Joris Peeters beeldhouwer

 

  home nieuwsbrief curriculum vitae werken reizen linken contact

 

   

Nieuw: Nieuwsbrief juni 2015

 

Het werk

Techniek

Voorbeelden, invloeden, verwijzingen ?

Het werk

De bronzen sculpturen van Joris roepen nu eens associaties op met planten, dan weer met een dier of een mens. De figuren ademen een humane geborgenheid uit. Hoe klein ook, toch steeds monumentaal, gaat van dit werk een sacraliteit uit die de toeschouwer vol ontzag op het spoor zet van het wonder van het leven en de natuur.

Dezelfde poëtische inhoud wil Joris ook weerspiegeld zien in de titels van het werk. Zij mogen geen etiket worden dat de toeschouwer verhindert zijn eigen fantasie en associaties te verkennen. Enkel wie het aandurft in dialoog te gaan met dit werk ontdekt er de kracht en de rijkdom van.

Soms is het dan ook beter dat een werk helemaal geen titel krijgt of enkel een code ter identificatie omdat men de klaarblijkelijke evidentie van de vormen dient te overstijgen.
Wat zeggen mij die vormen, die kleuren, desgevallend de titel en de combinatie van dit alles ? Dit is de vraag die de toeschouwer die het avontuur wil aangaan, zich bij de confrontatie met het werk van Joris mag en moet stellen.

Techniek

De werken zijn in brons gegoten of – in het geval van ‘De paalzitter' - kunnen dat worden. Dit gebeurt volgens de verloren was techniek. Ofwel zijn de ontwerpen rechtstreeks in was geboetseerd. Dan kan er slechts één maal een afgietsel gemaakt worden. Ofwel worden de wassen modellen in een mal afgegoten. In dat geval bestaat de mogelijkheid om meerdere bronzen afgietsels te maken.

  paalzitter
     

Brons is een ‘legering' van koper en tin en wordt gegoten op een temperatuur van ca. 1150 °C.

 

Voorbeelden, invloeden, verwijzingen ?

Rik Poot :

- De opbouw van zijn werk met wassen platen om uiteindelijk in brons te gieten : zie afbeeldingen ‘De grote Ammoniet' en de ruiter te paard. Gelijkaardig werk staat ook in Herentals (belastingen) en Turnhout (gerechtshof). Dezelfde manier van werken paste ik toe in mijn vroeger abstract werk in brons.

- De directheid van zijn penseelschetsen in een korte flits neergezet op het papier. In mijn inkt-met-krijtschetsen ga ik op dezelfde manier te werk. Ze worden meestal in een halve minuut tot een minuut op het papier gezet.

 

Marino Marini :

- Ik heb na mijn opleiding monumentaal schilderen (Hasselt) en enkele jaren tekenen en schilderen (Aarschot) de stap naar het beeldhouwen pas ‘durven zetten' na het zien van een overzichts-tentoonstelling van Marino Marini in een palazzo in Venetië tijdens de zomer van 1983. In het najaar '83 ben ik me dan gaan inschrijven in de afdeling beeldhouwen van de Herentalse akademie (Anderlecht, Mechelen en Leuven zouden nog volgen). Hij is dus letterlijk de aanzet geweest dat ik ben gaan beeldhouwen en daarna het penseel enkel nog voor het maken van schetsen ter hand heb genomen.

- vooral zijn expressieve manier van boetseren en zijn verregaande abstractie van het figuratieve spraken mij aan . Ook de monumentaliteit - ook van eerder kleine (van formaat) werkjes - maakte indruk op mij. Het ontwerp van mijn ‘Paalzitter' heb ik in die tijd gemaakt en was - in tegenstelling tot de meer expressieve latere grote versie – een eerder gedrongen figuur zoals de figuren van Marini.

- ook hij maakte directe, vlotte inktschetsen naar het levend model.

Deze kende ik nagenoeg enkel uit boeken.

 

Auguste Rodin :

- hij was eigenlijk de eerste ‘moderne' beeldhouwer. Ik heb zijn ‘Burgers van Calais reeds gezien op 13- jarige leeftijd.

Maar ik hou het meest van zijn expressieve, min of meer geabstraheerde versie van ‘Balzac' waarvan ook in het Middelheimpark in Antwerpen een afgietsel staat

-elke keer wanneer ik in Parijs kom, probeer ik langs te gaan in het Musée Rodin. Er is altijd wel iets anders te zien. Niet in het minst ook zijn penseelschetsen. Ook hij zette deze naar levend model in een korte flits op het papier.

 

Alberto Giacometti :

- een generatiegenoot van Marini. Werk van hem heb ik in musea aan alle kanten van Europa gezien (Parijs, Londen, Venetië, Wenen, Kopenhagen…)

- Vooral de expressiviteit van de hoofden van zijn figuren spreken mij aan (zie bijlage) . Ik hou ook van de monumentale impact van zijn werk - en dit zijn soms zeer kleine beeldjes – op de ruimte waar ze in ondergebracht of tentoongesteld zijn. Ook hij schetste (en schilderde) veel.

 

Antony Gormley :

 

- in zijn werk spreekt mij het meest de manier aan waarop hij, soms met 1 enkel beeld, een ruimte of site kan inpalmen of beïnvloeden en er een bevreemde atmosfeer kan mee opwekken. Ik zag ook reeds vele malen werk van hem (Londen, Duitsland, Skandinavië, Italië …). In 2003 Beaufort was zijn werk in De Panne één van de blikvangers van de zomer.

- veel van zijn werk ken ik ook uit boeken.

Zen-kunst :

- ik hou veel van de magere, (schijnbaar) eenvoudige maar directe penseelvoering met de enorme zeggingskracht van de inktschilderingen uit de zen-traditie (zie bijlage).

Ze leunen aan bij de Oosterse kalligrafie .

In het lange kader op de tentoonstelling heb ik zo 10 van mijn schetsen gestoken. Wanneer je ze van ver ziet denk je aan een soort kalligrafisch alfabet. Pas als je ze van dichtbij ziet merk je dat het om 10 schetsen gaat van figuren naar levend model.

- de mystieke eenvoud van de zen-tuinen (deze ken ik nagenoeg enkel van foto's uit boeken) spreekt mij op dezelfde manier aan. Ik voel hier verwantschap met (sommige van ) mijn oudere ‘abstracte' beeldjes in brons. Die geest kan ook ademen uit figuratief werk in relatie tot de ruimte waar het zich bevindt (Giacometti, Gormley…). Ik probeer bij tentoonstellingen ook steeds zorg te dragen voor de manier waarop mijn werk opgesteld is in de omgeving/ ruimte. Het wonder is dat 1 klein beeldje, op de juiste manier opgesteld in een bepaalde ruimte, dan soms veel meer te zeggen heeft dan een tuin of tentoonstelling met honderd of meer beelden. Hetzelfde geldt voor een mager neergezette penseelschets binnen een minimale compositie.

Wie zei ook alweer ‘ In de beperking toont zich de meester' ?