DE EEUW VAN JOOS DE RIJCKE

ELEKTRONICA en OUDE KUNST

Over zeer late handschriften en wiegendrukken


1. Vlaamse miniaturen voor vorsten en burgers.

Na een erg succesrijke reis naar St.-Petersburg en Firenze zijn de handschriften van de tentoonstelling Vlaamse miniaturen voor vorsten en burgers 1475 - 1550  weer thuis in de streek waar ze ontstonden. Tot begin juli 1997 kon je deze juwelen van boekverluchting bewonderen in het Antwerpse Koninklijk Museum voor Schone Kunsten. Daarna gingen ze onherroepelijk weer dicht in hun respectievelijke kluizen. Gelukkig zond de VRT een gelijknamige documentaire uit, die een soort catalogus-op-video oplevert van bijna een uur (Tekens, BRTN2, 15.5.1997 - duur: 52 minuten). De mogelijkheden van het medium werden zo knap benut, dat ze door interviews, beelden uit Plantin-Moretus en andere musea de reikwijdte van het tentoonstellingsbezoek overtreft. De beginbeelden tonen bezoekers in contemplatie voor de prachtige handschriften, in parallelle montage met het drukken van boeken-oude-stijl in de drukkerij van het Antwerpse Plantin-Moretus Museum en met het drukken van de tentoonstellingscatalogus volgens de meest recente technieken. Handig gebruik van de zoomlens verduidelijkt beter de diepte-illusie die de illuminatoren nastreefden en toont meer details dan het blote oog kan waarnemen bij het bekijken van de originelen. Dit aspect, weergave van artisanale hoogtepunten uit de miniatuurkunst door hypermoderne media -en de didactische toepassingen daarvan- zal ons hier verder nog bijzonder bezighouden.

Wat de datering betreft, heb je correct gelezen. Deze apotheose van de Vlaamse miniatuurkunst hoort merkwaardig genoeg chronologisch thuis NA de uitvinding van de boekdrukkunst. De oudste handschriften op de tentoonstelling dateren van meer dan een kwart eeuw nadat [Gutenberg] in Duitsland begon te drukken met losse letters; in 1455 verliet de beroemde 42-regelige bijbel zijn atelier. In Aalst was [Dirk Martens] zeker vanaf 1473 actief als drukker. En toen Martens in 1534 overleed, leek het einde van de verluchte manuscripten nog niet in zicht. Hier moeten wij onze historische beeldvorming dus duidelijk bijstellen.

Handgeschreven anachronisme

Hoe is deze schitterende nabloei te verklaren? Waarom is het [handgeschreven verluchte boek] geen geruisloze dood gestorven rond 1470? Een gedrukt boek kon kennis toch sneller en vooral goedkoper in veel grotere oplagen verspreiden dan een manuscript? En leverden de drukkers, zeker tot enkele generaties na [Plantijn], geen pareltjes van verzorgde drukKUNST af? Dan is een handschrift toch een anachronisme als de Amish met hun paard-en-kar in een wereld vol computers?

zie artikel: ["Een heel museum in ťťn boek"] over restauratie en de expo "Meesterlijke Middeleeuwen".

zie artikel ["Een Brugs getijdenboek"]

De verklaring is niet zo eenduidig als we allen meenden. Buiten het opkomende economische centrum Antwerpen en de universiteitsstad Leuven kwam de drukkunst in de Nederlanden eigenlijk niet goed van de grond. Elders liep het niet anders: in Engeland zou [William Caxton] in 1476 de eerste pers installeren, nadat hij reeds enkele jaren in Brugge als drukker actief was geweest en van daaruit boeken in zijn vaderland importeerde. Boeken bleven nog lange tijd zeer duur. Drukken was een arbeidsintensief en ...langzaam proces. De schitterende stempels en matrijzen die Plantijn bij de beste vaklui bestelde, kostten fortuinen (Materne 1991: 282). Als ze goed doorwerkten konden zijn snelste drukkers, door efficiŽnte taakverdeling, per dag 1250 foliobladen van de pers halen en te drogen hangen. Niet te vergelijken dus met de hedendaagse huizenhoge jumbopersen die honderdduizenden kranten, elk met de omvang van een uit de kluiten gewassen boek, uitspuwen in nauwelijks een paar uren. Maar toch had het contemporaine adagium het bij het rechte eind: "Op ťťn dag wordt gedrukt wat anders op een jaar wordt geschreven." Een dag werk voor een [incunabel], tegen een dik jaar en een volledige kudde schapen voor een behoorlijk getijdenboek! Voor deze laatste soort manuscripten gebruikte men bij voorkeur velijn, het prachtige, volmaakte perkament uit de huid van pasgeboren -of nog ongeboren- lammeren, dat ook na vijf eeuwen niets van zijn zachte crŤmekleurige textuur heeft verloren. Niet te verwonderen dat je voor een primadonna-manuscript al snel evenveel neertelde als tegenwoordig voor een flinke villa in een exclusieve wijk. Overdreven? In 1480 vroeg een miniaturist voor ťťn miniatuur evenveel als hij betaalde om zijn woning te voorzien van een leien dak. Een volledig handschrift kostte evenveel als een steen, een stenen stadswoning. Toen de spilzieke hertog Jean de Berry in 1416 overleed, werd het verluchten van zijn magistrale TrŤs Riches Heures  onmiddellijk gestaakt door de roemruchte gebroeders Van Limburg en pas in 1485 onder hertog Karel I van Savoye door Jean Colombe voltooid (Pognon 1983). Geef toe, als statussymbool nogal wat anders dan een Ferrari!

Zie artikel: [Vlaamse Minikunst van Maxitalent] en [Illuminating the Renaissance]

Op de website van de British Library...
kun je bladeren door getijdenboeken, met per folio gedrukte en gesproken commentaar (Engels) en de mogelijkheid details te bekijken door een digitaal vergrootglas.
Onder andere het Golfboek door Simon Bening (ca. 1540) en het Sforza Getijdenboek, dat in het bezit kwam van Margareta van Oostenrijk, met miniaturen door Gerard Horenbout.

Bidden en pronken

Hier wringt het schoentje. Een getijdenboek is eigenlijk geen boek in de gewone betekenis. Het valt eerder te vergelijken met een exclusieve schilderijencollectie van een rijke verzamelaar. Dat verklaart waarom zoveel handschriften zo fraai en ongeschonden tot ons zijn gekomen: hoewel zij pasten in de strikt persoonlijke devotie van na de Zwarte Dood, werden zij niet gebruikt voor het dagelijkse lekenbrevier! Dat van Maximiliaan van Oostenrijk en dat van zijn kleinzoon Karel V vormen slechts de uitzondering die de regel bevestigt (Unterkircher 1974). Een boek was bovendien mťťr dan alleen maar een statussymbool. Het werd met grote zorg en respect behandeld, want het was kostbaar door zijn vorm, de gebruikte materialen, maar ook door zijn inhoud. Een boek werd beschouwd als de onvergankelijke woonplaats van de wijsheid. Voor de mensen uit die eeuwen had het iets magisch, iets van toverij. Stel je voor: mysterieuze tekentjes op perkament, waaarvan de boodschap op honderden mijlen afstand of vele eeuwen na de dood van de schrijver haar geheimen prijsgeeft aan de lezer.

Echte bibliofielen haalden de neus op voor papier. Ook al was dat het degelijke, duurzame handgeschepte materiaal uit lompen en niet ons hedendaagse houtvezelpapier, dat al door zijn eigen zuren verteerd wordt op het ogenblik dat het van de persen rolt. De schatrijke Brugse patriciŽr [Lodewijk van Gruuthuse] (+1492), ridder van het Gulden Vlies, link naar foto Lodewijk van Gruuthuse 13 Kbvertrouweling van twee Bourgondische hertogen en grootste bibliofiel na de hertog, duldde geen enkel gedrukt boek in zijn librije. In zijn afkeer voor het nieuwe medium liet hij incunabelen met de hand op perkament kopiŽren en verluchten! Edward IV van Engeland had wellicht in zijn jeugd, tijdens zijn ballingschap in Brugge, zijn liefde voor het verluchte handschrift opgelopen door zijn contacten met Gruuthuse. Eens op de troon bouwde hij een bibliotheek uit, volledig op die van Gruuthuse geÔnspireerd (Cardon 2002:75). Ook Edward liet door Caxton gedrukte boeken omzetten in geÔllumineerde manuscripten. Landvoogdes [Margaretha van Oostenrijk] (+1530), de trotse eigenares van o.a. het befaamde TrŤs Riches Heures van Jean de Berry, telde in haar bibliotheek van ca. 400 boeken amper 44 gedrukte werken (Smeyers 1998: 490).

Bovendien kon de cliŽnt het handschrift volledig personaliseren, zelf de inhoud samenstellen, beslissen over de afbeeldingen, zijn portret laten inlassen. Ateliers speelden hierop handig in door breviaria te vervaardigen, zonder op bestellingen te wachten. Zij lieten op de wapenschilden ruimte open voor heraldische of andere eigendomsmerken van de koper, of schetsten figuren, waar dan een portret van de eigenaar en/of zijn vrouw en hun patroonheiligen 'ingevuld' konden worden, of desnoods toegevoegd op afzonderlijke vellen. Zo werd ook in manuscripten die een nieuwe eigenaar kregen de heraldiek aangepast (Alexander 1971). Na de dood van Lodewijk van Gruuthuse kwam het grootste deel van zijn bibliotheek in handen van de Franse koning Lodewijk XII. Deze liet het wapenschild van Gruuthuse overschilderen en vervangen door de drie gouden lelies op azuren veld van het huis van Valois. Gruuthuses devies Plus est en vous   (Er steekt meer in u) werd met een dekkende verflaag zoveel mogelijk onzichtbaar gemaakt. Maar zijn persoonlijk kenteken, een mortier die een kanonskogel afvuurt, liet men meestal staan om de randversiering niet te verstoren. Zo zijn een aantal handschriften uit de Parijse [BibliothŤque Nationale] nog te herkennen als herkomstig van Gruuthuse (Smeyers 1998: 404, Huizinga 1997: 73).

[Naar artikel]: "Sotheby's veilt Gruuthuuse-handschrift"
[Naar artikel]: Vlaamse miniaturen 2011

Anderzijds lag op de tentoonstellling Histoires tissťes  in het Palais des Papes te Avignon (zomer 1997) een incunabel, waarin een aantal van de gedrukte  wapenschilden niet was ingetekend, wat op een continuÔteit van de praktijk wijst. 
Rond 1500 waren handschriften uit onze streken een internationaal gegeerd exportproduct, net als [schilderijen] en [retabels]
( = link naar PDF-artikel in nieuw venster 561 kB) (Nieuwdorp 1993, Smeyers 1991). 
In de beginperiode van de drukkunst werd soms zelfs met fraaie gotische letters op perkament gedrukt, zoals je kan zien in Plantin-Moretus. De afwerking met bladgoud en inkleuring geschiedde dan met de hand, als bij een manuscript. Zo bezat de universiteit van Leuven een kostbare gedrukte uitgave op perkament van Vesalius' De humani corporis fabrica (1543), door keizer Karel V aan haar geschonken. (Zijn persoonlijk exemplaar? Vesalius was immers zijn lijfarts.) Die werd vernietigd, samen met 800 incunabels en talloze middeleeuwse manuscripten, toen de Duitsers tijdens de Eerste Wereldoorlog Leuven en de universiteitsbibliotheek platbrandden (25 augustus 1914) (De Schaepdrijver: 82).

Ook incunabelen op papier werden voltooid met handgekleurde initialen en marges, analoog aan handgeschreven folianten. Of men voegde ook hier miniaturen op aparte perkamenten vellen aan het boek toe (Smeyers 1997: 18). Kortom, zeker tot 1550 bootsten de drukkers zoveel mogelijk het uiterlijk van de manuscripten na, tot en met de talrijke afkortingen in de perkamenten handschriften, die bij een gedrukt boek overbodig waren.

Zie artikel: ["Invloed van Van Eyck"]

Toch is de overweldigende hoeveelheid van de productie alleen al verbazingwekkend: er bleven meer dan 1000 handschriften in de 'Gents-Brugse' stijl bewaard (Smeyers 1997: 9). Dit is slechts een fractie van wat ooit is gemaakt. Een behoorlijk deel zit nog steeds verborgen in privť-verzamelingen, zoals in 1987 bleek op een tentoonstelling in het Keulse SchnŁtgen-Museum - tevens onze eerste kennismaking met deze zeer late handschriften.

  • Een volledig handschrift op het Internet: [Literatuurgeschiedenis.nl], kies daar voor "Getijdenboek".

  • Op de website van de Koninklijke Bibliotheek (NL) kun je ook een volledig manuscript exploreren. Het betreft het Trivulzio-getijdenboek (ca. 1475), een kleinood van amper 13x9 cm., waarvan men dacht dat het verloren was gegaan.

  • Op de website "Middeleeuwse Verluchte handschriften" van de KB (NL) kan je niet minder dan 11 000 afbeeldingen uit 400 middeleeuwse handschriften bekijken! 

  • Ook info bij de Belgische Koninklijke Bibliotheek (kBr): zie Virtuele tentoonstelling Incunabelen en ook op het Handschriftenkabinet, de verborgen link achter de afbeelding links.

Monsterlijke marginalia

In middeleeuwse manuscripten treft men, naast de hoofdminiatuur vaak een versiering in de marge, soms vrij bescheiden, maar steeds levendig en humoristisch: losse dieren, halfwezens en apen. Een aap die op een trompet blaast, aan zijn achterste krabt, naar een uil uithaalt met een zwaard... (Janssens 1997)

naar foto Marginalia = 36 KbOver deze randversieringen, de drolerieŽn, en hun betekenis is reeds veel geschreven. In de discussie worden meestal een aantal belangrijke aspecten over het hoofd gezien omdat men zich blind staart op enkele handschriften en zo het totaalbeeld mist. Deze kronkelende monsters, hybride figuren, drollige narren, meerminnen enz. komen immers evenzeer voor in de architectuur, het meubilair, in de kraagstenen van draagbalken, de ['zittertjes'] van koorbanken, de edelsmeedkunst, de boekverluchting en de schilderkunst. Zij wijzen op een eenheid van uitbeelding, een relatie tussen de verschillende kunstuitingen en getuigen van een meer dan duizendjarige traditie, gaande van de Keltische miniaturen van vůůr de achtste eeuw, tot Bosch en Bruegel ze na 1500 uit de marge halen en hun schilderijen ermee bevolken. Men beschouwt ze meestal als een uiting van een bodemloze, tomeloze verbeelding die in uitweg zocht in hun grotesk karakter. Ze overleven zelfs de Middeleeuwen, tot in renaissance-versieringen in de zeer late handschriften (Alexander 1971). Tijdens het maniŽrisme van de zestiende eeuw worden ze in de architectuur overgenomen (of vice versa? ) in kariatiden van deuren of schoorsteenmantels van open haarden zoals in het Louvre. Hoezeer ook de vorm, de inspiratie of de interpretatie wijzigt, de drolerieŽn overleven alle stijlveranderingen. Dit wijst erop dat ze een fundamenteel diepgaand en blijvend esthetisch gevoel bevredigen, ook al was hun oorpronkelijke betekenis verloren gegaan in de nevelen der tijden en werkten de kunstenaars in een traditie waarvan ze de wortelen niet meer bevroedden.

Dergelijke figuren wekten reeds de ergernis op van de heilige Bernardus van Clairvaux (+1153), wanneer hij fulmineert tegen de overdreven decoratie in handschriften en op gebouwen (Unterkircher 1974:132). Deze hybriden werden beschouwd als symbolen van een heidense, chaotische 'tegenwereld' van demonen, die door Christus' offer verslagen waren, zoals Lucifer na zijn val verbannen werd naar de hel.

In de vorige eeuw zat men er zeer mee verveeld: de drolerieŽn pasten niet in het geÔdealiseerde beeld van de 'vrome' Middeleeuwen. Zo werden heel wat 'zittertjes' van de koorbanken gekapt en vervangen door meer 'passende' beeldengroepjes!

naar beeld drolerieŽn = 37 KbDe vos, als pelgrim gekleed, spreekt de haan vermanend toe. Het lijkt een vroege versie van het gezegde: "Als de vos de passie preekt, boer let op uw kippen".

De randminiatuur, verscholen tussen bloemen en vruchten, heeft klaarblijkelijk geen enkele band met de 'plechtige' initiaal D die de opdracht in de tempel uitbeeldt.

fragment van een Bladzijde uit het Latijnse gebedenboek van Maria van BoergondiŽ uit 1477. (Wenen, Nationalbibl., Ms. Lat. 1857,fol.100 rį)

 

naar beeld drolerieŽn 8 KbReynaert in monnikspij heeft in zijn kap een aantal vogels gevangen. Vermoedelijk vloeien hier verschillende overleveringen samen en dient het tafereel allegorisch te worden geduid: de lichtgelovige zielen worden door de vos in het verderf gestort.

fragment uit Gebedenboek van Maria van BoergondiŽ, fol. 59 vį.

Voor een bloemlezing van tientallen marginalia: Ga naar het Trivulzio-getijdenboek en kies daar "drolerieŽn" en "aapjes" in het linkermenu.

 


Na 1550 komt er langzamerhand een einde aan het tijdperk van de handgeschreven boeken, voornamelijk door een wijziging in de mode van de statussymbolen. De rijke elite pronkte voortaan liever met dingen die meer openbaar konden bewonderd worden dan het intiemere, gesloten handschrift: kostbare wapenrustingen, schilderijencollecties en -vooral- wandtapijten met zijden en gouden draden (Delmarcel 1993). Pronkharnassen en -schilden, wapenrokken en dekkleden voor man en paard werden onvoorstelbaar kostbaar uitgewerkt tot een wel erg ongemakkelijk gala-tenue, dat ook buiten het strijdperk gedragen werd.

 

harnas van Karel V (42585 bytes) Wapenrusting van Karel V (Augsburg 1525)

Rechts: detail, gegraveerd Gulden Vlies van staal en goud. Bij veldslagen droegen de ridders niet de echte ordeketen.

gravure Gulden Vlies (24616 bytes)

 

Helemaal verdwenen is het luxueuze manuscript echter nooit. Oorkonden voor eredoctoraten, diploma's voor afgestudeerden, worden nog steeds geheel of gedeeltelijk met de hand geschreven. Kalligrafiecursussen kennen meer succes dan ooit. En in 1999 kreeg een [Engelse kalligraaf] van een Amerikaanse universiteit de opdracht om de hele bijbel te kopiŽren op velijn. Vreemd toch, in een tijd waarin het leek of alleen de tekstverwerker nog gotische sierletters of leesbaar 'hand-schrift' produceerde. Bijvoorbeeld om scripties van leerlingen op te luisteren. (Tot onverholen genoegen van hun leerkrachten, die nu eindelijk fraai verzorgde, aangenaam ogende stukken op hun tafel krijgen - wat uiteraard niets zegt over de kwaliteit van de inhoud, maar je durft nauwelijks nog je rode stift gebruiken!)

Nu is het wachten op de 'elektronische pen' die in de klas op een 'palmtop'-computer onleesbare leerlingenkrabbels kan omzetten in gedrukte letters. Ze bestaat al, maar is voorlopig nog te duur.

Dan pas is de cirkel rond.

 

2. Het Breviarium Mayer van den Bergh

 

Hart en blikvanger van de tentoonstelling Vlaamse miniaturen voor vorsten en burgers 1475 - 1550  was het Breviarium Mayer van den Bergh, genoemd naar de befaamde Antwerpse verzamelaar Fritz Mayer van den Bergh (+1901), die het in 1898 aankocht bij Christie's in Londen. In 1932 werd het getijdenboek opnieuw ingebonden, doch in een te strakke band, zodat voor de miniaturen beschadiging dreigde bij het openslaan. Daarom werden de katernen in 1994 losgemaakt. Dit bood de ideale gelegenheid om een groot deel van de 'schilderijencollectie', die normaal ingesloten zit, tentoon te stellen.

Het getijdenboek is rond 1510 vervaardigd, misschien voor de Portugese koning Manuel I el Afortunado, die regeerde van 1495 tot 1521. De codex meet 224 x 160 mm en telt 706 folio's van het allerfijnste velijn, terwijl enkele miniaturen op dikker perkament zijn geschilderd. Hij vertoont alle kenmerken van deze laatste hoogbloei der Vlaamse miniatuurkunst: de realistische en driedimensionele illustraties rondom de eigenlijke miniaturen, met bloemen, dieren, vogels, juwelen, edelstenen enz. Door schaduwwerking en andere trompe-l'oeil  effecten creŽren de illuminatoren diepte-illusie op een volledig gekleurde ondergrond, niet meer op het blote perkament. Die overgang voltrok zich kort na 1475, zoals men kan zien in het getijdenboek voor Engelbert van Nassau ( Alexander 1971). De eigenlijke miniaturen integreren de verworvenheden van de Vlaamse schilderkunst en van de Italiaanse renaissance. Vaak is voor de uitwerking directe inspiratie gezocht in bestaande schilderijen of gravures (Pleij 1991, V.d. Stock 1991). Zo treffen wij op een miniatuur een gezicht op Brugge-met-stadskraan aan, dat praktisch identiek is aan dat op Memlings St.-Jansretabel. Landschappen, werkzaamheden, gezichten en klederdracht van individuele figuren, folteringen... alles is geschilderd met het gevoel voor detail en realisme dat de Vlaamse schilderkunst internationaal zo geliefd maakte.

Het handschrift op cd-rom

Voor de kunstliefhebber, de cultuurhistoricus, de onderzoeker wereldwijd brengt deze restauratie een bijkomende buitenkans voor de tijd na de tentoonstelling, als het breviarium weer gesloten wordt. Elke fase van de 'ontmanteling' werd namelijk gefotografeerd. De flamboyante miniaturen zijn op cd-rom gezet, ťn verkrijgbaar tegen een onweerstaanbare aankoopsom!

Mij fascineert de paradox, de historische ironie, dat de meest utopische techniek ten dienste staat van de hoogtepunten van oude kunst, in dit specifieke geval: de futuristische reproductie van een op de meest ambachtelijke wijze vervaardigd handschrift (Martens 1993). In haar Pour en finir avec le Moyen Age (1977) (Afrekenen met de Middeleeuwen, Beveren, Orion, 1981: 129) hield de befaamde Franse mediŽviste Rťgine Pernoud een hartstochtelijk pleidooi voor ontsluiting van de middeleeuwse handschriften, niet alleen voor de studie van de kunstgeschiedenis, maar ook voor die van het sociale en economische leven en -voegen wij eraan toe- de mentaliteitsgeschiedenis. Zij dacht vermoedelijk aan foto's of dia's. Maar door de ontwikkeling van de digitalisering zijn de mogelijkheden enorm uitgebreid. Dit stelt een amusant epistemologisch probleempje in verband met kennisuitbreiding. Cd-roms kunnen gemakkelijk wereldwijd verspreid. De miniaturen van sinds lang sluimerende manuscripten kunnen zelfs via het WWW tot nieuw leven worden gewekt en wereldwijd bestudeerd. Twintig jaar geleden was ik verbaasd dat ik een jarenlange iconografische polemiek tussen experts van omstreeks 1940 gemakkelijk kon oplossen door enkele facsimile's van uitgeverij Het Spectrum naast elkaar te leggen. Tot ik mij realiseerde dat deze heren voor vergelijkende studie soms dagen nodig hadden om van de ene bewaarplaats naar de andere te reizen en vermoedelijk alleen maar over hun notities en enkele onduidelijke, zelfgenomen foto's beschikten. Nu heb je dus de mogelijkheid dat wat voorheen hermetische kennis was, bliksemsnel elektronisch ter beschikking komt, zodat leerlingen van het secundair onderwijs in staat zijn meer te weten dan de grootste specialisten van nauwelijks een generatie geleden!

Augustus uit Mayer van den Bergh

augustusminiatuur uit het breviarium

Van de 706 folio's zijn er op de cd-rom 106 opgenomen, waaronder alle 73 miniaturen en niet minder dan 148 randversieringen. De kwaliteit is verbluffend! De samenwerking van bevlogen jonge kunsthistorici en dito informatici is daaraan ongetwijfeld niet vreemd. De 106 folio's, voorzien van een beschrijvende commentaar, kunnen uitvergroot worden om details naar keuze te onderzoeken. 14 afbeeldingen kregen een extra zoom. Dit laat je toe alle details uitvergroot op scherm te brengen, je kunt je digitale 'vergrootglas' verplaatsen om klederdracht, werktuigen, bouwwijze, diersoorten, interieurs, meubilair, dorsen, wannen, opeenvolgende fasen van het slachten en 'verwerken' van een varken en van de vlasbewerking ... in alle rust te bestuderen zonder gevaar voor het kwetsbare handschrift. (Opgepast: de 'leesrichting' van de afbeeldingen gaat van rechts naar links!)

December uit Mayer van den Bergh

decemberminiatuur uit het breviarium

De buitenlandse onderzoeker kan alle teksten en sturing bedienen in het Nederlands, Frans, Engels en Duits. Er is rekening gehouden met verschillende consumentenniveaus (iets wat op beeldplaten tot nu toe veel te weinig gebeurde): de liefhebber kan starten met een overzicht van de 'hoogtepunten' ter introductie. De specialist kan met een eenvoudige klik tegenoverliggende miniaturen bekijken, zoals ze elkaar opvolgen in het origineel.

Eenvoudige iconen laten toe de structuur en inhoud van het breviarium op te roepen, of de illustraties per formaat en type: kalenderminiaturen, volbladminiaturen, halfbladminiaturen (11 voorbeelden), gehistorieerde randversiering (6 voorbeelden). Terwijl je de cursor beweegt, geeft dit onderaan identificatie bij elk voorbeeld; elk item is vergezeld van een korte, degelijke tekst. Nogmaals klikken doet de tekst verdwijnen en brengt de illustratie op vol scherm. Er is een index op de onderwerpen van de illustraties. Je klikt bijvoorbeeld op biljarten: dit geeft je het detail in een kalenderminiatuur. Van daaruit kan je weer vergroten, verder bladeren in het handschrift. De bloemen zijn gerangschikt van acanthus   tot violier,  je kunt alle dieren identificeren. Als bijkomend genot kan je de hele tijd door Vlaamse contemporaine polyfone muziek beluisteren (Missa Alleluia en Capilla van Josquin Desprez). Marc Pollentier en Peter De Laet van Braght, image en conservator-adviseur Hans Nieuwdorp verdienen alle lof, en hun eersteling verdient wereldwijde verspreiding!

Meesterhanden. De verluchters van het Breviarium

Zie volgende pagina

regel.gif (4423 bytes)

Geraadpleegd

 

ALEXANDER, J., De Meester van Maria van BourgondiŽ. Een getijdenboek voor Engelbert van Nassau, Utrecht-Antwerpen, Het Spectrum, 1971.

Antwerpen, verhaal van een metropool, 16de-17de eeuw, Antwerpen, 1993, p. 90 - 93

BERINGS, G., De Karolingische Renaissance: de fenix uit de as van de laat-Romeinse christelijke cultuur, in: JANSSENS, J. & C. MATHEEUSEN (red.),Renaisance in meervoud, Leuven, Davidsfonds, 1995, 256 blz.

BORCHERT, T.-H. (red.), De eeuw van Van Eyck. De Vlaamse Primitieven en het Zuiden, Gent-Amsterdam, Ludion, 2002.

BOSSUYT, I., De Vlaamse polyfonie, Leuven, Davidsfonds, 1994.

Bousmanne, B. & Delcourt, T. (redactie), Vlaamse miniaturen 1404 - 1482, tentoonstellingspublicatie, Leuven, Davidsfonds, 2011, 464 blz.

CARDON, B., Boeken aan het hof, in: Meesterlijke Middeleeuwen, Leuven, 2002, p. 68-75.

DEBAE, M., De librije van Margareta van Oostenrijk, Brussel, 1987.

DE IONGH, J., De Hertogin. Margaretha van Oostenrijk, Hertogin van Savooie (1480-1530), Amsterdam, 1981, 4de druk.

DEKEYZER, B., Vorstelijke luxe en devotie. Het Breviarium Mayer van den Bergh (Gent/Brugge; ca. 1500) in artistiek, religieus en historisch perspectief. Onuitgegeven doctoraal proefschrift, Leuven, 2002.

DEKEYZER, B., Herfsttij van de Vlaamse miniatuurkunst. Het Breviarium Mayer van den Bergh, Gent-Amsterdam, Ludion, 2004, 208 blz.

DELMARCEL, G., Koninklijke pracht in goud en zijde. Vlaamse wandtapijten van de Spaanse Kroon, Mechelen, 1993.

DE SCHAEPDRIJVER, S., De Groote Oorlog. Het koninkrijk BelgiŽ tijdens de Eerste Wereldoorlog, Amsterdam/Antwerpen, Atlas, 1999, 4de druk, 366 blz.

D‹CKERS, R. & P. ROELOFS (red.), De gebroeders Van Limburg. Nijmeegse meesters aan het Franse hof (1400-1416), Gent-Amsterdam, Ludion, 2005, 446 blz.

HOGENELST, D. & F. VAN OOSTROM. Handgeschreven wereld. Nederlandse literatuur en cultuur in de Middeleeuwen. Amsterdam, Prometheus, 1995. 330 blz.

HUIZINGA, J., Herfsttij der Middeleeuwen (1919), Contact, 1997, 22ste druk, 416 blz.

GAEHDE, J. & F. M‹THERICH, Karolingische miniaturen, Utrecht-Antwerpen, Het Spectrum, 1977, 127 blz.

JACKSON, D., Van beitel tot vulpen. Geschiedenis van het schrift; Amerongen, Gaade, 1981.

JANSSENS, J. & M. MEUWESE, Jacob van Maerlant. Spiegel Historiael. De miniaturen uit het handschrift Den Haag, Koninkl. Bibl., KA XX, Leuven, Davidsfonds/Clauwaert, 1997, 176 blz.

JANSSENS, J. e.a., Egidius waer bestu bleven, Leuven, Davidsfonds, 1992, 112 blz.

Karl der Grosse, Tentoonstellingscatalogus, Aken, 1965.

KOCKEN, M.,Gids voor Oud-Mechelen, Antwerpen, 1981.

LONGNON, J., LesTrťs Riches Heures du Duc de Berry, London, Thames & Hudson, 1973, 2de druk.

MANNING, A. & M. DE VROEDE (red.), Spectrum Atlas van Historische plaatsen in de Lage Landen, Utrecht/Antwerpen, 1981.

MARTENS, J., CD-I. Een technologisch wonder, een fascinerend nieuw medium voor cultuurgeschiedenis, in: DIGO, jrg.XVII/1, 1993, p. 29-40.

MATERNE, J., Uitgeven en drukken te Antwerpen ca. 1550-1650, in: Stad in Vlaanderen. Cultuur en maatschappij 1477-1787, Brussel, Gemeentekrediet, 1991, p. 279-290.

Meesterlijke Middeleeuwen. Miniaturen van Karel de Grote tot Karel de Stoute (800-1475), Leuven, Davidsfonds, 2002.

NIEUWDORP, H. e.a., Antwerpse retabels 15de-16de eeuw, Antwerpen, 1993.

PLEIJ, H., De stedelijke literatuur 15de-16de eeuw, in: Stad in Vlaanderen. Cultuur en maatschappij 1477-1787, Brussel, Gemeentekrediet, 1991, p. 171-182.

POGNON, E.,LesTrťs Riches Heures du Duc de Berry, Alphen, Icob, 1983, 2de druk.

SCHREURS, E. (red.), De schatkamer van Alamire. Muziek en miniaturen uit keizer Karels tijd (1500-1535), Leuven, Davidsfonds, 1999.

SMEYERS, K., Educatief pakket uitgegeven n.a.v. de tentoonstelling Vlaamse miniaturen voor vorsten en burgers 1475-1550, Studiecentrum Vlaamse Miniaturisten, K.U.Leuven, 1997.

SMEYERS, M., Bidden en pronken. Devotie en beeldgebruik 15de-16de eeuw, in: Stad in Vlaanderen, 1991, p. 221-236.

SMEYERS, M., Vlaamse miniaturen van de 8ste tot het midden van de 16de eeuw, Leuven, Davidsfonds, 1998, 528 blz.

SMEYERS, M., B. CARDON e.a. Naer natueren ghelike. Vlaamse miniaturen voor Van Eyck (ca. 1350-ca. 1420), Leuven, Davidsfonds, 1993.

UNTERKIRCHER, F., Getijdenboek voor Maria van BourgondiŽ, Antwerpen-Utrecht, Het Spectrum, 1974.

VAN DER STOCK, J., Prenten en visuele communicatie in de 16de eeuw, in: Stad in Vlaanderen, 1991, p. 183-194.

VANDEWALLE, A., Hanze @ Medici. Brugge, wisselmarkt van de Europese culturen, Gent-Amsterdam, Ludion, 2002.

VANPAEMEL, G. & T. PADMOS, Wereldwijs. Wetenschappers rond keizer Karel, Leuven, Davidsfonds, 2000.

WILIAMS, J., Spaanse miniaturen uit de Middeleeuwen, Utrecht-Antwerpen, Het Spectrum, 1978, 119 blz.

Jos Martens


[Terug naar overzicht: DE EEUW van JOOS]

[Terug naar artikel: Bruegel, Vlaamse renaissance]

regel.gif (4423 bytes)