onder ons, en dat zijn er veel te veel, die dat toch zo kostbare water zorgeloos blijven
verspillen.
Karst-Jan Hoogsteen; Uitgeverij Het Spectrum, Utrecht; 191 pag., ill., 47,50 gulden of 870 frank; ISBN 90-274-7163-0
Uit Eos, december 2000. |
![]()
Is water een recht of een behoefte?
Het debat dat al jaren woedt over de voor- en nadelen van het waterbeheer door de openbare- of de privé-sector is nu voorbijgestreefd. Momenteel draait het om de volgende vraag: "Is water een onvervreemdbaar recht omdat het voor eenieder van levensbelang is of is het een behoefte die zo goed en zo kwaad als het kan moet worden bevredigd? Gaat het hier over een dienst die verplicht aan iedereen moet worden verleend tegen een prijs die voor iedereen haalbaar is of moet het integendeel een economisch goed worden met een georganiseerde markt die moet worden voorbehouden aan kredietwaardige personen?".
Welke tendens overheerst momenteel?
Twee "scholen" staan lijnrecht tegenover elkaar. Op het tweede Wereldwaterforum, dat plaatshad in maart 2000 in Den Haag, heeft de
Wereldwatercommissie (en dus de Wereldbank) de gedachte verdedigt dat het water een goed is zoals de andere, terwijl voor de niet-gouvernementele organisaties
(ngo's), net zoals voor het Wereldwatercontract of l'Académie de l'eau, water een fundamenteel recht van de mens is en iedereen gratis of tegen kostprijs
over water moet kunnen beschikken. De ministeriële verklaring die werd ondertekend op de slotdag van het forum in Den Haag maakt van de toegang tot
het water een "basisbehoefte voor het leven en de gezondheid van de mensen en van de ecosystemen, en een fundamentele voorwaarde voor de ontwikkeling van
de landen" maar geen recht. De nieuwe kaderrichtlijn van de Europese Unie gaat dezelfde richting uit daar zij een tarifaire politiek aanbeveelt die
gebaseerd is op het terugwinnen van de kostprijs en op de toepassing van het principe "de vervuiler betaalt''.
Wie betaalt?
Recht of behoefte? Deze keuze houdt eigenlijk een essentiële vraagstelling in: welk financieringsmechanisme moet men gebruiken om tegelijk de terugbetaling
van de investeringen en de exploitatiekosten te waarborgen? De financiële inzet is belangrijk en men stelt zich onveranderlijk de vraag "Wie
betaalt?". De burger? Dit antwoord is te eenvoudig en komt niet overeen met de gangbare politieke en sociale werkelijkheid. Inderdaad, welk deel moet
men ten laste leggen van de rechtstreekse verbruiker en welk deel van de gemeenschap. Als water een recht is, is het de gemeenschap die bij voorkeur de
hieruit voortvloeiende lasten moet dragen. De verbruiker zou slechts in geringe mate aan de algemene kostprijs bijdragen. Als water een behoefte is moet de
grootste bijdrage bij voorkeur worden geleverd door diegene aan wiens behoefte voldaan wordt, Men begrijpt dus dat de financiële belangen het begrip
dienstverlening door de privé- of de openbare sector doen vervagen.
De echte vraag…
Tegenover deze uitgesproken standpunten kan men vragen stellen bij de manier waarop de vraag wordt geformuleerd. Kan men inderdaad op een definitieve
manier en zonder nuancering stellen dat water altijd een product of altijd een goed is? Het water dat geleverd wordt in een traditionele woning, voor
huishoudelijk gebruik, is een recht. Het water dat gebruikt wordt voor de fabricatie van staal in de staalnijverheid is duidelijk een product. In plaats
van water als behoefte en water als nood lijnrecht tegenover elkaar te plaatsen zou het beter zijn indien men zich de vraag op de volgende wijze stelt:
"Heeft de mens het recht om over water te beschikken zodat hij, als levend wezen, een waardig leven kan leiden?". Om hierop te antwoorden zal men
ongetwijfeld teruggrijpen naar de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Het antwoord ligt in het fundamentele principe ervan en doet ons
verklaren dat de toegang tot het water wel een recht is en dat verdere discussies nog enkel over de toegankelijkheid en het gebruik van water moeten
gaan. De noties van dienstverlening of product, van recht of behoefte staan dus niet meer recht tegenover elkaar maar vullen elkaar aan.
Uit Aquanews, november 2000. |
![]()
Rivieren verlegden bedding na ecologische catastrofe.
Een grote ecologische catastrofe op Aarde, die bijna 80 procent van alle dierlijke leven op de planeet wegvaagde, doodde ook verreweg de meeste
landplanten. Gevolg van die ontbossing was dat zelfs de rivieren op aarde hun bedding verlegden.
Tweehonderd vijftig miljoen jaar geleden, aan het eind van het Perm en het begin van het Trias, stierven in korte tijd zo'n 85 procent van alle soorten in
de zee uit. Tevens verdwenen ongeveer 70 procent van alle gewervelde diersoorten op het land. In Zuid-Afrika is nu bewijs gevonden dat in diezelfde
periode ook de landplanten plotseling en brutaal van het toneel zijn verdwenen.
Na deze catastrofe moet het milieu in korte tijd dramatisch zijn veranderd, stellen Amerikaanse en Zuid-Afrikaanse onderzoekers in Science, na onderzoek in
het Zuid-Afrikaanse Karoo-Bekken dat zich over honderden kilometers uitstrekt. Na de ongekend massale uitsterving veranderden de rivieren hun patroon doordat
vrijwel alle landplanten afstierven en hun wortels dus geen houvast meer boden aan de bodemdeeltjes.
Uit de kenmerken van de sedimenten die door rivieren kort na de overgang tussen Perm en Trias werden afgezet, kunnen de onderzoekers opmaken dat in het hele
bekken binnen korte tijd meanderende rivieren (gekenmerkt door kronkelende geulen en daarnaast gelegen komgronden) overgingen in vlechtende rivieren
(waarbij talrijke ondiepe stroompjes tussen platen van eerder afgezet zand en grind zich steeds weer opsplitsen om zich later weer te verenigen). Dat het
ging om een bekken-wijde gebeurtenis konden ze vaststellen door locaties te onderzoeken die vierhonderd kilometer uit elkaar liggen, overal vonden ze
hetzelfde patroon. De enig mogelijke verklaring is dat (bijna?) het hele plantendek in uitzonderlijk korte tijd moet zijn verdwenen, zoals dat ook van
elders in de wereld van dat moment bekend is.
Dat het plantendek in kennelijk zeer korte tijd geheel verdween is des te opmerkelijker omdat het gebied grotendeels met bossen was overdekt, voor een
deel met boomgrote zaadvarens, die karakteristiek zijn voor de zogeheten Glossopteris-flora. Een en ander betekent dat het bestaande wortelstelsel al
spoedig na de catastrofe niet meer in staat was om de bodem tegen de erosie door regenwater en stroompjes te beschermen. Op zichzelf is dat niet
opmerkelijk: ook nu treedt in gebieden waar grootschalige ontbossing plaatsvindt soms een overgang op van meanderende naar vlechtende rivieren. Dat betreft
echter steeds relatief kleine gebieden.
Vóór de ecologische ramp waren de toenmalige oceanen bevolkt met wonderlijke creaturen, zoals de eerste vissen en fraaigevormde weekdieren die ammonieten
heten. Er waren wel 100.000 soorten geleedpotigen. Ook trilobieten waren overal te vinden, maar na afloop van het Perm werd van hen niets meer vernomen.
De oorzaak van de toenmalige catastrofe is nog steeds niet met zekerheid bekend, maar het gaat denkelijk niet om een meteorietinslag, zoals degene die
de dinosaurussen het leven kostte. Als mogelijkheden worden nog genoemd: straling van een supernova, heftige vulkanische activiteit, een ontsnappende
gasbel van beneden de oceaan of misschien zelfs een broeikaseffect.
De geologisch gezien zeer snelle reactie van de rivieren op de veranderende milieuomstandigheden is te verklaren doordat het uitsterven binnen zeer korte
tijd moet hebben plaatsgevonden. Al eerder was vastgesteld dat dat binnen een half miljoen jaar moet zijn gebeurd, wat zeer snel is naar geologische
maatstaven. Nieuw onderzoek van fossielen lijkt op een nog veel korter tijdsbestek te wijzen.
Uit De Standaard, 9 januari 2001. |
![]()
Hoe komt het dat naast de zon ook zout de sneeuw doet verdwijnen?
Het ligt alvast niet aan het zout, want het gaat ook met suiker. En met alles dat in water wil oplossen. Bij het vriespunt, nul graden voor zuiver water,
zijn water en ijs met elkaar in "dynamisch" evenwicht: er bevriest evenveel water als er ijs smelt. Nu gaan we iets in het water oplossen.
Zelfs "droog" ijs heeft op zijn oppervlak nog steeds een microscopisch laagje van wat beweeglijker, "vloeibare" moleculen.
Daarin kan zout oplossen.
Als je zout in water oplost, bevat eenzelfde volume nu minder water: een deel van de ruimte is immers ingenomen door het zout. Als er minder water
beschikbaar komt, kan het ijs minder watermoleculen per seconde invangen: er ontstaat minder nieuw ijs per seconde. Maar er zullen nog altijd evenveel
ijsmoleculen per seconde uit het ijs ontsnappen: de smeltsnelheid van het ijs is dezelfde gebleven. De eindbalans is dat er nu meer ijs smelt dan er water
bevriest. Om het evenwicht te herstellen, zul je naar een lagere temperatuur moeten zakken: het vriespunt van zout water ligt lager dan dat van zuiver
water.
Het maakt niet uit door welke deeltjes het water vervangen is: zout is gewoon het goedkoopst. Voor elke mol van een stof die oplost in een kilogram water,
gaat het vriespunt met zo'n 1,8 graden omlaag. Als water 10 procent zout bevat, bevriest het pas bij min zes, met 20 procent bij min zestien, en zo kun je
doorgaan tot het water "verzadigd" is en er geen zout meer kan oplossen: dan kom je aan -21,1°C. Wil je beneden min twintig nog ijs
wegkrijgen, dan moet je het keukenzout (natriumchloride of NaCI) vervangen door calciumchloride (CaCl2). Als dat oplost, levert één mol drie
deeltjes (een calciumion en twee chloorionen) tegen mee bij keukenzout. En hoe meer deeltjes, hoe meer water je vervangt.
Calciumchloride is echter, wegens het dubbele aantal chloorionen, dubbel zo giftig voor planten als natriumchloride. En het is nog eens duurder ook. De
strooidiensten gebruiken het dan ook alleen als ze wel moeten. Bovendien vreet het beton aan, net als twee andere goedkope zouten die wel eens gebruikt
worden: ammoniumsulfaat (zeg maar kunstmest) en magnesiumchloride.
Kaliumchloride is minder schadelijk voor planten dan keukenzout, maar weer duurder. Op luchthavens wordt vaak ureum gebruikt: duur, maar niet corrosief
voor de nog veel duurdere vliegtuigen. Meestal wordt het in sproeibare vorm gebruikt, opgelost in ethyleenglycol, de 'antivries' in onze ruitensproeiers.
Voor het milieu is de beste keuze calciummagnesiumacetaat: niet corrosief en biologisch-afbreekbaar, vriendelijk voor planten en voor de huid van. de strooiers.
Het legt bovendien een laagje over het plaveisel dat verhindert dat water in de poriën sijpelt. Als dat water nadien weer bevriest, kraakt het poriën en
scheurtjes verder open, klaar om straks weer dooiwater te ontvangen voor de volgende vries-dooicyclus die de scheuren weer groter maakt, tot de bovenlaag
van de weg verpulvert. Telkens de strooiwagen voorbijkomt, betekent dat weer een vries-dooicyclus, en dus een aanval op het wegdek. Strooizand doet niets
smelten, geeft de banden ook een goede greep, en is beter voor weg en natuur, maar minder comfortabel voor de automobilist. Producenten van strooimiddelen
mengen verschillende stoffen, waarbij ze telkens prijs en kwaliteit tegen elkaar afwegen: calciummagnesiumsulfaat is dertig keer zo duur als keukenzout,
maar de levensduur van liet wegdek, corrosie van auto's- en andere metalen installaties, zeldzame natuurgebieden hebben ook hun prijs.
Uit De Standaard, 9 januari 2001. |
IJsvrije wegen, koste wat het kost.
Bevochtigd zout 'plakt' beter en is daardoor milieuvriendelijker.Uit De Standaard, 6 januari 2006. |
![]()
De Wereldwaterdag die de VN sinds 1994 op 22 maart vieren, is bedoeld om de publieke opinie wakker te maken voor de "gigantische dorst" die de
hele planeet bedreigt en tegen 2050 aan de horizon opdoemt. Tenminste als niet tijdig op brede schaal en fundamenteel wordt ingegrepen. Tijdens de
Wereldwaterdag worden op de vijf continenten hele reeksen initiatieven gestart, seminaries en lezingen gehouden en in de waterstad Venetië wordt zelfs een
loopwedstrijd rond het water gehouden.
De uitgave 2001 van de Wereldwaterdag kreeg het thema 'Water en Gezondheid' mee en is georganiseerd door de WGO, de Wereldgezondheidsorganisatie, een van de
onderafdelingen van de Verenigde Naties. In haar rapport onderstreept de WGO dat bepaalde factoren - in hoofdzaak zijn muggen en mensen bedoeld - direct
betrokken zijn bij het verspreiden van tropische ziekten in vochtige streken en het vervuilen van de waterlopen.
Gesteld wordt dat duurzame oplossingen in arme landen zouden kunnen worden aangebracht als er een veel breder beleid is van steriliseren van water,
vergroten van de individuele hygiëne, zonder dat men daarvoor moet wachten op de constructie van dure netwerken en voorzieningen. De politiek van de kleine
stappen wordt aanbevolen, naast het aanpakken van, grotere projecten.
Het bruikbare water voor de zes miljard bewoners van de planeet Aarde bedraagt slechts een honderdduizendste van alle water dat er bestaat, waarvan er 98
procent zoutwater of onbereikbaar is. Meer dan een miljard mensen drinkt onveilig water en 2,4 miljard of 40 procent van de totale mensheid moet het
stellen zonder adequaat sanitair.
Miljoenen mensen, vooral kinderen, sterven jaarlijks aan ziekten die met water verband houden. Een miljoen alleen al gaat dood aan malaria, wat makkelijk
vermeden zou kunnen worden.
Bovendien is er een zeer ongelijke verdeling van het water: 23 landen verdelen onderling twee derde van alle watervoorraden in de wereld. Dat zijn Brazilië,
Canada, China, Colombia, de VS, India, Indonesië, Rusland en de vijftien lidstaten van de Europese Unie.
Overexploitatie van de rivieren en onderaardse watervoorraden zijn een bijkomende bedreiging, evenals vervuiling, verspilling, de bevolkingsexplosie
en de wildgroei van stedelijke centra.
Water is wereldwijd de eerste oorzaak van sterfte en ziekten. Drie miljoen kinderen bereiken per jaar hun vijfde levensjaar niet omdat ze niet aan voldoende
drinkwater geraken. Ook op een ander vlak is water een dreiging: overstromingen vormen een derde van alle natuurcatastrofes en de helft van alle rivieren en
meren op aarde zijn vervuild. Natuurlijk niet allemaal in dezelfde hoge mate.
Toch is men bij de WGO niet alleen pessimistisch. Volgens Gro Harlem Brundtland, de vroegere eerste minister van Noorwegen die inmiddels
directeur-generaal van de WGO is geworden, is de situatie nog niet hopeloos. "Een probleem van zo'n gigantische omvang kan natuurlijk niet over nacht
worden opgelost, maar eenvoudige individuele en collectieve middelen kunnen drinkbaar water bezorgen aan miljoenen en miljoenen mensen in de
ontwikkelingslanden. Niet binnen tien of twintig jaar, maar nu. We hebben allang de luxe niet meer om te wachten tot grote infrastructuurprojecten
gerealiseerd zijn en de miljoenen gevonden worden om ze te financieren. Nu moet iedereen elke dag een bijdrage leveren opdat water geen bron van oorlog zou
worden , zei mevrouw Brundtland gisteren.
Een artikel uit De Standaard van 20 augustus 2001: geen spijkers op laag water
Uit De Morgen, 22 maart 2001 |
![]()
Kraantjeswater: een kwestie van imago
Conclusie van de enquête van het Onderzoeks- en Informatiecentrum van de Verbruikersorganisaties (OIVO) en van Sonecom genoemd "de verbruikers en het water": 56% van de Waalse bevolking drinkt uitsluitend flessenwater. Bovendien bevindt België zich in de top drie van de Europese landen met het grootste verbruik van mineraalwater met 120 liter per jaar en per inwoner. Hoe kan men dit almaar stijgende vertrouwen in het flessenwater verklaren? "De verbruikers zijn slecht geïnformeerd over de eigenschappen van het water" zeggen de auteurs van het onderzoek. "Zo denken 62% van de ondervraagden onterecht, dat de kalk in het distributiewater slecht is voor de gezondheid." "Zij die flessenwater verkiezen, drinken geen kraantjeswater omdat zij vaststellen dat het kraantjeswater soms troebel is of bruin bezinksel bevat. Er bestaat een zekere wantrouw bij de verbruikers en het blijkt zeer moeilijk ze van mening te doen veranderen... Ecologische motieven, de prijs van flessenwater (meestal onderschat) en de last de flessen te moeten transporteren kunnen een rol spelen maar zijn niet bepalend voor de mening die zij zich vormen over drinkwater Daarenboven is het imago van het distributiewater niet "in". Men schaamt zich om een glas kraantjeswater aan te bieden! Men gebruikt distributiewater enkel om te wassen, schoon te maken en om de dieren drinken te geven... maar het is geen water dat men drinkt. Van 24% van de ondervraagden die steeds kraantjeswater drinken, doet 44% het uit gewoonte en 27% om de goede kwaliteit van het water. Het financiële aspect staat slechts op de derde plaats. Zij die flessenwater verbruiken, doen dit uit gewoonte (26%) of voor de smaak (24%). Nog verrassender: 80% van de ondervraagden wantrouwen hun geneesheer wanneer hij tracht hen te overtuigen van de kwaliteit van het distributiewater! Een ander opmerkelijk percentage: 59% van de ondervraagden gaat niet akkoord met de gedachte dat het kraantjeswater gefilterd Maaswater is! Men verkiest het zuivere imago van het flessenwater boven dat van een gezuiverd, behandeld water... zelfs al gaat het maar over een imago.
Vers l' Avenir 26 mai 2001 |
![]()
België leeft normen waterkwaliteit niet na
België is op de vingers getikt door de Europese Commissie. Het land voldoet niet aan de normen inzake waterkwaliteit. De Commissie heeft ons land een tweede waarschuwing gestuurd omdat het de richtlijn Gevaarlijke Stoffen niet naleeft. Eerder had het Hof al in eeen arrest laten weten dat België nog geen afdoend programma heeft gerealiseerd met het oog op de vermindering van 99 gevaarlijke stoffen in het water. Maar aan dat arrest is geen gevolg gegeven, stelt de Commissie vast. Door het Brussels en Waals gewest zijn nog steeds geen volledige programma's ingediend over hoe de twee gewesten de richtlijn willen naleven. De Commissie heeft ook besloten België een eerste schriftelijke waarschuwing te sturen omdat het onvoldoende informatie verstrekt over de manier waarop de richtlijn inzake de behandeling van stedelijk afvalwater is uitgevoerd in het Brusselse en Waalse gewest. Een algemeen uitvoeringsplan en informatie over kwetsbare gebieden ontbreken, zegt de Commissie. Voor het niet-naleven van bepaalde aspecten van die richtlijn werd België vorig jaar al voor het Hof gedaagd. (IVA)
Gelezen op Wanadoo, 2 juli 2002 |
![]()
Derde Wereld denkt aan waterdragers.
Veilig drinkwater is de eerste prioriteit van de Top over Duurzame Ontwikkeling in Johannesburg (2002). Meer dan een miljard mensen moeten het zonder stellen.
Als het te duur is om het met leidingen bij de bevolking te brengen, en de rijke landen niet met geld over de brug komen, dan moeten we met waterdragers
werken, redeneert de Derde Wereld.
Waterdrager was in de negentiende eeuw in onze streken een belangrijke functie. Bij gebrek aan waterleiding moest men in de steden veilig drinkwater voor de
keuken aan de deur kopen. Die toestand breekt nu aan in de ontwikkelingslanden, zij het dan in een moderne versie en in een taal van de 21ste eeuw.
Het heet draagbaar sanitair en mobiele stations voor waterbevoorrading. De idee komt van Uruguay, waar het al van toepassing is. Het is op de Wereldtop 2002
gelanceerd tijdens de zitting waarop partnerschappen tussen rijke en arme landen worden besproken.
In de wereld zijn 1,1 miljard mensen verstoken van zuiver water in het algemeen en van veilig drinkwater in het bijzonder. Er is zo'n 9 miljard euro nodig om
dat aantal tegen 2015 tot de helft terug te brengen, becijferde Gourisankar Ghosh van het samenwerkingsverband voor watervoorziening. Hij betreurde dat de
overheden er geen echte prioriteit van maken. "Watervoorziening kan men niet aan de vrije markt overlaten", zei hij. Volgens de VN-Commissie voor
de Mensenrechten is de beschikking over veilig drinkwater een mensenrecht.
Uit de Standaard, 30 augustus 2002 |
![]()
Belangrijk akkoordover waterproblemen op top Johannesburg:
In 2015 moet het aantal mensen dat geen toegang heeft tot schoon drinkwater (nu 1,1 miljard) en sanitair (nu 2,4 miljard) zijn gehalveerd. Dat is één van de weinige concrete doelstellingen die de 189 deelnemende landen met elkaar op de milieutop in Johannesburg 2002 hebben afgesproken. De Waterdome wordt gezien als een belangrijke katalysator waardoor de waterproblematiek zo hoog op de politieke agenda heeft kunnen doordringen. De weg voor het derde Wereld Water Forum in maart 2003 in het Japanse Kyoto ligt nu helemaal open.
![]()
VN roepen water uit tot mensenrecht.
Water is een sociaal en cultureel goed en de toegang tot water een mensenrecht. Dat heeft het VN-comité voor economische, sociale en culturele
rechten beslist. De 145 landen die het verdrag over deze rechten hebben ondertekend, zijn bijgevolg verplicht de toegang tot water «rechtvaardig en
zonder discriminatie» te organiseren.
De verklaring is een aanloop naar het internationale jaar van het zoet water in 2003. Voor de verklaring werd aangenomen, discussieerden vertegenwoordigers van
regeringen, private bedrijven en onafhankelijke instituten over de eigendom van waterreserves en de zin en onzin van de privatisering van de watervoorziening.
In de slottekst staat geen oordeel over privatiseringen, «om de discussie niet te politiseren», aldus een anoniem lid van de commissie.
Water wordt wel gedefinieerd als een «gemeenschappelijk goed dat essentieel is voor leven en gezondheid». «Het recht op water geeft iedereen het recht op
voldoende, betaalbaar en veilig water voor persoonlijk en huishoudelijk gebruik» zo gaat de tekst verder. De verklaring werd door de
Wereldgezondheidsorganisatie onthaald als een belangrijke stap op weg naar de Millenniumdoelstelling om tegen 2015 het aantal mensen zonder watervoorziening
of sanitair te halveren. Momenteel hebben 1,1 miljard mensen geen toegang tot zuiver water en moeten 2,4 miljard het zonder adequate sanitaire voorzieningen
stellen.
Volgens VNvoorspellingen zouden tegen 2025 3 miljard mensen te kampen hebben met watertekorten. Privatisering maakt de situatie soms noch erger.
VN-rapporteur Jean Ziegler gaf het voorbeeld van de Boliviaanse stad Cochabamba, waar de waterprijs na privatisering verdubbelde. Jack Moss van het
Franse nutsvoorzieningenconcern Suez verdedigde de private exploitatie van water als redmiddel tegen watertekorten. Ook een toekomstig verdrag van de
Wereldhandelsorganisatie over de liberalisering van de diensten kan echter geen enkel land ertoe dwingen zijn watervoorziening te privatiseren.
Uit De Metro, 29 november 2002 |
De Wereldgezondheidsorganisatie schat dat per dag ongeveer 4.000 kinderen sterven aan ziekten veroorzaakt door vervuild water. De watervoorzieningen uitbesteden aan private bedrijven, is volgens 11.11.11 geen goede oplossing.
Tervuren schaarde zich als honderdste Vlaamse gemeente achter de water-motie van de koepel van de Noord-Zuidbeweging 11.11.11. In die motie wordt toegang tot zuiver drinkwater erkend als mensenrecht en kant men zich tegen de liberalisering van de watervoorzieningen.
Een van de aanleidingen is de vraag die de Europese Commissie heeft gesteld aan zowel de Wereldhandelsorganisatie als in bilaterale contacten, om de watervoorzieningen in landen in het Zuiden open te stellen voor- Europese - privébedrijven zoals Suez.
"Wij zijn niet zozeer gekant tegen private bedrijven op de watermarkt, maar wel tegen het verlenen van algemene concessies, zoals nu gebeurt", zegt Marc Maes van 11.11.11. " Je verschaft investeerders zo een natuurlijk monopolie", en als het om water gaat, is dat om problemen vragen. Het principe van kostendekking in de privésector leidt volgens Maes tot extreme gevolgen voor mindergegoeden.
Zo worden bij Zuid-Afrikaanse gezinnen nu watermeters geplaatst die werken met voorafbetaalde kaarten. Als het geld op is, stopt het water. En in de sloppenwijken van Manilla woedde vorig jaar een cholera-epidemie, te wijten aan vervuild water, hoewel de waterprijs er wel verviervoudigde.
Vele staten in het Zuiden staan op dit moment echter gewoon te zwak om diensten als watervoorziening goed te organiseren en kunnen de efficiëntie en de praktische vaardigheden van de privésector goed gebruiken. "Dat moet ook, maar anders", aldus Maes. "In Puerto Alegre in Brazilië werkt de publieke sector bijvoorbeeld met openbare aanbestedingen. Zo behoudt de overheid de controle en kan de concurrentie tussen ondernemingen veel beter spelen."
Internationale financiële instellingen als het IMF en de Wereldbank verkiezen de logica van de privésector boven de onduidelijkheid van de regeringen in het Zuiden, zegt Maes. 11.11.11 werkt nu aan een parlementaire resolutie om die Europese vraag tot liberalisering weer in te trekken. De campagne van 11.11.11 voor zuiver drinkwater loopt nog tot en met zondag.
Uit de Standaard, 13/14 november 2004 |
![]()
Overvloedige regenval maakt oceaan zoet.
Water stroomt naar de zee: aan die natuurwet valt niet te tornen. Vanuit de rivieren komen er aldus jaarlijks duizenden kubieke kilometer zoet water in zee
terecht. Dat de zee daar van de weeromstuit zelf niet zoet van wordt, komt doordat er ook water uit de zee verdampt, met achterlating van zout. Aanvoer en
verdamping van water houden elkaar min of meer in evenwicht, waardoor de zee zout blijft.
Dat evenwicht dreigt verstoord te worden door de stijgende aardtemperatuur, waarschuwen klimatologen en hydrologen uit Sint-Petersburg, Potsdam en de VS in
Science.
Sinds 1936 is de hoeveelheid zoet water die uit Europa en Azié afwatert in de Noordelijke IJszee met zeven procent gestegen, hebben ze berekend. Als dat zo
doorgaat, zou het zoutgehalte in de IJszee wel eens zo ver kunnen zakken dat het aan het eind van deze eeuw invloed krijgt op de stromingen in de oceanen en
op het wereldklimaat.
De onderzoekers gaan voor hun waarschuwing uit van waarnemingsgegevens voor de zes grootste Euraziatische rivieren. Het zijn, van west naar oost, de
westelijke Dvina (de grootste rivier uit het Baltische gebied), de Petsjora (de grootste naar het noorden afwaterende rivier in het Europese deel van Rusland),
de Siberische rivieren Ob, Jenisej en Lena, en de Kolyma-rivier in Noordoost-Siberië. Samen voeren ze tweederde van het water uit het Euraziatische gebied af naar de
Noordelijke IJszee.
Van 1936 tot 1999 nam de hoeveelheid water die in die IJszee uitkwam gemiddeld met twee kubieke kilometer per jaar toe. Dat betekent dat tegenwoordig bijna
130 kubieke kilometer water meer naar de IJszee stroomt dan toen de metingen in 1936 aanvingen. De toename spoort met de voorspelling van klimaatwetenschappers
dat de stijgende aardtemperatuur voor meer regenval op hoge breedtegraden zou zorgen. De onderzoekers noteren dat de temperatuur boven land de voorbije eeuw met zes
tiende graad is gestegen.
Uit de Standaard, 13 december 2002 |
![]()
Wat de privatisering van waterdistributie betreft, hebben we al desastreuze gevolgen gezien, zowel in Europa als in de derde wereld. In Groot-Brittannië verdeelde de regering Thatcher eind jaren '80 de drinkwatersector in tien privé-monopolies. Resultaat? De privé-partners maakten misbruik van hun monopolie en verdubbelden de prijs. De kwaliteit van het drinkwater bleek plots niet meer belangrijk en vandaag vertoont het leidingnetwerk in het Verenigd Koninkrijk talloze lekken als gevolg van een gebrekkig onderhoud. In Argentinië heeft men zo mogelijk nog slechtere ervaring met de privatisering van de drinkwatervoorziening. In de hoofdstad Buenos Aires werd in 1994 de watervoorziening uitbesteed aan een multinational. Het contract bepaalde dat binnen de 5 jaar één miljoen mensen extra toegang zouden krijgen tot drinkbaar water. Het bedrijf legde het contract gewoon naast zich neer en voerde prijsstijgingen van 100 %, later van 20 tot 30 % per jaar, door. Uiteindelijk zag de Argentijnse regering zich verplicht om bijkomend in het buitenland te lenen en de mensen terug aan te sluiten op de geprivatiseerde watervoorziening. Gelezen in Visie, januari 2003
Over de waterproblematiek wordt trouwens de laatste jaren onder meer nagedacht in anti-globalistische kringen. Een van de theoretici is de
flamboyante Ricardo Petrella, hoogleraar in Louvain-la-Neuve. Op de anti-globalistische top in het Braziliaanse Porto Alegre pleitte hij in 2002
nog hartstochtelijk voor een algemeen erkend "recht op water".
Petrella hekelt onder meer de toenemende privatisering van water. Hij haalt uit naar Franse privé-bedrijven zoals Bouygues, Suez en Vivendi die op commerciële
basis water leveren aan tientallen miljoenen mensen wereldwijd. Volgens Petrella dreigt een "pétrolisation de l'eau": water wordt een
economisch goed zoals olie, waardoor de prijs wordt opgedreven en brede onderlagen van de bevolking in vele landen een tekort zullen blijven hebben.
Ook Stef Lambrecht van de Vlaamse ngo Protos ziet die privatisering niet zitten: "Bedrijven zullen alleen die regio's bevoorraden waar ze winst
kunnen maken. In Ghana is zo'n privatisering bezig: de bedrijven interesseren zich alleen voor middelgrote en grote steden. De rest moet de regering maar
oplossen. Zo leg je de waterbevoorrading in de handen van aandeelhouders." Ook de Canadese auteurs Maud Barlow en Tony Clarke waarschuwen in hun kersverse
boek Blauw goud voor die ontwikkeling.
Uit de Standaard, 13 december 2002 |
![]()
De benaming Artesisch komt van het Franse landschap Artesië [Artois], waar reeds in 1126 artesische putten werden aangelegd), een hydrologische term, die betrekking heeft op bepaalde omstandigheden waaronder grondwater in de bodem voorkomt.
Een artesisch bekken is een sedimentair bekken waarin zich ten gevolge van gunstige structurele en topografische omstandigheden één of meer watervoerende lagen bevinden, afgedekt door niet of slecht doorlatende lagen. De watervoerende lagen worden aan de rand van het bekken waar de deklagen ontbreken, gevoed door infiltrerende neerslag. In het centrale deel van het bekken staat het water onder druk, omdat het verhinderd wordt op te stijgen tot het niveau van de vrije (freatische) grondwaterspiegel, dat het volgens de wet van de communicerende vaten zou moeten bereiken. Als dwars door de ondoorlatende deklagen een put wordt geslagen of een natuurlijke opening ontstaat, stijgt het water op tot het piëzometrisch niveau, dit is een denkbeeldig vlak dat samenvalt met het hydrostatisch drukniveau. Ligt het piëzometrisch niveau onder het maaiveld, dan spreekt men van negatieve stijghoogte van het water: er treedt geen vrije uitstroming op. Als het piëzometrisch niveau echter boven het maaiveld ligt, spuit het water op in een natuurlijke artesische bron of via een kunstmatige opening (put of boring). Zulk water heet artesisch water. De druk van het water in een artesische put of boring, de artesische druk, meet men gewoonlijk op het niveau van het maaiveld, waarbij men het water verhindert vrij uit te stromen. Deze druk wordt aangegeven in de hoogte van een waterkolom gelijk aan het hoogteverschil tussen piëzometrisch vlak en maaiveld.
Artesische omstandigheden komen in vele bekkens voor, o.a. in die van Londen, Parijs, de Sahara en Australië. Wanneer aan artesische lagen grotere hoeveelheden grondwater worden onttrokken dan door de infiltrerende neerslag in het voedingsgebied kan worden aangevuld, daalt de artesische druk en vallen bronnen en putten droog zodat men tot oppompen moet overgaan, hetgeen echter betekent dat men roofbouw op de natuurlijke reserves pleegt. Andere situaties waarin men artesisch water kan aantreffen, komen voor in gebieden met permanent bevroren ondergrond, zoals in gedeelten van Siberië en Alaska. De bevroren grond fungeert daar als ondoorlatende deklaag.
![]()
De jaarlijkse toptien van de grootste wetenschappelijke doorbraken.
En de winnaar is … WATER
Of liever: opgedroogd water, water dat al sinds miljoenen jaren verdwenen is. Dat is de winnaar van de jaarlijkse toptien van de grootste wetenschappelijke doorbraken, opgesteld door het Amerikaanse wetenschapsblad Science.
Op nummer één staat dit jaar het water dat lang geleden op de planeet Mars gestroomd moet hebben. Wetenschappers weten al lang dat er ooit water geweest moet zijn - dat blijkt onder meer uit het grote aantal uitgedroogde stroombeddingen dat vanuit de ruimte op de planeet te zien is - maar ze hadden nog nooit ter plaatse, op het marsoppervlak zelf, ondubbelzinnige mineralogische sporen van dat oude water gevonden. De twee Amerikaanse robotwagentjes Spirit en Opportunity hebben dat nu wel klaargespeeld: eerst Opportunity en daarna Spirit hebben soorten gesteenten gevonden die duidelijk in een natte omgeving ontstaan zijn. Het ziet er zelfs sterk naar uit dat de landingsplaats van Opportunity lang geleden een zee of een zout meer moet zijn geweest. Dat de woestijnplaneet Mars een nat verleden heeft, betekent dat tenminste de kans bestaat dat er ooit leven is geweest. De missie van de twee rijdende robotgeologen op Mars is een overdonderend succes, niet alleen wetenschappelijk maar ook technisch. Ontworpen om het drie maanden vol te houden, zijn de twee robotjes nu al bijna een jaar aan de slag, en ze hebben zelfs het koudste deel van de barre marswinter overleefd.
Uit de Standaard, 24 december 2004 |
![]()
Uit de Standaard, 28 januari 2005 |
![]()
Roestig zand haalt arsenicum uit water.
Een bak zand met een roestlaag is een oplossing voor met arsenicum vergiftigd drinkwater. Ook gemalen wortels van de waterhyacinth ontgiftigen het water.Internationale samenwerking, mei 2005. |
![]()
Zeewater verdwijnt in de aarde.
Aardwetenschappers hebben sporen van zeewater gevonden, diep in de aarde.De Standaard, 12 mei 2006. |
![]()
Oceaan bulkt van de bacteriën.
In een slok zeewater zitten wel duizend soorten bacteriën. Dat melden microbiologen van het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee en het Marine Biological Laboratory in de VS in het vakblad Proceedings of the National Academy of Sciences . Met behulp van DNA-analyse onderzochten ze watermonsters uit de diepzee op bacteriën, op acht verschillende locaties in de Atlantische en Stille Oceaan. Ze telden wel twintigduizend verschillende soorten bacteriën per liter zeewater. De verscheidenheid van zeebacteriesoorten is daarmee tien tot honderd keer groter dan gedacht. In de Proceedings schatten de onderzoekers het totale aantal soorten bacteriën in de oceanen op tussen de vijf en tien miljoen. Een zeer klein aantal soorten (vijf tot tien) komt voor in grote hoeveelheden, terwijl alle andere soorten in zeer kleine aantallen voorkomen. De biologen vergelijken het met de auto-industrie waarbij enkele bekende merken in enorme aantallen worden gemaakt en er andere fabrieken zijn die maar één of twee heel exclusieve auto's maken. Tot dusver werd gedacht dat een liter water 'slechts' duizend tot drieduizend verschillende bacteriesoorten herbergde.
De Standaard, 7 september 2006. |
![]()
Waterstof is zowel een direct bruikbare brandstof als een tijdelijke energiedrager in verschillende typen brandstofcellen. Als brandstof is het met aanpassingen te gebruiken in een verbrandingsmotor. Dat heeft het nadeel van de beperkte opslagcapaciteit. Waterstof is een gas en neemt veel ruimte in. Wordt het opgeslagen in vloeibare vorm, dan moet dat onder hoge druk gebeuren. Dat brengt risico's met zich mee. Als tijdelijke energiedrager wordt waterstof hoofdzakelijk gebruikt in brandstofcellen. Een brandstofcel, zoals hierboven is weergegeven, zet waterstof met behulp van zuurstof en energie om in water. Daarbij komt elektriciteit vrij. De waterstof in deze cellen kan afkomstig zijn van verschillenden bronnen. Soms is dat water, maar meestal is dat methaan. Het grote voordeel in beide systemen is dat je aan waterstof energie kunt meegeven om dat er elders weer uit te halen. Om er een duurzaam product van te maken, moet je voor de productie van waterstof wel schoon geproduceerde elektriciteit of grondstoffen gebruiken. Waterkracht, windenergie of warmwaterbronnen zijn daarvoor te gebruiken. De productielocatie van waterstof hoeft ook niet in de buurt van de gebruiker te zijn, waterstof is te vervoeren. Duurzaam geproduceerd waterstof direct als brandstof gebruiken in een verbrandingsmotor, heeft als voordeel dat het gebruik van fossiele brandstoffen wordt teruggedrongen, en daarmee de emissie van klimaatgassen zoals kooldioxide (CO2) beperkt. Zeker tachtig procent van het waterstof dat nu wordt gebruikt in de chemische industrie en in experimenten met waterstof in verbrandingsmotoren of brandstofcellen, wordt gemaakt uit aardgas. Waterstof is als energiedrager is op deze manier niet schoner dan fossiele brandstoffen omdat bij de productie van waterstof nieuwe CO2 vrijkomt.
De Standaard, 8 februari 2007. |
![]()
Rivieren dreigen uit te drogen.
Heel wat rivieren in de wereld dreigen uit te drogen. Dat blijkt uit een nieuw rapport onder de titel 'World's Top 10 Rivers at Risk' van het Wereldnatuurfonds (WWF). Het rapport werd gepubliceerd naar aanleiding van Wereldwaterdag op 22 maart.
,,De rivieren zijn razendsnel aan het uitsterven als gevolg van de klimaatsverandering, vervuiling en de bouw van dammen'', aldus het WWF. Uit het rapport blijkt dat vijf van de tien meest bedreigde rivieren door Azië stromen: de Yangtze, de Mekong, de Salween, de Ganges en de Indus. In Europa gaat het om de Donau, in Noord- en Zuid-Amerika om de Rio de La Plata en de Rio Grande/Rio Bravo, in Afrika om de Nijl/het Victoriameer, en in Australië om de Murray-Darling. Langs de Donau, een van de langste rivieren in Europa, hebben dammen al 80 procent van de waterrijke gebieden en overstromingsgebieden vernield.
De Standaard, 20 maart 2007. |
![]()
Slecht beheer veroorzaakt waterschaarste.
Een zesde van de wereldbevolking - 1,1 miljard mensen - heeft geen toegang tot zuiver drinkwater. Toch is absolute waterschaarste een uitzondering.
In 1992 riepen de Verenigde Naties in Rio de Janeiro de Wereldwaterdag in het leven. Elk jaar staat de organisatie op 22 maart stil bij het belang van goed waterbeheer. Dit jaar luidt het thema ,,het hoofd bieden aan waterschaarste''. Een van de millenniumdoelstellingen van de VN is dat tegen 2015 het aantal mensen met een tekort aan zuiver drinkwater met de helft verminderd moet worden tot 550 miljoen mensen.
Het ziet er niet naar uit dat die doelstelling gehaald zal worden, waarschuwen verschillende ngo's, waaronder Protos, de overkoepelende organisatie van Belgische ngo's die met water bezig zijn.
,,De VN maken terecht het onderscheid tussen een gebrek aan water en een gebrek aan toegang tot water'', zegt Johan Verstraeten van Protos. ,,Het is niet omdat water aanwezig is, dat ook iedereen daarvan kan gebruikmaken.''
Het recente Human Development Report van de VN beschrijft dat het watergebruik de voorbije eeuw veel sneller is gestegen dan de bevolking en dat die trend zich doorzet. In 1900 liepen 1,6 miljard mensen rond op deze planeet, die samen 500 kubieke kilometer water verbruikten. In 2000 verbruikten de 6 miljard inwoners 3.830 kubieke kilometer water. De landbouw neemt daarvan nog steeds het grootste deel voor zijn rekening. In grote delen van Azië, het Midden-Oosten, het zuidwesten van de Verenigde Staten en in Mexico verdwijnt het grondwater sneller dan op natuurlijke wijze kan worden hersteld (zie kaart). De opwarming van de aarde is een bijkomende factor in dat probleem.
Maar volgens de VN is absolute waterschaarste de uitzondering. De meeste landen beschikken over voldoende water om aan de vraag te voldoen, maar slecht beheer zorgt er voor economische schaarste. Dat is het geval in grote delen van Afrika, in Midden-Amerika, India, Laos en Cambodja.
Regeringen investeren er onvoldoende in infrastructuur om het water bij hun inwoners te krijgen. De groeiende ongelijkheid in de verdeling van water leidt steeds vaker tot interne spanningen en internationale conflicten.
Zoals bij vele milieuproblemen, deelt de derde wereld het hardst in de klappen van de watercrisis. Inwoners uit de minder ontwikkelde landen hebben niet alleen een beperktere toegang tot water, maar betalen bovendien vijf tot tien keer meer voor water dan mensen die wel toegang hebben tot stromend water.
De Standaard, 22 maart 2007. |
![]()
Blijft het zoutgehalte van de zee gelijk?
Hoe kan het dat rivieren voortdurend zout aanvoeren terwijl zoutloos water uit de oceaan verdampt?
De hoofdbestanddelen van zeezout (natrium, magnesium en chloor) worden inderdaad in sterk verdunde hoeveelheden aangevoerd via de rivieren, vanuit eroderend gesteente. Ze komen ook vanuit de aardmantel via onderzeese vulkanen in het zeewater terecht.
,,De instroom en de uitstroom van mineralen zijn ongeveer in evenwicht'', zegt de oceanograaf Frank Dehairs van de Vrije Universiteit Brussel. ,,De mineralen in het water kunnen opgenomen worden door organismen of ze kunnen zich vastzetten op bezinkende deeltjes in het water. Water circuleert ook voortdurend door de poreuze oceaanbodem. Zo wordt magnesium opgenomen in de aardkorst.''
De meeste aardkundigen lijken ervan uit te gaan dat het zoutgehalte al lange tijd ongeveer constant is gebleven, met tijdelijke variaties, of dat het hoogstens een beetje stijgt. ,,Tijdens de ijstijden lag veel bevroren water op het land'', aldus Dehairs. ,,De geslonken oceanen moeten toen wel zouter geweest zijn. Nu beleven we een tussenijstijd en warmt de aarde op, zodat het ijs smelt. Dat geeft rond Groenland een verdunning van het zeezout.''
Soms slaat het zout aan de rand van oceanen massaal neer. ,,Een dikke zoutlaag onder de Middellandse Zee getuigt van een periode waarin de 'ingang' van de Middellandse Zee (de Straat van Gibraltar) dicht was'', weet Marc De Batist, een marien geoloog van de Universiteit Gent. ,,Het water dat verdampte, werd niet aangevuld vanuit de Atlantische oceaan, waardoor het zeeniveau daalde en het zout zich op de bodem afzette.'' Dat gebeurde vijf tot zes miljoen jaar geleden. Nu de Straat van Gibraltar weer open is, komt vers oceaanwater binnen, wat niet verhindert dat de Middellandse Zee nog uitzonderlijk zout is en gaandeweg verder verzilt.
,,Maar in de oceanen is het zoutgehalte de voorbije miljoenen jaren waarschijnlijk min of meer stabiel gebleven. Over honderden miljoenen jaren is er wel verandering geweest'', meent Frank Dehairs, ,,want de erosie op het land is bijvoorbeeld groter als nieuw en steil gebergte ontstaat.''
Paul Knauth van de Universiteit van Arizona beweerde in het gereputeerde blad Nature en in het vakblad Palaeo dat de oceaan 2,5 miljard jaar geleden anderhalve keer tot twee keer zo zout was als nu. Later zou veel zout zijn neergeslagen, toen bij de vorming van de continenten grote ondiepe zee-engten deels ingesloten raakten door land. De oceanen werden minder zout, wat het ontstaan van een massa nieuwe levensvormen na de eerste bacteriën mogelijk zou hebben gemaakt. Geleidelijk vloeit nog steeds een deel van het gesedimenteerde zeezout op de continenten terug naar zee via de rivieren.
Maar weinig geologen kunnen de theorie over de oeroceanen bevestigen. Er is nauwelijks iets geweten over het zoutgehalte van miljarden jaren geleden. Een team van Europese wetenschappers, onder wie Frank Dehairs, probeert alvast enkele duizenden jaren terug te kijken door de samenstelling van de diepe oceaanbodem te onderzoeken. De onderzeese sedimentlagen bevatten de minuscule skeletjes van gestorven en bezonken kiezelwiertjes. De wetenschappers van het Paleosalt-project hopen dat de chemische samenstelling van die resten en van de harde skeletten van koralen en schelpjes iets verraden over de zee lang geleden.
Geneviève Lacroix van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen bestudeert in de Noordzee variaties op kortere termijn. ,,Het zoutgehalte varieert van jaar tot jaar en is onder meer afhankelijk van het weer. Als het veel regent, komt via de rivieren veel water in de zee en is het zeewater bij de kust minder zout. Atmosferische en klimatologische omstandigheden beïnvloeden dan weer de stromingen in de Atlantische Oceaan, die mee de verdeling van zouter en minder zout water bepalen. Maar dat gaat over plaatselijke en tijdelijke variaties. Op een geologische tijdschaal is het beeld heel anders.''
De Standaard, 29 maart 2007. |
![]()
Ook onze watervoorraad geraakt stilaan op.
We zijn er ons misschien niet van bewust, maar het is slecht gesteld met de grondwaterreserves in ons land. 'Op sommige plaatsen moeten we bijna stoppen met water op te pompen. Anders geraakt de voorraad gewoon op.'
Eerst het goede nieuws: de Belg is, vergeleken met andere Europeanen, geen grote waterverspiller. De gemiddelde Belg verbruikt 110 liter water per dag. De gemiddelde Europeaan verbruikt 150 tot 160 liter per dag. Wil dat zeggen dat we ons geen zorgen hoeven te maken over de beschikbaarheid van drinkwater en dat we onze kraan mogen laten lopen? Neen.
Uit een Europees rapport van deze zomer blijkt dat België een van de negen Europese landen is die de komende jaren en decennia vaker met waterschaarste zullen te maken krijgen. De meeste landen liggen in mediterraan Europa. België is het enige land in Noordwest-Europa dat met een dreigende waterschaarste kampt. Vooral in Vlaanderen is dat zo.
Hoe komt dat? 'We mogen dan geen grote verkwisters zijn, we stellen ook vast dat ons waterverbruik niet meer verder daalt', zegt Marc Despiegelaere van Protos, een ngo die zich inzet voor beter waterbeheer. 'Onze inspanningen van de voorbije jaren om zuiniger met water om te springen, worden tenietgedaan door een steeds grotere groep van mensen met comfortverbruik van water, in hun jacuzzi of zwembad.'
Het hoofdprobleem is echter de bevolkingsdichtheid en sterke industrialisatie van Vlaanderen. Heel veel mensen op een kleine ruimte hebben veel water nodig.
Bovendien valt er te weinig neerslag die de grondwaterreserves tijdig en op een natuurlijke wijze kan aanvullen. 'De mensen mogen dan al denken dat het in ons land veel regent, maar eigenlijk is dat niet waar', zegt Despiegelaere. 'Als we een langere periode van droogte kennen, zoals de zomer van 2006, komen we vrij snel in de problemen.'
'Nog een geluk dat de neerslag fantastisch mooi over het hele jaar is gespreid', zegt Despiegelaere nog. 'Daardoor moet de landbouw geen al te grote reserves oppompen en is zij maar goed voor 5 procent van het waterverbruik (zie grafiek).'
Toch neemt de druk op onze zoetwaterbronnen toe. Vlaanderen telt zes grondwatersystemen: in het westen is dat het Kust- en Poldersysteem, eronder en ernaast het Centraal Vlaams Systeem en daaronder het Sokkelsysteem. In het oosten van het land gaat het om het Maassysteem, het Centraal Kempisch Systeem en het Brulandkrijtsysteem.
Het Sokkelsysteem, in de buurt van Waregem, is er het ergste aan toe. 'Daar moeten we drastische maatregelen nemen', zegt Didier D'hont van de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM). 'De watervoorraad in de Sokkel slinkt sneller dan ze wordt aangevuld. Op termijn moet het pompen daar met 75 procent worden verminderd, anders raakt het water gewoon op. Zelfs als we nu stoppen met pompen, duurt het nog meer dan een halve eeuw voor het bekken zich heeft hersteld.'
Drinkwatermaatschappijen zijn de grootste gebruikers van grondwater. Zij halen 60 procent van hun voorraad uit de grond. Maar ook de industrie pompt veel van het kostbare goedje op om als proceswater te gebruiken.
Volgens D'hont moeten we grondwater bewuster gebruiken. 'Grondwater heeft vaak een goede kwaliteit. Daarom moet het in eerste instantie voorbehouden worden voor de processen die een goede kwaliteit nodig hebben, zoals drinkwatervoorziening bij gezinnen', zegt hij.
Dat wil niet zeggen dat de gezinnen geen inspanningen moeten doen om hun waterverbruik te verlagen of water te hergebruiken, zegt D'hont.
Maar het is vooral de industrie die op zoek moet gaan naar meer alternatieven, zoals het gebruik van oppervlaktewater of “grijswater, (gezuiverd afvalwater of oppervlaktewater, red.)', zegt D'hont. De Vlaamse overheid subsidieert al enkele jaren bedrijven die overschakelen van het gebruik van grondwater naar grijswater.
Conclusie? 'Een standstill is voor de diepe watervoerende lagen onvoldoende. De grondwaterlagen moeten echt tijd krijgen om te herstellen.' Dramatiseren is niet nodig. We dreigen niet zonder water te vallen. De productietekorten in Vlaanderen worden grotendeels opgevangen met water uit Wallonië. 'Maar we moeten wel waakzaam zijn', zegt D'hont. 'Grondwater is heel kwetsbaar.'
De Standaard, 18 december 2007. |
![]()
Expo 08 Zaragosa: de wereld heeft een droge keel.
Expo '08 in Zaragoza draait om de vraag: waar halen we straks genoeg water vandaan om de dorst van steeds meer mensen te lessen?
Wie rondkuiert over de wereldtentoonstelling houdt het niet droog. Water is het thema en dat wordt spetterend verbeeld. Maar de boodschap van Zaragoza is somber: als we het roer niet omgooien, lijden we straks allemaal dorst. Een gidsbeurt in tien vragen.
1. Hoeveel water is er op aarde?
Als onze Aarde helemaal vlak zou zijn, zonder bergen of oceaantroggen, dan zou alle land bijna drie kilometer diep onder de zeespiegel verdwijnen, zoveel water is er op aarde.
2. Aan nattigheid dus geen gebrek?
Toch wel, want amper 2,5 procent van alle water op aarde is zoet, en dus drinkbaar. Van dat zoete water zit bijna zeventig procent onbereikbaar opgeslagen in gletsjers en ijskappen. De overige dertig procent is grondwater, slechts 1 procent van het zoetwater zit in meren, rivieren en wolken, waar we er makkelijk bij kunnen.
3. Is er al watergebrek op aarde?
Gemiddeld niet, al halen delen van Afrika niet de geschatte minimumbehoefte van duizend kuub water per jaar. Maar nu er steeds meer mensen op aarde komen die elk ook steeds meer water gaan gebruiken, is de vraag niet òf we watertekorten gaan krijgen, maar wanneer.
4. Wie is de grootste slokop?
Het geïndustrialiseerde Westen, dat water niet alleen gebruikt in de keuken en de badkamer, maar ook om er energie mee te winnen in waterkrachtcentrales en stoomturbines, en om steenkoolcentrales en kerncentrales mee te koelen. Daarnaast gaan landbouw en industrie met veel water aan de haal: voor de productie van één calorie voedsel is gemiddeld een liter nodig. Het waterverbruik van geïndustrialiseerde landen gaat voor veertig procent naar landbouwirrigatie en voor nog eens veertig procent naar energiewinning en industrie.
5. Wat brengt de verwachte klimaatopwarming?
Moeilijk in te schatten. Als er minder sneeuw valt in de bergen, komen landen die hun water in hoofdzaak uit smeltrivieren halen (zoals India of het westen van de VS) in de problemen. En als het plotsklaps gaat regenen in plaats van sneeuwen, kan een smeltrivier het gewijzigde debiet niet noodzakelijk verwerken.
En dammen die op rivieren zijn geplaatst om smeltwater te beheren en energie te winnen, staan voor regenwateropvang misschien op de verkeerde plaats.
6. Is er genoeg water voor de boomende economieën van groeilanden als China en India?
Niet lang meer. Watertekort drukt de landbouwopbrengsten en de energieproductie nu al. De komende decennia zal de landbouwsector wereldwijd naar schatting twee keer zoveel water nodig hebben, en de mondiale vraag naar energie stijgt met ruim de helft.
7. Kunnen we water bijmaken?
Zout water kan door ontziltingsinstallaties in zoet water worden omgezet. Nadeel: de huidige technieken vreten energie, zijn duur en pakken slecht uit voor het milieu.
Toch doen steeds meer landen de stap: van China over Australië en India tot de Golfstaten en de VS worden ontziltingsinstallaties gebouwd. Dankzij nieuwe technieken is de wereldproductie van ontzilt water de voorbije decennia de hoogte in gegaan: van twaalf miljoen kubieke meter per dag naar vijftig miljoen kuub per dag (in 2015 moet dat ruim honderd miljoen kuub zijn).
Tegelijk is de prijs gezakt naar ongeveer een dollar per kuub. Dat is duizend liter drinkwater voor de prijs van een fles Perrier. Maar gemiddeld is ontzilten nog steeds drie keer duurder dan water oppompen uit de grond bijvoorbeeld.
8. Kunnen we hetzelfde water twee keer gebruiken?
Dat zal wel moeten. In elk geval worden de technieken om water te zuiveren, te ontsmetten en te desinfecteren steeds geavanceerder, wat een veiliger gebruik van afvalwater toelaat.
De conventionele waterzuiveringstechnieken zijn vaak arbeidsintensief en duur, en vereisen technisch hooggeschoold personeel en een goede infrastructuur. Dat beperkt hun gebruik in derdewereldlanden.
Onderzoekers werken aan een nieuwe generatie waterzuiveringstechnieken die ook in armere gebieden toepasbaar zouden kunnen zijn. Ze testen manieren om water van virussen en bacteriën te ontdoen met ultraviolet licht, en beproeven nanomembranen als zuiveringsfilters.
9. Kunnen we de loop van rivieren verleggen?
India is het alvast van plan: water uit goedbedeelde regio's naar schaarsbedeelde gebieden omleiden. Maar dergelijke maatregelen stuiten op hevig protest van milieubewegingen en boeren. Spanje moest zijn plan om water uit de Ebro naar droge landbouwgebieden in het zuiden af te leiden, enige tijd geleden weer opbergen na heftige protestdemonstraties in Zaragoza, de hoofdstad van de landbouwprovincie Aragon die zich benadeeld voelde.
10. Kan de landbouw met minder water?
Biotechnologiebedrijven werken aan droogteresistente gewassen. Maar dergelijk zaaigoed is te duur voor de derdewereldboer. In het rijke westen heerst dan weer achterdocht over biotechnologie.
De Standaard, 19 juni 2008. |
![]()
Vlaamse rivieren drogen uit in zomer.
Door de klimaatverandering kan de waterstand in onze rivieren de komende eeuw tijdens droge zomers met meer dan 50 procent dalen, voorspelt een Leuvense studie.
'Vandaag is een tekort aan water nog een marginaal probleem. Alleen tijdens uitzonderlijk droge zomers worden we er af en toe, en slechts voor enkele dagen, mee geconfronteerd. Maar het ziet er naar uit dat de watertekorten de komende eeuw veel frequenter zullen worden, en belangrijker zullen zijn dan de dreigende overstromingen waar we nu zo vaak over praten.'
Dat zegt Patrick Willems, hoofddocent rivierkunde aan de KU Leuven.
De Tunesische ingenieur Omar el Farouk Boukhris onderzocht voor zijn doctoraat, waarvan Willems promotor was, de impact van de klimaatverandering op de debieten van de 67 grootste rivieren in het Vlaamse binnenland, en voorspelt belangrijke veranderingen tegen 2100. Hij baseerde zich daarvoor op de klimaatmodellen van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) en analyses van het KMI.
'In de zomer zal het minder vaak regenen, met langere periodes van droogte als gevolg. Daardoor zullen ook de waterstanden van de rivieren dalen. Tijdens droge zomers kunnen de laagste rivierdebieten met meer dan 50 procent dalen. In het meest pessimistische scenario zullen de waterstanden zelfs met 70 procent dalen', zegt Willems.
Dat geldt voor alle bekkens. 'We hebben nauwelijks regionale verschillen vastgesteld tussen bijvoorbeeld het Schelde-, Demer- en Denderbekken.'
De gevolgen voor mens en dier blijven niet uit. 'De drastische daling van de rivierdebieten zullen negatieve gevolgen hebben voor de diepgang van de scheepvaart, de drinkwaterproductie en de waterkwaliteit', zegt Willems.
'Hoe lager het water staat, hoe minder het wordt verdund en gezuiverd. Door het zuurstoftekort dreigt ook vissterfte. De inhaalbeweging die onze rivieren vandaag op dat vlak maken, kan daardoor voor een groot deel verloren gaan.'
Een ander beeld schetst de studie voor de winterperiodes. 'Omdat de klimaatmodellen in de winter meer langdurige regenval voorspellen, zullen de rivierdebieten stijgen, in het meest pessimistische scenario met 30 procent. Dat betekent nog niet dat er 30 procent meer overstromingen zullen zijn, maar het geeft wel een indicatie', zegt Willems.
Tot slot onderzocht de doctoraatsstudie ook de evolutie van rioleringsoverstromingen, ten gevolge van extreme onweders in de zomer. Ook die overstromingen kunnen tegen 2100 met 30procent toenemen.
De Vlaamse overheid, die het onderzoek mee financierde, wil de voorspellingen gebruiken voor een beter waterbeheer. Ze heeft ook al een vervolgstudie besteld die moet becijferen hoe groot de invloed op de waterkwaliteit zal zijn, en hoeveel en welke woongebieden tegen 2100 onder water dreigen te komen staan.
De Standaard, 25 augustus 2008. |
![]()
Als ik thuis de waterleiding openmaak, zie ik binnenin een vieze smurrie.
Of die smurrie gevaarlijk is? 'Nee', antwoordt Bart Van der Brugge resoluut. 'Hij bestaat voornamelijk uit kleine ijzervlokken afkomstig van geoxideerde leidingen', aldus de waterzuiveringsexpert van de KU Leuven. 'IJzeroxide is niet ongezond. De deeltjes zorgen wel voor een wrange smaak als ze loskomen uit het sedimentlaagje en in je glas terechtkomen.'
Walter Rogge van de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening (VMW) schrijft dergelijke oprispingen uit de kraan vooral toe aan corrosie van de huishoudelijke waterleidingen van gegalvaniseerd staal. 'Dikwijls is de aangebrachte galvanisatie van onvoldoende kwaliteit, met corrosie van die leidingen als gevolg', aldus Rogge. 'Nadat er langere tijd geen gebruik gemaakt is van de kraan, bijvoorbeeld tijdens een vakantieperiode, kan er bij een eerste waterafname bruin water uit de kraan komen.' Even de kraan flink laten doorstromen is dan het devies.
Maar zo simpel ligt het volgens Karel Goos van het waterbedrijf Pidpa (Provinciale en Intercommunale Drinkwatermaatschappij der Provincie Antwerpen) niet altijd. Het ijzer kan volgens hem ook van verder stroomopwaarts afkomstig zijn. 'Corrosie is niet altijd de oorzaak van bruin water. Uit gebieden waar de leidingen uitsluitend uit pvc-buizen bestaan, krijgen we ook wel eens klachten', zegt hij.
Volgens Goos zijn veel ijzerdeeltjes afkomstig uit de zandlagen waaruit het grondwater gewonnen wordt. 'Kleine hoeveelheden van die deeltjes komen in de leidingen terecht wanneer de waterzuiveringsbedrijven hun filters spoelen. De deeltjes bezinken als de stroming door de leidingen te laag is.'
Echt dramatisch is het troebele water volgens Goos niet. 'De was wordt er vies van en het smaakt niet lekker. U kunt er last van hebben als de brandweer bij u in de buurt water tapt van de waterleiding om een brand te blussen. Door de verhoogde watersnelheid wervelt sediment op de bodem van de leidingen op.'
Maar het laagje drab van enkele micrometers bestaat niet alleen uit ijzer. 'Er zal ook wel wat zand tussen zitten, andere metalen, en wat organisch materiaal waaronder micro-organismen', zegt Goos. 'Je hebt inderdaad niet honderd procent zekerheid dat het altijd helemaal veilig is. Maar je moet je ook realiseren dat het water leeft. Gelukkig maar. Er zitten allerlei mineralen in die het een lekkere smaak geven.'
Om bruin water tegen te gaan, spoelen waterbedrijven de distributieleidingen af en toe door. Ze doen dat vooral bij lange leidingen die maar enkele huishoudens bedienen. Daar stroomt het water normaal gesproken minder snel doorheen, waardoor er meer bezinkt.
De grote expert op het gebied van deeltjesbezinking is volgens Goos Jan Vreeburg van het Nederlandse onderzoeksinstituut KWR Watercycle Research Institute. Hij werkt samen met ingenieurs van de Pidpa en de VMW.
Volgens Vreeburg moeten leidingen heel anders worden aangelegd. 'Oude leidingennetwerken in stadswijken hebben de structuur van een visnet', zegt hij. 'Dat is handig omdat water dan altijd wel kan worden omgeleid tijdens onderhoudswerkzaamheden of bij lekkages. Maar het nadeel van zo'n systeem is dat het water in sommige delen niet altijd goed doorstroomt.'
'In Nederlandse nieuwbouwwijken krijgen de netwerken nu een “harkvorm,. Het water stroomt dan via steeds dunnere aftakkingen van de hoofdbuis af naar de huizen toe, waardoor de watersnelheid hoog blijft.'
Een leuk idee, vindt Goos, maar niet bruikbaar voor Vlaanderen. 'Hier kunnen we die zogenaamde zelfreinigende netten moeilijk inpassen doordat stadsuitbreidingen veel minder planmatig plaatsvinden dan in Nederland.'
Zonder zelfreinigende netten blijft het volgens Vreeburg oppassen. En niet alleen voor de brandweer. 'Je kunt tijdens de pauze van belangrijke voetbalwedstrijden dan maar beter geen glaasje kraanwater nemen of een wasje draaien. Doordat iedereen tegelijk naar het toilet gaat, neemt de stroomsnelheid toe waardoor je ook dan bruin water uit de kraan kunt krijgen.'
De Standaard, 5 maart 2009. |
![]()
Stad Antwerpen lanceert eigen drinkwater.
De stad Antwerpen heeft haar eigen merk van drinkwater gelanceerd, A-water, dat eigenlijk kraantjeswater is. De stad werkt daarvoor samen met de Antwerpse Waterwerken (AWW).
Het is de bedoeling om naar aanleiding van de wereldwaterdag van de Verenigde Naties (VN), die gisteren plaatsvond, kraantjeswater onder de Antwerpenaars te promoten als drinkwater. Er komen daarom speciale karaffen op de markt, die gevuld moeten worden met kraanwater en zo water in petflessen kunnen vervangen. Een karaf kost 5 euro.
Volgens de Antwerpse burgemeester, voormalig reclamemaker Patrick Janssens (SP.A), is drinkwater voor ons een evidentie, maar in andere delen van de wereld is het een schaars goed. Een theatergezelschap zal het A-water de komende maanden promoten op de Antwerpse markten en pleinen.
'Als elke Antwerpenaar kraanwater drinkt in plaats van flessenwater, kan hij voor 0,25 eurocent zijn dagelijkse behoefte aan drinkwater bekomen', zei Janssens tijdens de lancering van het nieuwe merk. 'Dat is dus niet alleen een besparing op afval en voor het milieu, maar je voelt het ook in je portemonnee.'
De stad geeft alvast het goede voorbeeld en zal tijdens activiteiten enkel nog haar eigen merk schenken. Ook op sportevenementen zal het water van de stad aangeboden worden.
Als het product succes heeft, wordt er ook gedacht aan siropen voor kinderen om A-limonade te maken.
De Standaard, 23 maart 2009. |
![]()
Bouw 65 procent meer beerputten en toiletten op het platteland van Afrika en Azië en je redt 1,2 miljoen levens per jaar, schatten wetenschappers uit Pennsylvania in Environmental Science & Technology. Ontwikkelingslanden kunnen hun voordeel doen met sanitaire maatregelen in afgelegen gebieden, volgens Sean Green. Gebrek aan gesloten toiletten, beerputten en riolen bevordert immers diarree, een ziekte die jaarlijks 2,2 miljoen levens eist en de derde doodsoorzaak bij kinderen is, na kraamdood en luchtweginfectie.
De Standaard, 26 maart 2009. |
![]()
Wereldwaterdag: schone wc's redden levens.
22 maart is wereldwaterdag. Luidens de Millenniumdoelstellingen moet tegen het jaar 2015 driekwart van de huishoudens een schoon toilet hebben. De praktijk blijkt weerbarstig: in het huidige tempo wordt de doelstelling in Zwart Afrika ten vroegste in 2070 gehaald, volgens projecties van de VN.
Over de hele wereld leven ruim twee miljard mensen zonder deugdelijk toilet. Huishoudens zonder wc zijn er vooral in Zwart Afrika (63 procent van de gezinnen heeft er geen toilet), in Zuid-Azië (62 procent) en in Oost-Azië (55 procent).
Gebrek aan sanitair dwingt mensen hun behoefte te doen in kuilen, in struiken langs de kant van de weg, in rivieren en in de buurt van plekken waar kinderen spelen of eten wordt bereid. Dagelijks komt zo 165miljoen kilogram menselijke ontlasting in de natuur terecht, met het risico dat was- en drinkwater worden besmet en dat er epidemieën uitbreken.
Voorbeelden van ziektes die via stoelgang en vervuild water worden verspreid zijn: diarree, cholera, dysenterie, tyfus en hepatitis A. In Afrika sterven elk uur 115 mensen aan ziektes die worden veroorzaakt door gebrekkige sanitaire voorzieningen, onvoldoende hygiëne en vuil water. Meer dan de helft van de ziekenhuisbedden in ontwikkelingslanden wordt bezet door mensen die ziek werden door vuil water en vuile wc's.
Wc's bouwen redt levens in arme landen: de sterfte van diarree daalt met een derde. Aan diarree overlijden in ontwikkelingslanden jaarlijks anderhalf miljoen kinderen.
Schoon water en schone wc's zijn prioritair in de strijd tegen ziekte en armoede. Een investering van een dollar verdient zich 34 keer terug, volgens de VN, omdat ze kindersterfte en ongeletterdheid voorkomt – zonder wc op school blijven meisjes thuis eenmaal ze gaan menstrueren.
De Standaard, 22 maart 2011. |
![]()
Noordpool over twintig jaar volledig ijsvrij in de zomer.
Het ijs op de Noordpool smelt de komende tien jaar zo snel dat de pool over 20 jaar tijdens de zomer ijsvrij is.
Peter Wadhams, oceanoloog aan de universiteit van Cambridge, boorde 1.500 gaten in de ijslaag op de Noordpool tijdens een 450 kilometer lange trektocht. Daaruit bleek dat het merendeel van de ijsschotsen bestaat uit ijs dat gemiddeld slechts 1,8 meter dik is. Dat ijs is in één winter gevormd en daarom kwetsbaar. De kans is groot dat het gedurende de zomer weer smelt.
Dat het poolijs wegsmelt wordt toegeschreven aan de opwarming van de aarde, maar Wadhams zegt dat de opwarming niet de enige oorzaak is. Recente veranderingen in het windpatroon op de Noordpool zijn ook mee verantwoordelijk.
Wadhams waarschuwt ook voor mogelijke nadelen op de lange termijn. Het verlies van het Noordpoolijs kan wel een versnelde opwarming van de aarde veroorzaken, een verandering van de circulatiepatronen van zeewater en de atmosfeer tot gevolg hebben, en onbekende gevolgen hebben op ecosystemen door verzuring van het water.
Een ander effect is dat de aarde er vanuit de ruimte heel anders uit zal komen te zien. In plaats van het witte noorden dat onze planeet nu kenmerkt, zal de top blauw worden.
De Standaard, 16 oktober 2009. |
![]()
Hoe komt het dat er een verschil is in zeeniveau tussen de Stille en de Atlantische Oceaan?
Als je door het Panamakanaal bent gevaren en een stelsel van sluizen je over een bergketen heen heeft getild, dan zal het verschil in zeeniveau weinig indruk op je maken. Maar dat maakt het hoogteverschil van ongeveer een halve meter tussen de Stille Oceaan en de Atlantische Oceaan niet minder interessant.
Op het noordelijk halfrond staat het water van de Stille Oceaan hoger dan dat van de Atlantische Oceaan doordat het warmer is en minder zout. Daardoor heeft het een lagere dichtheid; het water neemt dus iets meer volume in beslag.
Het klinkt een beetje paradoxaal. Dat het water in het noordelijke gedeelte van de Atlantische Oceaan kouder is dan op dezelfde noorderbreedte in de Pacific, daar merken we niet veel van. In Noord-Europa hebben we juist een erg aangenaam klimaat. Dat komt doordat vanuit het zuidelijk halfrond continu warm water onze kant opkomt.
Maar deze aanvoer bevindt zich slechts aan het oppervlak. Enkele kilometers dieper stroomt koud water terug richting Zuidpool. En daar zit hem de crux. De Atlantische Oceaan mag dan wel gemiddeld kouder zijn dan de Stille Oceaan, de bovenste laag van de Atlantische Oceaan is relatief warm. Door de continue aanvoer van warm oppervlaktewater verzout deze wereldzee. Langs het traject verdampt namelijk een hoop water.
De Stille Oceaan heeft geen toevoer van warm oppervlaktewater. Hij wordt juist gevoed door een koude diepzeestroom vanuit Antarctica die gaandeweg opwarmt.
'Het verschil in zoutgehalte tussen beide oceanen wordt nog eens versterkt, aangezien een deel van de waterdamp afkomstig van de Atlantische Oceaan in de Stille Oceaan uitregent', vertelt oceanograaf Hendrik van Aken van het Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee.
Aan de wieg van de verschillende oceaanstromen staat de thermohaliene circulatie. Deze circulatie wordt, zoals de naam al aangeeft, in stand gehouden door zout- en temperatuurverschillen. Zij wordt ook wel de Noord-Atlantische Diepwaterpomp genoemd omdat zij daar voor het eerst is ontdekt. Maar deze benaming is verwarrend, want er is niet één enkele pomp. Het is meer een lopende band.
Toch wordt de werking van de circulatie duidelijker als we een kijkje nemen wat er juist daar, in de Noord-Atlantische oceaan, gebeurt. Als het oppervlaktewater bij Canada en Groenland is aangekomen, heeft het door afkoeling en verzouting zo'n hoge dichtheid gekregen dat het naar de bodem zinkt. Dit afzinken vormt een deel van de aandrijving van de thermohaliene circulatie.
'Dat klopt op zich wel. Maar eigenlijk is het natuurlijk een kip-of-eiverhaal', zegt oceanograaf Anna von der Heydt van het Instituut voor Marien en Atmosferisch Onderzoek van de Universiteit Utrecht. 'Zorgt de oceaancirculatie voor de zout- en temperatuurverschillen, of andersom? Beide houden elkaar in stand, daar komt het op neer.'
In het noordelijke deel van de Stille Oceaan zinkt het water nauwelijks. Het zeewater is daar niet zout en koud genoeg voor. Daar komt bij dat de Beringstraat, het deel tussen Siberië en Noord-Amerika, niet diep genoeg is.
'En wat ook nog speelt', zegt Van Aken, 'is dat een deel van het koude water uit de Atlantische Oceaan langs noordelijke polaire uitlopers die het hele jaar ijsvrij zijn, de Beringstraat instroomt. Het beetje koude water van de Stille Oceaan dat zou afzinken, stuit daardoor al heel snel op een koudere laag uit de Atlantische Oceaan.'
'Op het zuidelijk halfrond is er meer vermenging tussen beide oceanen', vervolgt Van Aken. 'Met name door sterke stromingen rond Antarctica. Het zeeniveau is daar overal ongeveer gelijk.'
De Standaard, 4 februari 2010. |
![]()
Antwerps drinkwater stroomt naar de kust.
Vlaanderen wil minder afhankelijk worden van duur Waals drinkwater.
In de kustgemeenten zal over een paar jaar Antwerps drinkwater uit de kraan stromen, in plaats van Waals water. De drie grote watermaatschappijen die actief zijn in Vlaanderen hebben met elkaar afgesproken hun leidingnetwerken met elkaar te verbinden. Daardoor kan de Antwerpse maatschappij AWW, die over een groot overschot beschikt, haar water makkelijker in Oost- en West-Vlaanderen verkopen. Daar stroomt nu nog veel Waals drinkwater uit de kranen. Het is de bedoeling dat er in 2018 geen liter Waals water naar Oost- en West-Vlaanderen zal stromen.
Door het aan elkaar verbinden van de netwerken wordt ook de waterbevoorrading verbeterd. Vooral voor de kust is dat belangrijk: daar doen zich door de grote schommelingen in het waterverbruik van tijd tot tijd watertekorten voor. Ook in de streek rond Geraardsbergen en in het Pajottenland is de wateraanvoer nu soms precair. Door de vorming van ringvormige aanvoerleidingen kan het water altijd vanuit twee richtingen worden aangevoerd, in plaats van slechts uit één enkele richting. Dat moet tekorten voorkomen.
Het aan elkaar koppelen van de leidingen heeft ook een effect op de prijs. Waals water kost 70cent per kubieke meter, terwijl de drie Vlaamse waterbedrijven elkaars water voor 41cent kunnen kopen. Het Antwerpse water is relatief goedkoop omdat het uit het Albertkanaal wordt opgepompt. In Oost- en West-Vlaanderen bevindt zich geen geschikte bron voor de productie van grote hoeveelheden drinkwater.
Toch zal het water voor de consument niet meteen goedkoper worden. De extra pijpleidingen die voor de onderlinge verbindingen moeten worden aangelegd, vergen een investering van 170 miljoen euro. De tarieven zullen voorlopig niet veranderd worden, want die kosten moeten eerst worden terugverdiend. Het grootste deel van de investering, 119 miljoen euro, wordt gedragen door de maatschappij die actief is in Oost- en West-Vlaanderen, de TMVW. Die zal het meest profiteren van de extra verbindingsleidingen. De belangrijkste nieuwe verbinding wordt een leiding van zestig kilometer, dwars door Oost-Vlaanderen.
Door de investeringen zullen de onderlinge tarieven van de drie maatschappijen (naast AWW ook TMVW en VMW) de komende tien jaar naar elkaar kunnen toegroeien. De drie maatschappijen hanteren nu nog elk hun eigen tarief. Samen hebben de drie maatschappijen 1,85 miljoen klanten. Ze bedienen driekwart van de Vlaamse watergebruikers.
De Standaard, 26 mei 2010. |
![]()