De eeuw van Joos

Klederdracht en Mode


Textielproductie in Tawantinsuyu

Zie ook [ERFGENAMEN van de INCA's: Textiel]


In Europa zijn de oude ambachtelijke methoden reeds lang verdwenen. Wie een moderne textielfabriek bezoekt, duizelt het door de onwaarschijnlijke snelheid waarmee draden in stoffen worden veranderd. In het vroegere Incarijk zijn veel van de oeroude technieken nog steeds in zwang in de huisnijverheid. In onze ogen lijkt de textielbewerking hier misschien primitief. Maar als men de kwaliteit als norm neemt, is het handgeweven textiel uit Peru beslist superieur. 

Reeds lang voor onze tijdrekening hanteerden de oude bewoners van het latere Incarijk iedere techniek die aan handwevers, waar ook ter wereld bekend is. De meest ingewikkelde geweven en geborduurde textielproducten zijn gevonden als mantels voor mummies op het schiereiland Paracas, aan de kust van Peru. Zij dateren van omstreeks 100 v.C. en overtreffen alles wat bekend is. Na meer dan 2000 jaar hebben de kleuren nog niets van hun frisheid verloren.

 

In de Incaperiode werd het mooiste textiel, de cumbi, uit wol van de wilde [vicuña],  vervaardigd door de vrouwen in de Acclahuasi, het Maagdenhuis. Het was bestemd voor de Inca Sapa en zijn gemalin, de priesters en de hoogste klassen. In een maatschappij waar voortdurend textiel nodig was voor kledingstukken die eenmalig gedragen werden bij belangrijke rituelen, en waar kleding sociale en officiële status aangaf, was het onvermijdelijk dat de patronen en technieken min of meer gestandaardiseerd raakten.

Voor de gewone kleding leverden lama en alpaca de wol. In de kuststreken werd voornamelijk katoen gedragen. Het spinnen geschiedde met spinrokken en konkel, zoals ook bij ons nog in de tijd van Bruegel.

Weven geschiedde en geschiedt nog op het platteland in Mexico, Guatemala en het vroegere Incarijk, met een heupweefgetouw. Door afwisselend vooruit en achteruit te leunen, kan de weefster de draden strak spannen of los laten hangen, om met de hand de pare of onpare draden van de schering omhoog te brengen. Dan steekt ze de inslag door de schering en slaat hem met een houten zwaard enkele malen vast tegen de vorige inslagen.

Op een heupweefgetouw kunnen slechts smalle stroken geweven worden. Voor bredere lappen stof weeft men twee stroken onzichtbaar aan elkaar. Eenzelfde techniek wordt eveneens nog steeds gebruikt voor "onzichtbare stoppage", om gaten of scheuren te dichten. Volgens Garcilaso de la Vega vonden de Inca’s de Spaanse stoffen en hun methoden om scheuren te herstellen, belachelijk inferieur.

De meeste weefsels waren rechthoekig, maar enige variatie werd verkregen door strakker te weven aan de einden, of in de lengte extra draden toe te voegen waardoor de einden breder werden


[Terug naar: Kleding en Mode: overzicht]