Voeding bij de inca's

Joos de Rijcke voerde als eerste graan in en nieuwe landbouwmethodes... Zonder afbreuk te willen doen aan zijn historische verdiensten, dreigt dit zinnetje voor verkeerde beeldvorming te zorgen. Alsof de Nieuwe Wereld een leeg gebied was, met hier en daar een plukje verkommerde naakte wilden. Alsof de arme Indio's zaten de wachten op de weldaden van Europa. Niets is minder waar. Op gebied van voeding heeft Europa veel meer aan de Nieuwe Wereld te danken dan omgekeerd. En voor de landbouw benutten de Indio's eenvoudige werktuigen, echter zo efficiŽnt, dat ze op de terrassen van het hooggebergte nog steeds in zwang zijn, zij het dan voorzien van moderne stalen steekbladen. Integendeel: het invoeren van graan en Europese landbouwwerktuigen had negatieve nevenverschijnselen. Door bloedbaden, dwangarbeid en geÔmporteerde Europese ziekten liep de bevolking dramatisch terug. Binnen enkele generaties was meer dan 90% van het oorspronkelijke aantal 'verdwenen'. Andermaal een historische aderlating zonder voorgaande! Pas in onze eeuw, en in bepaalde streken pas na de Tweede Wereldoorlog, werd opnieuw het bevolkingscijfer bereikt van voor de aankomst der Spanjaarden. Daardoor alleen al raakte het uitgekiende, maar zeer arbeidsintensieve systeem van terrasbouw in verval. Graan verdrong daarbij inheemse voedingsgewassen, waardoor het voedselpakket verschraalde. Zo werd de teelt van quinoa (Peruviaanse rijst) zelfs verboden. En het zou tot de laatste decennia duren voor quinoa opnieuw verbouwd werd. Tegenwoordig is het zelfs een gegeerd product op ons menu!

De Amerikaanse Indianen slaagden erin uit 120 soorten wilde planten cultuurgewassen te telen. Alleen al in de Andesstreek waren er tussen de 31 en 70 eetbare soorten bekend.

Geven wij even een beperkte opsomming: maÔs, verbouwd vanaf 5000 v.C.; de frijol (zwarte boon), cultuurgewas omstreeks 4000 v.C; de pompoen en de amarant. Rond diezelfde tijd werden diverse aardappelsoorten (papa) in Peru verbouwd. Ook de bataat (zoete aardappel) werd een cultuurgewas omstreeks 2000 v.C.

De verscheidenheid van voedsel in het Incarijk was geweldig groot, hoewel het dagelijks voedsel grotendeels gebaseerd was op knollen, in de hooglanden verbouwd. Quinoa (Peruviaanse rijst), die onder het struikgewas groeide, werd gegeten bij de aardappelen: zo werden minerale zouten aan de maaltijd toegevoegd. Quinoa bevat 15% proteÔne en de as ervan vormt gebrande kalk, samen met coca gekauwd om honger en vermoeidheid te bestrijden. De Inca's verbouwden maÔs op de hellingen en andere beschutte plaatsen. MaÔs vroeg niet veel zorg en werd erg gewaardeerd om de hoge calorische waarde. MaÔskorrels werden eerst in kalkwater geweekt, wat de nodige voedzame bestanddelen vrijmaakt, en dan tot meel vermalen met vijzel en stamper. Uit gekauwde en gegiste maÔskorrels wordt bovendien ook heden nog chicha-bier bereid.

Heel wat voedsel, zoals pompoenen, tuinbonen, avocado's, vruchten en vooral bonen (in vele soorten), kwam uit de kuststreken. Nog vele andere planten en bollen werden gegeten: zoete yucca, ananas, tomaat en aardnoot (pinda's). Hoewel de Inca's eigenlijk de enige veefokkers in Zuid-Amerika waren, maakte vlees nauwelijks deel uit van het dagelijks voedsel in de Andes. Een lama was te waardevol om te slachten; het dier werd als lastdier gebruikt en leverde wol en mest - een goede reukloze brandstof in de boomloze bergstreken. Het vlees van guanaco's en vicuŮa's, de wilde verwanten van de lama, werd echter wel gegeten. De Inca's aten ook cavia's (guinese biggetjes) die nog steeds met dat doel gekweekt worden, en allerlei soorten wild, hoofdzakelijk eend. Aan de kust en aan het Titicacameer stond veel vis op het menu.

Van alle inheemse volkeren gebruikten de Andes-Indianen de meest verfijnde methoden om hun voedsel te bewaren. In droge streken werden papas maandenlang bedekt met stro en een plant met insektenwerende eigenschappen. Een techniek, eveneens veel ouder dan het Incarijk, was de vriesdroogtechniek om papas langdurig te conserveren. De aardappelen bleven tien dagen buiten liggen, overdag in de zon en 's nachts in de vrieskou. Dan werd al het sap er met de voeten uitgetreden, zodat ze eenderde van hun gewicht verloren en veranderden in gerimpelde, haast onbeperkt houdbare chuŮo. Vlees verduurzaamden zij door het in repen te snijden, te zouten en in de zon te laten drogen.

 

MaÔs

Was voor de meeste inheemse volkeren in het precolumbiaanse Amerika het hoofdvoedsel. Verspreidde zich vanuit Mexico naar Zuid-Amerika en het gebied van de huidige Verenigde Staten. In onze streken werd Spaanse tarwe tot na de Tweede Wereldoorlog voornamelijk op kleine schaal geteeld als kippenvoer. Pas de laatste decennia is het op grote schaal voederbieten gaan vervangen als ingekuild wintervoer voor koeien. Ook worden tegenwoordig, in navolging van de V.S., gigantische hoeveelheden gepofte maÔs, popcorn, verslonden als luidruchtige snack tijdens popconcerten of bioscoopbezoek, tot grote ergernis van de niet-verslaafden.

 

Aardappel

patat.jpg (8496 bytes)

Het planten van aardappelen bij de inca's. Illustratie in de Peruaanse Codex van Felipe Guaman Poma de Ayala, 16e eeuw

Knolgewas. Werd meer dan 5000 jaar geleden reeds in een aantal variŽteiten geteeld in Peru. In Europa is de aardappel als voedingsgewas pas ingevoerd ca. 1700. In ons land werd de teelt aangemoedigd door het Oostenrijks bewind, na de grote (graan)hongersnood van 1740. Het dialectische patat is afkomstig van bataat, de zoete aardappel die Columbus leerde kennen op zijn eerste reis en door de Spanjaarden veel vroeger naar Europa werd gebracht dan de aardappel.

Tegenwoordig is de aardappel wereldwijd een van de belangrijkste voedingsgewassen. Op de wereldranglijst bekleedt hij de vierde plaats na tarwe, maÔs en rijst. De aardappel bevat het giftige alkaloÔde solanine. Dit zit in het loof en in delen van de knol, die groen zijn door blootstelling aan het licht. De knol zelf is niet giftig. Lange tijd zat de aardappel in het verdomboekje van de diŽtisten, verdacht als 'dikmaker'. Tegenwoordig denkt men er meer genuanceerd over. Aardappelen bevatten inderdaad veel zetmeel, maar ook een kleine hoeveelheid eiwitten. In een pond nieuwe aardappelen zit daarenboven voldoende vitamine C voor de dagelijkse behoefte en daarnaast aanzienlijke hoeveelheden vitamine B1 en riboflavine. In de schil gekookte aardappelen bevatten de meeste voedzame bestanddelen, frieten de meeste calorieŽn, wel zes keer meer dan gekookte aardappelen.

Botanici, die het Andesgebied en Mexico doorkruisten, hebben 235 soorten gevonden, waarvan er slechts 7 in cultuur zijn gebracht. Op de hoogvlakten van Peru en BoliviŽ verschillen de geteelde aardappelen nog steeds uitzonderlijk sterk. Dit komt doordat de plaatselijke boeren soms wel 15 variŽteiten tegelijk verbouwen op ťťn akker.

Omstreeks 1845 mislukte de aardapppeloogst in Europa verschillende jaren na elkaar door een schimmelziekte. Dit zorgde voor de laatste grote hongersnood, in ons land en vooral in Ierland, met massale sterfte en even massale Ierse uitwijking naar de V.S. tot gevolg.

De onvolprezen friet zou dan weer een Franse ontdekking zijn, uit de 17de eeuw, ten tijde van Lodewijk XIV, de Zonnekoning. Vanuit Noord-Europa hebben de frieten zich over de wereld verspreid.

Pas de laatste decennia heeft de aardappel zich ook verspreid naar Afrika. Opvallend is dat Nederland jaarlijks vele tonnen pootaardappelen uitvoert, terwijl BelgiŽ in deze tak van de internationale handel volkomen afwezig blijft! Zodanig zelfs dat Afrikaanse gasten van de Landbouwuniversiteit van Wageningen enkele jaren geleden niet eens wisten dat wij een volk van friet-eters zijn.

 

Cacao, chocolade

Het woord is afkomstig uit de taal van de Azteken, het Nahuatl. Zij namen het over van de Maya. Zij bereidden de drank met water, gezoet met honing. Werd in Europa een populaire drank ca. 1650. In het Incarijk was cacao niet bekend en werd er pas ingevoerd door de Spanjaarden, die erop verkikkerd waren geraakt.

 

Cavia

Vaak guinees biggetje genoemd, omdat men dacht dat het uit Guinea afkomstig was. Wordt in Europa niet gegeten, maar als troeteldier gehouden en gebruikt voor laboratoriumexperimenten.

 

Katoen

Is natuurlijk geen voedingsgewas, maar wordt voor de Nieuwe Wereld steevast in ťťn adem vernoemd met maÔs en aardapelen. De Duitse benaming Baumwolle, 'boomwol', karakteriseert beter dan de Nederlandse deze textielplant.

Katoen werd in Afrika en AziŽ reeds duizenden jaren geweven.

Amerikaanse katoen verschilt genetisch sterk van deze uit de Oude Wereld. Alle katoenplanten in Afrika en AziŽ bevatten 13 chromosomen. De gecultiveerde katoen in de Nieuwe Wereld telt echter sinds het verre verleden 26 chromosomen, het dubbele dus.

Voor de komst van de Spanjaarden teelden de oude Peruanen verschillende kleurvariŽteiten, van wit tot bruin. Zo kon men natuurlijke kleuren weven voor kleurvaste stoffen. Na de conquista bleef uiteindelijk alleen de witte variŽteit over die wij allen kennen. Andere soorten overleefden gelukkig in verwilderde toestand. Tegenwoordig gebruikt men die om terug te kruisen naar de oude variŽteiten.

Terug naar: ERFGENAMEN VAN DE INCA's