Scheepvaart bij de Inca's

Balsavlotten en guara's

Als bergvolk waren de inca's vanzelfsprekend niet erg goed thuis op de zee. Waarschijnlijk hadden zij reeds vóór de stichting van Cuzco ervaring met de rieten boten van het Titicacameer. Maar zoals steeds wisten zij de vaardigheden van de onderworpen volkeren handig ten eigen bate aan te wenden, iets waarin ook de Romeinen uitblonken.

moche1.jpg (19373 bytes)

Groot rieten zeeschip in de vorm van een vis. Moche-cultuur, 100 v.C. - 600 n.C.

 

Toen zij in de loop van de 15de eeuw de kust bereikten, vonden zij daar bedreven zeevaarders. Die konden bogen op een scheepvaarttraditie van minstens 2000 en vermoedelijk zelfs meer dan 4000 jaar, getuige de vondsten in de Moche- en Paracasgraven. Dat verklaart de grote tocht van inca Topa Yupanqui (1471-1493). De Spaanse kroniekschrijver Sarmiento Gamboa verhaalt hoe deze Sapa Inca een vloot van vlotten liet uitrusten, die in Tumbez zee koos, met een leger van 20.000 krijgers. In de loop van de expeditie, die bijna een jaar duurde, bereikte de armada klaarblijkelijk een Polynesisch eiland. Want in de citadel van Cuzco werden meegebrachte voorwerpen bewaard, die daar later door de Spanjaarden zijn gezien.

De eerste onderdanen van de incaheerser, die de Spanjaarden ontmoetten, waren trouwens zeelui uit Tumbez. Zij bemanden grote vlotten, waarvan de conquistador Bernabé Cobo zegt dat ze een grotere tonnenmaat hadden dan de Spaanse schepen waarop hijzelf voer.

"De grote vlotten waarop de Peruviaanse indianen in zee steken, die in de nabijheid van de bossen leven -zoals die van de havenplaatsen Payta, Nanta en Guayquil- zijn samengesteld uit zeven, negen of meer stammen van het uitermate lichte balsahout, en wel op de volgende wijze: de balken worden naargelang hun lengte met lianen of touwen aan elkaar vastgesnoerd, die op hun beurt weer over andere balken lopen, die er als dwarsbalken overheen liggen. De stam in het midden is aan de boeg langer dan de andere. Die worden steeds korter, naarmate ze verder naar de zijkanten liggen, zodat ze bij de boeg de vorm en de proporties van de vingers van een uitgestrekte hand vertonen. De achtersteven is echter recht afgesneden. Bovenop het geheel bevestigen zij een platform, zodat de mensen en hun kleding aan boord niet nat worden van het water dat door de spleten tusen de lange balken omhoog gestuwd wordt. Ze manoeuvreren deze vlotten op de oceaan met behulp van zeilen en paddels. En sommige ervan zijn zo groot dat ze gemakkelijk vijftig man kunnen dragen."

Deze vlotten hadden geen roer, maar werden bestuurd op een wijze die volledig afweek van de Europese methode, door middel van guara's  of steekzwaarden (de paddels waarvan Cobo sprak). Voor Thor Heyerdahl, die met de beroemde Kon-Tiki-expeditie in 1947 de zeewaardigheid van het traditionele balsavlot bewees, was deze guara-methode zo ongewoon, dat hij een klassieke stuurriem gebruikte. Pas door de ervaring tijdens de tocht en door systematisch experimenteren enige jaren later, leerde hij opnieuw de geheimen van de oude zeevaarders kennen. (Die waren namelijk volledig verloren gegaan, daar de autoriteiten van Peru en Ecuador in het begin van deze eeuw alle 'ouderwetse' zeevaart verboden, die niet door middel van 'moderne' schepen werd uitgevoerd.)

Heyerdahl beschrijft de guaratechniek als volgt: 'Guara's of steekzwaarden zijn rechthoekige planken van ongeveer 1,80 m lang en 60 cm breed. De handgreep of knop, die bovenaan de steel is bevestigd, dient uitsluitend voor verticaal op en neer bewegen van de plank en dus niet om een bewegingsimpuls teweeg te brengen. We ontdekten dat bij snel wenden van het zeil, en tegelijkertijd omkeren van de verhouding tussen de ondergedompelde guaravlakken voor en achter de dubbele mast, het vlot bereidwillig overstag gaat en een nieuwe koers vaart. Hiervoor was een juiste volgorde noodzakelijk bij het samenspel tussen het wenden van de ra enerzijds en het het neerlaten en omhoogtrekken van de guara's anderzijds. Hiertoe diende de ra bevestigd te zijn op de plaats waar de beide benen van de mast tezamen kwamen. Dan behoefden wij nog slechts de guara's met de stand van het zeil in overeenstemming te brengen. Als het vlot eenmaal op de nieuwe koers gebracht was, werd de te volgen richting bepaald door de verhouding tussen de neergelaten guara's voor en achter de mast. Wat de praktische functies betreft, kan men de guara's niet vergelijken met eender welk onderdeel van de scheepsuitrusting, zoals die op Europese vaatuigen voorkomt.'

guara1.jpg (3650 bytes)guara2.jpg (2953 bytes)In plaats van primitief te zijn, gaf de guaratechniek dus blijk van een zeer gesofisticeerd origineel Amerikaans concept en uitvoering. In Moche-graven uit het begin van onze tijdrekening werden prachtig versierde en in ajourwerk uitgesneden guara's aangetroffen. Haast elk Europees museum bezit er wel enkele, ook de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis in het Brusselse Jubelpark. Maar waartoe ze precies dienden, bleef een raadsel, tot Heyerdahl zijn experimenten uitvoerde en beschreef. De graf-guara's werden meestal nooit in de praktijk gebruikt, maar het feit dat men ze meegaf voor de reis naar het hiernamaals, bewijst wel het belang dat men eraan hechtte. Hoe traag de wetenschappelijke wereld vastgeroeste opvattingen loslaat, werd nog maar eens bewezen op de grote incatentoonstelling in het Jubelpark in 1990. Hierop waren een aantal guara's te zien, waarvan sommige duidelijk tekenen van gebruik vertoonden. In de catalogus werden zij omschreven als 'ceremoniële roeispanen', zonder enige uitleg over hun functie!

Heyerdahls Kon-Tiki-expeditie bewees niet alleen dat balsavlotten, tegen de gangbare mening van de kamergeleerden in, inderdaad perfect zeewaardig waren en de hevigste stormen beter konden doorstaan dan een Europees vaartuig, maar tevens dat de oude kustbewoners van het incarijk even perfect in staat waren om voedsel en drank voor langdurige zeereizen te conserveren in kalebassen of afgedichte bamboepijpen.

 

Terug naar VERVOERMIDDELEN