Trappistenbieren

Inleiding

Er zijn thans zeven trappistbiermerken die aan de regels van de Internationale Vereniging Trappist voldoen en het logo "Authentic Trappist Product"vieren, zes Belgische en een Nederlandse (La Trappe), met in totaal een 25-tal verschillende biersoorten.

Achel

De Sint-Benedictusabdij van Achel, dikwijls ook de Achelse Kluis genoemd, is een cisterciënzerabdij deels op Belgisch, deels op Nederlands grondgebied; het Belgische gedeelte ligt in de gemeente Hamont-Achel, het Nederlandse in de gemeente Heeze-Leende. Officieel heet de abdij Onze-Lieve-Vrouw-van-La-Trappe-van-de-Heilige-Benedictus. Deze monnikengemeenschap kiest voor een leven volgens het evangelie, in de blijde verwachting van de wederkomst van Jezus Christus. De abdij staat onder meer bekend vanwege het gelijknamige trappistenbier Achel dat sinds 1998 in de eigen huisbrouwerij wordt gebrouwen.

Terug naar het menu

Chimay

De abdij ligt op het grondgebied van Forges, op ongeveer tien kilometer van de stad Chimay. Ze werd op 25 juli 1850 gesticht als trappistenklooster, op initiatief van Eerwaarde Heer Jourdain, pastoor van Virelles. Zeventien monniken uit het klooster Sint-Sixtus van Westvleteren begonnen een stuk grond te ontginnen, dat hen door prins Joseph de Chimay was geschonken. Het opgerichte fundatiekruis vermeldt: « Le 25 juillet 1850 les moines cisterciens fondant l’abbaye de Scourmont commencèrent à louer Dieu et à défricher la terre ». In 1871 werd het klooster een volwaardige abdij. De abdijgemeenschap bestond weldra uit 80 monniken (1858). In 1984 waren het er nog een veertigtal, na 2000 een twintigtal. De monniken leven volgens de regels van de trappisten, waarbij gebed (persoonlijk of in groep), arbeid en rust elkaar afwisselen. De afzondering en de stilte zijn hierbij belangrijke elementen. De monniken komen vijf- of zesmaal per dag in hun kerk samen om er de goddelijke diensten te volbrengen. Gasten worden onthaald in het gastenhuis. De monniken werden door de Duitse bezetter uit hun abdij gezet van 28 mei tot 2 juli 1940 en van 12 april 1942 tot 1 september 1944. De monniken dragen bij tot het internationale tijdschrift voor geschiedenis en spiritualiteit van de Cisterciënzers, Collectanea Cisterciensia en publiceren ook zelf onder de naam les Cahiers Scourmontois. Sommige monniken nemen deel aan de dialoog met boeddhistische en Tibetaanse monniken. Sinds 1999 bestaat ook een 'Lekengemeenschap van Cisterciënzers', waarvan de leden zich met de abdij hebben verbonden.

Terug naar het menu

La Trappe

De abdij Notre-Dame de la Grande Trappe in het Normandische Soligny-la-Trappe is de bakermat van de trappisten. Het moerassige domein in Normandië dat la Trappe genoemd werd, maakte aanvankelijk deel uit van het domein van Rotrou III, heer van het voormalige graafschap le Perche (1070-1144). Deze graaf liet er een kapel bouwen en benedictijnen bedienden de kapel vanaf 1140. Toen de congregatie zich in 1147 bij Clairvaux (zie het artikel abdij van Cîteaux) aansloot, namen de monniken als cisterciënzers de nieuwe gebruiken aan. In de daaropvolgende tijd kende het klooster een bescheiden welvaart. De ellende van de oorlogen en plunderingen van de 14de en 15de eeuw had een ingrijpende terugslag in het leven van de monniken tot gevolg. Toen in 1532 de 'commende' haar intrede deed in de abdij voerde dat tot verval op geestelijk en materieel gebied. La Trappe zou uiteindelijk ten onder gegaan zijn als niet in de 17e eeuw een van de commendataire abten, Jean de Rancé, die zich tot het monastieke leven had bekeerd, een hervorming had ingevoerd. Als petekind van Richelieu had Rancé een vrolijk leven geleid in de genotzuchtige maatschappij van zijn tijd, maar de dood van een geliefde bracht hem tot nadenken en leidde ertoe dat hij zich terugtrok in de abdij die hij 'in commende' had. Onder zijn krachtige leiding herstelde de communiteit zich en werd zo de bakermat van de trappisten. Tijdens de Franse Revolutie week een gedeelte van de communiteit onder leiding van Augustin de Lestrange uit naar Zwitserland. In 1815 keerde de communiteit na een ballingschap van 24 jaar terug op haar geboortegrond. In 1895 begon de bouw van de huidige abdijkerk, de derde in de geschiedenis van de abdij. In 1966 werd de naam la Grande Trappe gewijzigd in La Trappe. Vanuit la Trappe werden meerdere kloosters gesticht: Bellefontaine, Timadeuc, Tre Fontane, Échourgnac evenals de abdij van Westmalle. De monniken werken in de boerderij, in de zuivelfabriek en in de bakkerij. De huidige abt is dom Guerric Reitz Séjotte.

Terug naar het menu

Orval

De Abdij Notre-Dame d'Orval is een cisterciënzerabdij in het Belgische dorp Villers-devant-Orval, een deelgemeente van Florenville in de provincie Luxemburg. De abdij vestigde zich in 1132 in de Gaumestreek. Het klooster is bekend om zijn geschiedenis en geestelijk leven, maar ook om zijn trappistenbier (zie Orval bier) en typische trappistenkaas.

Terug naar het menu