De eeuw van Joos

Tentoonstelling in Rotterdam toont... 

Jeroen Bosch in zijn wereld


EXPOSITIE - Al het helsch ghespoock

De Standaard 01/09/2001

Van onze redacteur Jan Van Hove

 

Op het einde van de zestiende eeuw typeerde de Italiaanse geschiedschrijver Ludovico Guicciardini de kunstenaar als ,,een seer vermaert ende wonderlijc vinder van vreemde drollen ende selsame grillen''. Het illustreert dat Jeroen Bosch (ca. 1450-1516) vooral onthouden werd voor de bizarre gedrochten die zijn visioenen bevolken, mťťr dan voor de morele boodschap die zijn schilderijen bevatten. De visioenen van Bosch zijn zo buitenissig, dat zij een eigen leven gingen leiden in de verbeelding van het publiek.

Helaas zijn die visioenen geschilderd op houten panelen, wat na vijf eeuwen bijzonder kwetsbare dragers zijn. Meesterwerken van Bosch, ook al omdat er zo weinig zijn, behoren tot de stukken die de musea niet meer uitlenen. Voor de tentoonstelling in Rotterdam betekende dit dat de Tuin der lusten uit het Prado in Madrid, de Bekoring van Sint-Antonius uit Lissabon, het Laatste Oordeel uit Wenen en niet te vergeten de aangrijpende Kruisdraging uit het Museum voor Schone Kunsten van Gent in het overzicht ontbreken.

Deze handicap hebben de organisatoren handig gecompenseerd door van hun tentoonstelling een breed vertakt verhaal te maken. Zo brengen zij zowel de voorgangers van Jeroen Bosch in beeld als een groep moderne en hedendaagse kunstenaars die net als hij het fantastische exploreren. Dit heeft voor gevolg dat verluchte handschriften en schilderijen van Dirk Bouts of Quinten Matsijs in hetzelfde parcours opduiken als een film van William Kentridge, een video van Bill Viola of een surrealistische foto van Mariko Mori. Het is een avontuurlijke aanpak, die de muren afbreekt waardoor oude en hedendaagse kunst meestal streng gescheiden blijven.

In het centrum van de opstelling bevinden zich uiteraard de authentieke werken van Bosch (achttien schilderijen en zeven tekeningen) die het museum voor deze gelegenheid kon bijeenbrengen. Niet de absolute toppers, maar niettemin tref je er prachtige stukken bij zoals het Narrenschip uit het Louvre, de Johannes op Patmos uit Berlijn of de Marskramer van het Museum Boijmans zelf. De authentieke werken gaan vergezeld van talrijke kopieŽn, prenten en werken van tijdgenoten en navolgers van Bosch die het grillige universum van de schilder in al zijn facetten laten zien.

Tuin der lusten, de hel, 
Prado Madrid

Bosch is de schilder van de menselijke zwakheid. Het visueel vernuft waarmee hij een breed scala van ondeugden in beeld brengt, lijkt onuitputtelijk. Op zijn schilderijen kunnen de vissen vliegen, liggen minnaars te vrijen in een mossel en lopen priesters rond met een varkenssnuit. Monsters en duiveltjes krioelen er overal tussendoor.

De wereld van Bosch was zo wonderlijk en origineel, dat tal van schilders hem nog tientallen jaren na zijn dood bleven imiteren. De echte werken van de Brabantse meester, die relatief weinig produceerde, vormen slechts de kern waarrond een veel grotere ,,Boschiaanse'' productie cirkelt. Zelfs Bruegel maakte prenten waarin motieven van Bosch radicaal worden overgenomen.

Jeroen Bosch, 

Dood van een vrek

ca. 1490
92,6 x 30,8 cm


Washington, 
National Gallery of Art


De voorstelling in haar geheel is ontleend aan de traditionele prenten van de boeken over het "goede sterven", de "ars moriendi" 
(zie [De vergankelijke mens]). 

De monstertjes zijn zowat het handelsmerk van Bosch.

Maar waar haalde Bosch zelf de mosterd? Het is vooral het antwoord op die vraag dat de tentoonstelling in Rotterdam zo interessant maakt. Na alle wilde veronderstellingen over de mogelijke bronnen van Bosch' kunst -- sommigen hielden zelfs vol dat hij schilderde onder invloed van drugs -- confronteert de tentoonstelling ons met tastbare objecten die in zijn werken voorkomen, en met een beeldtaal waaraan hij verscheidene motieven ontleende.

Behalve de Nederlandse spreekwoorden en uitdrukkingen behoort dus ook de volkse beeldtaal tot de grondstof waarmee Bosch heeft gewerkt, zoals hij ongetwijfeld ook in de boekverluchting en de prenten van zijn tijd inspiratie heeft gevonden. Dit doet geen afbreuk aan de geniale manier waarop hij dit materiaal transformeerde en dienstbaar maakte aan zijn eigen ideeŽn. Het toont wel dat zelfs de grootste kunstenaar niet uit het niets begint te scheppen.

 

 

Ter aanvulling van de expositie is een speciale Bosch-website ontwikkeld: 

www.boschuniverse.com

Bosch in het Webmuseum:

http://www.ibiblio.org/wm/paint/auth/bosch/

Meer Nederlandstalige besprekingen vind je op de website van De Standaard en op de site van de Financieel Economische Tijd (omwille van het copyright kunnen we ze hier niet opnemen).

http://www.standaard.be/

Kies zoekterm "Jeroen Bosch". Toegang krijg je pas na (gratis) registratie.

http://www.tijd.be

Bibliografie

De Tolnay, C., HiŽronymus Bosch. Het volledige werk, Alphen a.d. Rijn, ICOB, 1984, 454 blz.

Marijnissen, R., HiŽronymus Bosch. Het volledige oeuvre, Antwerpen, Mercatorfonds, 1987, 513 blz.

Ruyffelaere, P., Jheronimus Bosch, Gent/Amsterdam, Ludion, 2001, 48 blz.

Alle tot nu toe bekende schilderijen van Jeroen Bosch. (Meesters der schilderkunst), Rotterdam, Lekturama, 1976, 144 blz.

 

 

[Terug naar: De eeuw van Joos]

[Terug naar: Bruegel als Renaissancekunstenaar]