de labrador retriever geschiedenis De labrador komt oorspronkelijk uit de Canadese streken Labrador en New Foundland. Rond 1822 kwam de eerste labrador met handelsschepen vanuit St John(New Foundland) mee naar het Engelse Graafschap. De labrador kende men toen nog onder verschillenden benamingen: New Foundlander, Lesser New Foundlander en St Johnshond. Wanneer de naam precies is veranderd in Labrador is niet bekend. In 1903 werd de Labrador Retriever door de Engelse Kennel Club erkend, maar toen bestond er nog geen officiële rasstandaard. Gelukkig waren de liefhebbers toen in hoofdzaak geïnteresseerd in de jachteigenschappen van de hond en konden zij volgens eigen inzichten hun fokkerij voortzetten. Aan hen hebben wij de veelzijdige hond die wij tegenwoordig kennen als de Labrador Retriever te danken.
karakter eigenschappen: Goed temperament, erg behendig.
Buitengewoon goede neus, zacht in de mond, uitgesproken liefhebber van water.
rasstandaard:
Kleur: Effen zwart, chocolade of geel. Hoofd en schedel: Brede schedel met duidelijke stop, brede neus met goed ontwikkelde neusgaten, krachtige kaken, niet spits toelopend. De ogen zijn middelmatig groot, bruin of hazelnootkleur, met intelligente en vriendelijke uitstraling. De oren liggen dicht tegen het hoofd aan en zijn vrij ver naar achteren geplaatst. Ze zijn niet groot of zwaar. Het gebit is compleet en regelmatig, scharend. Staart: Middelmatig lang, zogenaamde otterstaart. Vrolijk gedragen en dik. Een otterstaart is bij de basis zeer dik en loop naar de punt geleidelijk toe. Zonder bevedering. De benen en voeten De voorbenen hebben stevige botten en lopen recht van elleboog tot de grond, zowel van voren als van opzij gezien. De achterhand is goed ontwikkeld niet naar de staart aflopend, met goed gehoekte knie. Laag geplaatste hakken. De voeten zijn rond en compact, met goed gebogen tenen en goed ontwikkelde voetzolen. Beharing: Kort, dicht en hard. Kleuren Zwart, geel of bruin (chocolade). De gele kleur kent variaties van licht roomkleurig tot vossenrood (foxred). Een kleine witte vlek op de borst is toegestaan. Het gangwerk De Labrador Retriever loopt vrij, recht en zuiver zowel voor als achter, daarbij voldoende bodem beslaand. Schofthoogte: Reu: 55.5 - 57 cm, Teef: 52.5 - 55.5 cm. Reuen: Reuen moeten twee volledig in het scrotum ingedaalde testikels hebben. Iedere afwijking van de rasstandaard moet worden beschouwd als een fout, waarbij natuurlijk de ene afwijking zwaarder telt dan de andere. |
| |
| banners |
home Joy Indy de labrador lichaamstaal aanschaf pup heupdysplasie artrose foto's Joy foto's Indy onze vriendjes onze hobby's links gastenboek contact