Op al mijn teksten is het auteursrecht van toepassing. Publicatie elders met commerciŽle doeleinden is alleen toegestaan met mijn toestemming. Niet-commercieel gebruik van mijn teksten mag van mij in principe altijd, mits u de naam van de auteur erbij vermeldt.

bio

Informatie over mijn liefdesleven, strafblad, beroepsleven, schoenmaat, politieke overtuigingen en favoriete actrice (Catherine Zeta-Jones) zul je hier niet vinden. Evenmin wijd ik hier uit over mijn hoge IQ, verbijsterende sex-appeal en vaardigheden als daar zijn: het schrijven in spiegelschrift, het jongleren met drie eieren, het aanraken van mijn tenen met mijn vingertoppen en het koken van ťťn van de drie eieren.  Nee, Sorry, zelfverheerlijking, daar doe ik niet aan mee.

Okť, bio dus. Wel, om te beginnen vertel ik niet zo graag over mezelf. Verder heb ik de neiging om de werkelijkheid wat naar mijn hand te zetten wanneer ik schrijf. Je zult dus wat tussen de lijnen moeten lezen om degelijke informatie op het spoor te komen.

Goed, ik had dus een heel normale jeugd. Ik reed naar school op mijn paard Perceval, parkeerde hem in de fietsenstalling van de school en ging de hele dag zitten dagdromen in de klas. Op mijn rapport staat dat ik te veel babbelde in de klas, maar meestal was het mijn gebuur Jan, die straf kreeg. Ik zat zolang onnozel te doen tot hij het uitproestte en 4 bladzijden incasseerde van onze meester. Sorry daarvoor Jan, waar je ook bent!

De meeste lessen in de lagere school vond ik saai. Alleen als ik een opstel mocht schrijven leefde ik helemaal op. Toen al dus. De andere kinderen baalden ervan, maar mij kon je geen groter plezier doen dan een schrijfopdracht. Zelfs saaie onderwerpen als 'Onze schoolreis' of 'Een dagje naar de zoo' bezorgden me een kick. Nu ik er over nadenk: ik was zelfs wat jaloers op Jan omdat hij lekker 4 bladzijden mocht schrijven en ik niet! Zo erg was het dus met me gesteld.

Thuis zat ik urenlang te ratelen op mijn typemachine tot iedereen er gek van werd. Zo'n oude typemachine had toch wel iets. Je voelde en je hoorde dat je schreef en de rest van de wereld mocht dat weten. Alles en iedereen werd onderwerp voor een verhaal of een gedicht. Ik betrapte mezelf erop dat ik tijdens een gesprek geestelijk nota zat te nemen om er later een stukje over te kunnen schrijven. Ik hield ook een dagboek waar ik telkens alle faits divers van de afgelopen dag in noteerde.

"Vandaag Jan weer laten lachen tot hij de stuipen kreeg. Jan haat me. Hij zegt dat hij mijn vriend niet meer wil zijn en dat Perceval geen echt paard is. Ik haat Jan ook."

In de middelbare school bleef ik wel schrijven, vooral voor het schoolkrantje, maar ik heb toen vooral veel gelezen. Mijn lievelingsauteurs waren Godfried Bomans en Carmiggelt en verder stilde ik mijn leeshonger vooral aan Walschap, Boon, en Elschot. Degelijk Vlaams voer dus.

Deed ik mee aan een schrijfwedstrijd, dan won ik die gewoonlijk, maar veel poespas maakte ik daar niet over. Ik vond schrijven iets gemakkelijks. Je zette je pen op papier en de zinnen vloeiden eruit. Nu nog heb ik de neiging om me met veel andere dingen te gaan bezighouden, gewoon omdat die wel uitdagend zijn. Vandaar mijn vele hobby's waarschijnlijk. Als ik iets goed onder de knie heb, is de pret er voor mij af. Zo was ik na jarenlang oefenen een kei in meloenpitspuwen en kaartenhuisjes bouwen. Ik heb het allemaal achter me gelaten, gewoon omdat het me begon te vervelen.

Dat talent voor schrijven zonderde me eigenlijk ook een beetje af van mijn leeftijdsgenoten. Ze konden er eigenlijk niet bij dat ik die dingen schreef over zaken waar ze geen benul van hadden. Het was dus ook een soort vloek op mijn sociale relaties zou je kunnen zeggen. Schrijven blijft natuurlijk een wat vreemde bedoening. Je zondert je af om denkbeeldige figuren te creŽren waarmee je denkbeeldige gesprekken voert. In dat opzicht hadden en hebben ze dus wel gelijk..

Mijn eerste publicatie 'voor het grote publiek' herinner ik me nog wel. Het was een gedicht over Vietnam dat in 'De Volksgazet' verscheen (later De Morgen). Iets over een soldaat die als kerstgeschenk voor zijn familie in een 'box' naar huis wordt opgestuurd. De laatste regel was iets in de aard van 'now he is out of order', omdat het op 'aan de border' moest rijmen. Het vrije vers en de jambische pentameter had ik toen nog niet ontdekt.

Ondanks mijn manifeste rijvaardigheid op Perceval wilde ik geen ridder of piloot worden, zoals mijn  leeftijdsgenoten. Eigenlijk had ik een vrij goed idee van wat ik wilde. Ook al kon ik niet meteen beslissen of ik Romaanse of Germaanse talen wilde bestuderen, het stond voor mij vast dat ik naar de universiteit zou gaan. Ik was ook een uitstekend student zonder daar echt veel moeite voor te doen en het leek dus een logische stap. Ik volgde hoger middelbaar aan de normaalschoool in Antwerpen, omdat die op wandelafstand van mijn woonst lag,  en behaalde daar het diploma van leraar basisonderwijs. En daar hield het plotsklaps op voor mij, want als kind uit een arbeidersgezin zou studeren in Gent te duur zijn. Dat kreeg ik te horen enkele weken voor ik me zou inschrijven aan de unif. Ach, het heeft me niet belet om er het beste van te maken, ook al denk ik aan die episode nog al eens terug als een vorm van kindermishandeling.

Mijn studiehonger was nog niet gestild, en ik begon allerlei cursussen te volgen in avondondonderwijs, waaronder journalistiek en Duits. Dat Duits had ik immers nodig voor mijn legerdienst. Zip zip, we flitsen vooruit in de tijd, niet omdat mijn legertijd saai was maar omdat ik daar alleen brieven schreef naar mijn lief. En die zijn (hopelijk) allemaal verloren gegaan. O ja, ik verdiende in het leger ook een centje bij door liefdesbrieven voor anderen te schrijven. Ik was als het ware hun Cyrano de Bergerac die hun de juiste woorden in het oor fluisterde. Zucht. Hoeveel meisjes ik op die manier in de armen van grove, in eenlettergrepige woorden sprekende  boerenjongens heb geduwd, ik durf er gewoon niet aan denken.

In mijn twintiger en dertiger jaren hing ik de sportieveling uit (lopen, taekwondo) en schreef alleen nog maar kerst- en nieuwjaarskaartjes. Ook mijn belastingbrief vulde ik zelf in. Ook nu ik wat ouder ben, ben ik nog bijzonder sportief: zo controleer ik elke weekdag de brievenbus en op vrijdag dient het gras gemaaid.

Begin jaren negentig vatte ik mijn studie Cultuurwetenschappen aan (Open Universiteit) en dat was meteen ook een aanzet om weer te beginnen schrijven. Ik schreef columns voor enkele tijdschriften (onder meer voor 'Netwerk') en kreeg er echt weer zin in. Ik ontdekte de e-zines op internet en schreef ook enkele kortverhalen voor een papieren literair tijdschift (De Brakke Hond).

Intussen had ik samen met mijn vrouw een software-bedrijfje opgericht en daar kroop veel tijd in. Van schrijven kwam weer niet veel terecht. Ik schreef vooral met enen en nullen tot ik er na een twintigtal programma's genoeg van kreeg. Ik zette me weer achter mijn tekstverwerker en begon woordjes te typen. Kleintjes in het begin:1-011-0- aap- 1-0-01 tot ik die enen en nullen van me kon afschudden. Resultaat: enkele kinderboeken die ook gepubliceerd werden. Schrijven voor kinderen is trouwens een hele uitdaging voor me geweest: het valt niet mee om je taal aan te passen aan het begripsvermogen van jongere lezers. Je moet eigenlijk meer met minder doen.

Na mijn pensionering in 2006 ging ik vergeefs op zoek naar het zwarte gat dat mij was voorspeld. Het bleek gewoon een fabeltje te zijn, misschien gewoon omdat ik teveel interesses heb. Nochtans schreef ik niet zoveel, ik was enkele jaren bezig met muziek en leerde allerlei nieuwe instrumenten bespelen, maakte schilderijen en begon wat te beeldhouwen. Intussen schreef ik me in als cursist aan de Vlaamse scriptacademie en werd zowat de oudste leerling van de muziekschool. Mijn boek ‘Prettig gestoord’ kwam uit in 2007 en was een verzameling van kortverhalen. Verder schreef ik ook artikelen voor Google Knol en de Engelstalige Citizendium. De “ruziepedia’s” liet ik na een korte proefperiode wijselijk links liggen, maar na een jaartje kreeg ik er toch weer zin in. Zo komt het dat ik nu al enkele jaren productief bijdraag aan de Nederlandse, Franse en Engelse Wikipedia, alsook aan de Nederlandstalige Wikibooks. Erg verslavend, straf spul die wiki’s. Ik moet mezelf af en toe verplichten om even de stekker uit te trekken, zodat ik nog toekom aan andere dingen.

Plannen: maak ik niet graag, behalve als ik me er niet aan moet houden. Ik heb twee jaar scenarioschrijven in Brussel gevolgd. Misschien ga ik daar nog iets mee doen. En verder vooral: alles afwerken dat nog in de kast ligt. Vanaf 2012 ben ik me ook gaan toeleggen op het schrijven van e-books voor Amazon Kindle, en mijn websites met vertalingen van Montaigne, Shakespeare en Donne nemen heel wat tijd in beslag.

O, nu ben ik iets vergeten te vertellen over mijn loopbaan... Ach, wat moet ik zeggen: die  was vlak, met hier en daar een bobbeltje in de weg. Het heeft me wel veel stof opgeleverd om over te schrijven en een mateloze bewondering voor leraars die het meer dan vijfendertig jaar volhouden. Hulde! 

 

Jules

 

[Schrijfmens] [signalement] [korte verhalen] [cursief] [essays] [gedichten] [Shakespeare] [John Donne] [publicaties] [bio] [links]