|
| |
Regels & tips bij voorlezen:
expressief en boeiend
..
Spelregels
-> Het voorlezen van de inleiding plus het fragment mag maximaal twee minuten per
leerling in beslag nemen.
-> Het favoriete fragment moet een verhaal of een stuk van een verhaal uit een
Nederlands jeugdboek zijn
(Nederlandse vertaling van een anderstalig boek mag
natuurlijk ook).
-> Een gedicht, schoolboek, door kind zelf geschreven boek, stripboek,
tijdschrift of fotokopie.
-> Het moet ook een zijn passend bij de leeftijd, dus geen te makkelijk boek of
prentenboek.
-> Het moet echt voorlezen zijn en niet toneelspelen.
-> Het gaat om goede stem + eventueel wat gebaren, boeiend voorlezen.
-> Hoe word ik een voorleeskampioen?
-> Noem voor je begint met voorlezen de schrijver en de titel van het boek.
Daarna zeg je heel kort waar het boek over gaat en vertel je een paar dingen die
van belang zijn om het fragment te begrijpen. Bijvoorbeeld wie de personen zijn
die erin voorkomen. Hoe korter, hoe beter; je mag het opschrijven en voorlezen.
-> Lees niet te snel voor. Neem de tijd of zoek een korter fragment. Je hoeft de
twee minuten (inclusief de inleiding) niet per se vol te maken!
-> Spreek duidelijk.
-> Let op de juiste klemtonen. Oefen eens hardop en vraag of iemand daarop wil
letten.
-> Probeer contact te houden met je publiek. Houd je boek dus niet voor je
gezicht en probeer zo nu en dan de leerlingen in de klas aan te kijken.
-> Probeer niet te veel toneel te spelen. Het gaat niet om leuke stemmetjes of om
grote gebaren, maar om boeiend voorlezen.
-> Je kan wel je stem gebruiken om de sfeer van het verhaal duidelijk te maken.
Je kunt hard en zacht afwisselen. Je kunt in tempo variėren. Je stem kan
bedroefd klinken of blij, of boos, dreigend of geheimzinnig, als het maar past
bij het verhaal.
-> Schreeuw nooit.
-> Een keer verspreken is niet erg. Goed ademhalen en rustig opnieuw beginnen.
Kiezen van het fragment
Een goed fragment kiezen is niet zo makkelijk. Misschien heb je wat aan deze
tips:
-> Kies een boek waar je van houdt, maar denk ook aan je publiek (kies niet een
te kinderachtig boek. Kijk ook bij de regels voor je juf of meester wat er staat
over de boekkeuze).
-> Probeer een mooi afgerond stuk te vinden (er bestaan boeken met duidelijk
afgeronde hoofdstukken of korte verhaaltjes).
-> Als je het moeilijk vindt om een leuk boek te kiezen, vraag dan advies thuis,
op school, in de bibliotheek of in de boekhandel.
-> Probeer eerst eens hardop of het boek ook lekker voorleest. Je weet dan meteen
hoe lang je ongeveer over een bladzijde doet.
-> Zorg dat er niet te veel personen in voorkomen, anders moet je zo veel
uitleggen van tevoren. Te veel verschillende personen is ook lastig voor je
publiek, het wordt dan misschien te ingewikkeld.
Oefenen
-> Oefen het voorlezen heel goed. Vraag of iemand wil luisteren en commentaar wil
geven. Laat die persoon wel eerst de voorleestips lezen / bekijken!
-> Zorg dat je het fragment heel goed begrijpt. Lees nog eens wat eraan
voorafging.
-> Gebruik de voorleestips en bekijk deze spelregels. Dan weet je meteen waar we
op letten. Als je oefent op de dingen die daar worden genoemd word je vast een
voorleeskampioen.
|