De eeuw van Joos

Bruegel als renaissancekunstenaar

Wim Verrelst en Jos Martens


Inhoud

[Inleiding]

[Vlaamse Renaissance]

[Humanist en etnoloog]

Werken van Bruegel

(Dit is een onderdeel van een uitvoerige leereenheid over Pieter Bruegel de Oude.)

[Terug naar overzicht: De eeuw van Joos]

regel.gif (4423 bytes)

Inleiding

In dit internetproject worden tekeningen, gravures en schilderijen van Pieter Bruegel herhaaldelijk gebruikt als informatiebron. Bruegel is niet alleen een van onze allergrootste schilders, maar tevens een bevoorrechte én betrouwbare getuige van zijn tijd. Bruegel is erg in trek. Je vindt reproducties van zijn schilderijen in stripverhalen, op deksels van koekjestrommels, papieren tafelleggertjes in restaurants, er zijn Bruegelcafés, Bruegelstoeten en Bruegelfestijnen om de kas van plaatselijke verenigingen te spekken... Een ware Bruegelinflatie, die de appreciatie voor de grote schilder eigenlijk geen goed heeft gedaan.

Nochtans, honderd jaar geleden zou het onmogelijk zijn geweest om een boek over Bruegel te kopen: dat bestond toen eenvoudig niet. De kunstkenners vonden zijn taferelen uit het boerenleven wel scherp geobserveerd, doch grof, onaf en platvloers. En echte Kunst kan toch niet platvloers zijn, nietwaar.

Toch was Bruegel in zijn eigen tijd enorm populair. In de jaren na zijn dood (1569) haalde zijn werk exorbitante prijzen. En toen zijn eigen zoon Jan ('de fluwelen Bruegel') in 1609 een schilderij zocht voor een rijke opdrachtgever, slaagde hij er niet in één exemplaar te vinden. Er waren toen geen originele Bruegels meer op de markt! Aan de talrijke en ruim verspreide prenten, die nu elk een klein fortuin waard zijn, werd toendertijd nauwelijks aandacht geschonken. 
Zijn andere zoon, de minder begaafde Pieter ('de helse Bruegel'), had er een levenslange lucratieve carrière aan, de werken van zijn vader te kopiëren [Zie : De Firma Bruegel]. Gelukkig voor hem bestonden er toen nog geen kleurenfoto's, Artis-albums of internetsites.

Reeds in de zeventiende eeuw werd zijn faam snel overschaduwd door meer modieuze schilders, hoewel Carel van Mander hem in 1604 in zijn beroemde Schildersboeck  noemde "onsen gheduerighen Nederlandtschen roem".

[Terug naar boven: "Inhoud"]

regel.gif (4423 bytes)

Vlaamse Renaissance

Tegenwoordig is Bruegels roem hersteld. We beschouwen hem, sinds kort voor de Tweede Wereldoorlog, als een van onze allergrootste schilders, op één lijn met Van Eyck voor hem en Rubens na hem. Wij weten nu dat hij geen lompe, boerse klodderaar was van lollige en drollige mannekens, doch een man met een behoorlijke ontwikkeling, tijdgenoot en vriend van de cartograaf Abraham Ortelius, beschermeling van kardinaal Granvelle. Desondanks was hij niet de beroemdste kunstenaar van zijn tijd. Die eer ging naar schilders, die in de italianiserende trant putti, goden en godinnen schilderden, in nabootsing van mensen als Titiaan, Raffaël en anderen. In heel zijn werk is er slechts één schilderij dat een mythologisch onderwerp behandelt: [De val van Icarus],   in de Brusselse Musea voor Schone Kunsten. En zelfs dan wijkt het tafereel heel sterk af van de wijze waarop Italiaanse kunstenaars het zouden weergeven. (Zie onderaan: link naar Webmuseum.)

link naar de 'kleine' Toren van Babel' (39464 bytes)De meesterwerken van deze Italiaanse grootmeesters getuigen op schitterende wijze van een ideale wereld, tijdloos, zonovergoten, bevolkt met goden en ideaal gebouwde ideale mensen. Bruegel kende deze werken. Hij had een reis gemaakt naar Italië in 1552-1553 link naar schilderij "De Toren van Babel' (42777 bytes)waarvan hij talloze schetsen meebracht onder andere van het Colosseum (die hij later in zijn twee schilderijen van 'De toren van Babel' zou verwerken). Maar de ongenaakbare grootsheid van de Alpen had bij hem duidelijk een veel sterkere indruk nagelaten dan de fresco's en schilderijen. Bruegels persoonlijkheid was te groot om 'maniertjes' na te schilderen.

Natuurlijk arbeidde hij enerzijds verder in een lange lijn van tradities, die toen reeds meer dan 500 jaar onafgebroken terugging in de tijd. Op verzoek van zijn uitgever H. Cock, tekende hij prenten naar Jeroen Bosch, die op zijn beurt reeds een persoonlijke interpretatie had gebracht van een oude traditie. Zowel Bosch als Bruegel werken in de sinds de Romaanse kunst gebruikelijke inhoudelijke trant: didactisch-moraliserend en dus symbolisch-allegorisch; fantasierijke uitbeelding van hellemonsters, hoofdzonden en deugden.

Een vernieuwing is het uitdrukkelijk invoegen van populaire spreekwoorden en gezegden (zie Inhoud: aparte bespreking van dit schilderij).link naar Bruegels Herfst (32043 bytes) Maar dat was vermoedelijk in veel kathedraalsculpturen eveneens al het geval, zonder dat wij het bevroedden. Zelfs Bruegels schilderijen van de seizoenen zijn een voortzetting van de dierenriem-met-kalenderactiviteiten in de kathedralen en in de getijdenboeken uit de vijftiende en zestiende eeuw. Zie [Elektronica en oude kunst]. Net zoals zijn Link naar het uitvergrote fragment: Bruegels Triomf van de Dood'Triomf van de Dood' een eigen verwerking is van het populaire motief van de [dodendansen]. En ook hier moeten wij aanstippen dat hetzelfde thema anderhalve eeuw vroeger reeds op analoge wijze behandeld was in de 'Très Riches Heures' van de hertog van Berry. Derhalve is Bruegel niet het eigenzinnige, unieke genie waarvoor hedendaagse interpretatoren hem willen uitgeven, in navolging van [Jeroen Bosch] -wat heeft men van die man allemaal willen maken!- Dit doet natuurlijk geen gram af van Bruegels verdiensten, maar zegt wel wat over de 'kenners', die onvoldoende hun kunstwerken kennen!

Triomf van de Dood. Meer details op Community Site 

[Terug naar boven: "Inhoud"]

regel.gif (4423 bytes)

Humanist en etnoloog

Bruegel licht ons in over huizenbouw, scheepstypes, schaatsen, taalschat, landbouwwerktuigen en -methodes...

Nauwkeurige studie van de muziekinstrumenten op zijn schilderijen en prenten liet toe in de jaren zestig van deze eeuw een bruikbare reconstructie te bouwen van twee totaal verdwenen types van Vlaamse doedelzak. ( Nu uitgegroeid tot een 'school' in de volksmuziek; vanaf het schooljaar 1999 - 2000 zelfs op het programma van het prestigieuze Lemmensinstituut.) Elementen uit zijn 'Kinderspelen' zijn gebruikt voor de beschrijving van oude, heroplevende volkssporten.

Bruegels Kinderspelen (51226 bytes)



Herken je bepaalde spelen die ook vandaag nog in zwang zijn?

Kortom: Bruegel is voor onze zestiende eeuw wat [Bernardino de Sahagún] is voor de azteken en Diego de Landa voor de maya: een encyclopedie van en een toegangspoort tot een verdwenen cultuur.

Hij is dat des te meer omdat hij een levenswijze beschrijft, die duizenden jaren bestaan heeft en pas in deze eeuw, na de Tweede Wereldoorlog, voorgoed uit de landbouw verdwenen is om plaats te maken voor de moderne agro-industrie met haar excessen en dioxine-uitwassen.

Hierdoor alleen al verdient hij terecht zijn plaats tussen de grote onderzoekers van het Humanisme. Een der voornaamste kenmerken van deze periode is de furor animi, de 'zielsdrift', die de westerse mens voortdrijft om zijn kennis uit te breiden, om gegevens te verzamelen over al het denkbare. Hierdoor staat hij op een lijn met kunstenaars-geleerden als Da Vinci, Dürer (die stierf aan een longontsteking, opgelopen omdat hij in weer en ontij op pad wilde om een aangespoelde walvis te tekenen), Vesalius (de grondlegger van de moderne anatomie), Mercator en Ortelius (de cartografen) en Dodoens (de auteur van het Cruydeboeck).

link naar Bruegels Bedelaars (50299 bytes)Een Franse medicus ontdekte in 1959 dat Bruegel in zijn 'Bedelaars' verschillende vormen van kreupelheid uitwerkte. link naar Bruegels Blinden (22400 bytes)In zijn 'Parabel van de blinden' heeft hij in de vijf strompelende figuren vijf verschillende soorten van blindheid weergegeven, en dat in een tijd dat zelfs de dokters nog maar weinig over de oorzaken wisten! Omwille van zijn 'Spreekwoorden' en zijn 'Kinderspelen' kunnen wij hem misschien nog het best vergelijken met zijn tijdgenoot Kiliaan van Duffel, lexicograaf van de beroemde Antwerpse drukker [Plantijn], wiens officina in 1588 zijn definitief meesterwerk zou publiceren, het Etymologicum Teutonicae Linguae   (Etymologisch Woordenboek van de Dietse Taal ) dat nog steeds de belangrijkste bron is voor onze kennis van het zestiende-eeuwse Nederlands ( herdrukken tot 1777!) Meer hierover op de website van DBNL (opent in nieuw venster).

En in één opzicht is Bruegel zonder de minste betwisting een kind van de Renaissance. Net als Dürer dankte hij een groot deel van zijn populariteit aan de gravures die naar zijn tekeningen op grote oplagen geproduceerd werden door die verrukkelijke nieuwigheid, die uitvinding met haar onuitputtelijke mogelijkheden, die zijn tijdgenoten de Tiende Muze noemden: de boekdrukkunst.

regel.gif (4423 bytes)

Bruegel op het www:

regel.gif (4423 bytes)

[Terug naar boven: "Inhoud"]

[Terug naar overzicht: De eeuw van Joos]