> nieuwsbrief > 19e jg. - 2e trimester 2001

Tip: door uw venster te versmallen zult u gemakkelijk de teksten kunnen lezen. U kunt
daartoe de rechter scrollbar verslepen (als u met de muis boven de rechterrand zweeft).
 

BIJDRAGEN OVER :

  1. Ontmoetingsdag Kevelaer 12 mei
  2. Mededelingen
  3. De Gouden Eeuw van Gelre
  4. Jaarboek De Nederlanden 'extra muros' 23
  5. Van de Voorzitter
  6. De Nederlanden: perspectieven voor morgen
  7. Naklank Europese Top in Nice
  8. Reines Platt wird kaum gesprochen


Zannekin-Ontmoetingsdag Kevelaer, 12 mei 2001
Van 24 maart tot 24 juni loopt in het Niederrheinisches Museum Kevelaer een schitterende tentoonstelling gewijd aan De Gouden Eeuw van Gelre. Kunst en cultuur in het oude hertogdom (Gelderland - Limburg - Geldern). Onze Ontmoetingsdag neemt deze gelegenheid te baat om nog eens het vermaarde bedevaartsoord te bezoeken en biedt de deelnemers volgend programma aan:
10.00 uur: ontvangst (met koffie) van de deelnemers in de museumschool van het Niederrheinische Museum, Hauptstraße 18, Kevelaer. Begroeting door een vertegenwoordiger van de Verein für Heimatschutz und Museumförderung e.V.
11.00 uur: rondleiding door de tentoonstelling De Gouden Eeuw van Gelre.
13.00 uur: gezamenlijk middagmaal.
15.00 uur: rondleiding in de gebouwen rond het Kapellenplein (Bedevaartsafdeling van het museum, basiliek, Genadekapel, Kaarsenkapel, Biechtkapel).
16.30 uur: koffiepauze met gebak in een gelegenheid bij het Kapellenplein.
17.15 uur: afsluit.
Aan de deelnemers wordt een programma met informaties over de Gelre-tentoonstelling, het Niederrheinische Museum, de gebouwen rond het Kapellenplein en de geschiedenis van het bedevaartsoord uitgereikt. In het museum is de catalogus (twee delen: bundel over de Gelderse geschiedenis en eigenlijke catalogus) verkrijgbaar.
Verder in deze Nieuwsbrief ook enige achtergrondinformatie over te tentoonstelling De Gouden Eeuw van Gelre.
Er wordt voor de Ontmoetingsdag traditioneel geen bus ingelegd; gezien de ligging van Kevelaer testen we andermaal de carpoling-formule uit. Aanmelden en betalen - koffie, middagmaal, vieruurtje, gidsing, tentoonstelling: 900 BEF 50 Gld, 45 DM - tot uiterlijk 5 mei - door middel van e-post - zannekin@tijd.com - kan. Uw inschrijving wordt eerst definitief na mededeling van uw naam + postadres en de boeking van uw betaling op rekening 464-8220251-39 t.n.v. ZANNEKIN, 8900 Ieper.

Mededelingen
Hernieuwing bijdrage
Het hernieuwen van de bijdragen verliep andermaal vlot - waarvoor de dank van de penningmeester. Toch bleef, al even traditiegetrouw, zowat 1/4 tot-nogtoe "in gebreke"; ze vinden dan ook geen *-teken op het adresetiket van deze Nieuwsbrief   (wanneer ze deze als postzending ontvangen). Ter herinnering: de bijdrage beloopt (inbegrepen het Jaarboek de Nederlanden 'extra muros' en de Nieuwsbrief) 750 BEF,42 FL,37 DEM of 125 FFR . Onze rekening: 464-8220251-39 t.n.v. ZANNEKIN, 8900 Ieper.

Ontmoetingsdag en Studie-uitstap Zannekin
Om louter practische redenen werden Ontmoetingsdag en Studie-uitstap dit jaar omgewisseld: op 12 mei Ontmoetingsdag te Kevelaer (zie hoger) en op 13 oktober Studie-uitstap (busuitstap naar Grevelingen en Broekburg). Over deze laatste activiteit verneemt u meer in volgende Nieuwsbrief.
 

ANV-Visser-Neerlandiaprijs voor EUVO
te Heimfriedswilder op zaterdag 21 april 2001
Programma
Plaats van samenkomst: Ste-Godelieve/Godelaine-kapel, route de Réty.
14.00 uur: Verwelkoming door prof. dr. Erik Duvoskeldt uit Duinkerke (F)
14.10 uur: Laudatio door Leo Camerlynck uit Ukkel (B)
14.25 uur: Muzikaal intermezzo door "Limoen" uit Brugge (B)
14.40 uur: Referaat door Leo Rienks uit Nieuwerkerk-aan-de-IJssel (NL)  over de Nederlandstalige toponymie in het Boonse
14.55 uur: Toelichting over en overhandiging van ANV-Visser Neerlandia- prijs door An de Moor uit Lokeren (B)
15.05 uur: Dankwoord door de E.H. Luc Vranckx, bezieler van Euvo, uit  Brugge (B)
15.15 uur: Receptie
16.00 uur: Inwijding van 3 Nederlandstalige borden in Heimfriedswilder,  gevolgd door korte bezinning aan de Heilige Godelieve-kapel in  Heimfriedswilder door E.H. Cyriel Moeyaert uit Poperinge (B)

Heimfriedswilder vindt je uiteraard niet op de wegenkaart. De Franse benaming luidt Wierre-Effroy en het plaatsje ligt aan de D.238 zo'n 7 km rechts van de N.42 (de baan St-Omer/St.-Omaars naar Boulogne-sur-Mer /Bonen), in totaal zo'n 45 km van St-Omer af.
Euvo is de vereniging die zich reeds sedert jaar en dag inzet voor het aanbrengen van Nederlandstalige hoeve-, huis, herberg- en toponymie-namen in de Franse Nederlanden.

La Flandre Gallicante'
In Rijsel ging op 9 december jl. een conferentie door met als thema: Nord de la France-Wallonie-Bruxelles - une communauté de destin? De conferentie werd voorgezeten door Bernard Dorin, voorzitter van de Association France-Wallonie-Bruxelles en Frans ambassadeur. Pierre Mauroy, oud-Eerste Minister, patroneerde de bijeenkomst, waarop verder nog het woord voerden de heren Jean Bouron, administrateur de la Maison de Francité en stichter van Bruxelles Souverain, André Patris met als onderwerp France-Wallonie: la fin de la grande barrière, en Robert Collignon, president van de Waalse gewestregering die het had over Wallonie-Nord-Pas de Calais, deux régions soeurs. De synthese van de interventies werd gemaakt door een andere ambassadeur, de hr. Paul Blanc.
Het novembernummer van Wallonie libre maakte uitvoerig reclame voor de conferentie. Een bewijs, het zoveelste, van de ware aard van de Franse politiek ten opzichte van de Nederlanden. Met de steun van enkele Waalse en Brusselse collaborateurs in spe en met Frans geld uiteraard. Ten overvloede: genoemde Bernard Dorin begeleidde destijds generaal Charles de Gaulle naar Canada. Herinner u het Vive le Quebec libre! van destijds.

Stichting Zuidnederlandse Ontmoetingen
Uit de jongste Nieuwsbrief van deze stichting vernemen we dat voor 2001 volgende activiteiten gepland worden:
* 7 april: Haarzuilens (Kasteel de Haar) en tocht langs de Vecht
* 9 juni: Kasteel Aldenbiezen en bezoek aan Genoenselderen of Tongeren
* 28 juli: Bezoek Gorcum, Woudrichem, Heusden
* 15 sept.: Kasteel van Horst in St.-Pieters Rode; rondrit door het Hageland
* 20 oktober: Borsele en Middelburg
Het betreft wel nog het voorlopig programma. Verdere info: Mosselaarweg 12, NL. 5864 NZ Best (tel. 0499-373645) of Berkenstraat 12, B. 2400 Mol (tel. 014-312518).

De Gouden Eeuw van Gelre
Kunst en cultuur in het oude hertogdom
Omschrijving van het project

De tentoonstelling handelt over een belangwekkend hoofdstuk uit de Nederlands-Duitse geschiedenis: het oude hertogdom Gelre, dat zijn bloeiperiode kende in de late middeleeuwen. Binnen de Noordelijke Nederlanden was Gelre een bepalende machtsfactor, samen met het hertogdom Brabant en het graafschap Holland. Het hertogdom omvatte omvangrijke delen van het huidige Nederlandse grondgebied: van Zaltbommel tot Winterwijk en van Harderwijk tot Roermond. Tot het Gelderse territorium behoorde bovendien de regio rond Geldern die thans deel uitmaakt van Duitsland.

Kunst- en cultuurhistorisch gezien was de vijftiende eeuw dé bloeiperiode van Gelre. Voor het Gelderse hof werden de mooiste en meest exclusieve Nederlandse handschriften gemaakt, verlucht met schitterend geschilderde miniaturen. Beelden afkomstig uit de Gelders-Nederrijnse atelier behoren tot de beste wat de Nederlandse sculptuur in de late middeleeuwen te bieden had. Gelderse zilversmeden en bronsgieters leverden prestaties van formaat. Kortom: dit was de Gouden Eeuw van Gelre.

In deze Gouden Eeuw waren de Gelderse hertogen vooraanstaande vertegenwoordigers van de laatmiddeleeuwse riddercultuur. Zij verschenen op vele toernooien en stichtten als zelfbewuste vorsten een eigen ridderorde. Door taai verzet tegen de Bourgondische en Habsburgse bezettingen bleef het hertogdom langer dan enig ander Nederlands gewest onafhankelijk. De gewaagde veldtochten en plunderingen in Habsburgse gebieden bezorgden de Geldersen onder hertog Karel en zijn maarschalk Maarten van Rossum het imago van gevreesde vechtersbazen. Tot in de negentiende eeuw verschenen publicaties over de strooptochten van de Gelderse Attila.

De bloei van Gelre kon zich voortzetten tot in de zestiende eeuw, maar kwam tot een einde in de tijd van  reformatie en Tachtigjarige Oorlog. Het hertogdom viel uiteen en het grootste deel ervan - het huidige Gelderland - kwam bij de Nederlandse Republiek. In de zeventiende eeuw, Hollands Gouden Eeuw., schitterde Gelre niet meer: het was een grensgebied geworden.

Tegenwoordig hoort veruit het grootste part van het voormalige hertogdom bij Nederland en wel bij de provincies Gelderland en Limburg; het Duitse deel ligt in de Nederrijnse regio. Eeuwenlang vormde het thans door lands- en provinciegrenzen doorsneden gebied een territorium waarin taal en cultuur in verregaande mate één waren. Steden en bewoners kwamen op voor hun gemeenschappelijke belangen en demonstreerden hun samenhorigheid bij vele gelegenheden.

Hoewel de naam Gelre nu nog doorklinkt in de naamgeving van een van Nederlands bekendste voetbalstadions, zullen nog slechts weinigen zich bewust zijn van de rijke en veelbewogen geschiedenis van dit deel van Europa. Naar verwachting kan de tentoonstelling de ogen van het publiek, aan weerszijden van de Nederlands-Duitse grens, hier weer voor openen. Om deze reden wordt ook voor een goede educatieve begeleiding van de tentoonstelling gezorgd. Ook een wetenschappelijke publicatie en een symposium maken deel uit van het Gelre-project. De aanleiding ervan is het 150-jarig bestaan in 2001 van de Historische Verein für Geldern und Umgegend, een van de oudste historische verenigingen van Noordwest-Europa. Participanten zijn tal van organisaties en instituten in Nederland en Duitsland, waaronder ook de Vereniging Gelre en het Limburgs Geschied- en Oudheidkundig Genootschap, de Nederlandse zusterverenigingen van de jubilaris.

De Gouden Eeuw van Gelre is opgezet naar het voorbeeld van succesvolle cultuurhistorische exposities uit het verleden, waaronder die over het hertogdom Kleef (1984), en in het kielzog van de recente herdenkingstentoonstellingen over Maria van Hongarije (Utrecht/Den Bosch) en Karel V (Gent/Bonn). De tentoonstelling zal in een later stadium deels te zien zijn in drie hoofdsteden van het oude hertogdom alsmede in een van de steden in het Duitse gebiedsdeel. In Kevelaer en Nijmegen wordt de expositie in volle omvang getoond, in Zutphen en Roermond slechts in gecomprimeerde vorm.

De beoogde bruiklenen komen uit musea in heel Europa, met name Duitsland en Nederland. Voor de kerkelijke kunst werd in belangrijke mate een beroep gedaan op buitenmuseale collecties, namelijk op kerken en kloosters in het Nederlands-Duitse grensgebied. De kerken van Noord- en Midden-Limburg en die van het Duitse deel van Gelre bleven grotendeels gespaard van de beeldenstorm van 1566. Ook nu nog zijn er, anders dan elders in ons land, vele schatten van de laatmiddeleeuwse cultuur te vinden. Deze kunstwerken, een wat verborgen onderdeel van de collectie Nederland, zullen als blikvangers fungeren op de tentoonstelling.

De tentoonstelling en de begeleidende catalogus bestaan uit vijf onderdelen. Samen geven deze een beeld van de Gelderse geschiedenis, kunst en cultuur in de vijftiende en zestiende eeuw:

  1. Hertogen en oorlogen: de Gelderse draak; portretten van hertogen en hertoginnen, maarschalken en landrentmeesters, harnassen en wapens; heraldische voorwerpen; oorkonden en verbondsbrieven.
  2. Handel en steden: klokken, vijzels, kaarsenkronen en andere bronzen en koperen voorwerpen; stadskannen en -roeden; bodenstaven, zegelstempels en andere stedelijke insignia; beulszwaarden; insignia van de ambachts- en koopliedengilden; portretten van muntmeesters, muntstempels, hertogelijke en stedelijke munten.
  3. Kerken, kloosters en religieuze cultuur: altaarstukken, heiligenbeelden, reliekhouders, koorbanken, kelken en monstranzen, liturgische gewaden; ketens van broederschappen; pelgrimstekens; overblijfselen van de beeldenstorm in Gelre.
  4. Kastelen en wooncultuur: laatmiddeleeuws huisraad; maquettes van enkele belangrijke Gelderse kastelen; opgravingsvondsten; voorwerpen uit het bezit van de Egmonds.
  5. Handschriften, vroege drukken en kaarten: miniaturen; getijden- en gebedenboeken; geïllustreerde kronieken; wapenboeken; ridderboeken; politieke pamfletten; vroege Gelderse drukken en kaarten.


Jaarboek De Nederlanden 'extra muros' 23 (2001)
In het straks (einde mei) verschijnend nieuwe ZANNEKIN-jaarboek komen volgende bijdragen aan bod:

* In De grote Geus: Hendrik van Brederode schets dr. A. van Hulzen de rol die deze medestander van Willem van Oranje gespeeld heeft in de jaren die de eigenlijke Nederlandse opstand tegen Filips II voorafgingen. Naast de algemene context van die jaren heeft de auteur vooral oog voor de gebeurtenissen die zich afspeelden in de (thans) Nederlandse randgebieden, inzonderheid de Franse Nederlanden.

* Frans-Vlaanderenkenner Cyriel Moeyaert besteedt uitgebreid aandacht aan Pieter Andries, priester-leraar in Sint-Winoksbergen. Pieter Andries was een van de mensen die een uitgebreid antwoord verstrekten op de enquête die abbé Grégoire, in 1790 namens de Franse overheid, inrichtte met betrekking tot de in het revolutionaire Frankrijk gesproken streektalen. Pieter Andries bouwde zijn antwoorden uit tot een ware apologia pro lingua neerlandica.

* In zijn Kroniek de Franse Nederlanden volgt Johan van Herreweghe andermaal de Frans-Vlaamse actualiteit met betrekking tot het jaar 2000 op de voet. Belangrijke en minder belangrijke, maar steeds significante feiten en gebeurtenissen passeren daarbij de revue.

Een paar jaar terug besteedde Erik Martens aandacht aan de Boerenkrijg in de Romaanse gebieden van de Nederlanden. Thans behandelt hij Het gewapend verzet tegen de Franse Republiek in de Duitse Nederlanden. Daarbij komen, naast uiteraard de Luxemburgse Klöppelkrieg ook de tegenwoordige Oostkantons en de eraan grenzende (thans Duitse) territoria aan bod.

Pieter Jan Verstraete voegde andermaal een hoofdstuk toe aan z'n compendium over de Friese Beweging. In deze aflevering komt Jan Melles van der Goot of Friesland en de Nieuwe Orde aan de beurt. Daarmee wordt een sluier gelicht over een meer recente periode van de eerder politiek gerichte tak van de Friese beweging.

Aansluitend op z'n bijdrage in het vorige jaarboek rondt Zeno G.M. Kolks in deze editie zijn bijdrage af over de Toepassing van Bentheimer zandsteen aan gebouwen. Dit keer wordt bijzonder aandacht besteedt aan voorbeelden uit de woningbouw.

Dr. Timothy Sodmann onderzoekt in zijn goed onderbouwde bijdrage over De historische en culturele betrekkingen tussen de Oostelijke Nederlanden en het Westmunsterland de wisselwerking tussen beide gebieden doorheen de eeuwen die aan de moderne staatsvorming voorafgingen.

De traditionele slotbijdrage Kroniek en boekbesprekingen bundelt andermaal een reeks kortere bijdragen en recensies met betrekking tot uitgaven in en over de Nederlandse grensgebieden in Frankrijk en Duitsland.

Het nieuwe jaarboek is overvloedig geïllustreerd. De leden krijgen het einde mei toegestuurd in ruil voor hun bijdrage (750 BEF, 42 Gld, 37 DEM of 125 FFR). Na verschijnen, vanaf 1 juni dus, bedraagt de prijs 850 BEF, 45 Gld, 43 DEM of 142 FFR (zie ook de rubriek 'mededelingen').
 

Van de Voorzitter

Wie zwijgt, stemt toe
In de vorige Nieuwsbrief heb ik u - in opdracht van het bestuur - gevraagd mij te informeren over een tweetal zaken, te weten: uw voorkeur met betrekking tot een ééndaagse dan wel meerdaagse uitstap en/of ontmoetingsdagen én regio's te noemen die naar uw mening voor een ZANNEKIN-bezoek in aanmerking moeten komen.
Met grote belangstelling heb ik naar uw reacties uitgezien. Maar met het verstrijken van de tijd begon het mij duidelijk te worden dat mijn verwachting moest worden bijgesteld. Uit deze bewoording mag u afleiden dat ik er geen ontvangen heb.
Wellicht vraagt u zich af of ik nu met gevoelens van teleurstelling rondloop. Dat zou inderdaad het geval kunnen zijn als ik aan dit "resultaat" een negatieve zou verbinden. Maar uw niet-reageren kan ook positief uitgelegd worden. U hebt daarmee stilzwijgend een groot vertrouwen uitgesproken in het doen en laten van het bestuur. U hebt ons op een niet mis te verstane wijze laten weten dat u zich kunt verenigen met de wijze waarop door ons leiding wordt gegeven aan het geheel van de door ons jaarlijks op het getouw gezette activiteiten. En daar zijn we best dankbaar voor. U kunt er van overtuigd zijn dat we ons zullen blijven inspannen om zowel van de uitstappen als van de ontmoetingsdagen geslaagde evenementen te maken.
Dat ontslaat u evenwel niet van de plicht ons te laten weten als u met gevoelens van onbehagen hebt af te rekenen naar aanleiding van deze activiteiten. We stellen een open verhouding met u als leden van onze ZANNEKIN-kring ten zeerste op prijs.

Geen jaarvergadering
Het behoort tot de normale gang van zaken in een vereniging dat het bestuur op een jaarvergadering ten overstaan van de leden verantwoording aflegt over het gevoerde beleid. Tegen deze achtergrond moet dus worden vastgesteld dat ZANNEKIN geen normale vereniging is; u zult geen herinnering hebben aan het ontvangen van een uitnodiging voor het bijwonen van een dergelijke bijeenkomst.
In de loop van de voorbije jaren is het bestuur wel eens aangesproken op dit vermeende tekort aan openheid. Als gevolg daarvan is dit ook diverse keren onderwerp van bespreking geweest op onze bestuursvergaderingen. En elke keer opnieuw kwamen we tot dezelfde slotsom: het heeft geen zin een dergelijke vergadering samen te roepen daar de belangstelling ervoor binnen de ledenkring minder dan minimaal is. Aan deze veronderstelling ligt een ervaring ten grondslag. Het zal in de jaren tachtig geweest zijn dat we een keer de leden in de gelegenheid gesteld hebben in jaarvergadering samen te komen. De opkomst was dermate teleurstellend dat toen het besluit genomen is niet weer een dergelijke bijeenkomst in te richten. Aan de ledenkring is daarvan mededeling gedaan met de toezegging dat het bestuur op de genomen beslissing kan worden aangesproken tijdens onze uitstappen en/of ontmoetingsdagen. Van deze mogelijkheid is in de loop van de voorbije jaren nauwelijks (lees: in het geheel niet) gebruik gemaakt. Dat heeft ons versterkt in de overtuiging dat tot op de dag van vandaag het samenroepen van de leden voor het bijwonen van een jaarvergadering geen zinvolle zaak is.
Mochten er onder u zijn die hierover een andere mening hebben, dat wordt u bij dezen van harte uitgenodigd die kenbaar te maken. Blijkt uit uw reacties dat een groot deel van onze ledenkring het inrichten van een jaarvergadering op prijs stelt, dan zullen we daar graag gehoor aan geven. In zal u in een van de volgende Nieuwsbrieven op de hoogte houden van een eventuele koerswijziging.

Taalverdediging
Hoelang de bond, die zich van deze naam bedient, bestaat weet ik niet. Dat ik er aandacht voor vraag heeft te maken met de aansprekende doelstelling. Deze bond, die zich richt op het Nederlandstalige gebied "streeft naar Herstel en Behoud van het Nederlands en deugdelijk Nederlands taalgebruik, zonder inmenging van vreemde talen als modeverschijnsel". In de breedste zin wil men alle mogelijke middelen aanwenden om de Engelse-ziekte-epidemie in ons taalgebruik te bestrijden. Potentiële medestrijders - en dat is in feite iedereen die het goed meent met onze taal - kunnen voor verdere inlichtingen terecht op de volgende adressen: Postbus 71827, 1008 EA Am-sterdam, tel. 0114-320485 (Hans Lindenburg te Heikant Z. Vl.); voor Vlaanderen: O. Kielemoes, Jasmijnstraat 20, 89000 Gent, tel; 09-2265593.

Marten Heida
Prins Willem Alexanderpark 53
NL 3905 CB Veenendaal, Tel. 0318-510 087
De Nederlanden
Perspectieven voor morgen
Zo luidt de titel van de jongste brochure, uitgegeven door Oranjejeugd. Met haar 96 p. - geïllustreerd met kleurenafbeeldingen - brengt ze een spectrum van visies op de Nederlanden, bij de aanvang van het nieuwe millennium. We overlopen summier de even verscheiden als waardevolle inhoud.
* In De economische toekomst van de Nederlanden brengt Alain Mouton, redacteur bij het sociaal-economische weekblad Trends, naast een terugblik op het verleden, vooral een toekomstgerichte kijk op de economische ontwikkelingen binnen de Lage Landen en hun verwevenheid.
* Welke natie(s) in de Lage Landen? Zo luidt de titel van het voor deze uitgave geschreven essay van Luc Pauwels, eindredacteur van het gerenom-meerde magazine Tekos (Teksten, Kommentaren en Studies). Achtereenvolgens gaat hij op zoek naar een Vlaams, Belgisch, Waals natiebegrip en hoe die dan desgevallend kunnen ingevuld worden. Blijven ook de vragen 'Wat met Luxemburg?' en 'Wat met Nederland?' - en dit steeds met de Europese achtergrond voor ogen.
* Vlaanderen moet Nederland worden. Dit is het bondig besluit van de alsdusdanig betitelde bijdrage van Jaak Peeters, veelzijdig actief in zowel de politieke als de niet-politieke Vlaamse Beweging. Ook hier naast een historische terugblik, een blik vooruit: omdat Vlaanderen Nederland zou kunnen worden dient België te verdwijnen. Een eerste separatistische stem in het veelzijdig koor.
* Vlaanderen - Nederland luidt de zeer summiere titel van de eerder pragmatisch ingestelde Herman Suykerbuyk, die o.m. in het Algemeen Nederlands Verbond zijn sporen verdiende. Ook z'n bijdrage is pragmatisch van aanpak: goede wil alleen volstaat niet; er is ook politieke wil nodig voor het practisch realiseren van integratie bevorderende projecten. Als voormalig burgemeester van de grensgemeente Essen spreekt hij uiteraard vanuit de nodige ondervinding.
* In Alle Nederlanders in één staat komt een bewogen Edwin Truyens, de bezieler van het Wies Moens Instituut, aan het woord. Zijn pleidooi, in de geest van Moens, mist voorwaar geen gedrevenheid. Ook voor hem is de Belgische staat de kop van Jut, die het moet ontgelden. Eenzelfde lot is evenwel ook de bepleiters van een 'Vlaamse' identiteit beschoren, in de mate waarin ze zich afzetten tegen de diepere wortels van onze Nederlandse aard.
* Een gerichte politiek voor onze Romaanse provincies luidt het sterk pleidooi van Wouter van den Meersch, redacteur van Ons Leven en Delta. Uit z'n titel blijkt reeds dat Vlaanderen voor hem geen nood heeft aan separatisme, des te meer aan gezond verstand en volwassen gedrag op het politieke terrein. Mocht België ooit uiteen vallen, dan zal dit op de eerste plaats Frankrijk ten goede komen dat reeds eeuwenlang op dit territorium aast. Het opgefokte dualisme, dat nu reeds decennialang de veel ruimere verscheidenheid van de Belgische Nederlanden overschaduwt, leidt van de ene confrontatie naar de andere. Dat het ook anders zou kunnen blijkt uit z'n besluit.
* De Nederlanden: van belangengemeenschap naar politieke integratie betitelt Joris van Hauthem, lid van het Vlaams Parlement, zijn bijdrage. In zijn betoog volgt hij in grote lijnen wat de betreurde Leo van Egeraat destijds naar voren bracht. Vlaanderen moet eerst maar eens op eigen benen gaan staan, een eigen staat verwerven. Vanuit een dusdanige nieuwe positionering kan Nederland dan als gelijke aangesproken worden op de vele terreinen waar integratie voor de hand ligt.
* Roger Viroux, oud-burgemeester en intens actief in de Waalse taalbeweging, vraagt in Wallonië door een Waal beschreven aandacht voor de verdrukking in het verleden en de moeizame opgang in het heden van zijn moedertaal het Waals. Had het Waals in het Walenland maar de status van het Fries in Friesland, zo luidt z'n verzuchting. Hij maakt er ons meteen ook op attent dat er een Waalse Beweging bestaat die zich afzet tegen de stroming die ten onrechte die benaming usurpeert, maar in feite door de Frans-gezinden gedragen wordt. Ook de Walen hebben hun franskiljons!
* Eind 1999 wijdde het Verbond van Vlaamse Oudstrijders zijn congres aan de toekomst van en de noodzaak tot samenwerking binnen de Lage Landen. Een perspectief dat kadert binnen het geheel van de in deze brochure aan bod komende visies op de Nederlanden. Bij wijze van documentatie werden dan ook de Congresbesluiten Vlaanderen en Nederland: naar een Verbond der Lage Landen in deze uitgave opgenomen.
* In Heel-Nederland, een blijvende uitdaging trekt Paul Meeus, parlementair medewerker en publicist in meerdere tijdschriften, een wel merkwaardig spoor. De huidige Belgische constellatie is onleefbaar gehouden; laat ze dus maar uiteen vallen. Eens verlost van de thans heersende onvruchtbare pacificatiedwang, zullen - in zijn optiek - de vrij gekomen delen wel weer tot de vaststelling komen dat ze, zoals hun verleden onmiskenbaar aantoont, in feite samen horen. Vanuit die nieuwe uitgangssituatie zullen ze als het ware noodgedwongen weer naar elkaar toegroeien en een federale formule zoeken die hun eenheid in verscheidenheid waarborgt en een toekomst biedt.
* De Nederlanden morgen, van de hand van Ward Kennes, fractiesecretaris Vlaams Parlement, biedt een op het eerste zicht verwant maar toch grondig ander perspectief. Voor hem maakt de mens deel uit van meerdere gemeenschappen: het gezin, het dorp, de streek, het gewest, het land, het werelddeel, ... Hij is erfgenaam van al deze gemeenschappen die hem mee gevormd hebben. In de huidige evolutie ontwaart hij een dubbele tendens: de staat delegeert naar twee richtingen; enerzijds naar het kleinere dat de regio's zijn, anderzijds naar het grotere dat Europa heet. Het Belgische niveau verdampt als het ware, verliest aan inhoud en betekenis; niemand ligt er nog van wakker.
* Voor de slotbijdrage tekent Maurits Cailliau, secretaris van de Vereniging/Stichting ZANNEKIN. Hij is het derde bestuurslid van deze vereniging die in de brochure aan het woord komt. Onder de titel De Lage Landen in het Europa van morgen kijkt hij terug op het verleden, teneinde onze landen in gaafheid en continuïteit naar de toekomst te loodsen. Uiteraard heeft hij daarbij aandacht voor de Nederlandse irredenta, in het zuiden zowel als in het oosten. De dubbelsporige evolutie, waarop ook Kennes reeds wees, biedt ook voor hem hoopvolle Nederlandse perspectieven.
_____________________
N.a.v. De Nederlanden: perspectieven voor morgen. Uitgave Oranjejeugd, Turnhout, 2001. Prijs 300 BEF, 18 GLD, 16 DEM, 50 FFR. Kan besteld worden via het ZANNEKIN-secretariaat, Paddevijverstraat 2, 8900 Ieper.
.
Europese Top in Nice

België maakt zich met anti-Nederlandse houding belachelijk

Het onderwerp dat op de Top het meeste aandacht kreeg en waarover men zeer moeizaam tot een vergelijk kwam, was de herschikking van de stemmen in de Europese Raad. Het was vooral de Belgische delegatie onder leiding van Verhofstadt en Michel die hier ging dwarsliggen. De heren konden het absoluut niet verkroppen dat ze minder stemmen in de Raad zouden hebben dan de Nederlanders. Volledig in de geest van 1830 hebben ze de EU-top gegijzeld met hun eis hun stemmenaantal op hetzelfde niveau van de Nederlanders te houden.
Dat de regering Verhofstadt in Benelux-verband in eigen vlees snijdt, hebben beide ministers niet door. Door hun stugge houding hebben de Nederlanders het moeten stellen met slechts één stem extra, terwijl ze als middelgrote staat er meerdere hadden kunnen uithalen. De Benelux had wel degelijk sterker uit deze top kunnen komen, maar dat is door de Belgische ministers teniet gedaan. Het is dan ook overduidelijk dat er aan de francofone anti-Nederlandse houding sinds 1830 niet veel veranderd is. (Bron: persmededeling Vlaams Blok, 11.12.00)

Reines Platt wird kaum gesprochen

Der Heimatverein Rhede e.V. hat jetz den Band 17 Das Rheeße Blädeken mit dem Thema Unse Reeße Platt herausgebracht. Der Autor Heinz Dückenhoff hat auf einen Beitrag zur Erhaltung der Rheder plattdeutschen Mundart aus dem Jahr 1952 von Willhelm Hagedorn zurückgegriffen. Schon damals beklagt dieser; daß alle Volksmundarten und so auch die plattdeutsche im Laufe der Zeit viel von ihrer Ursprünglichkeit verloren haben. Die Rheder Mundart gehört zur Niederdeutsche Sprache, die sich in das Niedersächsiche und Niederfränkische teilt. Wilhelm Hagedorn bemängelte damals, daß das Plattdeutsche vom Hochdeutsch Sprechenden vielfach als verdorbenes Deutsch angesehen würde. Er hebt hervor, daß das Plattdeutsch ebenso wie andere Mundarten eine wahre Volkssprache, die eigentliche Muttersprache, ist. Im Gegensatz dazu sei das Hochdeutsche eine künstliche Sprache, die sich jedoch durch Dichtung und Wissenschaft zu einer der reichsten und schönsten aller Sprachen entwickelt habe. Das Plattdeutsch sei demgegenüber die Ursprache.
Er führt weiterhin an, daß es den Mundarten an Einheitlichkeit fehlt und bringt die Beispiele Bocholt und Borken, wo es bereits eine Reihe anderer Laute als im Rheder Platt gibt. Als bedenklich fand er schon vor fast 50 Jahren, daß die plattdeutsche Sprache mit Ausdrücken aus dem Hochdeutschen vermischt wird. So sei z. B. das Wort "wiesen" durch das Hochdeutsche "zeigen" ersetzt worden. Das veranlaßte ihn auch zu dem Schluß, daß nur noch wenige alte Landsleute ein reines Platt sprächen.
Von A bis W sind in Rhede gebräuchliche Wörte der plattdeutschen Mundart aufgeführt. Dahinter steht die Bedeutung in de Hochdeutschen Sprache. Wilhelm Hagedorn weist darauf hin, daß die Auflistung nur unvollständig sei bei dem Wortreichtum der Mundart. Seine Aufzeichnung soll nur als Beitrag zur Erhaltung der plattdeutschen Sprache in Rhede und Umgebung angesehen werden. Heinz Dückerhoff hat zwischen die Auflistung Fotografien aus längst vergangenen Tagen plaziert, die einen Eindruck aus dem früheren Leben in Rhede vermitteln. Das Titelblatt ziert eine Aufnahme der alten katholischen Pfarrkirche. Aus dem vierstrophigen plattdeutschen Gedicht Min lewe Rheese Platt von Maria Keitel spricht die Liebe und Sehnsucht nach der Heimat und ihre plattdeutsche Mundart - eben wie das Rheeser Platt. In einem Vierzeile heißt es: "Wänn in 't Mönsterland de plattdütsche Spraoke un de Wallheggen wäg bünt, is 't Beste drutt". (Bron: Heimatbrief, nr. 155, najaar 2000, Kreis Borken)