De eeuw van Joos

WaldseemŁller en de geboorte van Amerika


Overzicht: Eeuw van Joos / WaldseemŁller / deel 1 / 1G - Bibliotheek


1G - De Grote Bibliotheek en Ptolemaeus

AlexandriŽ werd gesticht aan de Egyptische Middellandse Zeekust door Alexander de Grote in 332 v.Chr. Onder de dynastie van de PtolemaeeŽn -opvolgers van zijn generaal Ptolemaios- werd de Grote Bibliotheek het kenniscentrum van de hele Hellenistische wereld, waar geleerden voor het eerst -met steun van de vorsten- systematisch alle kennis vergaarden waarop ze de hand konden leggen.

Hier werkten Aristarchos van Samos, Eratosthenes en Claudius Ptolemaeus.

Reeds Aristarchos (310-230 v.Chr.) steunde ongetwijfeld al op een eeuwenoude traditie, niet alleen op filosofisch maar ook op cartografisch gebied. Tot voor kort vermoedden onderzoekers slechts dat de Grieken een vroege cartografie kenden. In 2003 groef een Belgische archeoloog in Spoleto (ApuliŽ, Z.-ItaliŽ) een zwarte vaasscherf op van drie bij zes cm, met daarop een kaart van Zuid-ItaliŽ. Verder onderzoek dateerde de kaart op 410-350 v.Chr.: tot nader order de oudste kaart uit de westerse wereld.
Wij hoeven niet zo voorzichtig te zijn als de archeologen en durven veronderstellen dat de Grieks cartografie -in welke vorm dan ook- minstens teruggaat tot de periode van de eerste Griekse kolonisatie (750-550 v. Chr.) en vermoedelijk reeds tot de MinoÔsche tijd (Kreta 2500 v.Chr.).

Er is trouwens meer. In 1902 werd bij het Griekse eiland Antikythera uit een scheepswrak dat ca. 65 v.C. zonk een zeer merkwaardig bronzen voorwerp opgedoken, waarvan pas zeer recent door computerreconstructies onomstotelijk bewezen is dat het een astronomische calculator is, bestemd om o.a. maans- en zonsverduisteringen te berekenen. Het is met grote voorsprong het meest complexe voorwerp uit de Oudheid, ingewikkelder dan een modern polshorloge, wat wijst op een lange voorgeschiedenis en ervaring in de vervaardiging van dit soort instrumenten.

Meer over dit instrument: KLIK HIER (krantenartikel)

Reconstructies van de astronomische calculator van Antikythera

De werken van Aristarchos zijn verloren gegaan in de opeenvolgende rampen die uiteindelijk tot de totale ondergang van de Bibliotheek zouden leiden: brand onder Julius Caesar, 48 v.Chr.; grotendeels vernield door fanatieke christenen in het begin van de vijfde eeuw; wat restte verbrand na de Arabische invasie in de zevende eeuw. Wij kennen zijn werk nog door korte aanhalingen bij tegenstanders, die zijn theorieŽn verwierpen. Door het waarnemen van de aardschaduw op de maan bij maansverduisteringen geloofde Aristarchos dat de zon veel groter was dan de aarde en veel verder weg stond. Hij was de eerste verdediger van het heliocentrisme (= de aarde en de maan wentelen om de zon). Het zou tot Copernicus duren, 18 eeuwen later, voor dat schoorvoetend aanvaard werd! Hij ontwierp een methode (waarvan de details zijn verloren gegaan) om de afstand van de aarde tot de maan en tot de zon te berekenen en kwam op basis daarvan tot de conclusie dat het heelal ontzaglijk veel groter was dan in zijn tijd werd aangenomen.

Eratosthenes (276?-195 v.Chr.) was hier bibliothecaris. Hij is de eerste mens die nauwkeurig de maat nam van onze blauwe planeet. En de manier waarop hij dat deed, verdient een plaats in ons verhaal. Hij had gehoord dat de zon op 21 juni op de middag rechtstreeks in een put scheen in Syene (het huidige Aswan) en er dus loodrecht boven stond. Hij wist dat de zon altijd een schaduw wierp in AlexandriŽ. Als de aarde plat is, is er overal even veel of even weinig schaduw. Dus moet de aarde inderdaad bolvormig zijn, zoals de geleerden van de bibliotheek al dachten. Hij berekende de lengte van de schaduw in AlexandriŽ, en concludeerde dat de zon onder een hoek van 7į14í stond, wat een verbluffend juiste meting is! Dat is -een gelukkig toeval- een vijftigste van de 360į van een cirkel. De omtrek van de aarde was dus vijftig maal de afstand Syene - AlexandriŽ. Toen stuurde hij mensen uit om de afstand tussen de twee plaatsen af te meten. Hij kwam uit op 5000 stadiŽn (ongeveer 800 km). De omtrek van de aarde is dus 250.000 stadiŽn of 39.700 km. Slechts 300 km te weinig! Het zou duren tot de wetenschappelijke expedities van de Brit James Cook en de Fransman La Pťrouse in de late 18de eeuw voor dit definitief gecorrigeerd werd.

De laatste grote stap werd gezet door Claudius Ptolemaeus. We weten bedroevend weinig over zijn leven, alleen dat hij in AlexandriŽ leefde tussen 100 en 178 na Chr. Hij bezat een ontegensprekelijk talent voor het verbeteren van het werk van anderen en voor het ordenen van talloze puzzelstukjes kennis tot bruikbare theorieŽn, waarbij hij praktische kennis combineerde met wiskunde. Zijn Almagest over astronomie, zijn Geographia, zijn Tetrabiblos over astronomie, samen met zijn geschriften over muziek en optiek en zijn chronologische tafel der koningen van de hem bekende wereld, vormden het summum van de wetenschappelijke kennis van zijn tijd. Zijn geografie bouwde voort op het werk van Eratosthenes, Hipparchos en Strabo.

Het coŲrdinatenstelsel dat hij overnam, verbeterde en toepaste, blijft de basis van de moderne cartografie. Lengte- en breedtegraden doen hetzelfde voor het meten van de ruimte als de mechanische klok voor het meten van de tijd. Hij stelde de regel in, die voor ons een tweede natuur is geworden, om op kaarten het noorden boven te plaatsen. Misschien kwam dat doordat alle bekendere plaatsen van zijn wereld zich op het noordelijk halfrond bevonden. Hij vond tevens een manier uit (zelfs verschillende manieren) om de bolvormige aarde op een plat vlak te projecteren. De fouten van Ptolemaeus zijn zeker niet te wijten aan enig gebrek aan kritische zin. Zijn fundamentele zwakke punt was een wanhopig gebrek aan betrouwbare feiten. In de Renaissance zou men hem op Olympische hoogte verheffen als een onaantastbare autoriteit. Maar zelf dacht hij er anders over. Hij waarschuwde alleen die feiten te accepteren, die door verschillende getuigen werden gestaafd. Hij beschouwde zijn werk als een synthese en een momentopname, die moest verbeterd worden en aangevuld in de toekomst.

Hij maakte enkele vergissingen met verstrekkende gevolgen. Een ervan was dat hij het heliocentrisme van Aristarchos afwees en de aarde in het centrum van het heelal plaatste. Zijn geocentrische opvatting van het heelal hield 1500 jaar stand, een vingerwijzing dat intellectuele bekwaamheid geen garantie biedt tegen een deerlijke misser!

Een tweede misrekening, met nog belangrijker gevolgen, was dat hij de verrassend nauwkeurige schatting van Eratosthenes verwierp over de omtrek van de aarde. Hij berekende dat een graad slechts 80 in plaats van 112 km bedroeg, zodat hij voor de omtrek van de aarde op 29.000 km uitkwam. Daarnaast maakte hij de fout AziŽ veel verder naar het oosten te laten doorlopen dan werkelijk het geval was. Hoe lang zou de Europese ontmoeting met de Nieuwe Wereld zijn uitgebleven als Columbus geweten had hoe groot de wereld werkelijk was? Maar Columbus bouwde rotsvast op Ptolemaeus omdat die in zijn tijd de grootste autoriteit was, bron en onfeilbare maatstaf van de wereldcartografie. De beruchte discussie tussen de ontdekker en de door koningin Isabella aangestelde commissie geleerden ging dan ook helemaal niet over de bolvormigheid van de aarde -die was al lang gekend- maar over zijn interpretatie van de getallen uit de Geographia.

Als de mensheid in de eeuwen na Ptolemaeus verder was gegaan waar hij was gestopt -wat hij uitdrukkelijk had gewenst- zou de geschiedenis van zowel de Oude als de Nieuwe Wereld heel anders zijn geweest!


Overzicht: Eeuw van Joos / WaldseemŁller / deel 1 / 1G - Bibliotheek