Maandag 7 januari 2019:

De Poortkatheder

Dinsdag 8 januari 2019:

De eerste chemo

Zicht op oneindig

Poortkatheder

Partners in kanker

Met de voeten vooruit

Laat de chemo zijn werk doen

Maandag 7 januari 2019: Plaatsen van de poortkatheder

Vandaag zetten we de eerste stap naar de ‘gevreesde’ chemotherapie. Deze keer was er geen ontsnappen aan, de PSA marker toonde een onuitgegeven stijging tot 106 µg/L. De volgende stap in de behandeling, eerste lijn chemo met Docetaxel / Taxotere, was onvermijdbaar. Een product gedestilleerd uit de giftige taxus planten vertraagt de celdeling van snelgroeiende cellen, waaronder de kankercellen, maar ook cellen van hand- en voetnagels en hoofd- en andere haren. Geen goed vooruitzicht  voor mijn hersenpan, ze zal het een tijdje zonder deklaag moeten doen.

We boden ons aan rond 12u30 op de dienst "Dag opnames". Na registratie met ID card, en om te vermijden dat men me zou verwisselen met een andere patiënt, kreeg ik een armbandje om de pols geplakt.

"Neem u maar plaats in de wachtzaal", zei de bediende van dienst.

De wachtzaal was vrij gevuld met allerhande patiënten die een kleine ingreep, met of zonder volledige narcose, moesten ondergaan. Oudere en jongere dames/heren met gebroken armen, vingers, tenen, sinussen die vast zaten, noem maar op.

Er was er ook eentje die een poortkatheder (port-a-cath) moest laten plaatsen. Deze poort is de kortste weg naar mijn bloedbanen, alle transport van en naar mijn lichaam zal langs deze weg gebeuren. Gedaan met voortdurend aders te zoeken om te kunnen prikken. Ze wordt ingepland onder de huid waar ze na het genezingsproces voor lange tijd quasi onzichtbaar één zal worden met mijn lichaam. 

In de rijk bevolkte wachtzaal waren alle blikken gericht op twee klapdeuren die mondjesmaat open gingen, en waaruit dan een verpleegkundige naar buiten kwam met een dossiertje in de hand: "mijnheer/ mevrouw ….", rondkijkend tot er iemand verbaasd opstond, "komt u maar mee".  

13u20: "mijnheer Verstraeten", zei een jonge verpleger (of was het een assistent dokter?), "komt u maar mee".

Ik gaf mijn jas met mijn belangrijkste bezittingen aan mijn liefste, die ik bezorgd alleen achterliet in de wachtkamer.

Mijn bovenlichaam ontbloot, kreeg ik tijdelijk een papieren robe om me heen die langs achter werd dichtgesnoerd, evenals een papieren netje op het hoofd, om hygiënische redenen, zoiets dat je soms ook bij sommige beenhouwers ziet.

"Zet u hier nog maar even, tot er een operatiezaal vrij is". 

13u50: " Mijnheer Verstraeten, u hebt nu wel nog lang moeten wachten, maar komt u nu maar mee".

Ik volgde de jonge heer en werd door hem de operatiezaal binnengeloodst.  

De professor en haar jonge assistente stonden te popelen om eraan te beginnen. De magische blauwe kiemvrije handschoenen opgetrokken tot onder hun oksels, blauwe schorten en dito hoofddeksels, alles even clean.

Ik werd verzocht op om de tafel te gaan liggen, het bovenlichaam deels ontbloot. 

De vrouwelijke professor boog zich over me en vertelde wat ze allemaal van plan was. Alsof ik op de tafel lag bij "Topdokters", zo voelde ik me.

Ik zou lokaal verdoofd worden, maar ik zou niets zien, maar alles horen.

En zo gebeurde, de professor legde alles haarfijn uit aan de leergierige assistente, en ik probeerde me er iets bij voor te stellen.

Ze vroeg me hoe groot ik was, blijkbaar was dat relevant voor de ingreep. Ze week even uit en stelde dezelfde vraag aan haar assistente, met een Hollands accent gaf die een antwoord dat me ontsnapte, maar ze vermeldde er wel bij dat haar lief, een Hollander, 1m99 was, waarop de professor vroeg waar ze hem heeft leren kennen. Gesprekken zoals je bij Topdokters ook wel eens hoort.

Op de vraag of alles goed ging met me, zei ik dat ik het spijtig vond dat in niet kon meekijken, want dat ik fan was van Topdokters. 

Iets na 15u was de klus geklaard, de professor had haar job gedaan en de assistente kon beginnen met het vastnaaien van de wonde en het opkuisen van de instrumenten.   

Ik richtte me op van de tafel en vroeg: "Operatie geslaagd?", waarop in koor werd geantwoord: "ja hoor".

15u15: terug in de wachtzaal waar mijn liefste nog alleen zat te wachten, blozend van onrust, maar toch een beetje gerustgesteld dat ze me terug zag.

Daarna zijn we nog iets gaan eten in de Cambrinus, op de markt van Leuven.

Met bus, tram en trein zijn we uiteindelijk om 20u thuis gearriveerd, om uiteindelijk nog een beetje te herstellen van deze vrij emotionele dag. 

Dinsdag 8 januari 2019: De eerste chemokuur.

Deze morgen om 6u30 ging alweer de wekker af. Het begin van weer een speciale dag: de eerste chemo.

Met tram, trein en bus hebben we de afstand naar Leuven overbrugd in dik twee uur.

Aangekomen de beige peil gevolgd, daarna één verdiep gestegen, belandden we op de dienst "Oncologisch dagziekenhuis E643".

Zelfde scenario als gisteren, eerst nummertje trekken, en wachten tot het nummertje 36 op een scherm verschijnt. Aan het loket identificeren, ID kaart tonen, armbandje om de pols en: "Gaat u langs die deur maar binnen en begeef u naar plaats 236". 

Een grote ruimte waarin hokjes met nummers gemaakt werden, ieder hokje voorzien van de nodige medische apparatuur, een ziekenhuistafeltje, een harde plastieken bezoekersstoel, en een bed of zetel, alles afgeschermd door lichtdoorlatende gordijnen om de schijn te wekken dat er toch enige privacy bestond.

Ieder hokje is bestemd voor één kankerpatiënt die het respectievelijk chemoproduct, afhankelijk van de kwaal, in de vorm van een baxter krijgt toegediend.

We werden verwezen naar hokje 236, voorzien van een bed en de andere vermelde attributen. Het hoofdkussen lag te blinken op de voetkant van het bed, zo kon men zien dat het bed ververst en fris was.

Vrij vlug kwam er een vriendelijke verpleegster toegerend met een apparaat dat duidelijk voorzien was met alles wat je nodig hebt om een chemobaxter aan te hangen en in werking te stellen.

Er werd wat uitleg gegeven. Het toestel waar de fameuze baxter aan zou komen hangen, werd door een wirwar van draden met kraantjes allerhande via een monitor aan mijn poortkatheder gekoppeld. 

Er werd eerst bloed getrokken, voor het eerst werd gebruik gemaakt van deze wonderbaarlijke poort die leidt naar mijn belangrijkste bloedbanen. Dit bloed moest eerst naar het labo, en aan de hand van de analyse zou de inhoud van de baxter in de apotheek worden gefabriceerd. Dit zou minstens twee uur duren. Nu begrepen we opeens waarom men spreekt van ‘dag hospitalisatie’.  Er werd alvast begonnen met een zakje waarop vermeld stond NaCl, te laten binnensijpelen.

Dat het een ‘dag hospitaal’ was bleek ook toen een mevrouw me een ziekenhuislunch kwam aanbieden, begrepen in de formule dagziekenhuis. Vier boterhammen met kaas en hesp, kippenbouillon, een yoghurt als dessertje, en een Sprite als begeleidend drankje.

In het hokje voor me zat een jonge knaap, duidelijk lijdend aan een hersentumor, te herkennen aan het letsel dat zich op zijn achterhoofd tekende. Hij was begeleid door zijn moeder en at aarzelend van zijn lunch. Twee van zijn boterhammen werden door zijn moeder verorberd. Als dessert had hij flan met karamel. In mijn ooghoek zag ik dat hij dat niet lustte. Spontaan, misschien de regels van privacy niet helemaal respecterend, deed ik hem een aanbod om van dessert te wisselen. Hij knikte instemmend en ging in op mijn voorstel. Duidelijk met veel smaak werkte hij mijn yoghurtje naar binnen.

Een goed gevoel is soms niet ver te zoeken. De flan met karamel heb ik aan mijn liefste gegeven, om haar hongergevoel wat te temperen.

Een doktersassistente kwam ook nog even langs om het medisch dossier en medicatie te checken en aan te passen aan de werkelijkheid. 

Ondertussen was het wachten op de baxter. Het ligbed was me niet helemaal naar wens, waarom zou ik gaan liggen, ik voelde me toch niet ziek.

Mijn vraag om naar een hokje met comfortabele fauteuil te mogen verhuizen werd ingewilligd, we verhuisden naar hokje 226.

14.00: de verpleegster arriveerde met de fameuze baxter met Docetaxel. Eerst nog eens alles spoelen met NaCl, en dan kon de baxter zijn 250 ml giftig vocht in mijn aderen laten lopen. Maar vooreerst toch nog wat beschermend materiaal rond handen en voeten wikkelen. Om de nagels van handen en voeten te beschermen tegen onherstelbare schade, werden ze in Siberisch koude omhulsels gewikkeld. Gezellig was anders, ik voelde me plots weer in Spitsbergen.

Een uur later was de klus geklaard, nog even spoelen en de boel kon netjes werden opgeruimd.

Na een lange dag en een nieuwe ervaring rijker zochten we weer bus, trein en tram op om ons naar huis te begeven.

Volgende afspraak binnen drie weken.

Terug