Doelstellingen

In 1996 dienden wij bij het Ministerie van Onderwijs het hier voorgestelde project in, dat van start ging tijdens het schooljaar 1997-1998.

 

Werkhypothese:

1. Kan het inschakelen van ICT (Informatie- en CommunicatieTechnologie) een duidelijk aantoonbare didactische meerwaarde opleveren voor een degelijk didactisch project?

2. Kan de implementatie van ICT via een dergelijk project doorgevoerd worden in algemene vakken? Dit dient te gebeuren, niet door extra-lessen over ICT-toepassingen, maar doordat leerlingen andere leerlingen initiŽren en begeleiden, waarbij leerlingen en leerkrachten van elkaar leren.

Wij opteerden voor een longitudinaal, vakoverschrijdend en multimediaal werkmodel.

*Longitudinaal in twee betekenissen:

- wat de betrokken leerjaren betreft: van eerste tot zesde jaar secundair onderwijs;

- qua duur: voortzetting over verscheidene 'schoolgeneraties', zodat aspecten toegevoegd kunnen worden aan de website en het project kan 'gelinkt' worden aan de activiteiten rond het Keizer Karel V jaar 2000 en aan een gezamenlijk Nederlands-Vlaams universitair initiatief met als voorlopige werktitel Gedeeld Verleden.

*Vakoverschrijdend:

Bij het project zijn vanaf de aanvang de vakken (en docenten) aardrijkskunde, Nederlands, geschiedenis, esthetica, economie en godsdienst betrokken. Dit jaar komen daar nog Frans, Engels en Duits bij. Informatica is als vak niet ingeschakeld, de leerkracht informatica wel.

*Multimediaal:

- in de klassieke betekenis: het aanwenden van diverse media zoals naslagwerken, video, cd-i, dvd, cd-rom, internet, museumbezoek, lezingen...

- in de 'moderne' zin: computergestuurde multimedia en publicatie op een eigen website.

 

Met het project streven wij een heel gamma doelstellingen na. Om slechts de belangrijkste te noemen:

- algemeen: bestuderen van deelaspecten van een historische realiteit in vergelijking tussen Europa en Tawantinsuyu ca. 1500 (politiek, cultuur, dagelijks leven, technologie); bestuderen van het acculturatieproces in de ontmoeting Europa - incarijk (= culturele antropologie en mensenrechteneducatie in historisch perspectief);

- kennismaking met... en integratie van ICT door leerlingen en leerkrachten voor zoekstrategieŽn en creatie van een website;

- beoogde didactische meerwaarde: krachtige leermotivatie voor leerlingen en leerkrachten (groepswerk en zelfstandig werk - doorbreken van de 'vakjesmentaliteit' - realiteitsgevoel van de geleverde inzet door deelname aan een ruimere context (samenwerken met gemeentebestuur, heemkundige kringen en universiteit en 'eindwerk' op het Internet); normaal-functionele integratie van hoogwaardige leermiddelen en werkvormen op een niveau dat in de gebruikelijke schoolse context onbereikbaar is; integratie van spreek-, lees- en schrijfactiviteiten.

 

Uitwerking

 

Het schooljaar 1997-98 was een oriŽntatieperiode.

De eerste twee jaren secundair onderwijs konden in de middagpauze kennismaken met het Internet, onder begeleiding van enkele leraars-vrijwilligers. De derde en vierde jaren produceerden een kleine klassieke persoonlijke scriptie, hetzij over plaatselijke geschiedenis, hetzij over aspecten van het leven in Tawantinsuyu. De vijfde jaren maakten een bibliografische inventaris op van heemkundige publicaties, terwijl de zesde jaren hetzelfde deden door via Internet te snuffelen in universitaire bibliotheken.

In het vierde jaar bespraken de leerlingen klassikaal het boek van Willy Spillebeen, [De hel bestaat], dat niet over de inca's, maar over de maya gaat, omdat het aangrijpend de problematiek van de ontmoeting Europa-Nieuwe Wereld behandelt, met zijn gevolgen tot op heden. (We vonden namelijk geen enkel even geschikt boek over de verovering en kolonisatie van het incarijk!)

Tijdens het laatste weekeinde van augustus 1998 stond heel [Buggenhout] in het teken van Joos de Rijcke. De schrijver Paul Koeck schreef een biografisch massaspel, waarin heel wat oudere leerlingen en oud-leerlingen optraden en dat driemaal (uitverkocht) werd opgevoerd; allerlei historische, toeristische en culinaire manifestaties lokten veel volk, maar ook een 'talkshow' over Ecuador, waarin Nederlandssprekende Ecuadoranen hun land voorstelden; op drie plaatsen in de gemeente kon men een tentoonstelling over Ecuador bezoeken. Ondertussen werd ook de website gecreŽerd en enkele keren bijgewerkt.

 

Bij het begin van het schooljaar 1998-99 werd het project voorgesteld in de vierde jaren.

In de les Nederlands startten de leerlingen meteen met het lezen en analyseren van het in Middelnederlands geschreven [reisverslag] uit 1536 - een zuchtenzwangere klus. Cruciale fragmenten werden 'hertaald' naar modern Nederlands, een volwaardige vertaaloefening. Dan werd de leerlingen een 'creatieve' schrijfopdracht gevraagd rond de brief, waarbij elementen uit de [brochure] over Joos de Rijcke, het handboek, video's of het groepswerk konden betrokken worden. Sommigen 'ontdekten' verborgen brieven van de Rijcke, of zijn persoonlijk dagboek. Anderen vertelden het verhaal voor kinderen enz. De resultaten vormden een aangename verrassing en het bewijs dat minstens een aantal leerlingen plezier beleefden aan hun werk. zie voorbeeld: [Surfen met Leonardo]

glimlach.gif (2152 bytes)

Voor aardrijkskunde was een herschikking van de leerstof nodig: Latijns-Amerika verhuisde van het derde naar het eerste trimester.

Voor geschiedenis werd eerst een korte historische initiatie gegeven. Ondertussen hadden de leerlingen zelfstandig in de klas en thuis het boekje over de Rijcke en een paar fragmenten uit hun schoolboek gelezen. Veel aandacht ging naar motivering van de leerlingen: "Wij zijn met iets totaal nieuw bezig. Wij moeten samen zoeken en puzzelen. Voor een keer weten jullie leerkrachten het ook niet allemaal." De grote meerderheid reageerde enthousiast op de eerste werkweken.

Op 1 oktober 1998 bezochten wij met drie vierde jaren in Leuven de pas geopende tentoonstellingen rond [Dirk Bouts]. Dit was voorbereid met behulp van de educatieve pakketten, ontwikkeld door de K.U.Leuven. Vooraf waren de leerlingen per drie of vier verdeeld in thematische werkgroepjes.

Deze aanpak bepaalde de werkwijze voor het gehele jaar. Wegens tijdsgebrek handelen de leerlingenscripties uitsluitend over onze streken ca. 1450 - 1600. De inca-kant van het gebeuren werd via video'-met-opdrachten aangebracht.

Hier zitten dus boeiende kansen voor verder werken!

 

[Eindevaluatie]: werden de doelstellingen bereikt?