De eeuw van Joos

Bouwen en wonen: Interieurs

Plattelandsinterieurs bij Bruegel


 

Op bezoek in de zestiende eeuw

Als bron voor de studie van een interieur op het platteland gebruiken we twee gravures van Pieter Bruegel de Oude en een schilderij van Jan Bruegel. Bruegel heeft ons weinig afbeeldingen van interieurs nagelaten, maar zoals steeds leveren deze werken een schat aan informatie.

 

Link naar Bruegels 'De magere keuken'De magere keuken.Burijngravure door Pieter Van der Heyden, naar een tekening of schilderij van Bruegel, 1563. 220 x 290 mm

 

 

De symboliek van de afbeelding laten wij ditmaal onbesproken. Om een tafel verdringen zich een vijftal hol-ogige mannen, graaiend in de gemeenschappelijke kookketel met voedsel, klaarblijkelijk mosselschelpen. De ronde tafel kan best een opklapbare schragentafel zijn, zoals Rien Poortvliet tekende in De tresoor. In het grote roggebrood steekt een broodmes. Op de voorgrond, rechts, keert een kind een kookpot op voetjes om, op zoek naar restjes. Boven de armoedige en bijna lege schapraai hangen een paar aardewerken potten en links daarvan een doedelzak.

De man rechts zit op een driepotige [schamel], die we ook in De vette keuken zullen ontmoeten. Links, voor de [haard] zit een even armoedig geklede man op een blokstoeltje of melkkrukje. Wij weten nu al dat dergelijke driepotige stoelen bij voorkeur gebruikt werden omwille van hun grotere stabiliteit op ongelijke vloeren, al dan niet uit aangestampte aarde of leem.

In het midden op de voorgrond zit een vrouw met gestrekte benen in een merkwaardige korf op de vloer, terwijl zij een kind voedt. Die korf is een [bakermat] en daarop komen we verder terug.

 

regel.gif (4423 bytes)

 

Link naar Bruegels 'De vette keuken'De vette keuken. Burijngravure door Pieter Van der Heyden, naar een tekening of schilderij van Bruegel, 1563. 220 x 292 mm

 

Op deze gravure herkennen wij een aantal voorwerpen van de vorige prent, een aantal andere kunnen wij (nog) niet thuisbrengen.

De meer dan welgedane boeren zitten te schransen rond een rechthoekige tafel, zwaarbeladen met speenvarkens en worsten. Aan de houten zoldering hangen gerookte hammen te drogen aan ijzeren haken (die hier niet meer zichtbaar zijn). Een man snijdt met zijn mes een overmatige portie af. In de schoorsteen van de open haard hangen worsten te roken; ketels pruttelen boven het vuur en een speenvarken aan het spit wordt al ronddraaiend overgoten met zijn eigen vet. Naast de driehoekige stoeltjes komt ook een zetel met rugleuning voor, die maar met moeite een zwaargewicht kan torsen.

Ook hier een moeder met haar kind, ditmaal zuigend aan de weelderige boezem, overvol moedermelk. De arme kerel die aan de deur wordt gezet heeft klaarblijkelijk de doedelzak uit de vorige prent in de armen. Merk tegen de muur naast de deur de houten hooivork met zes tanden op.

 

regel.gif (4423 bytes)

 

Link naar J. Bruegels 'Bezoek aan de hoeve'Het bezoek aan de hoeve. Jan Bruegel, ca. 1600. Olieverf op doek. 27 x 36 cm, Wenen, Gemäldegalerie des Kunsthistorischen Museums.

 

 

Naar alle waarschijnlijkheid kopieerde Jan Bruegel hier een ouder, verloren gegaan werk van zijn vader. Of combineerde hij verscheidene oudere schilderijen tot een eigen compositie. Een aanwijzing voor dit laatste is de bakervrouw op de voorgrond, links naast de wieg, die in de typische bakermat-houding zit, maar de bakermat zelf ontbreekt.

Dit tafereeltje bevat veel meer informatie dan de vorige, op gebied van interieurinrichting, werktuigen en kleding.

Let vooreerst op de tegenstelling tussen de stadse kledij van de bezoekers rechts en de kleding van de "plattelanders".Uit Rien Poortvliets 'De Tresoor' Uit Rien Poortvliets 'De Tresoor'De (zwangere?) vrouw en haar meid (met de korf aan de arm) dragen de typische Brabantse hoed, die bij de zwartlakense overjas hoorde. De man links op de bank en die achteraan, met zijn rode hoed hebben hozen aan, die nog niet zijn uitgegroeid tot volwaardige broeken.

 

 

In deze tijd bestonden nog veel regionale verschillen in klederdracht, gewoonten, huizenbouw... Maar daartussendoor liep de culturele grens tussen stad en platteland, een scheidingslijn die pas na de Tweede Wereldoorlog zou gaan vervagen. Die verschillen konden zo groot zijn, dat zij wel leken te stammen uit twee afzonderlijke culturen. Alsof twee verschillende volkeren samenleefden in één gebied. Buitenlieden droegen andere kleren, volgden een andere mode, koesterden andere gebruiken en etiquette, andere waarden dan stadsmensen.

Opvallend is het gering aantal bergmeubelen, vergeleken met het [interieur van een bemiddeld burger]. Links zit een man op een bank, die tevens als bergkist dient. Voor de rest hangen veel voorwerpen aan haken in de muur.

De woning is duidelijk een meerbeukige vakwerkhoeve. Dat zie je aan het vakwerk en de zijkamer achter de meid, uiterst rechts. Een trap leidt naar een halve verdieping, een vliering. Die kon gebruikt worden als bergruimte of als slaapplaats.

(Zie ook artikel: vakwerkbouw)

Onder de trap zijn een man en een vrouw bezig met boter karnen in een karnvat. Daartoe werd een stamper, onderaan voorzien van een horizontale houten schijf, op en neer bewogen in de room die geleidelijk aan stremde en in boter veranderde. Karnen was vrouwenwerk. Vooral tegen het einde van het productieproces vroeg het een aanzienlijke lichaamskracht om de stok terug omhoog te krijgen. Vandaar dat de man een hand of twee toesteekt. Vandaar ook dat je in het Openluchtmuseum te Bokrijk heel wat middeltjes kunt zien om het werk te vergemakkelijken, tot een tredmolen voor honden (of gestrafte kinderen!) en een paardenmolen, een zogenaamde rosmolen toe.

Op de ronde tafel ligt een groot aangesneden roggebrood. (Een andere groot brood ligt achter de man op de bank.) In het midden, op een tinnen schotel, prijkt (vermoedelijk) een klomp boter. Zes grote aardewerken borden en een klein bordje met pap staan uitgeschept: de bezoekers zijn tegen etenstijd gearriveerd. Een man kan niet meer wachten en brengt het bord met pap al aan de mond: je hoort hem slurpen. Nochtans liggen de lepels op een hoopje achter het brood.

Tot na de Tweede Wereldoorlog bestond het voedsel van buitenlieden en van de lagere klassen in de stad voor een groot deel uit alle soorten pap. Rijstpap was voor de feestdagen bestemd, zoals je op de beroemde Boerenbruiloft van Bruegel kan zien. ("In de hemel eet je rijstpap met gouden lepeltjes.") Dat had ook een praktische oorzaak. Op het platteland waren geen bakkers, ieder gezin bakte voor de eigen huisgenoten: familieleden, meiden en knechten. Broodbakken gebeurde maar een keer per week, voornamelijk omdat het verhitten van de oven zoveel tijd en hout eiste, dat men het moeilijk elke dag kon doen. Dat betekent dat het brood tegen het einde van de week zo hard was dat je er de tanden op zou breken. Dus werden hompen brood geweekt in de pap. Zaterdag was dé bakdag: dan had men 's zondags vers brood. En met het brood mee werden enkele vlaaien gebakken, die voor een extraatje zorgden. Kruimels werden na de maaltijd verzameld, als voedsel voor de scharrelkippen; eventuele keiharde restjes werden in het veevoer verwerkt. Niets mocht verloren gaan: het verspillen van brood werd beschouwd als een zonde en als iets dat ongeluk bracht, bijvoorbeeld een slechte graanoogst.

Link naar Het bezoek aan de hoeve - detailHet bezoek aan de hoeve, detail: man op bank

Wat de man op de bank links precies aan het doen is met zijn grote houten lepel, valt moeilijk te onderscheiden. Merk de voorwerpen die over de hoge leuning van de bank hangen: het ziijn twee haspels voor vlas. Op de ene zit nog het vlas, de tweede is leeg en heeft ongetwijfeld gediend voor de twee strengen keurig gehaspeld vlas, die ervoor hangen. (Zie ook artikel: mode en klederdracht.)

Link naar 'De Boodschap aan Maria', de Meester van FlémalleLet ook op het half dozijn gekleurde prenten tegen de rug van de zitbank. Het zijn vermoedelijk religieuze voorstellingen, afdrukken van houtsneden, die achteraf met de hand werden ingekleurd. Het wijst op de grote verspreiding van dit soort afbeeldingen. We troffen ze al meer dan anderhalve eeuw vroeger aan in een St.-Christoffel tegen de schoorsteenmantel op de "Boodschap aan Maria" van de Meester van Flémalle (ca. 1425).

 

 

regel.gif (4423 bytes)

 

Geraadpleegd

Geschiedenis van het persoonlijk leven. Dl 2: Van het feodale Europa tot de renaissance, DUBY, G. ed.. Amsterdam, 1988, blz.490 - 502.)

WEYNS, J.,Volkshuisraad in Vlaanderen, 4 dln, Beerzel, 1974 - fotografische herdruk: 1999.

 


[Terug naar: Bouwen en wonen]