De eeuw van Joos

Bijenwas en honing


 

Voor verlichting gebruikten welgestelden en kerken kaarsen uit bijenwas. Deze was is afkomstig uit de bijenkorven, waar hij geproduceerd wordt door bijen, die in symmetrisch opgebouwde raten uit was hun honingoogst opslaan.

In de zestiende eeuw was de bijenteelt, naast de schapenteelt, in de Kempen een van de belangrijkste bronnen van inkomsten voor de boeren. Ook in andere landbouwgebieden bleef het houden van bijen een belangrijke bijverdienste. Een bie oftewel bijenzwerm gold als een zeer kostbaar bezit.

Reeds in de Salische wet, ten tijde van Clovis (ca. 507) werd het stelen van een bie uit een gesloten omheining even hoog beboet als de diefstal van ?een stier die de kudde leidt? en vijftig percent hoger dan de diefstal van een slaaf, een paard of een lastdier, namelijk 1200 schellingen.

In de tijd van Joos de Rijcke en Bruegel werden de producten van de bijenteelt nog altijd even hoog gewaardeerd als ten tijde van de Franken. Honing was voor de gewone man het enige zoetmiddel. Suiker uit ?Indië? was voor hem onbetaalbaar. Ook al hadden de Portugezen dadelijk na de ontdekking van Madeira (1420) en de Azoren (1431) grote suikerrietplantages aangelegd, waarvoor hun concurrenten, de Spanjaarden hun maar al te graag [Guanches] van de Canarische Eilanden (ontdekt in 1402) als slaven verkochten. Vanuit Madeira bestond reeds in de vijftiende eeuw een levendige handel in suikerriet op Brugge. Dat bewijzen de talrijke grote schilderijen van Vlaamse Primitieven die op de terugreis werden meegenomen en nu in het museum van de hoofdstad Funchal berusten.

Toen de Spanjaarden op de eerste reizen van Columbus nauwelijks goud buit maakten, begonnen ze onmiddellijk suikerrietplantages aan te leggen waarop de Taino-indianen, die ze als slaven misbruikten, als vliegen stierven. (zie [Las Casas]. Toch zou het nog een hele tijd duren vooraleer rietsuiker echt betaalbaar werd. Suiker uit suikerbieten kwam pas in gebruik toen de Engelse vloot ten tijde van Napoleon vanaf 1805 Europa door een blokkade afsloot voor de aanvoer van rietsuiker uit de kolonies. (Het procédé was zelfs een Belgische ontdekking -ons land behoorde toen bij Frankrijk- als gevolg van een wedstrijd! Vandaar nog steeds de suikerfabrieken in Tienen.)

Honing was tevens de grondstof voor een toenmaals niet onbelangrijke nijverheid: het blanden of medeblanden, dit is het bereiden van honingwijn of [mede]. Honing had daarbij een medische betekenis, die eigenlijk bewaard is gebleven tot onze tijd toe: bij verkoudheden of aandoeningen van stem en keel geldt honing in warme melk nog steeds als een afdoende remedie.

De was had nog meer waarde dan de honing. Hij was onmisbaar voor de verlichting en voor het onnoemelijk aantal kaarsen op de altaren bij de eredienst. Trouwens, naast graan- en veetienden moest de boer ook bieëntienden, in natura, afdragen aan de kerk. En velen betaalden een substantieel gedeelte van hun pacht in was.

Geen wonder dus dat ook een verloren of wilde zwerm een grote economische betekenis had, en dat die, zoals alle wild, toebehoorde aan de heer. De imker, die een uitgevlogen zwerm had kunnen korven, moest die binnen de 24 uur aanbrengen bij de schout. In Hasselt kreeg de vanger de helft van de opbrengst, de officier de andere helft. Elders mocht hij maar een derde voor zichzelf houden. Wie de vangst niet meldde, riskeerde een zware boete.

Bijenkorven werden sinds onheuglijke tijden gevlochten uit stro in een spiraaltechniek, zoals ook bij een wan of een bakermand. (Zie artikel Plattelandsinterieurs bij Bruegel.) Op miniaturen en gravures zien we de korven vaak afgebeeld bij de kalenderbladen over de winter of de lente. Zo bijvoorbeeld in de Très Riches Heures van de hertog van Berry (ca. 1400), bij de maand februari, of op de tekening en prent van Pieter Bruegel bij Lente ( ca. 1567).

februari-miniatuur uit de Très Riches Heures du Duc de Berry

Februari-miniatuur uit de Très Riches Heures du Duc de Berry

Soms zijn de bijen buiten proportie groot voorgesteld. Het ontwaken van de bijen stond symbool voor het ontwaken van de natuur; het werk van de bijen gold als allegorie voor de talloze karweien en het werkzame leven dat na de winterslaap aan de orde was. In de lente begint de honingbij (Apis mellifica) stuifmeel te verzamelen, dat zij nodig heeft voor de opbouw van haar lichaamscellen. Bij het verzamelen vliegt ze van bloesem naar bloesem, waardoor voor de noodzakelijke kruisbestuiving van de planten wordt gezorgd. Zonder bijen, geen fruit!

De afbeeldingen zijn meestal zo exact, dat men kan zien uit welke streek de korven afkomstig zijn. Want in elke regio volgden de imkers een eigen vlechttechniek. Zo werden korven in de Noorderkempen in de streek rond Kalmthout gevlochten in de vorm van een afgeknotte kegel. Elders was de bovenkant rond, of liep uit in een omhoogstekende samengebonden en gelijkgezaagde bundel.

Pentekening (20.3 x 30.9 cm) Bruegel, De Imkers, ca. 1568

Waar men zelden iets over zegt, is dat de werkzame bijtjes maar zeer gering profijt hebben van hun zware en letterlijk uitputtende arbeid. (Werkbijen leven in het honingseizoen slechts enkele weken vooraleer ze sterven, opgebruikt en versleten.) Tegenwoordig gebruiken imkers ?korven? in de vorm van kasten. Bij de honingoogst worden de bijen verdoofd met tabaksrook, zodat hun honing veilig kan geroofd worden. In de herfst plaatst de imker dan schotels met suikerwater voor de kassen. Dit is het overlevingsrantsoen van de zwermen. Tot diep in onze eeuw bleven dezelfde korven in zwang als ten tijde van Bruegel. Vijfhonderd jaar geleden echter had de imker geen goedkope suiker ter beschikking. Dus werden in de herfst de meeste zwermen verstikt met rook. En slechts een zwerm op elke zes of zeven kon de winter overleven op honingwater. Vergeet niet dat een soortgelijk lot de koeien en varkens trof: er was gewoon niet voldoende wintervoedsel om alle dieren in leven te houden. Vandaar november en december als slachtmaand.

Het binnenhalen van de zwermJoannes Stradanus, Het binnenhalen van de zwerm, begin 16de eeuw.

 

De bijenkorven, rechts, staan onder een afdak om oververhitting door rechtstreeks zonlicht te verhinderen. De man op de ladder schraapt met een mes voorzichtig een zwerm in de korf. ondertussen slaan vader en kind op een ketel om de donder na te bootsen. Dat zou de zwerm, links in de lucht, immers aanzetten om snel neer te strijken in de onmiddellijke omgeving. Allen dragen wanten en kaproenen, beschermende kappen met gezichtsmaskers uit koperdraad.


Meer over bijen op deze website.

Bijen in de taal: zegswijzen en spreekwoorden


[Terug naar: De eeuw van Joos]