> nieuwsbrief > 18e jg. - 4e trimester 2000

Tip: door uw venster te versmallen zult u gemakkelijk de teksten kunnen lezen. U kunt daartoe de rechter scrollbar verslepen (als u met de muis boven de rechterrand zweeft).

BIJDRAGEN OVER:

Het 'Haus der Niederlande' te Munster

 
 
 

ZANNEKIN-Ontmoetingsdag: Munster 14 oktober

Op zaterdag 14 oktober a.s. gaat onze eerstkomende Ontmoetingsdag door in Munster. In de voormiddag zijn we te gast in het Haus der Niederlande, Alter Steinweg 6-7, D.48143 Munster, waar de Fachvereinigung Niederländisch gehuisvest is. Er is volop parkeerruimte op de nabijgelegen Hindenbrugplatz. We komen samen aan het Haus der Niederlande voor volgend programma om:

De deelnemersbijdrage beloopt (exclusief dranken bij het middagmaal) 43 DEM, 49 Gld of 880 BEF, vooraf te vereffenen via een van de ZANNEKIN-rekeningen (cf. p. 1). Aanmelden kan tot uiterlijk 9 oktober d.m.v. bijliggend formulier (of via e-post: secretariaat@zannekin.org via dewelke u dan uiteraard alle gegevens van het aanmeldingformulier doorstuurt.) Op het aanmeldingsformulier vindt u ook het verzoek eventueel mee te doen aan car-poling. We hopen met deze formule enig succes te boeken dank zij uw medewerking. .


Mededelingen

E-post

Voortaan is het secretariaat van de Vereniging/Stichting ZANNEKIN ook langs electronische weg bereikbaar op het e-postadres: secretariaat@zannekin.org. Er wordt ook gewerkt aan een eigen heempagina of home page, waarop o.m. de electronische versie van onze Nieuwsbrief zal kunnen geraadpleegd worden. Deze werd - sedert het verschijnen van de gedrukte versie van deze Nieuwsbrief - ondertussen gerealiseerd en wie ons reeds wist te vinden weet dat we onder http://www.zannekin.org te vinden zijn..
 

Bijdrage 2000

Enkele tientallen leden lieten vooralsnog na hun bijdrage voor het jaar 2000 te vereffenen. Het ontbreken van het *-teken op de adres-klever geeft dit verzuim aan. Wie tot deze kategorie behoort en er aan houdt ook in de toekomst de Nieuwsbrief toegestuurd te krijgen, kan alsnog zijn verzuim herstellen - en krijgt dan uiteraard ook nog ons jaarboek De Nederlanden 'extra muros' (deel 22) nagestuurd. Ter herinnering: de bijdrage 2000 bedraagt 750 BEF, 42 FL, 37 DEM of 125 FFR. Onze rekeningnummers vindt u op de info pagina.
 

Geschiedenis in beeld

Het Rijksmuseum Amsterdam, het Dordrechts Museum en het Historisch Museum Rotterdam tonen drie historische atlassen: drie unieke verzamelingen prenten, tekeningen en foto's die betrekking hebben op de gschiedenis van de Nederlanden.
De Atlas van Fredrik Muller is te zien in het Amsterdams Rijksmuseum; deze van Simon van Gijn in het Dordrechts Museum en deze van Van Stolk in het Rotterdams Historisch Museum. In Amsterdam en Dordrecht kan men nog terecht tot 15 oktober, in Rotterdam tot 1 oktober.


MUNSTER

Jan van Tongeren

De geschiedenis van de stad Munster begint met de Friese (Utrechtse) missionaris Liudger (742-809), die na afloop van de Saksische oorlogen van Karel de Grote opdracht had gekregen, de West Saksen tot het Christendom te bekeren. Liudger vestigde zich in een bestaande omwalling van aarde en hout, die bij opgravingen in de tegenwoordige domberg aan het licht is gekomen en had de naam Mimigernaford. Liudger, in 805 tot bisschop gewijd, stichtte nabij deze omwalling een klooster (monasterium) en bouwde een aan Paulus gewijde kerk, de eerste Dom van Munster.

Opgravingen hebben aangetoond, dat deze "domburcht" niet alleen door de bisschop en zijn geestelijkheid maar ook door hoge ambachtslieden, werd bewoond en later met de vorming van het parochiestelsel werd Mimigernaford uiteraard het centrum van de kerkelijke organisatie. Vanaf de 11e eeuw vinden we voor het eerst de plaatsnaam Munster vermeld.

Rondom het in 1040 in aanwezigheid van keizer Hendrik III gewijde St.-Marienklooster op de linker oever van de AA (Uberwasser) ontstond een nederzetting van kooplieden. Toen echter in jaar 1121 de bisschoppelijke residentie tijdens een opstand van hertog Lothar van Saksen in brand werd gestoken, sloten de kooplui en ambachtslieden zich op politiek gebied nauw aaneen. Deze samenwerking leidde langzamerhand tot het ontstaan van de (handels)stad. Hoewel de juiste datum van het ontstaan van de stad niet precies kan worden vastgesteld, werd er in de loop van de 12e eeuw een eigen politieke gemeente gevormd, die zich losmaakte van de bisschoppelijke rechtspraak. De trapsgewijze ontwikkeling werd rond het jaar 1173 min of meer afgesloten door de samenvoeging van de oude binnenstad (Altstadt) op de rechter AA oever en de kleine nederzetting Uberwasser en tegen 1200 had Munster al volle stadsrechten. Deze bloeiperiode van de stad, tijdens de heerschappij van de Staufen, stond in het teken van de algemene ontplooiing van Duitse steden. Uit de kringen van de tot aanzien gekomen kooplui ontstond het patriciaat de "erfmannen", die de raad vormden. Deze raad dwong de bisschop uiteindelijk een maximum aan gemeentelijke zelfstandigheid af en maakte als belangrijkste stad van het Munsterland, naast het domkapittel en de ridders aanspraak op toezicht en medezeggingsschap bij het besturen van het land. Munster werd lid van de Hanze en in 1494 besloot de Hanze-dag in Lubeck, Munster voortaan als belangrijkste stad in Westfalen te beschouwen. Zo werd de stad hoofdstad van het Westfaalse Hanzekwartier.

Tijdens de Munsterse stichtsvete - die in 1457  werd beëindigd - ontnamen de gilden de erfmannen met geweld de alleenheerschappij over de stad. Sindsdien gaven de gilden de toon aan in de burgerij. Deze hadden in de 14e eeuw (rond 1335) het trotse raadhuis - waarvan de voorkant door kunsthistorici als "de meest volmaakte uit de rijke profane gotiek" geprezen wordt - laten bouwen. Talrijke kerken en kloosters en prachtige gilde- en burger-huizen werden in deze periode gebouwd of verbouwd om de rijkdom van de stad te kunnen etaleren. Het was in deze periode dat schilderkunst, geïnspireerd door de grote Vlaamse meesters Rogier van de Weyden en Dirck Bouts, en beeldhouwkunst tot grote bloei kwam.

Een van de belangrijkste beeldhouwersfamilie was de familie Brabender. De familienaam duidt er waarschijnlijk op dat de familie vanuit Brabant naar Munster is geëmigreerd, en zeker door het Brabants realisme (Claus Sluter en andere) werd beïnvloed. De naam Heinrich duikt voor het eerst op 19 januari 1491 voor het eerst op. Hij  wordt dan meester genoemd, en is vermoedelijk rond 1460 geboren. Veel van zijn werk is aan de buitenkant van de Sint-Pauluskerk te bewonderen o.a. de Intocht van Jeruzalem en het Oordeel van Pilatus. (Het origineel beeldhouwwerk is in het Landesmuseum te bewonderen). Zijn zoon Johann zette het atelier van zijn vader voort maar gebruikte hier en daar vroeg-renaissance ornamenten. Hij is bekend vanwege zijn talloze epitafen in Munsterlandse kerken.

Na de hervorming van de domschool door Rudolf von Langen (+ 1519) werd Munster het belangrijkste centrum van het humanisme in Westfalen. Dat er ook in Munster onder de oppervlakte diepgaande sociale spanningen verborgen waren, bleek tijdens de periode van de wederdopers. De ontevredenheid van de gilden richtte zich tijdens de reformatie tegen de clerus en de kloosters, die geen belasting hoefden te betalen, terwijl de gewone man aanslag op aanslag kreeg. Rond 1531/2 werd in alle parochiekerken van Munster Luthers leer gepredikt. Een wegbereider van deze leer was kapelaan Bernhard Rothmann, bij wie zich de lakenhandelaar Knipperdollinck, een hartstochtelijk voorvechter van politieke vernieuwingen, aansloot. Toen beide zich bij de gemeente der wederdopers hadden aangesloten en de "profeet" Jan Matthys naar Munster kwam, werden alle inwoners, die zich niet wilden laten herdopen, verdreven. Fanatiekelingen, gesteund door een grote stroom vreemdelingen, met name uit de Nederlanden, stichtten in de stad het "Nieuwe Sion" en verwachtten met Pasen 1534 de terugkeer van Christus op aarde. Lange tijd belegerden huurlingen van bisschop Frans van Waldeck tevergeefs de muren van de stad. Na de dood van Matthys in 1534 had de vroegere Leidse kleermaker en waard Jan Bockelson (Beuckelszoon) zich tot koning uitgeroepen. Hij schafte de bestaande orde af, voerde de veelwijverij in en regeerde als despoot. Zijn pogingen, door middel van uitzending van "apostelen" de beweging van de wederdopers in het Munsterland en in de Nederlanden te doen ontvlammen, mislukte en in de Johannis-nacht van 1535 stortte het wederdoperrijk door honger en verraad ineen. De landsknechten van de bisschop bestormden de stad en doodden tijdens een verschrikkelijk bloedbad bijna alle bewoners.  Drie van de overgebleven aanvoerders "koning" Jan van Leiden, Knipperdollinck en "kanselier" Krechting, werden op bevel van de bisschop op 13 januari 1536 terecht-gesteld. Zij werden met gloeiende tangen tot de dood toe gemarteld. Hun lijken werden als afschrikwekkend voorbeeld in ijzeren kooien aan de Lambertitoren opgehangen. (De kooien die er nu hangen zijn replika's, de originelen bevinden zich in het Historisch Museum van Munster.)

Na de herovering herstelde Munster zich zo snel, dat het aantal inwoners 50 jaar later alweer tegen de 10.000 liep. De heerschappij van de wederdopers had welvaart en cultuur nauwelijks kunnen ontwrichten. Zo werd in de laatste kwart van de 16e eeuw het gildehuis van de Kooplieden het Kramers-ambthaus (nu het Haus der Niederlande) in 1588 gebouwd. Ionische halfzuilen rustend op grote consoles en het typisch Munsters renaissance ornament, de opengewerkte concha (schelp) met bollen versierd, vindt men haast alleen maar in het Munsterland en wordt ook wel eens Welsche gevel genoemd.

Ook tijdens de Dertigjarige Oorlog, toen Munster aan de kant van de keizer stond en geen vijand de geweldige vesting kon bedwingen, bleef de stad van een zekere bloei genieten. In het jaar 1641 werd Munster - samen met Osnabruck - tot plaats van samenkomst voor de vredesonderhandelingen uitgekozen. De stad had nu het hoogtepunt van haar aanzien bereikt. Als vredesbemiddelaars traden in Munster, waar zich een bloeiend maatschappelijk leven had ontwikkeld, de pauselijke nuntius Fabio Chigi en de ambassadeur van Venetië op. Hier voerden de afgezanten van de keizer, keurvorsten en van de Franse rijksstanden samen met de Spanjaarden onderhandelingen met Franse diplomaten, Portugezen en Catalanen, die een verbond met de Fransen wa-ren aangegaan. De Zweden voerden onderhandelingen in het nabije Osnabruck. In het geheel zijn er ongeveer 230 namen van congresgemachtigden inclusief vertegenwoordigers van steden bekend. Er wordt wel beweerd dat het aantal vreemdelingen in die tijd bijna even hoog was als het aantal inwoners!
Op 30 januari 1648 werd er als voorbode van de algemene vrede een aparte vrede tussen Spanje en de Staten-Generaal gesloten, waarbij de Noordelijke-
foto: Rechts de nieuwbouw, links het historische Ambtskramerhaus, thans 'Haus de Niederlande'Nederlanden door Spanje onafhankelijk werd verklaard. Op 15 mei werd deze vrede in de raadzaal van Munster feestelijk bezworen en kon Gerard ter Borch aan zijn bekend geworden schilderij beginnen. Na vier jaar onderhandelen werd op 24 oktober 1648 in het bisschoppelijk paleis aan het Domplein in Munster de algemene vrede door de diplomaten ondertekend. De burgerij, wier gevoel van eigenwaarde door het congres belangrijk was gestegen, probeerde weer een stem in het bestuurskapittel te krijgen maar het resultaat was vernederend. Door prinsbisschop Christop Bernhard van Galen (onze Bommen Berend) werd de stad in 1661 gedwongen zich onvoorwaardelijk te onderwerpen. Voorts trok de bisschop alle privileges in en gaf zijn ingenieur Peter Pictorius in 1662 opdracht tot de bouw van een citadel als dwangburcht, op de plaats waar tegenwoordig het slot staat. De politieke rechten van de gilden werden ingetrokken en de burgers monddood gemaakt. Uit afkeer van zijn hoofdstad resideerde de bisschop in Coesfeld en in Munster legerde hij een sterk garnizoen. Hoewel Munster door van Galens opvolger Furstenberg weer het recht tot het houden van raadsverkiezingen werd verleend, is de verdere ontwikkeling in belangrijke mate het gevolg van het feit dat de stad bisschoppelijke residentie en gedurende de wintermaanden verblijfplaats van inheemse edellieden was, die hier hun adellijke hoven lieten bouwen. Veel van deze adellijke hoven zijn door de zoon van Peter Pictorius, Gottfried Laurenz Pictorius, ontworpen en tonen heel duidelijk de invloed van de Hollandse klassicistische bouwkunst met architecten als Jacob van Campen, zijn leerling Steven Vennecool en Pieter Post.

Kenmerkend voor het stadsbeeld in de laatste helft van de 18e eeuw waren de bouwwerken van de grote architect Johann Conrad Schlaun (1695-1773), die samen met Balthasar Neumann voor de pronkzuchtige keurvorst Clemens August de Clemenskerk (1744-1754) bouwde. De prachtige erfelijke drostenij (Erbdrostenhof), die gedurende de Zevenjarige Oorlog een tijd lang als onderkomen voor hertog Ferdinand van Brunswijk dienst deed, werd eveneens door Schlaun ontworpen (1754-1747).

In 1759 werd de stad wederom zwaar belegerd en gedwongen de Fransen en Britten geld en voedsel te verschaffen. Op zijn oude dag zette Schlaun vanaf 1767 tot 1772 met de bouw van het prachtige slot de kroon op zijn omvangrijke werk als architect. Tijdens de verlichting kwam het geestelijk leven van Munster door het energieke beleid van minister Frans van Fürstenberg, die de keurvorst van Keulen tot regent van het klooster had benoemd, tot bloei. Fürstenberg hervormde in 1776 het hele scholenstelsel; bovendien stichtte hij de universiteit die in 1780 werd geopend. De Napoleontische tijd maakte een einde aan het bestaan van het oude prinsbisdom. Nog voor de uiteindelijke beslissing van de "Reichsdeputationshauptschluss" werd de stad in 1802 door Pruisische troepen onder leiding van Blücher bezet en reorganiseerde Baron von Stein het bestuur. Na de nederlaag van 1806 verloor Pruisen echter zijn Westfaalse gebiedsdelen en werd het door de Franse keizer bij het groothertogdom Berg gevoegd, om het uiteindelijk in december 1810 in het keizerrijk ingelijfd te worden. In 1813 kwamen de Pruisen terug en in 1816 werd Munster de hoofdstad van de nieuw gevormde provincie Westfalen.

Helaas werd tijdens de Tweede Wereldoorlog 92% van de historische oude binnenstad en 67% van de gehele stad door meer dan honderd bomaanvallen verwoest, maar nog steeds is deze stad een bezoek meer dan waard.
Over de rol van Liudger (Ludger of Ludgerus) en over de geschiedenis van Munster met betrekking tot de Nederlanden, verschenen in ons jongste jaarboek volgende bijdragen: Het leven van Ludger (Jan van Tongeren), Liudger en Karel de Grote (H. Veldman), Het Munsters Anabaptisme en de Zuidelijke Nederlanden (F. van der Pol), De Tachtigejarige Oorlog en het Westmunsterland  (H.Terhalle).


Het 'Haus der Niederlande' te Munster

Van de eertijds 17 gildehuizen in Munster is vandaag nog slechts het uit 1589 daterende Kramerambtshaus op de Alten Steinweg 7 - thans het Haus der Niederlande - overgebleven. Het werd destijds opgericht door de rijke Munsterse Kramergilde, meet heeft doorggen de eeuwen vele functies vervuld. Mede door zijn architectuur-historische waarde is het een beschermd monument geworden.
Het Kramerambtshaus kwam in 1842 in het bezit van de stad die er haar Berg van Barmhartigheid in vestigde. In 1873 werd het de zetel van het Westfälischen Provinzialsvereins für Wissenschaft und Kunst. Vanaf 1909 tot aan het einde van de Tweede Wereldoorlog werd het als bibliotheek benut. Na de oorlog werd het kortstondig een noodkerk en daarna een cultureel centrum, inclusief bibliotheek.
Toen het voor al deze functies te eng werd verhuisde de stadsbibliotheek naar een nieuw pand en kwam de weg vrij voor de nieuwe bestemming die het - als Haus der Niederlande - sindsdien vervult. Sindsdien zijn daar de drie instellingen van de Westfälischen Wilhelms-Universität ondergebracht die zich met de Nederlanden (Noord en Zuid) bezig houden. De meest representatieve ruimtes ervan worden voor culturele manifestaties - op 16 oktober voor de ZANNEKIN-Ontmoetingsdag - benut.
Het hooggestrekte renaiscancegebouw vormt met zijn rijk versierde gevelfront een ware blikvanger in de Alten Steinweg. De bakstenen trapgevel rust op een voetstuk van ionische halfzuilen. De trappen van de puntgevel zijn versierd met halve wielen, een motief dat stamt uit het Wesergebied. Middenin de bovenste verdieping wordt het front opgesmukt door een figuur dat de Gerechtigheid uitbeeldt. Het geheel vormt een bijzonder goed geproptioneerde aanblik.
Alhoewel het gebouw in zijn uiterlijk weinig van het oorlogsgeweld te lijden had, werd het dak zwaar beschadigd door een bominslag. Bij de restauratie werd vooral de eerste verdieping grondig heringericht. Het gelijkvloers, met de gildezaal en de haardkamer behielden evenwel hun historische structuur.
Tegelijk met de restauratie van het Kramerambtshaus werd op het aanpalend perceel het nieuwe bibliotheekgebouw opgericht. De voorgevel van deze nieuwbouw kreeg eveneens een - in vergelijking tot zijn buur - eenvoudige en sobere trapgevel, waardoor de iets dieper liggende historische gevel niettemin als het ware op de "voorgrond" blijft.

Bron: internet: http://wwwkram.uni-muenster.de/HausDerNiederlande/


Van de Voorzitter

Maaltijd-zaken

Tijdens de laatste bestuursvergadering is onder meer van gedachten gewisseld over de "invulling" van het maaltijd-onderdeel van de Ontmoetingsdagen. Als ik in de verband het woord "invulling" gebruik dan is dit niet omdat ik een kanttekening wil plaatsen bij de spijslijst; nee, het was de wijze waarop dit onderdeel van het programma wordt ingericht die het onderwerp van de discussie was. Die is er in uitgemond dat ik mij zou zetten tot het schrijven van dit stukje tekst.
Waar het om gaat is het volgende: het bestuur stelt het zeer op prijs inzicht te krijgen in de wijze waarop de deelnemers aan de door ons ingerichte activiteiten de maaltijd bij voorkeur willen gebruiken. We zouden graag van u vernemen of die uitgaat naar een gezamenlijk gebruik dan wel het nuttigen op eigen gelegenheid. Uw reactie kunt u kwijt op mijn adres.
 

Een beknopte geschiedenis van de oude bisschopsstad

Onder dit opschrift kwam in 1994 een boek van Dr. Van Hulzen over de geschiedenis van Utrecht van de pers. Dat het goed ontvangen is blijkt uit het feit dat enkele maanden geleden de derde - geheel bijgewerkte en geactualiseerde - druk is verschenen. Het gebruik van de woorden "goed ontvangen" is in dit geval zeker niet te betitelen als oneigenlijk. Immers bij herhaling ontvangt de schrijver uit de lezerskring van zijn publicaties opmerkingen. Soms zijn ze van kritische aard maar doorgaans hebben ze een aanvullend karakter. En wanneer zich een gelegenheid voordoet - zoals een herdruk er één is - dan gaat hij daar niet aan voorbij maar schenkt er serieuze aandacht aan. Voor belangstellenden laat ik hier nog de noodzakelijke gegevens volgen: het boek telt 176 p., kost Gld. 29,90, heeft als ISBN 90-6131-360-0 en wordt uitgegeven door Erven J. Bijleveld, Postbus 1238, 3500 BE Utrecht.
 

Het Evangelie van Marcus in het Letzeburgesch

Voor het eerst in de geschiedenis van deze taal is een Bijbelgedeelte in vertaling verschenen. De keus is gevallen op de Evangelie-beschrijving zoals die door Marcus te boek is gesteld. Of dit een eerste aanzet is naar een vertaling van de hele Bijbel weet ik niet. Wat ik wel weet is dat binnenkort - mogelijk dat het inmiddels al werkelijkheid geworden is - het Evangelie van Lukas zal volgen. Als ik hier melding van maak dan is dat omdat dit feit het toenemend belang van het Letzeburgesch in de Luxemburgse samenleving onderstreept. (Bron: Nederlands Dagblad, 23.6.2000)
 

Frans-Vlaanderen "doorwandelt" de regionale Nederlandse pers

Het is bij hoge uitzondering dat in de Nederlandse regionale dagbladpers aandacht wordt geschonken aan de taalsituatie in het Franse noorden. Maar onlangs was het dan toch het geval. In opdracht van het samenwerkingsverband van een aantal regionale dagbladen (GPD) heeft Cees van Zweeden zich laten informeren omtrent de specifieke problematiek op taalgebied in dit gewest. De neerslag daarvan is intussen in menig streekgericht dagblad te lezen geweest; vandaar mijn woordgebruik "doorwandelt". Ik heb er behoefte aan de schrijver een pluim op de hoed te steken; immers hij heeft zich allerminst met een Jantje van Leiden van zijn opdracht afgemaakt maar die zeer serieus opgevat.
De centrale figuur in zijn verhaal is Ghislain Gouwy, één van de oprichters van Radio Uilenspiegel (1978). Achtereenvolgens komen het repressietijdperk van vroeger en het gedoogbeleid van vandaag te sprake. Tegen de achtergrond van de huidige tolerantie ("Ze kunnen ons ieder moment verbieden", aldus Gouwy) schetst Van Zweeden hoe het daartoe heeft kunnen komen om vervolgens stil te staan bij war er vandaag op taalgebied gaande is. Hij doet dat onder meer aan de hand van de gang van zaken in Belle en Zuid-Wervik én een gesprek met Francis Persyn, inspecteur-Nederlands in Frankrijk. (Bron: De Twentsche Courant Tubantia, week 20.2000)
 

Samenwerking over de Duits-Nederlandse grens

Op velerlei wijze wordt daaraan zowel gestalte als inhoud gegeven. Zo zal door Nederland en Noordrijn-Westfalen intensief samengewerkt worden op het gebied van het onderwijs en wel door het uitwisselen van leerlingen en docenten en het opzetten van gezamenlijke projecten. Eén van deze projecten is het bevorderen van het onderwijs van het Nederlands in bovengenoemde Duitse deelstaat en van het Duits in Nederland. (Bron: Nederlands Dagblad, 26.5.99)
Ook op universitair niveau krijgt men steeds meer oog voor elkaar. Dat is onder meer het geval met de Katholieke Universiteit Nijmegen en de Gerhard Mercator Universiteit-Gesamthochschule te Duisburg. Een aanzet daartoe is de uitwisseling van docenten en studenten van de letterenfaculteit; men wil studenten Duits en Nederlands de mogelijkheid bieden aan weerskanten van de grens een studieprogramma aan de universiteit te kunnen volgen. (Bron: Nederlands Dagblad, 24.11.99)
Maar ook in de toeristische sfeer worden vormen van samenwerking ontwikkeld. Zo gaan het Bijbels Openluchtmuseum te Nijmegen en de bedevaartsplaats Kevelaer een toeristisch-cultureel project opzetten waarin de godsdienst in het middelpunt staat. In dit kader zullen de nodige arrangementen voor toeristen ontwikkeld worden. Verder zullen toeristen die één van beide plaatsen bezoeken via tweetalige folders worden doorverwezen naar de andere plaats. (Bron: Nederlands Dagblad, 31.1.00)
Marten Heida
Prins Willem Alexanderpark 53
NL 3905 CB Veenendaal
Tel. 0318-510 087



Wetenschappers rond Keizer Karel

De regeringsperiode van Keizer Karel is een tijd van grote wetenschappelijke creativiteit. Het aanzien van de wereld is in beweging: ontdekkingsreizigers komen terug met verhalen over onbekende werelddelen, het humanisme en de reformatie brengen nieuwe visies op de samenleving naar voren. De boekdrukkunst zorgt voor een ongekend snelle verspreiding van kennis en ideeën. Oude tradities worden bediscussieerd, vergeten klassieke kennis herleeft, eigen onderzoek haalt de bovenhand op schoolse geleerdheid.
 

Oude wijsheid, nieuwe wetenschap

Een nieuwe generatie geleerden wil terug naar de klassieke bronnen van kennis. Zij speuren naar oude vergeten manuscripten. Grieks, Latijn en Hebreeuws worden gretig bestudeerd. Erasmus en zijn humanistische vrienden richten in Leuven, tegen de zin van conservatieve geesten, het Collegium Trilingue op. Dit eerste universitaire taleninstituut trekt van heinde en ver wetenschappelijk talent aan. Gemma Frisius, Andreas Vesalius, Rembert Dodoens en vele andere, haast legendarische studenten van het instituut zullen kort daarop van zich doen spreken.
 

De ontdekking van het lichaam

Via de antieke geneeskunst ontdekt Andreas Vesalius de anatomie. Hij ontpopt zich tot een ambitieus en gedreven onderzoeker, die er niet voor terugschrikt lijken op het galgenveld te stelen. De anatomische lessen waar hij zelf het snijmes hanteert, krijgen grote bijval. Samen met kunstenaars uit de school van Titiaan creëert hij een meesterwerk: een anatomische atlas met prachtige en zeer gedetailleerde tekeningen van het menselijk lichaam. Een mijlpaal in de geneeskunde. Keizer Karel stelt de geniale geneesheer aan tot zijn lijfarts.
 

De maat van hemel en aarde

Met de verkenning van de wereld groeit de ambitie die wereld nauwkeurig in kaart te brengen. Gemma Frisius bedenkt nieuwe meettechnieken en instrumenten die aan de basis liggen van het wereldwijde succes van de Leuvense instrumentenmakers. Nergens anders worden zulke elegante en nauwkeurige instrumenten gemaakt. De kostbare hemel- en aardglobes staan model voor de nieuwe visie op hemel en aarde. Mercator kan zelfs de keizer tot zijn klanten rekenen.
 

In hoger sferen

Voor de 16e-eeuwse wetenschapper zijn het doen van voorspellingen over de toekomst, het geven van kosmische verklaringen voor ziektes of het zoeken naar de plaats van het aardse paradijs gewoon vormen van toegepaste wetenschap. Ook machthebbers consulteren graag astrologen om hun politieke strategieën te kunnen bepalen. Beroemde wetenschappers als Mercator of Gemma Frisius proberen de wetenschap van het onkenbare te perfectioneren om tot een ultieme kennis van het leven te komen.
 

De kennis verspreid

Nieuwe kennis, nieuwe ideeën en nieuwe beelden van de wereld veroveren in korte tijd heel Europa dankzij de boek- en prentdrukkunst. Geleerden zijn niet alleen snel op de hoogte van wat er elders gebeurt, maar bereiken ook een groot publiek. De uitbouw van het postsysteem in keizer Karels tijd biedt ook nog eens extra mogelijkheden om met collega's van gedachten te wisselen. Maar ook ideeën die de keizer minder welgevallig zijn profiteren van deze mogelijkheden. Het snelle succes van Luthers hervormingsbeweging is ondenkbaar zonder de drukpers.

De tentoonstelling Wetenschappers rond keizer Karel toont een prachtige collectie van anatomische en botanische platen, eeuwenoude handschriften, boeken en prenten, historische landkaarten, astronomische instrumenten en astrologische kalenders. Sommige stukken zijn voor het eerst te zien in België. Grote en kleine meesterwerken van kunst en ambacht illustreren de ambitieuze zoektocht van de wetenschap ten tijde van Keizer Karel. Alle grote namen zijn vertegenwoordigd, maar de tentoonstelling brengt ook minder bekende geleerden voor het voetlicht. De topstukken uit de anatomie, botanie en cartografie zijn er te zien, maar ook de getuigen van weerstand, verdeeldheid en censuur.
 

Praktische informatie

Plaats: Stedelijk Museum, Savoyestraat 6, 3000 Leuven. Periode: van 23 september tot 3 december 2000. Gesloten: elke maandag en woensdag 1 november. Telefonische informatie: 016-224 564; fax: 016-238 930. Info: http://welcome.to/wereldwijs