DE EEUW VAN JOOS DE RIJCKE

DIRK BOUTS

Inhoudstafel

  1. Het Laatste Avondmaal
  2. De gerechtigheid van keizer Otto

regel.gif (4423 bytes)

Vooraf

Toen Joos de Rijcke geboren werd, beleefde de Bourgondische cultuurperiode haar herfsttij in de nabloei van de laatste Vlaamse Primitieven. Memling stierf vier jaar voor de geboorte van Joos. En keizer Maximiliaan van Oostenrijk bestrafte in zijn geboortejaar het opstandige Brugge en dwong de Hanzekooplui hun stapelplaatsen over te brengen naar Antwerpen. Dit versnelde de ondergang van Brugge méér dan de voortschrijdende verzanding van het Zwin, de verbinding met de zee.

De opgang van Antwerpen als wereldhaven kon beginnen.

Vlaamse Primitieven ... Vanaf het begin van de 19de eeuw werd deze benaming gebruikt voor de in de 15de en begin 16de eeuw in de Zuidelijke Nederlanden werkzame schilders. Zelden werd een benaming zo ongelukkig gekozen. De meeste schilders waren niet afkomstig uit Vlaanderen, niet uit het historische graafschap noch uit het Nederlandstalige deel van België dat we heden Vlaanderen noemen. Velen kwamen uit de Noordelijke Nederlanden, Wallonië, of -zoals Hans Memling- uit Duitsland.

Hun kunst heeft niets primitief: ze is geraffineerd, gesofisticeerd. Primitief komt van het middeleeuws Latijn Primitus, dat eerste   betekent. Omdat deze kunstenaars een nieuwe tijd in de schilderkunst inluidden en omdat zij als eerste op grote schaal olieverf gebruikten, wat hun panelen een heel nieuw uitzicht gaf. Hun werken geven blijk van een technische perfectie, een ongelooflijke gedetailleerde uitbeelding die nooit meer zou overtroffen worden. Toch zijn het geen 'foto's': ze zitten boordevol symboliek.

Ondanks de algemene kenmerken van de Vlaamse schilderkunst, bezit elk van hen een eigen karakter waardoor ze onderscheiden kunnen worden. Elders in dit internetproject vind je schilderijen van tijdgenoten als Jan van Eyck, en van Bruegel, die een eeuw later leefde en een heel aparte plaats inneemt. Hoewel Dirk Bouts reeds overleed in 1475, bijna een kwart eeuw voor Joos de Rijcke geboren werd, gaan wij zijn leven en werk verder uitdiepen. Het internetproject ging dit werkjaar immers pas echt van start op 1 oktober 1998, met ons bezoek aan de grote Bouts-tentoonstellingen in Leuven.

[Terug naar INHOUDSTAFEL]

regel.gif (4423 bytes)

Inleiding

Dankzij Dirk Bouts bekleedt Leuven een voorname plaats in de geschiedenis van de Vlaamse Primitieven. Het intellectuele milieu evenals de sfeer van prachtlievendheid, zoals die tot uiting kwam bij de oprichting van het stadhuis en de St.-Pieterskerk, trokken hem aan. Voor beide gebouwen schiep hij zijn mooiste werken. Ook de hogere burgerij en zelfs edelen uit de omgeving van Filips de Goede vertrouwden hem opdrachten toe.

[Terug naar INHOUDSTAFEL]

regel.gif (4423 bytes)

Het leven van Dirk Bouts

Rond 1415 werd in Haarlem, een stad in Holland, Dieric Bouts geboren.

Na zijn opleiding als schilder vestigde hij zich rond 1448 in Leuven, de Dijlestad, die zeer spoedig een grote weerklank vond door zijn pas gestichte universiteit. Hij woonde in de Minderbroedersstraat en steeg al vlug in naam en aanzien. Nog datzelfde jaar trouwde hij met Katharina vander Bruggen. Uit dit huwelijk kwamen 4 kinderen voort, 2 meisjes, Katharina en Gertrudis, en 2 jongens, Dieric (de Jongere) en Albrecht, die beiden eveneens schilder werden.

Over de werken van zijn oudste zoon is weinig informatie te vinden. Albrecht daarentegen schilderde wel enkele bekende werken, waarvan het belangrijkste ongetwijfeld het drieluik met de Tenhemelopneming van Maria  is, dat geschilderd werd voor de Sint-Pieterskerk in Leuven. Rond 1475 traden zijn twee dochters in het klooster van de franciscanessen te Dommelen.

In 1473 stierf zijn eerste vrouw en in 1474 hertrouwde hij met Elisabeth van Voshem, de dochter van de Leuvense burgemeester.

Door zijn welgestelde familie, waarvan meer dan één lid een vooraanstaande poorter was, verwierf Dirk Bouts onmiddellijk een goede naam in Leuven.

In en rond deze Brabantse universiteitsstad bezat hij meerdere huizen en domeinen, hij moest dus niet werken om de kost te verdienen.

Nadat hij in 1464 Het Laatste Avondmaal  had geschilderd werd Bouts benoemd tot meester-schilder van de stad Leuven, waar hij op 6 mei 1475 stierf. Zijn lichaam werd in de kerk der Minderbroeders bijgezet naast zijn eerste vrouw.

[Terug naar INHOUDSTAFEL]

regel.gif (4423 bytes)

Het werk van Dirk Bouts

1. Het Laatste Avondmaal: "God heeft een Vlaamse poetsvrouw".

Veel passie, bewogenheid of levendige opwinding hoef je bij Bouts niet te zoeken. Daarvoor kan je beter terecht op televisie, bij een soap of actiefilm. Of, in de schilderkunst, bij Michelangelo en Rubens. Zelfs als ze hem de darmen uit het lijf halen, ligt zijn heilige Erasmus erbij alsof hij een bijzonder saaie passage uit een politiek praatprogramma op de beeldbuis voor ogen heeft. Bouts schildert geen inzending voor het Eurovisie Songfestival, geen hit uit de Vlaamse Toptien. Hij is als Bach of Mozart. Je kijkt naar hem, luistert naar hem in stilte. Dan kijk je opnieuw, detail per detail. Je wisselt je ervaringen uit met je gezelschap. En het wordt een ontdekkingsreis. Dan ga je lezen over wat je zag en vooral, over wat achter het zichtbare oppervlak zit. En dan gaat voor ons, 500 jaar verwijderd van de schilder door een kloof van eeuwen, een wereld, een tijdgeest open, meerstemmig als de Vlaamse polyfonisten en aanvankelijk even onontwarbaar. Nooit eerder geweten dat een schilderij een toegangspoort is naar het denken van lang geleden. Zo verging het ons met Dirk Bouts en zijn Laatste Avondmaal. Eerst een korte blik op het origineel in de Sint-Pieter. ("Pfft... wat een houten Klazen ! Realistische weergave? Met een goeie dia doe ik het beter!") Domme opmerking, besef je later. Want dat origineel is een van de weinige panelen van de Vlaamse Primitieven dat nog op de oorspronkelijke plaats hangt, pas gerestaureerd, en in optimale omstandigheden te bekijken, wat tot voor kort niet zo was. (Zie: Bouts beschermd met plexi.) Daarna een langere halte-met-uitleg voor de prachtige fotoreproductie-op-ware-grootte in de tentoonstelling. Toen stond het onderwerp voor het groepswerk voor ons vast.

schilderij 'Het Laatste Avondmaal in het groot' = 59 KbPas in 1464 (volgens sommige historici ook 1468) begon Bouts aan zijn meesterwerk, namelijk Het Laatste Avondmaal, een drieluik waarmee hij beslist tot de grootste schilders uit de 15de eeuw mag gerekend worden. Op 15 maart 1464 gaf de Leuvense Broederschap van het Allerheiligste Sacrament de opdracht een Laatste Avondmaal op doek te zetten. Het contract is bewaard gebleven, dankzij een gepubliceerd afschrift uit 1998. (Het origineel ging verloren toen de Duitsers de bibliotheek van Leuven in brand staken, augustus 1914.) Contractueel verbond Bouts zich ertoe een "costelike tafele" te schilderen "aengaende de materie vanden heiligen sacramente". Deze overeenkomst bepaalde duidelijk wat op de verschillende panelen moest "gemaelt" worden. Het middenvlak moest "den avontmaeltijt ons liefs heren met sijne XII apostelen" weergeven. Op de zijvlakken wilden ze dat hij "twee figueren uuten ouden testamente die enen vanden hemelscen brode die andere van Melchisedech die derde van Helyas ende vierde vande etene des paeschmaelams in die oude wet"schilderde. Bouts moest dus een middenpaneel schilderen in verband met de Eucharistie, omgeven door taferelen uit het Oude Testament. Dit past in de zogenaamde typologische  traditie van zijn tijd: elk gebeuren uit het Oude Testament werd beschouwd als een voorafbeelding van een feit uit het Nieuwe Testament. Om ervoor te zorgen dat hij binnen de perken des geloofs bleef, werd hij bijgestaan door twee theologen van de Leuvense universiteit. (Die werden hoogstwaarschijnlijk afgebeeld, linksachter op het bovenste linker zijpaneel, De ontmoeting van Abraham en Melchisedek, gebaseerd op Genesis, 14, 18-20.) Een hedendaags artiest zou niet alleen moord en brand schreeuwen over de beknotting van zijn artistieke vrijheid. De opdrachtgevers zouden ongetwijfeld, met hun contract onder de arm, een schop onder de broek krijgen en wandelen gestuurd worden! Bouts slaagde er echter in, binnen de opgelegde beperkingen, een uniek meesterwerk af te leveren, niet alleen door zijn afmetingen, maar vooral door de verbinding van theologisch ideeëngoed met artistiek talent.

Met deze opdracht komen we voor een mijlpaal in de geschiedenis van de schilderkunst te staan. Tot dan toe werden alleen het verraad van Judas en de Communie als onderdelen van het Avondmaalgebeuren geschilderd en dus was het Dirk Bouts die voor de eerste keer de Instelling van de H. Eucharistie weergaf.

Bespreking:

Het Laatste Avondmaal is een weergave van een feit, een momentopname. Het schilderij is tevens een goede informatiebron om ons te leren hoe het interieur van een patriciërswoning eruitzag in de tweede helft van de vijftiende eeuw. De vloer bestaat uit een gevarieerd patroon van kleurrijke geglazuurde tegels. Uit archeologische opgravingen weten we dat dit de exacte weergave is van werkelijk bestaande vloeren. Op de bovenste helft van het schilderij zijn de volledige achter- en zijwanden van het vertrek te zien. Een houten zoldering sluit de kamer bovenaan. In het midden van het plafond weerkaatst er een prachtige, nijver gepoetste koperen luchter het licht. De lichtkroon hangt aan een katrol zodat hij kan neergelaten worden om de kaarsen aan te steken. Soortgelijke luchters treft men aan op veel schilderijen van Vlaamse Primitieven, bijvoorbeeld Het echtpaar Arnolfini  van Van Eyck. Daar is één brandende kaars aanwezig, als symbool van Gods tegenwoordigheid bij het sacrament van het huwelijk. Bij Bouts is er geen kaars: het volle licht van een heldere dag speelt immers door de kamer, en God is niet symbolisch aanwezig bij de instelling van de eucharistie, maar wezenlijk in de persoon van Christus. ( Die koperen lichtkronen ontlokte een van ons de gevleugelde opmerking: "God had blijkbaar een degelijke Vlaamse poetsvrouw".)

Tegen de achterste muur neemt een haard in witte steen de volledige hoogte van het vertrek in. Het is zomer, want de haard is afgedicht met een houten tochtscherm. Links op het doek bieden twee spitsboogvensters met maaswerk uitzicht op een plein. Aan de andere kant zijn er twee gotische bogen te zien die rusten op een centrale, roodmarmeren zuil. We zien hier, onder op de gotische kast ook een kom met een doek. Dit verwijst naar de voorafgaande voetwassing. Als men rechts door het deurtje gaat, onder het beeldje van Mozes met de wetstafelen - andermaal een typologische verwijzing naar het Oude Verbond en naar Jezus als de Nieuwe Mozes- ziet men in de gang naar de besloten binnenhof boven een wasbak in een nis nogmaals een koperen wasketel, een aquamanile.

Het centrale deel van het schilderij wordt gevormd door de met een wit kleed bedekte tafel, waaraan Jezus en de apostelen zitten. Christus zit met zijn leerlingen symmetrisch rond de haast vierkante tafel. Deze tafelvorm komt pas in zwang in het midden van de 15de eeuw. Het tafelgerei is sober: een tinnen schotel, met nog sporen van de vleessaus waarin het paaslam was opgediend; enkele glazen bekers (exact weergegeven, zoals archeologische vondsten bevestigen); messen; een zoutvaatje; een kristallen schenkkan met wijn; een lange, smalle doek, over de zijkant van de tafel gedrapeerd, die als servet dienst doet. De kelk en de hostie zijn natuurlijk een anachronisme, maar verwijzen naar de liturgische praktijk van de consecratie in de mis, zoals dat gebeurde in de tijd van Bouts.

Petrus bevindt zich aan Jezus' rechterzijde. Hij zou later het hoofd van de Kerk worden. Aan de linkerkant zit Johannes, die meer dan wie ook Christus vereerde. Judas, de verrader, zit aan de overkant van de tafel stuurs te kijken.

Buiten Jezus en de apostelen zijn er nog vier andere mensen in de kamer aanwezig: 2 mannen die door het tuimelraam naar binnen kijken, een man achter Christus die Zijn gebaren gadeslaat en een man naast het dressoir. Vroeger dacht men dat deze man met zijn rode muts Dirk Bouts zelf voorstelt. Uit het contract kunnen wij echter afleiden dat het hier gaat om de bestuurders van de Broederschap. Waar Christus en de apostelen gekleed zijn, zoals men zich dat voorstelde na lectuur van de Schrift, zijn de mannen achter Christus en naast de kast, gekleed volgens de mode uit de tijd van Bouts: zij dragen een soort tabbaard, een lang overkleed, zoals de ambtskledij voor magistraten. Op vele panelen uit deze tijd laten de schenkers zich afbeelden in aanwezigheid van de heiligen. Hier fungeren zij als keukenhulpjes en tafeldienaars. Dit heeft niets te maken met onbeschaamde familiariteit, maar alles met de toenmalige opvattingen over 'goede werken', die nodig zijn om de zaligheid te verwerven: giften aan een kerk zijn goede werken. Een schilderij is een kostbare gift. Daarom laten de schenkers zich mee afbeelden, in dit geval goed dicht bij Christus, als een soort 'levensverzekering voor het hiernamaals'. Een gedachtegang die ons vreemd is. Een gift aan de armen zouden wij nog begrijpen, maar een schilderij is luxe. Edoch ... bij een schenking van minimum 1000 BEF ontvangen wij tegenwoordig ook een fiscaal certificaat voor belastingsvermindering. Zegt de bijbel nochtans niet: "Laat de linkerhand niet weten wat de rechterhand doet?"

De hostie die Jezus vasthoudt ligt op de centrale, verticale aslijn. Het perspectief is correct, want alle vluchtlijnen van de vloer, de zoldering en de zijwanden komen samen in de centrale loodlijn, namelijk boven het hoofd van Christus op de latei van de haard, via het lattenwerk van het tochtscherm (dat een kruis vormt achter en boven het hoofd van Christus, wat hier het gebruikelijke aureool vervangt). Men ziet tweemaal een trapeziumvormige opstelling: de eerste keer in de tafel en een tweede keer in de schikking van de apostelen. Dit was andermaal een verrassende vaststelling. Tot voor kort dacht men dat de Vlaamse Primitieven, in tegenstelling tot de Italiaanse Renaissance, een soort puzzelperspectief met verschillende standpunten en vluchtlijnen gebruikten. Memling zou dan in 1487 de eerste geweest zijn die, in navolging van de Italianen, wetenschappelijk perspectief toepaste in zijn diptiek Madonna met Maarten van Nieuwenhoven.

Bijzonder is dat bij Bouts deze Christusfiguur niet wordt afgezonderd omwille van zijn goddelijke betekenis. De apostelen zijn één met Hem.

Dit meesterwerk vormt een synthetisch en eerbiedig geheel. Zelden werd zo'n geestelijke inhoud met zulke werkelijkheidszin verbonden. Volgens archiefbescheiden voltooide Bouts het in iets minder dan vier jaar.

[Terug naar INHOUDSTAFEL]

 

2. De Gerechtigheid van Keizer Otto

Zijn laatste opdracht kreeg Bouts weer van de stad Leuven.

De Leuvense magistraat deed beroep op Dieric om het pas gebouwde stadhuis te voltooien met enkele kunstwerken. Op 26 mei 1468 werd hem gevraagd 5 schilderijen te maken, nl. een drieluik en twee gerechtstaferelen uit het leven van keizer Otto III. De dood zou zijn werk onderbrreken. Er werden maar vier panelen afgewerkt.

groot paneel = 45 Kbnaar paneel = 50 KbDe twee gerechtigheidstaferelen stellen De Onthoofding en De Vuurproef voor. In deze beide schilderijen zien we voor de laatste keer het talent van Bouts weer.

 

 

De perspectivisch uitgewerkte interieurs, de tegeltekening, het goudkleurige filigraanwerk dat de omlijsting uit zijn eerste werken had vervangen, de ontroering op de gezichten van de geschilderde personages, de gebaren met de handen en de erg gedetailleerde uitwerking van de klederen.

Gerechtigheidstaferelen werden in deze tijd regelmatig aangebracht in lokalen waar recht gesproken werd, als voorbeeld, exempel,   voor de rechters. De gerechtigheidsthematiek was in de Middeleeuwen gevarieerd: het wijze oordeel van Salomon, de geschiedenis van de kuise Suzanna, de legende van Herkenbald en die van keizer Trajanus. Beroemd zijn de Brugse panelen van Gerard David Cambyses en Sisamnes.

De Gerechtigheidstaferelen  beelden het legendarische verhaal uit van keizer Otto III, die op aanstoken van zijn echtgenote een graaf liet onthoofden. In elk paneel vertelt Bouts een heel verhaal, waarbij de opeenvolgende chronologische gebeurtenissen in één schilderij zijn samengebracht. Hier legt de beul het afgehakte hoofd in de handen van de gravin.

Om de onschuld van haar man te bewijzen onderging de weduwe van de gedode graaf De Vuurproef.  Ze nam het gloeiende ijzer in haar hand en dit deerde haar helemaal niet. Hierdoor erkende de keizer haar onschuld. Op de achtergrond zien we de afloop van de geschiedenis: de keizer brengt zijn valse eega op haar beurt ter dood op de brandstapel.

[Terug naar INHOUDSTAFEL]

regel.gif (4423 bytes)

Bibliografie

PERSOONS, E. & STAES, J. & OOSTERLYNCK, L. (1984). Steden van België/ deel 6-Leuven. Brussel:Artis-Historia.

DIERICKX, M. (1972).Geschiedenis van België. Kapellen:De Nederlandse Boekhandel.

ADRIAENS, F. & BAUDOUIN, P. & COCLE, J. & DEBLAERE, A. & VANDENBUNDER, A. (1965). Kunst van Altamira tot Heden. Antwerpen:De Nederlandse Boekhandel.

Grote Nederlandse Larousse Encyclopedie/deel 5. Blz 660. Hasselt/ 's Gravenhage/Parijs:Heideland-Orbis N.V./Scheltens & Giltay N.V./ Librairie Larousse.

FRANCOTTE, J. Dieric Bouts:zijn kunst-zijn Laatste Avondmaal.

VANSINA, D. De Vlaamse Primitieven. Blz 15-22 & blz 83-96.

De Grote Encyclopedie '98 / EC Software.

Encarta '98, Encyclopedie Winkler Prins Editie.

DE JONG, C. Schilderijen zien-betekenis en ontwikkeling van de schilderkunst. Blz 72-83.

VAN PUYVELDE, L. De Vlaamse Primitieven. Blz 7-25 & blz 43, (1987).

Kroniek van België. Antwerpen/Zaventem: Standaard/ElsevierLibrico. (1978).

Kunstencyclopedie voor iedereen. Schoten/Uitgeverij Westland.

SMEYERS, M. (1998) Schilder van de Stilte. Tielt: Lannoo.

SMEYERS, K. & VAN DOOREN, R. (1998). Dirk Bouts, een Vlaamse Primitief te Leuven. Leuven.

Evy Hofmans, Tom Van Cleempoel, Marijke Van Dooren, Elke Rottiers, Nathalie Cornelis, Tania Mini, Wim Sarens, Joran Smets, Sofie Van Acker, Steven Van Driessche, Klaas Versaen (4e jaar 1998-1999)

 

[Terug naar INHOUDSTAFEL]

regel.gif (4423 bytes)

Bouts beschermd met plexi tegen gruis van restauratie.

"Goedkoopste" oplossing voor onschatbaar bezit

Uit De Standaard, zaterdag 14 maart 1987, p. 8.

Vooraf

In dit artikel fulmineerde R.H. Marijnissen tegen de behandeling van het kostbare drieluik.

Toen wij, ergens omstreeks 1985, met een groepje leerlingen in de Leuvense Sint-Pieter, naHet Laatste Avondmaal ook de zittertjes van de koorbanken wilden bekijken, werd ons de toegang geweigerd. Reden: onveiligheid. Kort daarvoor waren er stenen uit de gewelfribben naar beneden gekomen. De kerk had dan ook ernstig te lijden gehad onder het geweld van twee wereldoorlogen ... en het dagelijks gedaver van het alsmaar drukker wordende verkeer. Restauratie was dus dringend noodzakelijk en startte kort na onze teleurstellende ervaring.

Geschiedenis

In het begin van de 18de eeuw werden de zijluiken van Het Laatste Avondmaal gescheiden van het middenpaneel. Zij werden tot vier afzonderlijke panelen verzaagd, waarbij de beschilderde achterzijde verloren ging. De vier schilderijtjes kwamen in Duitse verzamelingen terecht.

Mismeesterd

Na de Eerste Wereldoorlog werden de vier taferelen door België in uitvoering van het Verdrag van Versailles (1919) teruggevorderd als vergoeding van oorlogsschade, een transactie waartoe ook de luiken van het Lam Gods behoorden (eveneens in de 19de eeuw verkocht). Het centrale paneel met het eigenlijke Laatste Avondmaal bleef dus in Leuven. Men is geneigd te zeggen: helaas.

Het middenpaneel werd namelijk in 1840 schabouwelijk gerestaureerd. Het schilderij werd overgebracht op doek. De bedoeling was het uitschakelen van het hout als drager, een materiaal dat uitzet en krimpt en derhalve afschilfering van de verflaag veroorzaakt. Zoals wel meer gebeurt is de remedie erger geweest dan de kwaal. De oude Bouts werd met zijn nieuw doek opnieuw op een paneel geperst!

Er kan niet genoeg worden gehamerd op de bedenking dat we in de allereerste plaats duidelijk moeten weten wat we met ons oud kunstbezit beslist niet moeten doen. Wordt de Verloren Zoon  mismeesterd, dan is hij helemaal verloren.

Plexi

Ontroerend was het deze week te lezen dat de kerkfabriek van de Sint-Pieter Bouts' Laatste Avondmaal  tijdens de restauratie van de kerk liever in de kerk houdt, uit vrees dat het later niet meer zou terugkeren. En men gaat het beschermen met plexi! Dat is bovendien het goedkoopst.

Als men nu nog een briefje schrijft naar de aannemer om hem te vragen tijdens de werken wat zuinig te zijn met stof en gruis, dan is alles dik in orde.

R.H. Marijnissen

Nawoord

Volgens latere berichten werd het plexiglas bevestigd met schroeven die door de originele lijst werden geboord!

Of dit inderdaad zo was, hebben wij bij volgende bezoeken niet kunnen vaststellen. Kort na 1990 verhuisde het meesterwerk van Bouts, samen met zijn Marteling van de Heilige Erasmus  naar een zijbeuk, achter glas. Dat glas veroorzaakte echter zoveel lichtweerspiegeling dat je je in alle mogelijke bochten moest wringen om fragment per fragment te kunnen bekijken.

Ondertussen raakte de restauratie van de kerk voltooid. Het Laatste Avondmaal  werd op zijn beurt in zijn oude glorie hersteld ter gelegenheid van de Boutstentoonstelllingen eind 1998 en teruggehangen op zijn oorspronkelijke plaats, in een zijkapel bij het koor. Hier konden wij het bewonderen op 1 oktober 1998.

De Grote Markt werd tevens heraangelegd en autovrij gemaakt. Voortaan geen gedaver van vrachtwagens meer.

J. Martens

[Terug naar artikel: Doelstellingen]

[Terug naar artikel: Het Laatste Avondmaal]

[Terug naar INHOUDSTAFEL]

[Terug naar overzicht: DE EEUW van JOOS]