De eeuw van Joos

Waldseemüller en de geboorte van Amerika


Overzicht: Eeuw van Joos / Waldseemüller / deel 1 / 1C - Waldseemüller


1C - Waldseemüller

Martin Waldseemüller zette als eerste de naam ‘America’ op een kaart en een wereldbol. Hij was met veel dingen de eerste. Hij gebruikte als eerste de drukpers voor zijn wereldkaart en de segmenten van zijn globe. Zijn wereldkaart was de eerste die 360 lengtegraden besloeg en de eerste gedrukte kaart met de volledige kustlijn van Afrika. Blijkbaar was hij tevens de eerste die in dezelfde kaarten de Nieuwe Wereld losmaakte van Azië en een uitgestrekte oceaan openliet waarin het ‘Cipangu’ (Japan) van Marco Polo een plaats kon vinden. Ook het gebruik om de Nieuwe en de Oude Wereld weer te geven in twee afzonderlijke hemisferen vindt eveneens zijn oorsprong bij de twee inzetten bovenaan Waldseemüllers wereldkaart van 1507.

Zuid-Amerika met de eerste vermelding: "America"

 

Detail: Zuid-Amerika met de eerste vermelding van AMERICA

Hij liet zijn verbluffend debuut volgen door een verhandeling over landmeten en perspectief, een boekje over het gebruik van globes, een kaart van Europa en vervolgens zijn nieuwe editie van Ptolemaeus in 1513. De tekst daarvan bevatte tevens twintig moderne kaarten, die hij in een afgescheiden deel uitgaf. Ook dit was een primeur: door de Geographia van Ptolemaeus te scheiden van zijn Supplementum modernior was hij tevens de eerste die een systematische verzameling moderne kaarten publiceerde (Crane 2003: 62).

Wie was die Waldseemüller? En hoe kwam hij in Saint-Dié in de Vogezen terecht?

Er is weinig geweten over zijn leven, zegt de website van de James Ford Bell Collection. Maar bij nader inzien valt dat nogal mee. Waldseemüller werd geboren in het dorp Wolfenweiler, bij Freiburg (in 1470?). Enkele jaren later verhuisde de familie naar Freiburg en zijn vader, Conrad, werd lid van de gemeenteraad in 1490, hetzelfde jaar dat Martin student werd aan de universiteit van Freiburg. Hij studeerde er kosmografie.

Ergens tussen 1490 en 1500 werkte hij in Bazel, Zwitserland, waar de drukker Johan Amerbach hem introduceerde in de kunst van het drukken met houtsneden. Tijdens deze periode zocht hij reeds naar manuscripten om te gebruiken bij een herziene uitgave van Ptolemaeus’ Geographia.

Omstreeks 1505 verhuisde Waldseemüller naar Saint-Dié in de Vogezen, in het hertogdom Lotharingen (Frankrijk), zetel van een benedictijnerabdij. Hier had hertog René II in de laatste decennia van de 15de eeuw zijn school voor kosmografen tot bloei gebracht, die de bakermat zou worden van de moderne cartografie. De hertog wilde de schone kunsten stimuleren. Dat hoorde zo voor het prestige van een vorst met enige allure. En cartografie was hiervoor heel geschikt. Goede kaarten bezaten de onweerstaanbare aantrekkingskracht van de verboden vrucht in het paradijs. Door de draconische Spaanse en Portugese beveiligingsmaatregelen was het quasi onmogelijk om aan betrouwbare gegevens uit recente reizen te komen.

Vergeet daarbij niet dat de hele maatschappij -of toch de elite- in de greep was van wat men toen noemde de furor animi, de ‘zielsdrift’, de drang naar kennis, de koorts om te weten op elk gebied. Voor de tijdgenoten wordt dit gesymboliseerd door de heilige Hiëronymus als prototype van de geleerde vorser, in de vierde eeuw werkend aan de Latijnse bijbelvertaling, de Vulgaat -honderden keren geschilderd sinds de vijftiende eeuw- en voor mij door de David, of sterker: de Mozes van Michelangelo als voorbeeld van de heroïsche mens.

Geïncarneerd zijn deze twee strekkingen in de cartograaf -type Waldseemüller en Mercator- die de geheimen van de hemelen en het aardrijk doorgrondt en in de stoutmoedige ontdekkingsreizigers -type Columbus, Vespucci of de meedogenloos wrede Da Gama en Albuquerque- de mannen van de daad, die de grenzen van de in kaart te brengen wereld telkens verleggen.

"Hiëronymus, Dürer

Albrecht Dürer (1471-1528), De heilige Hëronymus in zijn studeervertrek.

 Ondanks haar ligging in de bergen bezat Saint-Dié goede verbindingen en was een halteplaats op de weg van de Opper-Rijn naar Nancy en Parijs, met Bazel en Straatsburg op amper twee dagen rijden. In dit afgezonderde en toch toegankelijke sanctuarium had zich in het ‘Gymnasium Vosagense’ een groep geleerden verzameld rond een van de raadsheren van hertog René, kanunnik Walter Lud. Aangemoedigd en gefinancierd door de landsheer, wiens uitgebreide bibliotheek recentelijk was aangevuld met kopieën van de brieven van Vespucci, verscheidene zeekaarten en een manuscriptplanisfeer, hadden zij een drukpers opgezet voor het drukken van wetenschappelijke boeken. Hun doel was het publiceren van een kritische uitgave van de Geographia. Daartoe ontleenden zij met veel moeite uit een klooster een zeldzaam manuscript met de Griekse tekst. (Te laat voor hen zou Erasmus in 1533 zijn Griekse Editio Princeps laten drukken, waardoor Ptolemaeus in de oorspronkelijke taal bereikbaar werd voor een ruimer publiek.) Vooreerst wilden zij de kaarten van Ptolemaeus vergelijken met andere kaarten en met de recente geschriften van Amerigo Vespucci. Die taak nam veel meer tijd in beslag dan zij verwachtten.

Tijdens deze vertraging publiceerden zij als hun eerste boek de Cosmographiae introductio cum quibusdam geometriae ac astronomiae principiis ad eam rem necessariis, insuper quattuor Americi Vespucii navigationes.

Cosmographiae Introductio

Cosmographiae Introductio, Saint-Dié 1507, titelpagina.

Het boek kwam van de pers in april 1507. Het werd zo populair dat er in augustus al een tweede druk kwam. Alleen al in 1507 verschenen vier nieuwe edities. Het jaar daarop schepte Waldseemüller tegen zijn partner op dat ze tot dan toe duizend exemplaren hadden verkocht.

In het voorwoord van de Cosmographiae introductio verklaart de auteur het dubbele doel van dit werkje dat amper 52 bladzijden telt:

Kern uit "Introductio"

De kernpassage uit de "Introductio", met in de marge de naam van Amerigo nogmaals herhaald.

Drukkersmerk uit "Introductio"

Drukkersmerk bij de ‘Introductio’. De letters M I in de cirkel betekenen Martinus Ilacomylus, zoals Waldseemüller zijn naam ‘vergrieks-latijnste’, naar goede humanistengewoonte.

Vespucci had in een brief uit 1503 aan Lorenzo, zoon van Pietro Francesco De’ Medici, als eerste erop gewezen dat, op zoek naar de west-passage naar Indië, een nieuw continent was ontdekt. Waldseemüller en Matthias Ringmann huldigden hem bij vergissing als ontdekker van het nieuwe continent en gaven het daarom zijn naam. Waldseemüller veranderde de gelatiniseerde voornaam van Amerigo, namelijk Americus, in het vrouwelijke America, naar analogie van Europa en Asia. Hij redeneerde als volgt : (vertaald uit het latijn) "De continenten zijn nu beter onderzocht. Ik zou niet weten, waarom er iemand iets zou op tegen hebben, dit continent naar zijn ontdekker te noemen, een man met veel ideeën en een intelligent verstand, namelijk Amerige, land van Americus, ofwel America, want ook Europa en Asia hebben de naam van een vrouw. Uit de 2 maal 2 reizen van Americus zijn de ligging van het land en de gebruiken van het volk daar gemakkelijk te kennen."

Colombus was reeds gestorven in 1506 en kon dus niet meer reageren op deze foutieve naamgeving.

De bijhorende grote wereldkaart was in Straatsburg uit twaalf houtblokken gesneden. Volgens Daniel Boorstin mat elk blad 45 bij 62 cm en als de koper ze aan elkaar had geplakt in drie rijen van vier bladen was de hele kaart bijna 3,5 vierkante meter groot (Boorstin 1987: 279).

De site van de J. F. Bell Collection geeft als afmetingen op: 228 x 125 cm, wat ons op iets minder dan 3 vierkante meter brengt.

wereldkaart waldseemüller

Voor een gedetailleerde beschrijving van elk van de 12 bladen van de wereldkaart en vertaling van de Latijnse inscripties (in het Engels) zie website

Van al die honderden gedrukte kaarten ontsnapte slecht één specimen aan de vernietigende ‘tand des tijds’! De kaart werd zelfs als verloren beschouwd tot de Duitse historicus Joseph Fischer S.J. in 1901 een exemplaar ervan ontdekte. Dit werd in 2000 uit Duits privébezit (van Prins Johannes Waldburg-Wolfegg) door de Library of Congress in Washington aangekocht voor de ronde som van 10 milj. $, omdat geen enkele Duitse instelling het gevraagde bedrag kon opbrengen.

Van de kleine wereldbol in de vorm van 12 geren, is geen enkel volledig afgewerkt model overgebleven, maar wel twee niet gemonteerde exemplaren. Beide bevonden zich tot het midden van de twintigste eeuw in Europa. Een ervan ging in 1954 van de vorst van Liechtenstein naar de James Ford Bell Collection  van de Universiteit van Minnesota. Het tweede werd gevonden in een Cosmographia van Ptolemaeus, gedrukt te Ulm in 1468. Goed beschermd in het boek heeft dit exemplaar van de globussegmenten de tijd zonder schade overleefd. Na een lange odyssee sinds de herontdekking in de 18de eeuw, bevindt het zich nu in de Bayrische Staatsbibliothek te München binnen haar rijke verzameling historische landkaarten.

In juni 2005 dook een derde exemplaar van de geren op, twee jaar eerder ontdekt in de collectie van een anonieme Europese verzamelaar. Het werd geveild bij Christie's in Londen voor £ 545.600, een absoluut record voor een dergelijke kaart, maar toch minder dan men verwacht had.

wereldbol in geren waldseemuller

Van de aan Waldseemüller toegeschreven globe werd rond 1963 een replica vervaardigd, met behulp van een  facsimile van de 12 originele geren (12 cm hoog).

facsimile globe waldseemüller

Facsimile van Waldseemüllers globe uit 1507.

Wie zich afvraagt hoe het mogelijk is dat in het verleden hele bibliotheken handschriften verdwenen zijn, krijgt hier een goed voorbeeld, dat dateert van na de uitvinding van de boekdrukkunst!

Het grote werk dat Waldseemüller op cartografisch gebied onsterfelijk zou maken was zijn nieuwe editie van Ptolemaeus. Dit had het eerste boek moeten worden voor de drukpers van het genootschap. Waldseemüller had vele jaren aan zijn Ptolemaeus gewerkt, maar het uitzuiveren van alle verschillende kopieën had veel meer tijd gekost dan voorzien. Opgehouden door de dood van hertog René verscheen de uitgave pas in 1513. De 27 kaarten, gedrukt van houtsneden, de tabellen met coördinaten, het register met meer dan 7000 plaatsnamen, de uitstekende Latijnse vertaling uit de Griekse grondtekst, waren een wonder van geleerdheid. Men dacht dat dit wel de definitieve editie zou zijn. Tot Mercator zijn versie uitbracht in 1578.

Bij de Geographia voegde Waldseemüller een afzonderlijke sectie met twintig moderne kaarten. Op zijn kaart van de Nieuwe Wereld is de naam ‘America’ verdwenen en vervangen door ‘Terra Nova’ (Het Nieuwe Land). De oostkust van Zuid- en zelfs Noord-Amerika is reeds veel beter uitgewerkt dan in 1507. Hij bevestigt uitdrukkelijk dat Columbus de ontdekker van de Nieuwe Wereld is en noemt hem als bron voor de aanvullingen. Daarom wordt de Terrra Nova - kaart meestal “de kaart van de admiraal” genoemd (Harris 2003: 75).

admiraalskaart 1513

Tabula Terre Nove, of Admiraalskaart, 1513. Toont slechts de gebieden tussen 45° NB en 35° ZB. Volgt Columbus’ opvattingen, waardoor de oceaan (Oceanus Occidentalis) tussen de Oude en de Nieuwe Wereld kleiner wordt voorgesteld dan in werkelijkheid, net zoals op de werelkaart waarmee de sectie moderne kaarten opent.

Maar ongetwijfeld had hij eveneens toegang tot andere goede en recente informatie. Zowel de Cosmographiae Introductio als de wereldkaart uit 1507 -en waarschijnlijk ook die uit 1513- werden door Thomas More gebruikt bij het schrijven van zijn Utopia uit 1516 (Lakowski 1999).

Wereldkaart 1513

Waldseemüller, Orbis Typus Universalis Iuxta Hydrographorum Traditionem, Wereldkaart 1513.

De Geographia kende zoveel succes dat in 1520 postuum een herdruk nodig was, voorzien van een nieuwe, prachtige handgekleurde titelpagina.

Geographia 1520

Titelpagina van de 'Geographia' uit 1520, handgekleurd en gedrukt van een houtsnede.

De drukpers kon kennis verspreiden, maar geen foute informatie terughalen. Tot zijn ergernis leerde Walseemüller zelf het onomkeerbare bereik van deze nieuwe techniek kennen. Toen hij vernam dat niet Vespucci maar Columbus de Nieuwe Wereld had ontdekt, was het al te laat. Op alle drie zijn latere kaarten verving hij ‘America’ door ‘Terra Incognita’ (Onbekende Land) of ‘Terra Nova’. Maar de naam Amerika was onuitwisbaar verspreid op vele honderden exemplaren. Waldseemüller had hem alleen maar aan het zuidelijke continent gegeven. Toen Mercator in 1538 zijn eigen grote wereldkaart uitgaf, prijkte daarop zowel een fors uit de kluiten gewassen Noord-Amerika (Americae pars septentrionalis) als een Zuid-Amerika (Americae pars meridionalis). En dat zou zo blijven, onherroepelijk. Hierbij dient opgemerkt dat de Spaanse cartografen en historici deze naam lange tijd niet wilden aanvaarden, en de Nieuwe Wereld eeuwenlang ‘Las Indias’ bleven noemen.

In 1516 gaf Waldseemüller een nieuwe kaart uit, de Carta Marina Navigatoria Portugallen. De titel vervolgt met de uitleg: “Een Portugese navigatiekaart van de hele bekende wereld en de oceanen.” Dit was de eerste gedrukte versie van de zo jaloers bewaakte wereldkaarten, tot dan toe alleen bekend aan de Portugese exploratoren. Ook dit was geen bescheiden werkstukje: 12 bladen van 0,42 x 0,59 m konden aan elkaar gelijmd tot een wandkaart van 1,29 x 2,32 m (bijna 3 vierkante m).

Carta Marina

De Carta Marina

De Carta Marina kan beschouwd als Waldseemüllers tegenhanger van zijn wereldkaart uit 1507. Ze bevat nieuwe informatie: ze is preciezer wat betreft de kusten van Venezuela en Brazilië. Het onderste deel van de Caribische Zee is niet getekend. Door de linkerlijst strategisch aan te brengen laat de cartograaf in het midden of er al dan niet een zeestraat bestaat die toegang geeft tot de Pacifische Oceaan. Nochtans had Balbao in 1513 ontdekt dat er een Oceaan lag ten westen van Centraal-Amerika.

Het sierkader is zo aangebracht dat het lijkt of de pas ontdekte gebieden in het westen tevens de oostkust vormen van Azië (zoals Columbus geloofde) en niet een nieuw continent. De naam AMERICA komt niet meer voor. Op het zuidelijke deel staat nu TERRA NOVA, in het noorden staat bij Cuba: “deel van Azië.”

Deze kaart, geïnspireerd door de ideeën van Columbus en niet die van Amerigo Vespucci, markeert een stap achteruit in de geografische conceptie van de wereld. Nochtans zijn drie navigators geciteerd: Columbus, Alvarez Cabral en Vespucci (tekst, onderaan links).

Bij deze kaart hoorde geen boekje met uitleg. Ze was opgedragen aan de bisschop van Toul, Hugues des Hazards. Een aanduiding rechts onderaan geeft aan dat ze uitgevoerd was in Saint-Dié door Martin Waldseemüller.

Het enige bewaarde originele exemplaar berustte, samen met de wereldkaart van 1507, in de atlas van Johan Schöner, op het kasteel van Wolfegg (Württemberg, Duitsland) (Baptême 1982: 18-19).

Na behoorlijk wat speurwerk vond ik uiteindelijk een bevredigende reproductie in het net verschenen boek van Nathaniël Harris, De wereld in kaart gebracht (2003). Ik stond perplex: het leek de Mercator-wereldkaart uit 1569 wel! Een groot deel van de kaart is ingetekend in een rasternet van kleine vierkanten, zoals Mercator het later zou perfectioneren tot zijn beroemde Mercatorprojectie ... of zoals het 100-delige coördinatennet op de Chinese kaarten eeuwen voor hem! Om de noordelijke vertekening, zoals bij Mercator, hoefde hij zich geen zorgen te maken: het hele bovendeel van de kaart is praktisch ‘terra incognita’. Noord-Amerika, uiterst links, is afgehakt zoals op de kleine planisfeer op de grote wereldkaart uit 1507 (zie verder); Noord-Europa is in Scandinavië afgesneden door de sierlijst van de kaart. Voor de rest is de kaart overdekt met een spinnenweb van kompasrozen, wat inspiratie verraadt van de portulanen (zie daarover verder).

Een ander punt van overeenkomst met Mercators wereldkaart van 1569 zijn de talrijke tekstkaders met uitleg, die voldoende plaats vinden op de nog onverkende binnenlanden.

Grote Chan der Tartaren

Op deze voorstelling van de ‘grote Chan der Tartaren’, een detail uit Azië, is het vierkante rasternet duidelijker te onderscheiden (Bricker1981:107).

Twee jaar na de publicatie van de Carta Marina overleed Waldseemüller. Toch was dit nog niet zijn laatste kaart.

In 1513 was eindelijk zijn levenswerk, de Geographia van Ptolemaeus verschenen. Het Supplementum modernior bevatte, volgens specialisten, de mooiste en nauwkeurigste collectie recente kaarten tot Ortelius’ Theatrum Orbis Terrarum, bijna zestig jaar later! Geen wonder dus dat de Geographia zoveel succes kende dat in 1520 postuum een herdruk nodig was, voorzien van een nieuwe, prachtige handgekleurde titelpagina.

Wat is nu de relatie tussen Amerigo Vespucci en Martin Waldseemüller?

Hier weten wij niets met zekerheid. De website van de James Ford Bell Collection zegt daarover het volgende: 

“Vespucci (+ 1512) and Waldseemüller (+ 1518) may have corresponded. Amerigo Vespucci may himself have been the source for the maps. Since he had hoped to find "some scholar" to help prepare an account of his travels, might this not be Waldseemüller, whose edition of the Vespucci voyages is the most complete? And, since Vespucci indicated that he intended to prepare both a globe and a flat map to accompany his accounts, isn’t it strange that Waldseemüller, on his own initiative, should do exactly this? These are speculations, but not without some documentary evidence. Waldseemüller was recognized as a cosmographer and would have been a logical choice for printing the Vespucci accounts.
The German printers of the Strassburg region were leaders in printing woodcut maps and illustrations. In 1505 a Latin edition of the account of Vespucci’s third voyage was printed in Strassburg, with a woodcut illustration...”

Als het waar is dat Vespucci zelf de tekst voor de nieuwe editie van zijn Vier Reizen met de begeleidende kaarten en schetsen naar Saint-Dié zond, waarom is dat dan niet vermeld in de Cosmographiae introductio? Daarvoor is een plausibele verklaring voorhanden. In 1505 keerde Vespucci terug in Spaanse dienst en werd Spaans staatsburger. Drie jaar later later werd hij Piloto Mayor, met als voornaamste taak de geheimhouding van de Spaanse kaarten over Amerika verzekeren (zie verder).


Overzicht: Eeuw van Joos / Waldseemüller / deel 1 / 1C - Waldseemüller