Scheepvaart bij de Inca's

Rietboten en megalieten

 

moche2.jpg (14714 bytes)Deze tekening op een Moche-vaas uit het begin van onze tijdrekening bewijst dat er toen ook op zee grote rieten schepen werden gebruikt.

 

 

 

 

De biezen bootjes van het Titicacameer vormen tegenwoordig een toeristisch uithangbord voor Peru en BoliviŽ. De Spanjaarden noemden ze foutief balsas, naar analogie met de zeewaardige vlotten van de kustbewoners, waarschijnlijk omdat zij geen Europees equivalent kenden. Natuurlijk worden de boten met hun bijzonder fraaie lijn niet gebouwd uit balsastammen, maar uit totora-riet, eigenlijk een vorm van lisdodden, die genetisch verwant is aan het Egyptische papyrus en het berdi-riet  uit het huidige Zuid-Irak, het vroegere MesopotamiŽ van de SumeriŽrs. Wat men verder over Heyerdahls theorieŽn over de Polynesische migraties ook mag denken, enkele van zijn vaststellingen -die hij door computermodellen liet uitwerken- zijn beslist een nadere beschouwing waard. Hij onderscheidt meer dan 130 parallellen tussen de Oude en de Nieuwe Wereld, die alle ťťn punt van overeenkomst vertonen: zij zijn gebonden aan een gordel waarin twee constanten voorkomen, namelijk de rieten boot en goden met vogelkoppen.

Andere parallellen zijn de trappenpiramide en de meesterlijke steenbewerking, die zich uitdrukt in gigantische, perfect passende stenen. Deze fenomenen vindt men terug, zowel in MesopotamiŽ, Egypte als in Meso- en Zuid-Amerika en zelfs in PolynesiŽ. (En, zoals Heyerdahls recentste onderzoek sinds 1997 aantoont, op de Canarische eilanden.) Afgezien van de twee laatste gebieden treden zij overal op met een tijdsverschil van maximum 1000 jaar, tussen pakweg 2500 en 1500 voor Christus.

 

Heyerdahls Tigrisexpeditie in 1977-'78 bewijst dat de contacten tussen het oude MesopotamiŽ en de Indusbeschaving van Mohenjo-daro en Harappa zeker zijn en tussen MesopotamiŽ en het oude Egypte zeer goed mogelijk waren. Op het eerste had Leonard Woolley in feite reeds gewezen in de jaren twintig, bij zijn ontdekking van de koningsgraven van tigris1.jpg (9124 bytes)

 

Het bouwen van de Tigris in Zuid-Irak

 

 

Ur, toen hij in zijn opgravingsverslag 'het kornalijn uit IndiŽ' vermeldde. (Nu te bezichtigen, met de andere prachtige schatten uit Ur, in het British Museum -een der zalen die, behalve van archeologiestudenten, niet de aandacht krijgen die ze wegens hun onschatbare waarde verdienen.) Maar het is niet zeker of hij zich volledig bewust was van de consequentie van zijn laconieke vermelding: kornalijn.jpg (11364 bytes)namelijk het bestaan van intercontinentale handel tussen AziŽ en Afrika! Sindsdien is dit van lieverlee aanvaard, vooral sinds de wederzijdse beÔnvloeding MesopotamiŽ-Egypte op het ontstaan van het schrift algemeen aangenomen werd. (Tegenwoordig denkt men zelfs dat het schrift in MesopotamiŽ vroeger tot ontwikkeling kwam dan in Egypte.)

tigris2.jpg (13987 bytes)

De bemanning van de Tigris, Thor Heyerdahl, tweede van links.

De sierlijke boten die heden ten dage nog gebruikt worden door de Aymara's en de Uru's op het Titicacameer, zijn waarschijnlijk de laatste erfgenamen van een scheepvaarttraditie die teruggaat tot de dageraad der beschaving. Vijfduizend jaar geleden verbreidden rietboten de cultuur in MesopotamiŽ, de Indusvallei en het vroegste Egypte, terwijl de SumeriŽrs vanuit het bijbelse Ur handel dreven in koper op het legendarische Dilmoen en Meloecha. Tenminste, daarvan was Heyerdahl na zijn Ra I en Ra II experimenten zo overtuigd, dat hij voor het bouwen van zijn Tigris in Zuid-Irak, Aymara-Indianen liet overkomen uit BoliviŽ, afstammelingen van het volk dat eens dezelfde boten had gebouwd voor de Sapa Inca.

Net als bij de balsavlotten werden het technologisch niveau en de prestatiemogelijkheden van de rietboten door de zelfingenomen westerlingen van de twintigste eeuw schromelijk onderschat. Door zijn tocht met de Tigris over meer dan 8000 km, van Irak naar Pakistan en van Pakistan tot in Somaliland, bewees de Noorse ontdekkingsreiziger dat de rietboot zeer zeewaardig was. Als dat na Ra II nog nodig was!

In feite is dit geen boot in onze betekenis van het woord, maar een onzinkbare vlotboot. Ze wordt op een even ingenieuze als ecologisch verantwoorde wijze gebouwd uit organisch materiaal. Twee 'worsten' uit totora worden met een rieten mat bedekt en met een dun, uit plantaardige vezels vervaardigd touw in spiraalvorm omwonden. Elke spiraal verbindt eveneens een derde, kleinere bundel, tussen de twee andere in. Dan wordt het touw zeer strak aangespannen. De kleine bundel verdwijnt tussen de twee andere in. Hoewel onzichtbaar, vervult hij een belangrijke functie: een negatieve kiel, die de boot bij aan de wind zeilen (= schuin tegen de wind in) tegen afdrijven beschermt. Tot in de jaren vijftig van deze eeuw waren zelfs de zeilen van de Titicacaboten uit totora-riet vervaardigd. Tegenwoordig is dat meestal vervangen door gewoon zeildoek. Hoewel, om de toeristen te plezieren verschijnen de laatste jaren opnieuw totora-zeilen op het meer. Tot voor kort lag hier ook een kopie van de Tigris aangemeerd.

Wijzen wij tenslotte op een merkwaardig fenomeen. De culturen van de Nieuwe Wereld kenden het wiel en het ijzer niet. De meeste gebruikten evenmin iets zo vanzelfsprekend als het zeil! De grote, zeevarende kano's van de Maya en die waarmee de indianen van de Noordweskust van Amerika op walvisjacht voeren, werden geroeid, niet gezeild! Voor zover wij weten zijn de volkeren uit het latere incarijk de enigen die duizenden jaren lang zeilen gebruikten, zowel voor de 'binnenvaart' op het Titicacameer, als voor de vaart op zee.

Jos Martens

Geraadpleegd

De Bock, E. (red.), De erfenis van de Inca's, tentoonstellingscatalogus, Rotterdam, Museum voor Volkenkunde, 1992.

Heyerdahl, Th., Aku - Aku. Het mysterie van Paaseiland, Lochem, De Tijdstroom, s.d.

Heyerdahl, Th., De Ra Expeditie, Bussum, Teleboek, 1970.

Heyerdahl, Th., Tussen de continenten, Baarn, De Boekerij, 1975.

Heyerdahl, Th., Tigris, Bussum, De Kern, 1979.

Inca- Peru. 3000 jaar geschiedenis, tentoonstellingscat., Brussel, Koninkl. Musea voor Kunst en Geschiedenis, 1990.

Oude culturen in Pakistan, Brussel, Kon. Musea voor Kunst & Gesch., 1989.

Riley, C. e.a., Man Across the Sea, Austin, 1971.

Villiers, A., Het avontuur van de zee, De Haan, National Geographic Society, 1978.

Von Hagen, V., Het raadsel der verdwenen koninkrijken van Peru, Den Haag, Kruseman, 1967, p. 133 - 143.

Wooley, L., in: The Great Archeologists..., Bacon, E., New York, Bobbs-Merrill, 1976, en in: Sumer. Asssur. Babylon. 7000 Jahre Kunst und Kultur..., tentoonstellingscat., Aken, Sammlung Ludwig, 1978, en in: Van Soemer tot BabyloniŽ. Verzamelingen van het Louvre, tentoonstellingscat., Brussel, Gemeentekrediet, 1983.

 

Terug naar VERVOERMIDDELEN