De uitbreiding en organisatie van het incarijk

 

Het incarijk was de laatste en jongste cultuur in een reeks van beschavingen en rijken die gedurende 3 millennia elkaar hadden opgevolgd. incarijk.jpg (24790 bytes)Pas in 1438 had Pachacuti ( "Wereldschudder") zijn hoofdstad Cuzco kunnen verlossen van de dreiging door naburige stammen. Het noorden, de streek rond Quito, was pas onder Huayna Capac (1493-1525) definitief bij het rijk gevoegd. En dan nog maar alleen nadat de Sapa Inca ( 'Enige Inca' = keizer ) een prinses uit Quito gehuwd had om de overgang te bezegelen. Onder Huayna Capac bereikte Tawantinsuyu zijn grootste uitbreiding. Het was zo groot als BelgiŽ, Nederland, Luxemburg, Zwitserland, ItaliŽ en Frankrijk samen. De afstand van de noord- tot de zuidgrens bedroeg 5000 km.

Net zoals de Romeinen en de Perzen waren de inca's ervan overtuigd dat zij de plicht hadden, door de goden uitverkoren waren om de beschaving en het licht te brengen aan de 'wilden' aan hun grenzen. Daartoe moesten die barbaren in de zegen-brengende omarming van het Rijk opgenomen worden. Maar net zoals de Romeinen en de Perzen zagen de inca's zich voor het probleem gesteld: hoe dit reusachtige imperium samenhouden? Hoe beletten dat dit rijk uit mekaar zou barsten? Dit rijk, dat eigenlijk de technologische en bestuurlijke mogelijkheden van een tijdperk zonder elektronische communicatie, autowegen en vliegtuigen te boven ging. Sommige oplossingen vinden wij bij de twee vorige imperia terug. Andere zijn een typische Andes-variant van bekende principes en nog andere zijn origineel inca van herkomst.

1. De bouwwerken met gigantische, in elkaar passende granietblokken en het wegennet van de inca's, spraken het meest tot de Europese verbeelding. 25.000 km wegen, meer dan de helft van de aardomtrek, van de kustwoestijn tot op een hoogte van 5.500 m . Om de 4 km aflossingsposten voor de renboden, de chasqui. En dat in een beschaving zonder echt schrift, zonder wiel, zonder karren of paarden, hoofdzakelijk nog levend in het stenen tijdperk. De incawegen en hun communicatienet vervulden natuurlijk dezelfde functie als de heirbanen van de Romeinen, de koningsweg van de Perzen, de spoorwegen van Bismarck in het Duitsland van de negentiende eeuw en de autosnelwegen van Hitler in onze tijd: namelijk snelle verplaatsingen van legereenheden toelaten naar bedreigde gebieden, zodat de incalegioenen plaatselijk steeds een overwicht behielden.

2. Als bestuurstaal werd het Quechua of Aymara opgelegd (naargelang de streek), zonder dat men de regionale culturen of talen trachtte uit te roeien. (Vergelijk dit bijvoorbeeld met de verfransing van de Bretoenen, Vlamingen en Basken in Frankrijk of de onderdrukking van de Albanese meerderheid in Kosovo in het voormalige JoegoslaviŽ!). Hiertoe werden de zonen van de overwonnen stamhoofden naar Cuzco gebracht, om later, na grondige indoctrinatie in de inca-ideologie, hun eigen volk te regeren, als trouwe vazallen van de Sapa Inca. De rol van het Quechua kun je natuurlijk vergelijken met de positie van het Latijn in het Romeinse Rijk en later, in de katholieke kerk.

3. Boven de plaatselijke godsdienst en gebruiken werd de Inti-eredienst opgelegd, de zonnecultus, gekoppeld aan de cultus van de Sapa Inca. Dit kun je weer vergelijken met de keizerscultus in Rome, die gepaard ging met vervolging van de christenen, of met de toestand in het oude Perzische Rijk (ca. 500 v.C.), waar de godsdienstige verdraagzaamheid meer overeenkomst vertoonde met de situatie in Tawantinsuyu.

4. Tenslotte werd, net als bij de Romeinen en Perzen, diplomatie gekoppeld aan werkelijke sociale en economische voordelen. Bij overwinning gedroegen de inca's zich zeer tolerant. Zo werden de canari's, van gevaarlijke tegenstanders, trouwe bondgenoten en vormden zelfs de lijfgarde van Tupac Yupanqui en zijn opvolgers.

Nochtans konden ze meedogenloos optreden als zij dat nodig achtten, zoals de behandeling van de chanka's (uitleg: zie onderaan) bewijst. Maar vergelijk dat met het optreden van Julius Caesar, die in GalliŽ als een ware volkenmoordenaar optrad! Meestal verkozen zij echter een zachtere handelwijze. Net als de Perzen overtuigden de inca's hun tegenstanders vaak door hun voor te spiegelen wat een voordelen inlijving in het rijk hun zou brengen. En inderdaad, in tegenstelling met het Romeinse systeem van uitbuiting, hadden de nieuwe onderdanen niet te klagen: grote werken, geen hongersnood meer, een goed bestuur, bescherming en vrede.

Chanka's

De Chanka's zijn een geval apart. Pas onder de grote Pachacuti (1438-1463) hielden zij op, na langdurige verbitterde gevechten, een gevaarlijke vijand te vormen voor de nog zwakke incastaat. Onder zijn broer, Capac Yupanqui, vochten zij als bondgenoten van de inca's zelfs zo dapper dat de Sapa Inca hen een bedreiging achtte voor de reputatie van de krijgers uit Cuzco. Hij gelastte het hele legeronderdeel ter dood te brengen. Een Chanka-concubine bracht haar stamgenoten echter op de hoogte. En in de nacht verdwenen zij en heel het Chankavolk met hen in het gevreesde oerwoud en uit het licht van de schijnwerpers.

Op een morgen in 1977 berichtte de radio-nieuwslezer dat men de Chanka's teruggevonden had in de oerwouden op de oostelijke hellingen van de Andes. Meer dan 500 jaar lang waren zij met succes onzichtbaar gebleven, eerst voor de hen achtervolgende inca's, later voor de Spanjaarden en nog later voor de Peruanen. Dat zegt wel iets over de ontembare geestkracht van deze natie!

In de meer dan 20 jaar die sindsdien verstreken, verdwenen de Chanka's weer uit ons gezichtsveld. Hebben zij zich eveneens met succes kunnen handhaven tegen de moderne wereld? Of zijn zij, als zovelen van hun rasgenoten, ten prooi gevallen aan gewetenloze grondstoffenspeculanten en de opdringerige twintigste eeuw?

Terug naar: ERFGENAMEN VAN DE INCA's