Pedro de Gante
Pieter van Gent of van der Moere
Geboren in Aaigem, 1479, gestorven in Mexico 1572. Hoogstwaarschijnlijk heeft Joos de
Rijcke hem ontmoet in het franciscanerklooster in Gent.
(zie de gedenkplaat aan de gevel van het Gentse justitiepaleis)
Hij arriveerde, samen met twee andere Vlaamse franciscanen, Dekkers en Vander Auwera, reeds in Mexico in 1522, bijna twee jaar voor de 12 Spaanse franciscanen, 'de 12 apostelen', die door Spaanse bronnen steevast genoemd worden als de eerste missionarissen.
Hij was stichter van werkplaatsen, van een koloniale school, van een muziekconservatorium en van meer dan honderd kerken. Ten behoeve van de missionering ontwikkelde hij een beeldschrift, het zogenaamde Testeriaanse alfabet (genoemd naar een Zwitserse franciscaan Tester, die met deze ontwikkeling niets te maken had! ). In de ogen van de Spaanse kolonisten was hij een verdediger van de belangen van de inheemsen en een hinderlijke bemoeial, die hen belette hun gang te gaan. Tot op hoge leeftijd bleef hij een groot en onaantastbaar moreel gezag genieten, hoewel hij 'uit nederigheid' nooit de priesterwijding ontving en een benoeming tot bisschop afwees. Zowel onder Karel V als Filips II had hij rechtstreeks via zijn brieven toegang tot het hof. Daarom beschouwen sommige geschiedschrijvers hem als een bastaardzoon van Maximiliaan van Oostenrijk, de grootvader van Karel V. (Een soortgelijk lot viel ook Joos de Rijcke ten deel in Ecuadoraanse publicaties, vermoedelijk door verwarring met Pedro de Gante.) Rudolf van Zantwijk noemt hem (in [De oorlog tegen de goden ] ) een 'fanatiek missionaris'. (p. 261)
Twee bladzijden uit een catechismus van Pedro de Gante
In 1558 schreef hij onderstaande brief aan Filips II, twee jaar eerder op de Spaanse troon gekomen (koning tot 1598). Pieter leefde toen al meer dan 34 jaar in Nueva España. De brief werpt een verhelderend licht op de wijze waarop de priesters 'de conquista van de geesten' trachten te verwezenlijken.
' ... en daarmee zorgden wij ervoor de zonen van de edelen en de hoofden bijeen te brengen en hun de goddelijke wetten te leren, opdat zij die nadien aan hun ouders en overige verwanten zouden onderwijzen. En dat deden wij op aanwijzing van de toenmalige aanvoerder Hernan Cortés, die de beste nagedachtenis waardig is ... want hij gaf bevel dat in het hele land vanaf twintig tot veertig Spaanse mijlen (ongeveer tussen de 110 en 220 km) rondom onze verblijfplaats, alle zonen van de hoofden en edelen naar Mexico moesten komen om in (het klooster van) Sint-Franciscus onderricht te ontvangen in de wet van God en de christelijke leer.
Zodoende haalden ze in korte tijd een duizendtal jongens bij elkaar, die wij in ons gebouw opgesloten hielden, zowel overdag als 's nachts. Wij stonden hun geen enkel contact toe met hun vaders en nog minder met hun moeders. Alleen diegenen die aan hen diensten verleenden en eten brachten mochten zij spreken. Dit was zo geregeld opdat zij alles zouden vergeten omtrent hun bloedige afgoderijen en buitensporige offeringen...
...de beste leerlingen maakten zich de leer eigen om die vervolgens uit te dragen in de dorpen en buurtschappen. Op zondagen en erkende feestdagen en op zaterdag zond ik hen twee aan twee erop uit ... naar ieder dorp rond Mexico dat op vijf of zes Spaanse mijlen afstand lag. Naar die, die op tien, vijftien of twintig mijl afstand lagen soms om de twintig dagen en naar andere nog minder, behalve wanneer er een feest voor of inwijding van afgoden plaatsvond, dan zond ik de allerbesten om dat te verstoren.
En wanneer een hoofd heimelijk een of ander heidens feest in zijn huis hield, dan waarschuwden dezelfden die ik uitzond mij en dan liet ik hen naar Mexico roepen en dan kwamen ze zich verantwoorden en ik las hun de les en preekte zoals het mij inviel.'
Hedendaagse jongeren reageren zeer scherp op dit document. "Is dat nu de grote apostel van de Indianen? Fraai, hoor: kinderen weghalen bij hun ouders, hen moedwillig vervreemden van hun thuis en hun cultuur, hen gebruiken als spionnen! Waar blijven de mensenrechten bij dit alles?"
Dit is een goed voorbeeld van standplaatsgebondenheid, een kernbegrip uit de geschiedwetenschap. Onze huidige opvattingen over mensenrechten dateren pas van na de Tweede Wereldoorlog. Terwijl wij bezig waren met dit werk werd de vijftigste verjaardag van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens gevierd (10 december 1948).
Gelijkaardige methoden voor assimilatie en 'integratie' werden toegepast tot in deze eeuw, tot na de Tweede Wereldoorlog, bij de Australische inboorlingen, de inuït (eskimo's), de indianen in de V.S. en in Canada...
Wie zijn wij trouwens om lessen te willen geven aan het verleden?
"Met de geschiedenis kan je niet redetwisten!"
Doen wij het zoveel beter? Wie dat gelooft moet eens vaker naar het televisiejournaal kijken: Afrika, Bosnië en Kosovo!
"De enige les die wij uit de geschiedenis leren, is dat wij er blijkbaar niets uit leren!"
[Terug naar intro: Joos de Rijcke]
[Terug naar overzicht: Grote Namen van de conquista]