Voila, nog slachtoffers:WILLEM & STEF( en je zult lezen dat Stef veel denkt !)

Vorige week vrijdag was een niet-normale-les. Aangezien er op de plaats waar ik normaal zit maar één bank stond ben ik naast Willem gaan zitten omdat Jonas er toch niet was. Heel de les was er al rumoer in de klas. En zo ook was dat bij mij en Willem. Het kwam doordat ik zelden langs Willem zit in de school waardoor ik wat plezier maakte met hem. Ik denk dat ik denk dat (zo staat het er) het komt doordat ik geen zin meer had om te denken in de wiskunde-denkles. Omdat , denk ik, het vrijdag was en omdat, denk ik, het voorlaatste uur was. Ik zal proberen om mijn best te doen voor geen herhaling van het voorval.

Ik moet me beter gedragen in de les want ik stoor de anderen: dit was de uitleg van mijn dierbare wiskundeleraar die mij deze straf heeft gegeven. Eigenlijk ben ik het best eens met hem omdat ik wel degelijk de les aan het storen was. Het was namelijk vrijdag het voorlaarste uur en het weekend zat eraan te komen dus dacht ik,: laten we even een beetje lachten". Dit sloeg echter niet aan waardoor ik hier nu zit te schrijven maar het zijn maar honderd woordjes dus zal ik nu wel ongeveer, bijna op het einde zitten. Ja gelukt ! Het is mij weer gelukt om deze 100letterige taak af te geven. Worst EINDE

Het is lange tijd rustig geweest op deze site maar nu komt er weer wat !

Het gaat om de mening van Tim die vindt dat hij als achttienjarige niets verplicht meer is in de les.

"Ik ben niet verplicht notities te nemen in de les". Omdat een leerling in het algemeen niet verplicht is notities te nemen. Hij is alleen verplicht zicht de regels van wellevendheid in acht te nemen. (zie schoolreglement 1.10.2) Verder was het een oefening waarvan er 13 in een dozijn waren . Dus op zich al een nutteloze oefening indien men de leerstof beheerst en deze kan toepassen. Ook was ik het niet eens met uw houding t.o.v. bepaalde leerlingen en kan men deze actie als een "protest" opvatten, hetgeen volkomen normaal zou zijn van iemand die het ergens niet mee eens is.

En wat heeft Said allemaal te vertellen in de les ?

Nou vraag je me wat. Wat heeft een mens zoal te vertellen in de klas: vanalles en niets eigenlijk. Nu weet ik niet meer precies at ik toen allemaal aan het zeveren was, dus zal ik je nu maar een ander verhaaltje vertellen: dan weet je gelijk waar ik zoal over praat in de klas. Nou ja dit weekend ben ik naar .?.. geweest. Het was dan zoals gewoonlijk. En druk !! Maar heb me wel kapot geamuseerd dat wel. En leuke chickies natuurlijk anders zou ik niet gaan. Maar goed dat ik ben gegaan, ik was eerst aan het twijfelen. Ik kan niet wachten tot het vakantie is man, die school hier begint me een beetje teveel te worden de laatste tijd. Da t heb je als je blijft zitten he. Weer een jaar lang elke dag om 8.30 u op school zijn, zwijgen in de klas en al dit tralala. Dan nog die straffen erbij. 19 jaar moet je denken en nog straf moeten schrijven, ongelooflijk. Ze zouden eigenlijk aparte zegels moeten maken voor leerlingen die wat ouder zijn i.p.v. als kinderen behandeld te worden. Mijn inspiratie is op.

Een nieuwe rubriek na al die jaren van drie leuke dames uit 6.1 Te veel gebabbeld natuurlijk ... en als je babbelt dan kun je niet goed werken in de klas. Dat is nogal logisch ... Dus een opstelletje waarin ze hun babbelzucht moeten uitleggen . Ik had er wel wat meer van verwacht. Maar alle begin is moeilijk.

Pascaline: op maandagmorgen, het eerste uur moet ik alles bijpraten met mijn vriendinnen. We werken alle drie en moeten dus aan elkaar vertellen hoe hjet in het weekend gegaan is. Een eigenschap van vrouwen is namelijk dat ze alles willen delen met andere vrouwen, vandaar dat ik me vanmorgen niet kon inhouden. Hoewel ik de les begreep en ik alle oefeningen gemaakt heb was ik aan het praten. Wat me uitermate stoorde is dat er nog andere klasgenoten over hun weekend aan het praten waren en dus helemaal niet met de les bezig waren. Als ik logisch nadenk zopuden deze personen ook een opstel moeten schrijven van honderd woorden, wat niet gebeurd is. Ik geef toe dat ik niet te veel had moeten praten tijdens deze les, maar iedereen doet wel eens iets wat niet mag. Ondertussen heb ik alles (bijna alles) bijgepraat met mijn vriendinnen, zodat ik mij volledig kan concentreren op de les. U kunt wel begrijpen dat over werk, vrienden en gebeurtenissen praten op maandagmorgen een fijne gebeurtenis is, niet ? In ieder geval mijn excuses, ik zal volgende les niet meer zoveel praten.

Maite: ik weet dat ik fout was toen ik maandagmorgen uw les stoorde onder wiskunde, maar ik kon me gewoon niet meer bedwingen. Dit is nu eenmaal een goede/slechte eigenschap van de vrouw en omdat ik een vrouw ben komt deze eigenschap af en toe naar boven op de meest ongepaste momenten. Soms probeer ik dat gevoel te onderdrukken, maar aangezien ik mijn vriendinnen het hele weekend niet gehoord of gezien heb (we werken alledrie heel hard), hadden we elkaar gigantisch veel te vertellen ! Wat we precies allemaal te vertellen hadden kan ik u jammer genoeg niet meedelen omdat ik dan anders het vertrouwen van mijn vriendinnen schendt ! Niet dat wij een o zo avontuurlijk en mysterieus leven leiden maar toch willen we onze fijne en minder fijne gebeurtenissen delen met elkaar. Ik weet zeker dat ons liefdesleven u niet zal interesseren (o jawel !) of het feit dat we een nieuwe jas of broek hebben gekocht, dus zal ik u de details besparen vooraleer u hoofdpijn krijgt. Nogmaals mijn excuses, ik ga proberen mij vanaf nu in te houden.

Britt: ik ben blij dat ik alleen maar 200 woorden hoef te schrijven voor straf. Want in de middeleeuwen gebeurde er wat heel anders als je te veel praatte in de les. Ik ga het er nu even over hebben.

Verbanning en schandpaal

Iemand kon verbannen worden. Dat betekende dat hij de stad moest verlaten en niet meer mocht terugkeren. Men kon veroordeeld worden tot de schandpaal, ook wel kaak genoemd. Dat betekende dat men in het openbaar, bijvoorbeeld voor het stadhuis, werd vastgemaakt aan een paal. Dat gebeurde meestal op een marktdag als het erg druk was op straat. Zo stond de gestrafte dan te kijk voor het publiek. En iedereen wist waarom hij aan de kaak werd gesteld.

(Dankjewel Britt, dat geeft me wel ideeën ...)

Ter overmaat van ramp: een opstelletje van superbabbel Steffie (al zal zij het natuurlijk ontkennen)

Ik geef toe dat ik veel praat onder wiskunde, maar wie nu niet ? Volgens mij zat u al lang te wachten op een moment voor mij straf te kuinnen geven. U had dit inderdaad al vaak kunnen doen maar deze keer was het dus echt onterecht (mooi gezegd, Steffie, met een binnenrijm!) Benji stelde mij een vraag, ben ik al zo vriendelijk om hem te antwoorden en dan word ik daarom ook nog eens gestraft. Is dit normaal ? Door te praten in de lessen gaan die vervelende 50 min ook sneller voorbij, we mogen ons toch amuseren op school zeker. En de leerstof van wiskunde snap ik, wat is dan het probleem ?

En nu iets wat ik nog nooit heb meegemaakt: er zijn toch nog edelmoedige zielen in deze wereld. Lees maar eens zelf: Dit opstel is eigenlijk geschreven als reactie op de straf die mijn befaamde en beruchte buurman Perry gekregen heeft. Ik moet eerlijk bekennen dat ik die straf verdiend heb i.p.v. hem. Ook al schenkt Perry soms niet genoeg aandacht aan de interessante wiskundeles en hij occasioneel overdadig veel met mij praat, toch voelde ik me schuldig omdat die bewuste dag ik degene was die onvoldoende oplett en mijn beste vriend afleidde en hem aanzette tot conversatie. Nou, mijn ouders hebben mij toen ik klein was geleerd altijd mijn schuld te bekennen en dan ook straf te aanvaarden. Maar niet alleen mijn rechtvaardigheidsgevoel zette me aan tot het schrijven van dit opstel , ook de angst om mijn schitterende communicatie (waar ik al eens eerder over heb geschreven) met Perry te verstoren speelde een grote rol. Dus bied ik mijn excuses aan voor de verstoring van de les maar ik kan helaas niet beloven het niet meer te doen (aangezien ik de hoeveelheid beloftes, die ik maak maar niet kan nakomen, probeer te beperken) Cheers Stephanie DIRX ( niet met ck) PS: nog iets voor dhr. Nicolaes (maar dat kan ik niet lezen)

Een opstelletje van Perry de Loor komt nu die blij is dat hij tot de groep van de babbelaars behoort (Perry dat is niet echt een bevordering hoor !) en die ook erg bescheiden is (ik mag dat wel zeggen want hij beweert het zelf)

Ik vind mijn straf zeer onrelatief toegepast (we zijn nu bezig met "relatieve" extrema !) in deze situatie. Ik ben vereerd dat ik vandaag de eerste ben in een befaamde lijst van praters. Ik let tenminste wel op en ik ben telkens bij in de les. Ik behoor niet tot de groep die totaal niet oplet, die praten over het weer en die daarna voortdurend extra uitleg vragen en zo uw bijzonder interessante uitleg (slijm slijm) relatief inboezemen en uw les kwantitief verminderen. Ook vind ik het leuk nog eens op uw site te komen. U heeft gewoon die paar extra bezoekers nodig. De site moet toch regelmatig geupdatet worden en hoe kan u dat beter doen dan die geweldig fantastische sublieme opstellen van mij erop te zetten. ("heel bescheiden"). Stuur de fanmail en de reacties maar door! Deze site wordt echt per opstel geweldiger. Het is leuk dat u mij deze straf gegeven heeft voor de examens en de vakantie, anders moet u misschien wel meer dan 3 maanden mijn goede opstellen misscne. Veel succes met uw verbeterwerk en met uw site. Groetjes, Perry. PS de groeten aan dhr. Nicolaes.

6.3 O zo'n zalige klas, waar iedereen altijd goed meewerkt... Maar op een onzalige dag waren toch wel twee woordkunstenaars druk bezig. Dit betekent een opstel ! Eerst Karolien: "als ik mijn mond opendoe dan ...moet ik een opstel schrijven. """"""BOSBRAND OP ZEE"""""" en dan Ejay Schreurs die zo attent was zijn opstel in koeien van letters te printen zodat ik het goed kan lezen.

Gisteren bevond ik mij in de buurt van de FarOereilanden. Ik voelde mij eenzaam als op een onbewoond eiland. Gelukkig had ik het bronsgroen eikenhout rondom me. Ik zong uit volle borst: 'Waar in 't bronsgroen eikenhout, het nachtegaaltje zingt ! over 't malse korenveld het lied der leeuweriken klinkt ! Tussen het zingen door moest ik veel drinken want er heerste een verschroeiende hitte. Aangezien er geen vuilnisbakken staan op een onbewoond eiland, gooide ik de lege fles achter me. Deze schoot ogenblikkelijk in brand door de zon die erop scheen. Als gevolg hiervan (als en slechts als - gevolg) stond na enkele seconden het hele bos in brand. Daar ging mijn bronsgroen eikenhout ... zelfs de nachtegaal die zong, was niet meer. Zoals het een echte kapitein betaamt bleef ik op het eiland en ging ik ermee ten onder met nachtegaal en hout. Droef zingend 'vaarwel mijn vaderland ...' (Karolien Janssens 6.3)

Als ik mijn mooie lekker grote, niet al te grote mond tijdens de warme les wiskunde aan de kant van de Pelserstraat niet kan houden, dan is er de mogelijkheid dat mijn wiskundeleraar meneer de Moor een beetje geïrriteerd raakt, waardoor hij dan mensen straf kan geven, ikzelf die vooraan in de les zit, die altijd aandachtig zit te volgen krijg juist straf, wat natuurlijk een trauma geeft aan mijn zelfvertrouwen. De straf die ik kreeg ging als volgt. Meneer de Moor gaf mij de straf om een opstel te schrijven over wanneer ik mijn mooie, lekker grote, niet al te grote mond tijdens de warme les wiskunde niet kon houden. Dit opstel moest worden geschreven in 100 woorden. Ik begin niet eens aan het opstel omdat ik al 100 woorden heb geschreven.

Ik heb ze eindelijk te strikken: drie van de grootste babbelaars aller tijden, of moet ik zeggen "woordkunstenaars" Hun mondje staat werkelijk nooit stil. Natuurlijk zijn ze van het vrouwelijk geslacht. Nu, zo eigenaardig is dat werkelijk niet want heeft een groot wetenschapper onlangs niet gevonden dat je meisjesfoetussen uit jongensfoetussen kunt herkennen doordaat hun bebber nooit stilstaat. De eerste is Dorien Scroyen.

In een klas heb je altijd twee soorten leerlingen zitten. Aan de ene kant de voorbeeldige leerlingen en aan de andere kant de lawaaierige. Ik denk gerust dat ik mezelf aan de kant van de voorbeeldigen mag zetten, denkt u ook niet ??? Maar er zijn zo van die dagen dat zelfs de meest voorbeeldige leerlingen hun mond niet kunnen houden. En ook ik had deze week zo een dag. Al na een kwartier werd ik als hoogst irritant aangezien en moest ik na de les even blijven om te horen waarover ik een opstel moest schrijven. Precies was meneer De Moor in een erg inspiratievolle bui want mijn onderwerp werd: "waarom ik zo graag babbel in de klas !" Waar vindt hij het toch steeds weer, vroeg ik mij af. Het enige wat hij vergat was dat sommige mensen na school nog andere activiteiten hebben. (ja, er zijn mensen met een leven buiten wiskunde) Van mijn opstel kwam dus niet veel terecht, zodat ik de volgende dag als enige zonder opstel de les binnenkwam (nadat andere mensen de dag ervoor hadden liggen verkondigen dat ze het niet zouden maken, hè Eline) Gevolg: het onderwerp bleef hetzelfde alleen dubbel zo lang (200 woorden) Maar laat ik even terugkomen op het onderwerp waarover dit hele opstel moest gaan "babbelen" Babbelen is nu eenmaal fijn en ik veronderstel dat het nu eenmaal genetisch bepaald is dat het vrouwelijk geslacht haar mond geen seconde kan houden. Dus u moet het ons vergeven. Een tip die ik tenslotte nog meegeef. Zelfs u meneer gaat het niet lukken om ons te doen zwijgen, dus schaf ineens deze stomme opstellen af ! Het heeft namelijk geen zin. En nu nummer twee: ik weet natuurlijk al van vorig jaar dat Aline goed kan babbelen, maar luister wat ze er zelf over zegt: Vaak kan ik niet lezen wat er op het bord staat omdat u in mijn beeld staat.(Sorry, hoor, juffrouw Bollen) Dan vraag ik 50 keer of u even aan de kant wil gaan, maar het gebeurt zelden dat u me hoort (Twee keer sorry, juffrouw Bollen) dus vraag ik aan de mensen die in mijn buurt zitten wat er staat. De tweede reden is om de les wat aangenamer te maken en dus niet in slaap te vallen (Nogmaals sorry juffrouw Bollen, ik zal wat beter mijn best doen) Tenslotte de derde reden: als u weigert uitleg te geven als ik iets niet snap (Voor de vierde keer sorry, juffrouw Bollen) , dan moet ik toch uitleg vragen aan iemand anders om de rest van de les te kunnen volgen. En na al deze terechtwijzingen komt er een woordje van Eline:als kind leren we allemaal de Nederlandse taal spreken, soms met een sterk accent maar het doel is dat we in staat zijn om met andere mensen te communiceren. Drie aspecten zijn hierbij belangrijk, de boodschapper, zender en ontvanger. In dit geval worden de zender (of zenders) bestraft vanwege hun communicatieve vaardigheden. Bij mij is er denk ik niet echt sprake van communicatiestoornissen, of ja dat hoop ik althans. Maar toch wordt het niet door iedereen aanvaard wanneer we die vaardigheden uiten (MET REDEN NATUURLIJK) o.a. leerkrachten, maar anderen kunnen daar ook wel eens last van hebben. Houhou, ik zit zelfs al over de 100 woorden! Dat is pas een opstel !

Wie gaat nu de lijst vervoegen. Eindelijk iemand uit 6.3 Maar het is een beetje met een wrang gevoel. Want het lijkt alsof de leraar zich vergist heeft. En dat kan natuurlijk wel gebeuren, maar het is niet fijn. Luister naar Martine:

Ten eerste wil ik even kwijt dat ik het echt de grootste onzin vind dat ik dit 'opstel" moet maken. Het trekt echt op niets. Ik begrijp niet waarom ik zogenaamd straf krijg alleen maar omdat ik uitleg vroeg. Ik had eerst aan u hulp gevraagd, maar u ging gewoon door met de les zonder de drie formules te herhalen of mij ook maar de tijd te geven om ze te noteren. Dit gebeurt wel vaker dus ik richtte mij tot mijn achterburen, omdat zij mij de drie formules blikbaar wel konden geven. En de rest weet u zelf. U werd kwaad en gaf me een onredelijke opdracht en mijn verhaal werd als onwaar door u beschouwd. Ik begrijp niet wat u met deze straf bewijzen wil. Maar ik denk dat u het vooral gedaan heeft om zowel aan de klas als mij te laten zien dat er een grens is, want de hele klas was aan het praten. En u had al iemand gewaarschuwd dat deze persoon straf zou krijgen. Volgens mij zei ik gewoon iets op het verkeerde moment waardoor bij u de grens bereikt was.

Een nieuw slachtoffer , en nog wel de alomgekende Thomas van Wonderen. En hij komt met een nieuw thema " Spelletjes spelen is fijn, maar het moet op de juiste momenten gebeuren" Thomas schrijft in een stijl die men 'stream of consciousness' noemt, namelijk je schrijft en je schrijft maar zonder je te bekommeren over punten, komma's en hoofdletters.

Soms hou ik van spelletjes spelen bijvoorbeeld tijdens de wiskundeles maar dit mag niet. Dan moet ik een opstel schijven over spelletjes spelen. Thuis speel ik ook spelletjes op de PC, de gamecube en de playstation 2 maar dit is nu kapot maar we krijgen een nieuwe met sinterklaas met het spel van San Andreas. Op de gamecube speel ik meestal met Tonny dan spelen we mariocart dubbelclash (? dat kan ik niet goed lezen) is een best grappig spel vooral als je het met meer doet maar het 4de kastje werkt niet goed. Als je dan paddestoel hebt of over die versnellingen heen rijd dan wijkt die af naar links dat is heel vervelend bij de laatste wereld dan heb je heel veel van die versnellingen en die wereld is in de lucht en dan vlieg je eraf. Op de PC speel ik Need for speed underground 2 dit is een racespel en kan je je auto opvoeren en uitbouwen maar het racen vind ik het leukste. Thuis is dus het juiste moment om spelletjes te spelen op school maar het is zo fijn als je je verveeld ( ?) maar ik zal het niet meer doen.

Voila, nog eens een interessant opstel : en nog wel van Stephanie Dirckx Welkom in de club !

OOk al was mijn gesprek met Perry tijdens het gebed in de morgen nog zo interessant en belangrijk voor mij, toch zou ik niet hebben mogen praten tijdens het gebed. Dat was onbeleefd, (as)sociaal en egoïstich van mij en Perry. En als ik had moeten voorlezen, had ik het ook niet fijn of tof gevonden als iemand anders luidop met zijn buurman of - vrouw aan het praten was, ook al was het niet Perry zijn of mijn opzettelijke bedoeling om wie ook aan het lezen van het gebed bezig was te storen of te hinderen. Maar alhoewel het gebed natuurlijk wel belangrijk en je er veel leerzame en interessante dingen door kan meekrijgen, zou ik toch ook de waarde van communicatie onderschatten. op dit zijn vele relaties gebouwd en u zou toch niet willen dat ik ruzie of zoiets van Perry kreeg omdat we geen goede communicatie hadden. En ook al herinner ik me niet precies meer waar we over aan het praten waren, misschien hadden we het over een werkstuk of een taak die we samen moesten maken, en om zeker te zijn dat we het allebei niet vergaten, of misschien ging het zelfs over wiskunde. In ieder geval, waren we niet de enigen die gepraak hadden tijdens het gebed en u had ons ook wel iets belangrijkers kunnen opgeven bv wiskundeoefening, maar we hadden niet mogen praten tijdens het gebed.

En nu de tweede boosdoener: Perry (waarover je al het een en ander in bovenstaand opstel leest)

Spreken is zeer belangrijk, want zonder communicatie kan geen bedrijf meer goed functioneren. Ook op school is communicatie belangrijk. Je moet echter wel in de les kunnen zwijgen. Ik kan dit niet. Ik was druk in gesprek met Stephanie tijdens het gebed. Daarom dat ik dit opstelletje moet schrijven. Ik zal beginnen met een raadsteltje: er staan 4 kabouters op een rij. Het eerste kaboutertje staat voor een muur en kan geen enkel ander kaboutertje zien. De tweede staat op een muur en kan alleen kabouter 3 en 4 zien. Kabouter 3 kan alleen kabouter 4 zien en deze ziet op zijn beurt niemand. Alle kaboutertjes hebben hoeden op. Wie weet als eerste welke hoed hij opheeft, als er 2 groene en 2 rode hoeden zijn ? Wij weten dat de eerste een rode , de tweede een groene, de derde een rode en de vierde weer een groene hoed hebben. Het antwoord is dat de 3de kabouter het het eerste weet. De tweede kabouter kan 3 en 4 zien. Als 3 en 4 allebei een rode op groene hoed ophebben dan wil dat zeggen dat de 2de een andere kleur hoed heeft. Twee weet het dan als eerste. Omdat dit niet zo is, weet de 3de kabouter dat hij een andere hoed op heeft dan kabouter 4. Als 4 dan een groene hoed op heeft, weet 3 dat hij een groene hoed heeft. Dit was het. Ik weet eigenlijk niet meer wat te schrijven. Ik vond Londen heel fijn. Vooral Harrods en Speaker's corner waren cool.

Er zijn eigenlijk twee principes in een goede les (1) als de leraar iets uitlegt, dan moeten de leerlingen zwijgen (en ook zelfs niets uitleggen) Dat geldt trouwens ook als een leerling aan het spreken is en (2) als je oefeningen moet maken (groepswerk) dan mag je natuurlijk praten met elkaar, over de leerstof uiteraard.

En toch zijn er leerlingen die dit niet onmiddellijk begrijpen, die dus eerst een opstelletje moeten schrijven voor dat goed indringt. Zo ook Maarten Kupers uit 6.2 En ziehier zijn pennenvrucht:

De wiskundeles dient natuurlijk om iets bij te leren en niet om bij te praten, dat is een vaststaand feit. En als er dan mensen zijn die toch praten als de leraar iets aan het uitleggen is dan moet die bepaalde groep leerlingen er attent op gemaakt worden dat het niet hoort. Maar dan ook wel alle leerlingen en niet slechts één persoon. Maar ik zal er in het vervolg op proberen te letten dat ik wat minder praat tijdens de lessen wiskunde. Hoewel ik toch altijd alle oefeningen maak dus zal dat wel geen grote problemen gaan vormen, zeker ?

En weer zijn er twee die zich laten betrappen op buitenhangenuithetvenster. Ik zou eigenlijk defenestratie moeten toepassen maar in mijn ondoorgrondelijke goedheid laat ik eerst hun visie op jullie los.

Joël Boelanders is een echte dichterlijke ziel; Hij schrijft: Buiten is er zeer veel te zien: de vogeltjes die fluiten, de auto's die broem broem doen, de meisjes die er toch zo mooi uitzien (in de klas toch ook wel, Joël ?). Bij slecht weder zien we niet zo veel mensen op straat als bij mooi weer, maar bij slecht weer zien we dan weer meer auto's. De wereld buiten is een bonte wereld. De natuur: de bossen, de zee, de heide ... ( wat Joël toch allemaal ziet in de Pelserstraat !) .... dit zijn allemaal prachtige plekjes die er buiten te bezichtigen zijn. Ook de steden hebben hun charmes. De mooie historische gebouwen, de mooie winkeltjes waar we allen onze inkopen doen. Veel blauw op straat. Natuurlijk is er nooit helemaal hetzelfde te zien. Dus is het altijd een hele verrassing wat je te zien krijgt. Men zou dus eens wat meer buiten moeten kijken. Het is een hele ervaring.

Raf Daniëls uit 6.3: dit verhaal begon toen ik terugkeerde van het 3de lesuur. Ik liep door de gang en wandelde onze klas binnen, waar ik aangetrokken werd door zo'n 6 mede-klasgenoten die door het raam, dat openstond, aan het kijken waren.

Zelf kan ik ook niet weerstaan aan het feit dat ik graag eens door het raam naar buiten kijk. Allereerst was er een straat en enkele huizen te zien (om maar niet te gaan mierenneuken over het inmiddels 6385,8 overreden plakje kauwgom dat zich achter het linkerachterwiel van een auto bevond) maar als ik wat aandachtiger was, zag ik een leerkracht L.O. met een groepje, toch wel, mooie meisjes. Bovendien was links van mij een sportmodel-Mercedes geparkeerd. Deze wagen trok mijn aandacht zo sterk dat ik niet doorhad dat mijn klas gevuld was en de meesten al waren gaan zitten. Ik dus, jammer genoeg, nog niet, waardoor ik (mede op aandringen van mijn "lieve" klas) door deze flater dit opstel opliep. Het kan maar bijdragen tot mijn algemene ontwikkeling, hiervoor bedankt meneer De Moor en klas 6.3

Ik had enkele meningen nodig over hoe leerlingen denken dat ze zich moeten gedragen. En voila hier zijn ze ...

Want er is een probleem. De leraar wilt ( en de leerlingen ook) dat iedereen op zijn gemak is in de klas, dat er een ontspannen sfeer is ( liefst de sfeer van een terrasje in de zomer) MAAR er moet natuurlijk ook gewerkt worden, en zo dat iedereen er baat bij heeft. Er zijn namelijk studentjes die niet alles weten, en die uitleg nodig hebben van de leraar, en die uitleg mag niet verloren gaan in het rumoer. Weet je wat, we vragen het eens aan een oude bekende ( Jeanne uit 6.1)

In de klas moet ik mij gedragen als een voorbeeldige studente. Zoals mezelf dus haha. Ik moet mijn oefeningen maken ik moet daar meteen aan beginnen. Niet eerst kletsen met An en Didier over de oefening, over hoe moeilijk ze weer zijn. Maar meteen mijn hersenen gaan kraken. En als ik iets niet weet dan moet ik het stilletjes aan Ben vragen. En als hij het niet weet aan u. Want als ik het aan Didier of Frank vraag dan bent u altijd meteen kwaad. Maar eigenlijk snap ik uw straf niet: hoe moet ik mij gedragen d.w.z. opletten en toch de anderen niet storen. Vind u het dan storend als ik oplet ? Ik dacht dat dat juist de bedoeling was. Het gaat er eigenlijk om dat altijd als er een leuk onderwerp is aangesneden ik daar gezellig over kan kletsen. En u geeft nooit een waarschuwing, altijd direct straf en dat vind ik eigenlijk niet leuk. Iedereen mag toch een tweede kans na een waarschuwing.

En nu de mening van Ben. Deze mening staat blauw van kwaadaardigheid, daarom zal ik ze in het blauw zetten.

In de klas moet je je gedragen zoals het hoort. En vooral niet belachelijk doen. Als er bijvoorbeeld veel lawaai is moet je natuurlijk straf geven. Dat is niet meer dan logisch. Als er vaker lawaai is, moet je meer straf geven. Maar als er veel mensen lawaai maken moet je niet altijd dezelfde mensen straf geven. Ze hebben het natuurlijk verdiend. Daar kan ik niets tegen inbrengen. Maar als altijd dezelfde personen straf krijgen, die dan ook nog soms minder lawaair maken dan anderen die ook lawaai maken, dan noem ik dat belachelijk, onrechtvaardig en onnozel. Ook al hebben ze het verdiend. En als er dan straf wordt gegeven, zijn er verschillende mogelijkheden. Er zijn de nuttige straffen zoals het maken van oefeningen thuis of in de strafstudie en het opruimen van de speelplaats, maar er zijn ook straffen die er enkel toe dienen om de leerling te pesten, rsi (repeated strain injury) te bezorgen, papier en inkt te verknoeien en de leerling absoluut geen lessen eruit te laten trekken, zoals het schrijven van volkomen nutteloze en kinderachtige opstellen, met de infantiele titels als " hoe gedraag ik mij in de les" of " hoe moet ik mij gedragen in de les". Hier heeft niemand iets aan, alleen de winkels zoals burotop en de mensen met een eigen website met een gebrek aan inspiratie. Nog iets dat vermeld moet worden is dat als er geschreven wordt en dat een titel heeft, dat die titel niet noodzakelijk weergeeft, dat wat in de tekst staat. Als laatste nog enkele tips en opmerkingen. Het verdubbelen van straffen bij niet afgave is effectief maar zeer nutteloos en platvloers. Het uit de les gooien is zeer nutteloos want de leerling wordt dan wel gestraft maar een straf moet een les leren en niet er voor zorgen dat je anderen moet voorkomen dat ze hun les kunnen leren door hun om hun schrift te vragen. Het is ook zeer belangrijk dat je goed zegt hoelang de straf moet zijn en wat. En vooral een titel geven is niet goed want titel en straf hoeven niet overeen te komen. Eender welke vorm van publicatie van manuscripten en zonder toestemming van de schrijver is immoreel. (de schrijver wist op voorhand dat het ging gepubliceerd worden en hij moet maar zorgen dat het geen onzin is wat hij schrijft maar dat er stevig over nagedacht is)

Wat heb ik toch altijd te vertellen ?

Praten is natuurlijk belangrijk. Misschien is babbelen wel de meest essentiële eigenschap van de Homo Sapiens. Wat denkt Lien Mooren daarover ?

Normaal praat ik niet zo heel veel, maar vandaag wilde ik Katja toch effe vanalles vertellen over mijn verjaardag. Ik ben zaterdag 18 geworden (toch al) en vrijdag kwam iedereen sieren, wat heel sjiek was. Zij was er niet bij en daarom wilde ik vertellen wat allemaal is geweest. Maico en Kirsten waren ook daar want zij zijn ook bij de 18-jarigen van Kessenich. Het heeft allemaal lang geduurd (tot half 3) en iedereen had genoeg gedronken, vraag maar aan Maico. Meer zal ik er toch niet over vertellen, dat is misschien toch niet zo slim en ik zal meer zwijgen.

Waarom is het zo fijn om aan het raam te staan ?

Ja , waarom mag dit eigenlijk niet ? Wel, de leraar denkt dan aan de goede naam en het imago van de school. Als zoveel lelijke mensen aan het raam hangen dan gaan we leerlingen verliezen. Want, zeg nu zelf, als je de mensen van 6.1 of 6.2 bijvoorbeeld ziet, dan wil je toch niet dat je zoon of dochter naar dezelfde school gaan ...

Hans Dirkx denkt er toch anders over. Lees zijn woorden ....

Ik moet een opstelletje schrijven. Normaal gezien had het er één moeten zijn van 100 woorden, maar ik had het nog niet af toen ik het moest afgeven en daarom moet ik een opstel schrijven van 200 woorden. Ik zal eerst eens schrijven waarom ik een opstel moet schrijven. Het zit namelijk zo. Ik weet niet meer juist welke dag het was, maar ik denk dat het donderdag is geweest. We moesten van lokaal veranderen en we kwamen in een klas waar ze de vorige les goed hun best hadden gedaan want er hing zo een muffe geur zoals iedereen wel eens gemerkt heeft. Dus we kwamen hier binnen en deden onmiddellijk de venster open. We bleven nog even staan om wat frisse lucht te pakken om zo goed de les te kunnen volgen. Maar toen Didier en ik wilden gaan zitten, mochten we een opstel schrijven. Ik denk dat we het vooral moesten schrijven voor de coole site van J. De Moor. Want de eerste keer toen ik het af wilde geven, had ik 200 woorden geschreven en wel met de volgende zin:" Ik mag niet aan het raam staan. " Maar dat was niet goed. Het moest een opstel zijn.

De kruik gaat zo lang te water tot ze breekt.

Vele leerlingen kennen deze spreuk waarschijnlijk niet MAAR ze is heel toepasselijk in de klas.

Een leraar ziet namelijk veel (zoniet alles) maar hij ziet enorm veel door de vingers, want wat hij voor zich ziet zijn mensjes in onvolwassen toestand. Larfjes eigenlijk (zoals onlangs een Hollandse bioloog beweerde) Leraars zijn dus zeer geduldig. Op een keertje wordt het toch wel al te gortig en ja dan moet er straf van komen.

En zo moesten Carmen Willekens en Hans Dirkx een opstelletje schrijven. Carmen heeft er niet veel van gebakken. Alles wat ze wist was 10 keer bovenstaande spreuk.( wel mooi geschreven) Niet veel zaaks dus. Al was het epistel van Hans een beetje beter, veel nieuws heb ik van deze filosoof niet geleerd. Lees maar eens.

Ik vraag me af waarom Carmen en ik een opstel moeten schrijven. We hebben misschien wel wat gepraat, maar anderen toch ook. Dan moet u ook consequent zijn naar hen toe. Frank vroeg mij iets en ik antwoordde. Toen moest ik een opstelletje schrijven. Wat moet ik nu nog schrijven ? Ik zal anders een mopje vertellen. Er waren eens twee blondjes op stap geweest. En het was zeer laat geworden. Op weg naar huis zegt het ene blondje tegen het andere: "Kijk, het is volle maan". "Neen", zegt de andere," dat is reeds de zon". Nietes, welles. Ze besluiten aan te bellen bij iemand. Een blondje dat open doet. En ze vragen haar of ze weet of dat de maan of de zon is. "Dat weet ik niet. Ik woon hier nog maar pas."

Ongelooflijk maar toch waar : Sabien en Sarah hebben weer straf. En waarover ? Natuurlijk: Wij babbelen graag.

Dat zal waarschijnlijk wel een mening zijn. Helaas ben ik; op dit moment alleen Sabien. Omdat ik niet schizofreen ben, ben ik dus wel degelijk één persoon--> dus enkelvoud !! "Ik praat graag" is nu dus de titel en tevens deels een feit; De "graag" is echter een mening. Doch de meesten zullen dit bevestigen, evenals ikzelf. Indien zo'n algemene bevestiging van een mening het geval is, denk ik (mening!) dat dit wel als een feit beschouwd kan worden. "Ik praat graag" is nu dus gedoopt tot een feit. Nou netjes. Aangezien een feit altijd een mening (naar mijn mening) nodig heeft, zal ik er nog een mening bovenop doen: Sarah praat ook graag! (zie haar opstel)

Hier enkele capita selecta uit het werk van Sarah: " Ten eerste, ik praat niet altijd graag, maar omdat ik van Jezuke een mond heb gekregen zal ik maar eens aventoe (wat een raar woord) eens praten hè. Als dank aan Jezus voor de mond ! ( Dank u wel ...)" " Dank zij mijn mond kan ik sociale contacten maken" "Als we geen mond hadden, zouden wij er allemaal raar uitzien" "Praten brengt mij tot rust en het zet mij aan tot denken"

Ik (en dat is geen mening maar een feit) vind dat je wel op de gepaste tijd moet praten, en nu komt de mening van iemand van iemand die dat ook wel vind maar er toch haar bedenkingen over heeft. An Martens aan het woord:

Eigenlijk is de vraag "Waarom praat ik in de klas als ik moet opletten" niet zo moeilijk. Maar ik heb er toch niet een makkelijk antwoord op. Misschien kan ik het zo beter beantwoorden, als dit de vraag is: "Waarom zou ik niet praten ?" Dit natuurlijk zolang ik er niemand mee stoor. Dat snap ik ook natuurlijk. En dat is ook zeker niet de bedoeling geweest. Ik snap natuurlijk dat ik zo niet 100% kan opletten, maar na een zestal jaar middelbare school achter de rug te hebben, weet ik wanneer ik mij helemaal moet concentreren en wanneer niet. Zoals vandaag in de klas, toen u de uitleg gaf over de ellips heb ik goed en aandachtig gevolgd, maar er is ook tijd voor een klein moment van rust tijdens een les. En het jammere is dat dat moment altijd net is als u genoeg heeft van al het gepraat van de rest van de klas. En dan kan u er wel inhomen dat ik uw reactie vaak niet leuk vind en onterecht. Maar ik denk dat ik er stilletjesaan wel aan gewoon word na drie jaar les van u te hebben gehad dat ik het meestal ben die commentaar krijg.

Eindelijk twee nieuwe leerlingen met ideeën : Thijs Van Laer en Mattias Van Dael (4.5)