De opgraving
Sinds februari 2005 konden buurtbewoners en toevallige passanten reeds bergen afgegraven bodem bewonderen op de verkaveling 'Vaartstraat' aan de baan tussen Wielsbeke en Ooigem. Deze bergen waren het gevolg van een eerste archeologisch onderzoek die sinds begin mei zijn vervolg kent en als resultaat nog hogere bergen afgegraven grond heeft. Bij de lokale bevolking en andere geïnteresseerden zijn er wellicht ook heel wat vragen omtrent het hoe, het wat, het wanneer, en vooral het waarom.
Waarom opgraven?
Bij grote verkavelingen gedaan door de verschillende overheden moet de Afdeling Monumenten en Landschappen van de Vlaamse Gemeenschap een archeologisch advies uitbrengen. Toen bekend werd dat de West-Vlaamse Intercommunale een circa 10ha groot gebied te Wielsbeke wenste te verkavelen, adviseerde Sam De Decker (archeoloog bij M&L) om, gezien de ideale ligging voor occupaties uit het verleden (op een vruchtbaar plateau niet ver van de oever van de Leie) over te gaan tot een kleine archeologische steekproef om zo de archeologische waarde van het terrein beter te kunnen inschatten.
De proefsleuven
Verspreid over het ganse terrein werden in februari dan 'proefsleuven' aangelegd. Dit zijn eigenlijk opgravingen maar op zeer beperkte schaal om te onderzoeken of er zones te herkennen zijn met archeologische bodemsporen. In lange parallelle rijen met een onderlinge afstand van 10 tot 15m graaft men een kraanbak breed (ongeveer 2m)de bovenste laag bodem, of de ploeglaag (50'tal cm) af. Op die manier gaat men tot de natuurlijke bodem, en kan men al wat de mens in het verleden dieper graafde dan de huidige ploeglaag zien als verkleuring in die moederbodem.
De resultaten van dit proefonderzoek te Wielsbeke-Vaartstraat waren toch vrij belangrijk. Er konden verschillende zones worden afgebakend waarin zich enerzijds wat paalkuilen (kuilen gegraven voor het plaatsen van palen van bv. gebouwen) en anderzijds wat gedempte grachten bevonden. Op basis van wat scherven van aardewerken potten is het waarschijnlijk dat deze structuren stammen uit de IJzertijd (ca. 750 v.C. tot 0). Deze sporen duiden mogelijk op de aanwezigheid van een nederzetting uit de IJzertijd op de te verkavelen percelen.
Het vervolg : een archeologisch onderzoek
Vanwege het belang van de resultaten bekomen bij het vooronderzoek werd er verder geadviseerd om alvorens de terreinen te verkavelen (en zo de archeologische sporen te vernietigen), ze eerst te onderwerpen aan een grondig archeologisch onderzoek.
De gemeente Wielsbeke besliste een projectarcheoloog aan te werven, terwijl de West-Vlaamse Intercommunale instaat voor de kraankosten. Daarnaast kan worden gerekend op logistieke ondersteuning en mankracht van het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed.
Sinds begin mei 2005 is dan ook begonnen met het afgraven van het terrein en heeft het archeologisch onderzoek een start genomen.
|