Louis Verbeeck www.louisverbeeck.be cursiefje humor kleinkunst lied liedjesteksten Hasselt Tessenderlo type="image/x-icon" /> Louis Verbeeck
 


Biografie

Alledaagjes

Cursiefjes

Liedjesteksten

Vergeet-me-nietjes

Bibliografie

Foto's

Contact

 

 

CURSIEFJES
 

DE BARMHARTIGE SAMARITAAN

Er was eens een “prakkizerende” katholiek, die geloofde in één God en drie goddelijke personen, maar met de verrijzenis van het vlees had hij toch een beetje moeite.

Hij reed elke morgen naar de CM en op een dag werd zijn wagen klemgereden. Zijn portier werd opengerukt, een harde tik met een stomp voorwerp, en toen helemaal niets meer. Het waren eerlijke dieven, want ze namen wel zijn wagen mee, maar uit zijn portefeuille namen ze enkel zijn geld: zijn identiteitskaart en rijbewijs lieten ze zitten. Zelfs zijn pasje voor Racing Genk en zijn Delhaizekaart lieten ze onaangeroerd.

Daar lag hij dus, buiten bewustzijn, in een bosrijke omgeving. Eerst reed er een bende schoolkinderen voorbij, maar die durfden niet stoppen, omdat hun ouders hadden verteld dat er in het bos soms boze pedofielen ronddoolden. Bovendien wat zou den Tuffer (de studiemeester) zeggen als ze weer eens te laat op school aankwamen. Daarna kwamen er 2 kleurige Domo-wielertoeristen voorbij – zonder gsm- en ze waren juist bezig aan een recordpoging, en bovendien zei de een hijgend tegen de andere dat je het slachtoffer van een ongeval niet moogt beroeren, als je geen dokter bent. Toen kwam er een captatiewagen voorbij van Paul Jambers. Die stopte eventjes, omdat ze juist bezig waren met  een project over langdurig coma-patiënten, maar die waren al allemaal “uit” hun coma, terwijl deze er nog duidelijk volop “in” zat. Daarenboven zag het slachtoffer er niet bijster dom uit, zodat ze er achteraf misschien nog last konden mee hebben. Daarna passeerde een wagen van Gaia, met achterop een struisvogel met tendinitis, een aangeschoten kraai en een halfplatte egel in shocktoestand. Dus redenen genoeg om geen tijd te verliezen. Vlug naar het natuurhulpcentrum in Opglabbeek. Rap reden wat nog kon gered worden.

Er kwamen achtereenvolgens nog heel wat passanten voorbij. 
Een vrachtwagenchauffeur met een niet bijster hoog IQ, die eerst op zijn rem trapte, maar zich daarna bedacht, omdat hij geen tijd te verliezen had. Hij had nog 3 kwartier filetijd goed te maken en kon zo zijn baas tevreden stellen. Er kwam zelfs een ambulance voorbij, die naar de garage geweest was voor een grote smeerbeurt. Maar die kon ook niets doen, want om te beginnen bevond hij zich niet in zijn regio en bovendien had hij geen opdracht gekregen en daar waren ze in Brussel de laatste tijd ook streng op, vooral in taalgrensgebieden.

Ook kwam er een oude pastoor voorbij, in burger, en erg gehaast. Toch gaf hij in het voorbijgaan het slachtoffer de absolutie en beloofde hij voor hem te bidden, ook al wist hij niet of de arme man tot de Ware Kerk behoorde. Hij spoedde zich gauw voort op zijn brommer, want hij moest die morgen nog 3 parochies bedienen en die konden niet wachten. Het was elke dag even krap.

Er kwam zelfs een rijke weduwe voorbij, die haar dagen vulde met het verzamelen van zwerfkatten en hoopte met dit liefdadig werk haar eeuwige zaligheid te verdienen, maar ze durfde haast niet kijken, omdat ze geen bloed kon zien en dus schrik had om te bezwijmen, en dan werd het probleem nog groter. 
Enfin, iedereen was van goede wil, maar in het leven zijn er nu eenmaal prioriteiten. 
Tenslotte kwam er een Turk voorbij met een oude Mercedes vol roestvlekken. Hij zag de man liggen, stopte, laadde hem voorzichtig in zijn auto en leverde het bewusteloze slachtoffer af in het dichtstbijgelegen ziekenhuis. 
En de leze wil natuurlijk weten hoe het allemaal afgelopen is. Welnu, de man is genezen, want zo erg was het niet, en de Turk…? Hij vloog in de gevangenis, omdat hij geen verzekering had en verdacht werd van het geld uit de portemonnee van het slachtoffer te hebben gejat. Dan doe je al eens iets…

 

Jos Tuts Stoopkes