Felipe Guamán Poma de Ayala

Wat Pieter Bruegel is voor de Nederlanden in de zestiende eeuw, [Bernardino de Sahagún] voor de azteken, Diego de Landa voor de maya, dat is Filipe Guamán Poma de Ayala voor de cultuur van de inca's en de vroeg-koloniale periode: een unieke, onvervangbare bron van informatie.

In elk werk over de inca's vind je tekeningen uit zijn Nueva Corónica y Buen Gobierno (= Nieuwe Kroniek en Goed Bestuur) als illustratie, vaak met foutieve bijschriften die bewijzen dat het origineel niet of niet degelijk geraadpleegd is. Zelfs op het Internet troffen wij dezelfde gebreken aan.

De auteur

Poma de Ayala werkte meer dan 30 jaar aan zijn boek. Hij schreef het waarschijnlijk tussen 1567 en 1615. Het werk draagt overduidelijk de sporen van deze lange wordingsgeschiedenis. Het telt in het totaal niet minder dan1189 handgeschreven bladzijden. (De aanvang, de opdracht aan de koning, besluit hij als volgt: "Op 1 januari 1613, in de provincie Lucanas, vanwege uw nederige dienaar Don Felipe de Ayala, de auteur.")

In het boek geeft hij een aantal inlichtingen over zichzelf. Zijn vader stamde af van de Yarovilca-dynastie, die over Chinchay-Suyu heerste voor de komst van de inca’s. Hij diende de Sapa Inca Huascar als onderkoning over deze provincie en huwde een inca-prinses. Poma had een halfbroer, die tevens een halfbloed was en voor priester studeerde. Poma zelf is dus - in tegenstelling tot wat veel bronnen foutief vermelden - van zuiver inheems bloed, en gaat er prat op dat zijn geslacht teruggaat tot zeer oude tijden.

Zijn naam wordt afwisselend geschreven als Huamán en Guamán, wat valk betekent. Zijn tweede naam Poma betekent poema in het Quechua. Felipe is uiteraard zijn christelijke doopnaam. En hoe hij aan zijn Spaanse familienaam komt, vertelt hij zelf in een verhaal, dat niet helemaal schijnt te stroken met de historische werkelijkheid: in de strijd tegen incatroepen stond zijn vader aan de zijde van de Spanjaarden. Hij redde het leven van een Spaanse kapitein, de Ayala, wiens naam hij voortaan aan de zijne toevoegde.

 

Inhoud

 

Het werk bestaat uit drie heterogene delen:

1. de oude geschiedenis van Peru;

2. de conquista;

3. het Spaanse bestuur in het koloniale Peru.  

Zijn waarde ontleent het niet alleen aan de tekst, maar evenzeer aan de talrijke tekeningen. Tekst en tekeningen zijn complementair, vullen elkaar aan en verduidelijken elkaar. De illustraties zijn allesbehalve gesofisticeerd, eerder naïef van stijl. Maar ze verschaffen wel veel gedetailleerde en correcte informatie, die elders niet te vinden is, bijvoorbeeld voor de kledij van de incaheersers, rituelen, gebruiken, feesten enz. In de commentaar en de bijschriften zijn vaak Spaans en Quechua door elkaar gemengd.

De archeologe Ann Kendall hertekende de illustraties en gebruikte ze als rode draad doorheen haar boek Everyday Life of the Inca’s (1973)

Vooral het derde deel is een vlijmscherpe aanklacht tegen de misbruiken van het Spaanse bestuur en de onderdrukking van de indio’s. Hij heeft hiervoor in de voorbije eeuw veel kritiek te slikken gekregen, net zoals Las Casas eerder al. Zijn critici verwijten hem dat hij een overdreven zwart beeld schetst. Ten onrechte. Wat hij schrijft wordt bevestigd door een onverdachte bron uit totaal andere hoek: de beschrijving van Antonio Vázquez de Espinoza (ca. 1570 - 1630), wiens gegevens gelijktijdig zijn (uit 1610 of 1615) (Slicher 1979). Poma de Ayala sprak daarbij uit eigen ervaring. Volgens eigen zeggen reisde hij gedurende tientallen jaren regelmatig door het voormalige Incarijk om getuigenissen op te tekenen en met gezag te kunnen schrijven. Hij voltooide zijn levenswerk toen hij ongeveer negentig jaar oud was. Hij verzond het vanuit Lima naar de Spaanse koning Filips III. Deze heeft het hoogstwaarschijnlijk nooit onder ogen gekregen. Misschien maar goed voor de auteur: Spanje was niet geneigd veel kritiek op het koloniale bestuur te aanvaarden en reageerde meestal hardhandig en afdoende.

 

  poma.jpg (30057 bytes)De auteur en zijn zoon op reis.

 

Het boek werd kort na 1650 gekocht door de Deense ambassadeur in Spanje, Cornelius Pederson Lerche. Tegenwoordig berust het origineel in de Koninklijke Bibliotheek te Kopenhagen. Hier werd het pas in 1908 ontdekt door de Duitser Richard Pietschmann, bibliothecaris van de universiteit van Göttingen. In 1936 verscheen in Parijs een facsimile, verzorgd door het Instituut voor Etnologie.

De best bruikbare uitgave is deze van Christopher Dilke, onder de titel Letter to a King (1978). Hij reorganiseerde hier en daar de inhoud en haalde talrijke overlappingen eruit. Dat heeft te maken met de lange wordingsgeschiedenis en met de gevolgde werkwijze: in de ‘net’-versie van een ingebonden boek met ‘vaste’ katernen kun je moeilijk latere gegevens gaan tusenvoegen of doorhalingen aanbrengen. Vergeet niet dat de Corónica een manuscript is dat daarenboven gelezen moest kunnen worden door de koning.

 

Belang

Over de verbijsterende conquista van het incarijk is veel geschreven, van onmiddellijk na de verovering af. Maar dat gebeurde door Spaanse auteurs, de overwinnaars, wier versie automatisch gekleurd was, ook als ze sympathiek stonden tegenover de overwonnenen. Er is één uitzondering: de beroemde Comentarios reales van de half-inca Garcilaso de la Vega. Maar deze verliet Peru als jonge man van twintig en verbleef voor de rest van zijn leven in Spanje, waar hij pas decaden later op gevorderde leeftijd zijn boek schreef. Hij kan beschouwd worden als een Spaanse bron, eerder dan een inheemse. Dit doet niets af aan het belang van zijn werk: hij verschaft veel gegevens over het bestuur van de inca’s en op de voor-Spaanse tijd geeft hij de visie van de inca’s weer. Die is echter, hoe belangwekkend ook voor mentaliteitsgeschiedenis, een zeer onbetrouwbare historische bron: de inca’s pasten de geschiedenis van Tawantinsuyu aan de eigen ideologie aan en schrokken daartoe niet terug voor een stevige brok vervalsing van het verleden. (Zoals alle overwinnaars lieten zij de geschiedenis en de beschaving beginnen met zichzelf. De azteken in Mexico en de Europese kolonisatoren in Afrika deden niet anders!)

In de historiografie van het vroeg-koloniale Peru heerst dus een groot onevenwicht. Een werk als dat van de Sahagún, die voor zijn Historia General talrijke inheemse bronnen interviewde, ontbreekt hier ten enen male.

 

Pas in deze eeuw werden drie uitermate belangrijke bronnen herontdekt, die de visie van de overwonnenen weergeven.

 

Hier is wat bijkomende uitleg op zijn plaats. 

Na de conquista plaatste Pizarro een zoon van de Sapa Inca Huayna Capac en dus een jongere broer van de vermoorde Huascar als stroman op de incatroon. Na enkele jaren mobiliseerde deze Manco Inca Yupanqui het hele land tegen de overweldigers. Uiteindelijk werd hij verslagen en stichtte een onafhankelijk rijk, diep in het binnenland in Vilcabamba. Hier werd hij in 1545 vermoord door enkele gevluchte Spanjaarden, die hij asiel verleend had. ( Typisch: in Spaanse bronnen wordt het voorgesteld alsof Manco omgebracht werd tijdens een dronkemansruzie bij een spelletje. Guaman neemt een variant van deze versie over (Dilke: 115-116). Hemming ontmaskert ze als een Spaanse poging om de inca in discrediet te brengen. In feite ging het om een samenzwering, waarbij de daders in ruil voor de moord op Manco gratie en aanzien verwachtten van het Spaans bestuur. 

Manco’s zoon Titu Cusi was als negenjarige getuige van de moord en ontkwam maar op het nippertje aan de moordenaars. Hij vertelt een ander verhaal, dat overeenkomt met wat Hemming achterhaalde.) Manco werd opgevolgd door zijn zoon Sayri Tupac. Rond 1557 omvatte deze nieuwe incastaat een reusachtig gebied, van Huánuco tot vlakbij Cuzco, waarbij ook de montañagebieden en stukken junglegebied hoorden. Sayri Tupac liet zich overhalen om naar Cuzco te komen, waar hij in 1558 in nooit volledig opgehelderde omstandigheden vergiftigd werd. (De kans bestaat dat de Spanjaarden -voor één keer- vrijuit gaan en dat de moord op rekening komt van naijverige familieleden uit Cuzco.) 

Zijn halfbroer Titu Cusi Yupanqui (1558-1571), zoon van Manco Inca bij een bijvrouw, volgde hem op in Vilcabamba. Door de langdurige burgeroorlog tussen de aanhangers van Pizarro en die van Almagro kon hij de neo-incastaat consolideren. Vanaf 1565 ontving hij herhaaldelijk Spaanse diplomatieke missies in zijn hoofdstad. In 1570 dicteerde hij hier aan Spaanse klerken zijn Relación, gericht aan de Spaanse koning. Dit unieke document, bevat met zijn autobiografische memoires en zijn excellente samenvatting van de conquista, gezien door inca-ogen, het enige verslag van een der leidende ooggetuigen. (Hemming citeert enkele malen eruit, maar een volledige versie hebben wij jammer genoeg nog niet kunnen vinden.)

 

Bisschop Juan Solano spreekt de pauselijke zegen uit over het incestueus huwelijk van Sayri Tupac met zijn zuster-koningin Maria Cusi Huarcay

 

Sayri Tupac met de onderkoning, de Markies van Cañete

 

Een jaar na zijn overlijden nam een Spaans leger Vilcabamba in. Zijn jonge halfbroer, Tupac Amaru, wettige zoon van Manco, werd gevangen genomen en in Cuzco voor de ogen van de keizerlijke familie, zijn verwanten, onthoofd op bevel van de hardvochtige viceroy Francisco de Toledo.

Dit was het onherroepelijke einde van het roemrijke incatijdperk.

 

Jos Martens

 

regel.gif (4423 bytes)

 

Geraadpleegd

 

HEMMING, J., The Conquest of the Incas, New York, Penguin Books, 1970, 655 blz.

HUAMAN POMA (Don Felipe Huamán Poma de Ayala), Letter to a King. A peruvian Chief's Account of Life under the Incas and under Spanish Rule, DILKE, Ch. (red.), New York, E.P.Dutton, 1978, 248 blz. - vertaling van Nueva Corónica y Buen Gobierno.

JOHNSTON, D. en J. LYNCH, Inca's: heersers over leven en dood. (Oude Beschavingen), Amsterdam, Time-Life Boeken - Antwerpen, Denis, 1993, 168 blz

KENDALL, A., De Inca's, Bussum, Unieboek, 1975, 202 blz.

SLICHER VAN BATH, B., Spaans Amerika omstreeks 1600. (Aula-paperback 50), Utrecht-Antwerpen, Het Spectrum, 1979, 272 blz.

 

 

regel.gif (4423 bytes)

 

Terug naar artikel: Communicatie bij de inca's