Louis Verbeeck www.louisverbeeck.be cursiefje humor kleinkunst lied liedjesteksten Hasselt Tessenderlo type="image/x-icon" /> Louis Verbeeck
 


Biografie

Alledaagjes

Cursiefjes

Liedjesteksten

Vergeet-me-nietjes

Bibliografie

Foto's

Contact


 

 

LIEDJESTEKSTEN

Voorlopig slechts enkele teksten uit het ruime aanbod.

 

LODEWIJK DE BEDUIMELDE (gezongen door Miel Cools)

Lodewijk de beduimelde
Die had een nar die mooi tuimelde, van de trappen van z'n koninklijk paleis
Maar Lodewijk de beduimelde
Verdroeg niet goed dat die nar tuimelde, van de trappen van z'n koninklijk paleis
Want zijn eigen buik die was te dik, van tuimelen had de koning schrik
En daarom dacht hij aan een koninklijk besluit, want die nar die moest eruit

Maar de kinderen van Lodewijk die hielden zo van hem
Ze hielden van z'n sprookjes en ze hielden van z'n stem
Als hij vertelde was de wereld wonder boven wonderbaar
De prinses die hij beschreef had twintig sterren in heur haar
En de prins bracht de prinses zo door z'n schoonheid in de war
Hij was zo mooi dat de kinderen zegden: Hij gelijkt op onze nar

Lodewijk de beduimelde
Die had een nar die mooi tuimelde, van de trappen van z'n koninklijk paleis
Maar Lodewijk de beduimelde
Verdroeg niet goed dat die nar tuimelde, van de trappen van z'n koninklijk paleis
Hoewel z'n vrouw de nar verdedigde, zei hij nors terwijl hij z'n beker ledigde
Ik tref nog morgenvroeg een koninklijk besluit, want die nar die moet eruit

Maar de kinderen van Lodewijk die weenden zo om hem
Ze misten erg z'n sprookjes en ze misten ook z'n stem
De koningin durfde niet wenen, ook al was heur hart zo zwaar
Zeven weken liep ze droevig zonder sterren in heur haar
Op de tinnen van de toren keek ze elke avond uit
Maar de koning dronk z'n wijn en las tevreden z'n besluit

Lodewijk de beduimelde
Die had nu geen nar meer die tuimelde, van de trappen van zijn koninklijk paleis
Want de nar die zo mooi tuimelde in 't paleis van de beduimelde, was vertrokken voor een hele verre reis
En de mensen die hem zagen gaan vroegen: Nar, waarom blinkt in jouw oog een traan
Maar de nar, hij zei geen woord en stapte voort
En misschien had hij die vraag niet eens gehoord


KLEINE PAGADDER (gezongen door Miel Cools)

Mijn kleine pagadder, m'n kleine kapoen
M'n stuk Barcelona, m'n beste seizoen
M'n Popeye the Sailor in miniatuur
Voor jou klopt mijn hart honderdvijftig per uur
Mijn kleine pagadder, m'n kleine kapoen

Ik weet nog goed de dag dat jij bij ons kwam wonen
't Was bijna lente en je mama had het druk
Ze telde nauwgezet de verse suikerbonen
En toen jij kwam toen sprong ik rond als Donald Duck

En alle tantes hebben jou ge´nspecteerd
Gekeken of het merk wel was gedeponeerd
In de kliniek lagen wel zestig huilebalkjes op Fm
En die honderdtwintig ouders voelden zich in Bethlehem
Maar jij was veruit de mooiste van de zaal
Precies je mama maar dan op verkleinde schaal

M'n kleine pagadder, m'n minipaljas
M'n roos in m'n knoopsgat, m'n nopjes, m'n sas
M'n Lisabeth Taylor, een klein bloot schandaal
M'n heerlijke kleine dag- en nachtegaal
M'n kleine pagadder, m'n lijfrentekas

Mijn vogels floten nooit zo'n liefelijk belcanto
En al mijn bloemen hebben nooit zo mooi gebloemd
Als toen je woordjes sprak in een soort Esperanto
En toen jij voor het eerst mij papa hebt genoemd

En toen jij eindelijk kon vertrekken van de muur
Precies zo'n cowboy maar weer in miniatuur
Je viel je elke dag twee builen en die builen deden pijn
Maar ik trok dan gekke snuiten en ik speelde Piet Konijn
Mijn rechterknie dat was jouw tjoeke-tjoeke-trein
En ik vraag me soms af, waarom blijf je niet zo klein

M'n kleine pagadder, m'n kleine kapoen
M'n lief harlekijntje, m'n achterste noen
M'n zeepbel, m'n zeemvel, m'n vijftig miljoen
M'n kleine pagadder, m'n kleine kapoen
Ik wou dat ik jou nog eens over kon doen
 


HET JONGETJE VAN ZEVEN (gezongen door Miel Cools)

Ach, was ik nog maar zeven
Dat jongetje van zeven
Dat jongetje op dat feestje op die stoel
Het jongetje van zeven
Waar is dat toch gebleven
Het zong zijn liedjes met zoveel gevoel
Ik zou heel wat willen geven
Om nog een keer in mijn leven
Weer dat jongetje te zijn, daar op die stoel
Het kon geen kermis zijn of feest in de familie
Bij oma Trees of nonkel Jan of tante Tilly
Of het klein sopraantje moest eens op de stoel gaan staan
Die stoel, dat was mijn Scala van Milaan
Ik zong met mijn ogen dicht, ik zong uit volle borst
Ik zong voor vrijheid, voor vaderland en vorst
Over het kind dat doodging in zijn vaders armen
En tante Tilly zei dan elke keer: "Ocharme"
Zelfs nonkel Jan kreeg ook een stofje in zijn ogen
De anderen stonden al hun tranen af te drogen
Ik zing nog altijd over oorlog, over vrede
Een grijs oud jongetje, wat is dat lang geleden
Wanneer ik zong dan werd het stil tot in de keuken
Ik zong het liedje: 'Mijn hoed die heeft vier deuken'
En nonkel Jan zei: "Dat jong is geen tien
Daar hebben wij het laatste nog niet van gezien"
En ik maar zingen van de 'Brief van de Soldaat'
Die naar zijn lief schreef; een meisje uit zijn straat
Piet schreef heel trots over zijn eerste krijgsexploten
Maar eer de brief vertrok was Piet al doodgeschoten
Ik zong van omalief en 'tuurlijk ook van opa
Dat was, wat dacht je, ruim de beste van Europa
Als ik nu zing, zie ik die stoel en het is weer feest
Het is precies of het ventje is nooit weggeweest
 


Jos Tuts Stoopkes