> nieuwsbrief > 20e jg. - 2e trimester 2002

BIJDRAGEN OVER :



De Guldensporenslag herbeleefd
In de sporen van Robrecht van Bethune

ZANNEKIN-STUDIE-UITSTAP op zaterdag 4 mei 2002

09.30 uur: samenkomst aan het station NMBS van Kortrijk (inkomhal). Bezoek aan de stad Kortrijk (de OLV-kerk, de Armorietorre, de Broeltorens, het Groeninghemonument, de resten van de Groeninghebeek).
11.00 uur: opnieuw vertrek aan het station van Kortrijk (bedoeld voor de deelnemers die later inhaken) - busrit naar Rijsel met bezichtiging van de plaats waar vroeger het kasteel van Courtray stond en vervolgens rit naar Bethune.
12.30 uur: Bethune middagmaal in Le Vieux Beffroi. Bezichtiging van de stad met het belfort, de Sint-Vedastuskerk en het Marktplein.
15.00 uur: rit via Cassel - marktplein en Casselberg (176 m), de heilige berg van Vlaanderen - naar Ieper en bezichtiging van de Sint-Maartenskathedraal met het graf van Robrecht van Bethune. 
Koffie met gebak in de Hollemeersch te Dranouter. Terugrit via Komen (met de Vlaamse School en het Cultuurcentrum Robrecht van Cassel) en Waasten naar Kortrijk met koffiepauze aldaar.
19.00 uur: einde van de studie-uitstap.

Praktische gegevens: De deelnemersbijdrage - alle kosten inbegrepen, exclusief de dranken bij het middagmaal - bedraagt 32 EUR voor leden/donateurs en hun gezinsleden. Niet-leden betalen 36 EUR. Inschrijven kan via secretariaat@zannekin.org tot uiterlijk 26 april, met gelijktijdige betaling van het verschuldigd bedrag op een van de ZANNEKIN-rekeningen: 464-8220251-39 (België), 3876953 (Postbank Nederland), 275 33-505 (Postscheckkonto Köln (Duitsland).

Cultuurtoeristische dagtrip
door Leo Camerlynck en Jan van Tongeren

We schrijven 11 juli 1302. Op de Kortrijkse Groeningekouter staat een Vlaams leger van overwegend ambachtslieden tegenover het tot de tanden gewapende Franse ridderleger. De toestand lijkt hopeloos, maar dat is buiten Vlaamse Leeuw Robrecht van Bethune en zijn mannen gerekend...
Het spannende verhaal van de Guldensporenslag blijft jong en oud fascineren. Zevenhonderd jaar na de roemrijke Vlaamse overwinning zijn de sporen in Kortrijk nog altijd niet uitgewist en waart de geest van Robrecht van Bethune nog steeds rond. Vergulde riddersporen en schilderingen van de Vlaamse Leeuw tooien de gewelven van de Onze-Lieve-Vrouwekerk. Het laatste stukje Groeningebeek en de twee Broeltorens zijn de best bewaarde getuigen van de mythische slag. Op een boogscheut liggen de restanten van het kasteel van Courtrai in Rijsel.
We volgen samen met onze gidsen Robrecht tot in zijn thuisstreek rond Bethune en Cassel, en in Ieper. En de reeds door onze vereniging/stichting bezochte stad Dowaai, de meest zuidelijke stad van Vlaanderen, hoe maakte zij zich verdienstelijk in 1302? 
We ontdekken op een verrassende manier wat we altijd al wilden weten over de Guldensporenslag, maar nooit aan de leerkracht geschiedenis hebben durven vragen. Een historisch dagje uit, met ZANNEKIN op 4 mei aanstaande! 

Bethune: Stad der "charitables"
Leo Camerlynck

Bethune noemt zichzelf een ontmoetingsplaats sinds de Romeinse tijd en over de Middeleeuwen heen tot op heden. Vandaag is het volgens het stadsbestuur meer dan ooit een stad met culturele en economische uitstraling in Artesië, en naar Vlaanderen en verder naar Europa gericht. "Terre d'échanges et d'accueil depuis la Rome Antique, au Moyen Age et plus encore aujourd'hui, Béthune a toujours su tirer parti des grandes influences qui l'ont traversée pour se développer et étendre son rayonnement culturel et économique en Artois, sur les Flandres, et bien au-delà en Europe", willen de beleidsmensen uit Bethune met enige trots kwijt. Bethune is een nijverheidsstad van om en bij 25.000 inwoners. De omgeving bestaat uit door hoge bomen omzoomde drassige weiden, "houches" genaamd. 
In 948 stichtte een zeker Robert de Eerste, bijgenaamd Faisseux, een stifst-kerk. Hij was de stamvader van een beroemd geslacht van Bethune met als bekende telg de Vlaamse monnik Sully, die minister van Hendrik de Vierde was.
Bethune was de hoofdplaats van een graafschap, dat in 1248 bij Vlaanderen werd ingelijfd. Robrecht van, Bethune, graaf van Vlaanderen, was door zijn moeder Mathilde van Bethune en van Dendermonde een man van de zuidelijkste Nederlanden. Hoe geïdealiseerd ook door Hendrik Conscience, kende hij zeer goed het belang van de zuidelijke streken van Vlaanderen voor het gelijknamige graafschap. In 1297, toen Filips de Schone Rijsel kwam aanvallen, nam hij de verdediging van Bethune op zich. Gedurende een beleg van elf weken bood hij het hoofd aan de aanvaller met de moed van een echte leeuw. Zoals bekend ging hij later samen met zijn vader Gwijde van Dampierre in gevangenschap te Chinon en te Compiègne. 
In 1305 kwam hij op vrije voeten, maar hij bleef strijdlustig. Wanneer de Franse koning krachtens het verdrag van Marquette uit 1314 de kasselrijen van Waals-Vlaanderen aan Robrecht van Bethune had ontrukt, had de graaf van Vlaanderen nog slechts één bekommenis, namelijk het terugvorderen, desnoods met geweld, van de verloren plaatsen naar het graafschap Vlaanderen.

De ezel van Buridan
Vóór de Leeuw van Vlaanderen was er nog een andere Robrecht van Bethune, die een kompaan en strijdmakker van Godfried van Bouillon was. Voorts is een bekend personage uit de Franse letterkunde eveneens afkomstig uit deze stad, namelijk Jean Buridan, een wijsgeer uit de 14e eeuw die het in 1327 tot rector bracht van de Parijse universiteit. Bekend van hem is het literair stuk "L'âne de Buridan", over de dorstige en hongerige ezel van Buridan, die op gelijke afstand stond van een bussel haver en een emmer water. Hieruit ontsproot de theorie van het bestaan van de vrijheid van onver-schilligheid.

De broederschap van de liefdadigen of barmhartigen
De "Confrérie des Charitables de Saint-Éloi de Béthune" werd gesticht in 1188 als dankbetuiging voor de uitdrijving van een pestepidemie, die in 1160 losbarstte. "Exactitude, Union , Charité", of Juistheid, Eenheid, Liefdadigheid, luidt de leuze van de broederschap. Hoe is ze ontstaan?
Toen de pest in alle hevigheid woedde durfde niemand de doden te begraven uit angst besmet te raken. Plots dook Sint-Elooi op, die zich tot twee hoefsmeden richtte: Gauthier de Béthune en Germon de Beuvry. Zij ontmoetten elkaar aan de huidige kapel van Quinty, waar zij de eed uitspraken dat ze de epidemie zouden doen ophouden. Zo is de broederschap ontstaan. De tradi-tie is door weer en wind blijven voortbestaan tot op de huidige dag. De "charitables" dragen en begraven de afgestorvenen, vroeger op de rug van een man gedragen, en vandaag met een lijkwagen, maar steeds met hetzelfde zwarte uniform en met een tweehoornig hoofddeksel. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen rijk en arm.
De "charitables" doen dit op vrijwillige basis. De broederschap telt honderden leden verspreid over een veertigtal broederschappen. De voormannen, die de broederschap voor twee jaar leiden, waren lange tijd uitsluitend hoefsmeden. Maar hoefsmeden zijn zeldzaam geworden. De traditie en de gebruiken daarentegen zijn bewaard gebleven. Zo is er jaarlijks de bietenprocessie of "procession à naviaux". Naviaux is Picardisch voor navets of bieten. Deze optocht heeft plaats te Quinty, even bij Bethune, op de zondag die het dichtst bij het feest van Sint-Matthias valt. 

Belfort en Sint-Vaastkerk
De stad heeft veel geleden onder de Eerste Wereldoorlog. De Grote Markt werd heropgericht in Vlaamse stijl. Het stadhuis werd heropgebouwd in 1928. Te midden van het plein staat het Belfort, gebouwd in 1346 en herbouwd in 1388. Met zijn 36 klokken is het de trots van de stad.
In de onmiddellijke nabijheid bevindt zich de na de Eerste Wereldoorlog gebouwde Sint-Vaast- of Sint-Vedastuskerk, waar de heilige Wilgefortis of Milfortis vereerd wordt voor de genezing van mentaal achterlijke kinderen.

Cassel, Heilige Vlaamse berg

Als de groote klokke luidt, de klokke luidt,
de Reuze komt uit.
Keere u e's om, de Reuze, de Reuze,
Keere u e's om, de Reuze, de Reuze,
Keere u e's om,
Reuzegom.

Cassel is 1313 ha groot en telt 2.243 inwoners. Van op zijn 176 meter biedt de Casselberg een uitzonderlijk zicht op de weidse omgeving. Zeer goed zichtbaar zijn de acht rechtlijnige steenstraten of heirbanen die door Cassel lopen: 1) naar Terwaan via Bavinchove; 2) naar de Leie over Thiennes; 3) naar Bonen over Ochtezeele; 4) naar Mardyck over Ekelsbeke; 5) naar Zuydcoote over Wylder; 6) naar Stegers (Estaires) en Atrecht over Strazeele; 7) naar Ieper en Brugge over Steenvoorde; 8) naar Wervik en Doornik. De Casselberg is net als de Wouwenberg, de Katsberg, de Kemmelberg, de Rode Berg en andere bergen een getuigenheuvel van de Diestiaanse zee.
Als strategisch belangrijke plaats kende Cassel in de loop van zijn geschiedenis heel wat invallers, van de Noormannen, over de Fransen, de Spanjaarden, de Engelsen, tot de Duitsers. Er vonden te Cassel trouwens drie belangrijke slagen plaats. In 1071 was er de overwinning van de graaf van Vlaanderen Robrecht de Fries op de Franse koning Filips de Eerste. In 1328 was er de zege van Filips IV van Valois met de militaire ondersteuning van Robrecht van Cassel, zoon van Robrecht van Bethune, op het Vlaamse boerenleger van Niklaas Zannekin. In 1677 was er de slag bij de Peenebeek met de overwinning van Filips van Orléans, broeder van de zonnekoning Lodewijk de Veertiende, op Willem van Oranje en de koning van Spanje. Na laatstgenoemde slag werden Cassel en Zeekantig-Vlaanderen bij Frankrijk ingelijfd. Een piramidevormige obelisk op de bijna hoogste top van de berg herinnert aan deze veldslagen.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog richtten de Franse maarschalk Foch en de Britse generaal Plumer hun hoofdkwartieren te Cassel op. Van daaruit hadden ze de leiding over de "battle of Flanders". In 1940 konden de Britten aan de voet van de Casselberg de Duitse troepen in hun opmars afremmen.
Cassel is ook de stad van de Reuzen, Reuze Papa en Reuze Mama. Het bekende Reuzelied stamt overigens uit Cassel en wordt bij de carnavaloptocht op Paasmaandag nog steeds gezongen.
Het driehoekig marktplein is één van de grootste van Vlaanderen. Het wordt omringd door een aantal prachtige panden, waarvan het mooiste ongetwijfeld het Landshuys of het "hôtel de la Noble Cour" is. Dit gebouw in Vlaamse renaissancestijl werd in de 16e en 17e eeuw gebouwd. Het was de administratieve en gerechtelijke zetel van de kasselrij Cassel, die naast Cassel zelf de steden Stegers, Hazebrouck, Mergem (Merville), Steenvoorde en Watten omvatte. Tot de Franse Revolutie zetelde daar ook de Staten van Zeekantig-Vlaanderen. De hoge dakstructuur met dakvensters, de natuurstenen voorgevel, met driehoekige en halfcirkelvormige motieven, en het portaal toveren het Landhuys om tot een opmerkelijk gebouw.
In het gebouw werd het stedelijk museum in onder gebracht. Langs de muren van de kasselrijzaal met prachtige lambrisering werd eertijds het archief verzameld van de 54 parochies, die onder Casselse jurisdictie vielen. De vijftien zalen van het museum herbergen schilderijen van de Vlaamse, Hollandse en Franse scholen, beeldhouwwerken, keramiek, faiences van Rijsel en van Sint-Omaars. Voorts werden een Vlaams interieur en een Vlaamse kroeg natuurgetrouw gereconstrueerd. Interessant is ook het vertrek van Maarschalk Foch en van Generaal Weygand, die er tijdens de Eerste Wereldoorlog verbleven.
Op het marktplein bevinden zich nog prachtige herenhuizen zoals het huis "de Fontein", het herenhuis "d'Halluin", het herenhuis Mac Mahon, het herenhuis de Lenglé de Schoebeke. Van het marktplein kan men via een "Alpijnse helling" tot op het op een na hoogste punt van Cassel, waar zich een ruim plein, ook als het terras bekend, uitstrekt vóór de Casino, een wit gebouw waar lange tijd de Vlaamse Radio Uilenspiegel een onderdak vond. Radio Uilenspiegel zend nu uit van op de Grote Markt. Op de plaats van het Casino bevond zich het castellum, waarnaar Cassel werd genoemd. Op diezelfde plek verrees in 1075 onder Robrecht de Fries de Sint-Pietersstiftskerk met crypte. In 1223 werd het huwelijk tussen Margaretha van Vlaanderen, de jongste dochter van Boudewijn IX, en Willem van Dampierre, grootvader van Robrecht van Bethune, voltrokken. Van de hele kerk blijven enkel nog wat fundamenten over en een deel van de crypte, waar het stoffelijke overschot van Robrecht de Fries rust.
Van op dit plein is het nog een paar meter tot het hoogste punt van de Casselberg, waar een monument ter ere van Maarschalk Foch staat en de Kasteelmolen of Casteel Meulen. Deze molen stond oorspronkelijk in Arneke, waar hij de naam Brandstakemolen droeg. In 1948 werd hij naar Cassel gebracht op een plaats waar voordien ook een windmolen stond, die in 1911 afgebrand is. In het begin van de 20e eeuw waren er in Cassel nog 24 molens. 
Een ander merkwaardig gebouw is ongetwijfeld de driebeukige hallenkerk van Onze-Lieve-Vrouw, gebouwd in 1290. Het gebouw heeft veel geleden onder brand en verwoesting tot ze in de 18e eeuw grondig werd gerestaureerd. De grondvesten en de basis van de kerk zijn uit ijzerzandsteen terwijl er zich tussen de zandstenen blokstenen drie rijen platte bakstenen bevinden, die in visgraatstructuur of opus specatum zijn gemetseld. Boven het altaar prijkt een houten gebeeldhouwd retabel uit de 18e eeuw. De smeedijzeren communiebank is in Lodewijk XIV-stijl. Het orgelbuffet draagt standbeelden van koning David en de heilige Cecilia. In de kapel van de heilige Maagd staat een zeer oud beeldje van Onze-Lieve-Vrouw van de Crypte. Links bij het betreden van de kerk prijkt op een paneel met een familiewapen de mooie Vlaamse leuze "Tack plooyt nooyt".
Niet ver van de hallenkerk staat de voormalige Jezuïetenkerk met barokgevel, waar voorheen Onze-Lieve-Vrouw van Scherpenheuvel werd vereerd. De kerk doet thans dienst als brandweerloods. Typisch voor Cassel zijn ook de hellende steegjes die naar verschillende plaatsen aan de voet van de berg leiden.
Cassel is ook de geboortegrond van belangrijke personen. De Casselnaar Karel Viruli was in 1499 rector van de Leuvense Universiteit. De humanistische geneesheer Nicasius Elleboudt zag het levenslicht te Cassel in het begin van de 16e eeuw en overleed te Preßburg (Bratislava, nu Slovakije) in 1577. Pieter Daeten of Petrus Datenus werd in Cassel geboren in 1531 en overleed in Elbing (Elblag, nu Polen). Deze protestantse hervormer vertaalde de psalmen naar het Nederlands. De versie van Datenus geldt nog grotendeels in de Hervormde Kerk van Nederland en van Zuid-Afrika. Hij vertaalde ook de Heidelbergse Catechismus. Via Gent, Holland, Zeeland kwam hij in Frankental terecht en vervolgens in Stade om in de buurt van Danzig (Gdansk) zijn laatste levensjaren door te brengen als predikant en geneesheer. Een der bekendste strijdmakkers van Napoleon was niemand minder dan generaal Dominique Vandamme, wiens naam in de Parijse Arc de Triomphe gebeiteld staat. Hij was de held van de veldslagen bij Austerlitz en Ulm.

Mededelingen 

Hernieuwing bijdragen
Het hernieuwen van de bijdragen verliep andermaal vlot - waarvoor de dank van onze penningmeester. Toch bleef, al even traditiegetrouw, zowat 1/4 van de leden totnogtoe "in gebreke".We hopen alsnog op hun bijdrage. Ter herinnering: de bijdrage voor 2002 beloopt (inbegrepen het Jaarboek de Nederlanden 'extra muros' en de Nieuwsbrief) 20 EUR. We herinneren er tevens aan dat de prijs van het jaarboek na verschijnen 23 EUR (zijnde de boekhandelsprijs) beloopt, te verhogen met 3 EUR verzendkosten.

1302: een Heel-Nederlands gebeuren
Zo luidt de titel van de eerstdaags te verschijnen publicatie van de hand van Leo Camerlynck, vice-voorzitter van ZANNEKIN. De brochure behandelt in kort bestek een aantal aspecten van de Guldensporenslag van 11 juli 1302, met vooral aandacht voor het Heel-Nederlandse karakter van het gebeuren. Ze is de ZANNEKIN-bijdrage tot dit Guldensporenjaar en zal samen met het nieuwe jaarboek aan de leden/donateurs toegestuurd worden. De deelnemers aan onze Studie-uitstap van 4 mei zullen er op die datum reeds mee kennis kunnen maken.

Museumexkursion
Op 15, 16 en 17 maart 2002 onderneemt de Kulturkreis Schloss Raesveld e.V. een driedaagse Museumexkursion naar Noord-Brabant, met museumbezoek te Eindhoven, Breda en Tilburg en een afsteekertje naar het vlakbij gelegen Kempenland in België. Voor nadere info: Burloer Str. 93, D; 46325 Borken, tel. 0 28 61/82, e-post kulturkreis@kreis.borken.de

Genealogische databank op CD-rom
Het Heimatverein der Erkelzenzer Lande e.V. startte een paar jaar terug met de uitgave van genealogische gegevens op CD-rom. Einde 2001 verscheen in die reeks reeds een 3e CD-schijf, waarop gegevens uit 25 Standesämter bzw. Pfarrämter - Altdorf, Amelunxen, Baal, Blankenau, Drenke, Gereonsweiler, Hasselweiler, Hehn, Kirchhoven, Münstereifel, Myhl, Niederkrüchten, Rath, Teveren, Wehreden, Welz, Erkelenz, Geilenkirchen, Gerderath, Hünshoven, Kleindgladbach, Ophoven en Orsbeck. De datadrager brengt gegevens over 90.438 geboorten/dopen, 20.160 huwelijken, 50.037 sterfgevallen - hetzij in totaal 692.110 personen. Meer info: Herrn Theo Görtz, Johanismarkt 17, D. 41812 Erkelenz, tel. 02431-85 208. E.post: theo.goertz@erkelenz.de

Frans-Vlaamse veertiendaagse Nieuwpoort-Grevelingen
Grevelingen/Gravelinnes kan zich de jongste tijd voorwaar niet beklagen over gebrek aan belangstelling. In het najaar van 2001 waren wij er met onze studie-uitstap te gast en werden er verwelkomd dooe de burgemeester. Van 30 maart tot 14 april a.s. fungeert hetzelfde Grevelingen als patnerstad van de door Nieuwpoort - reeds voor de 28e keer - ingerichte Frans-Vlaamse veertiendaagse. De in dit kader ingerichtte tentoonstelling (in de zaal Iseland van de Nieuwpoortse vismijn) heeft dit jaar Vuurtorens van Frans-Vlaanderen tot Zeeuws-Vlaanderen en "Grevelingen" tot thema. Méér info over het volledige programma van de 14-daagse: Dienst Toerisme & Cultuur, Stad-huis, Marktplein 7, 8620 Nieuwpoort, tel. 058-224 444.

Voettocht Peenebeek
De jaarlijkse Zwijgende Voettocht aan de Peenebeek start dit jaar aan de kerk te Zuytpeene om 14.00 uur. Als steeds gaat de tocht door op de vierde zaterdag van april; dit jaar dus op 27 april. Met de voettocht wordt traditiegetrouw de Slag aan de Peenebeek van 1677 herdacht, waarnaar ook verwezen wordt in de bijdrage over Cassel van deze Nieuwsbrief.

Meiveld
Voor wie uitziet naar een alternatief voor onze Studie-uitstap van zaterdag 4 mei, raden wij graag deelname aan aan de 6e editie van het Meiveld. Deze manifestatie gaat dit jaar door te Broekburg/Bourbourg en brengt, naast wandelconcerten en een fototentoonstelling over Broekburg, ook een feestzitting (om 10.00 uur) in de feestzaal van het stadhuis, waar een drietal voordrachten op het programma staan:
* Eric Vanneufville zal het hebben over De Belgische aanwezigheid in Frans Vlaanderen tijdens de Grote Oorlog.
* Dree Peremans zal Edmond de Coussemaker als musicoloog behandelen, 
* Paul Breyne, de Westvlaamse gouverneur, zal aandacht besteden aan Grensoverschrijdende samenwerking: recente initiatieven en toekomstperspectieven.
Alle verdere info via de secretaris Luc Vanacker, Helvetiastraat 44, B. 8670 Koksijde. Telefoon 058-517 704. E-post: ljavanacker@yahoo.com

In de marge van 4 mei
In de rand van onze studie-uitstap verzorgt mevr. D. van Wallene-Sweers andermaal een soort vóórprogramma volgens het stramien van een wandelvacantie. Op zaterdag 27 april staat Zottegem op de agenda, op 28 april Doornik, op 29 april Waasten, op 30 april Rijsel, op 1 mei Oudenaarde, op 2 mei Ieper/Kemmel en op vrijdag 3 mei Lampernisse/Diksmuide. Voor alle verder info hieromtrent: één adres: Dreef 9, NL. 3625 BJ Kockengen, tel. (00)31(0) 346 241 513 (tussen 21.00 en 22.00 uur).

Jaarboek 'De Nederlanden extra muros' 24 (2002)

Niettegenstaande de uitbreiding van ons jaarboek van 179 naar 208 pagina's bleken niet alle in de vorige Nieuwsbrief aangekondigde bijdragen onder dak te kunnen gebracht worden in het 24e jaarboek, dat in de loop van mei j.l. verschenen is. 

De meest recente informatie omtrent de inhoud van het nieuwe jaarboek leest u in de Nieuwsbrief 3/2002. Daar wordt ook aandacht gevraagd voor een tweede zopas verschenen ZANNEKIN-uitgave, nl. 1302 - een heel-Nederlandse geschiedenis van de hand van onze vice-voorzitter Leo Camerlynck.


Van de Voorzitter

Van de bestuurstafel
Eén van de zaken die tijdens de op 15 december te Antwerpen gehouden bestuursvergadering besproken is, had betrekking op het definitief regelen van de geldelijke bijdragen van gasten die deelnemen aan de door ons ingerichte activiteiten. In dit kader werd het volgende besloten:
1° gasten die te kennen geven niet te willen toetreden tot onze ledenkring zullen in het vervolg alleen die Nieuwsbrieven ontvangen waarin een Studie-uitstap of Ontmoetingsdag wordt aangekondigd;
2° niet-leden betalen voor deelneming aan de hierboven genoemde activiteiten 10% méér als tegemoetkoming in de voor hen te maken kosten. Deze regel geldt uiteraard niet voor de gezinsleden van leden die hun bijdrage betaalden.
In de praktijk gaat dit betekenen dat gasten - die zich als dusdanig laten kennen - in het vervolg geen acceptgiro meer zullen ontvangen. We hopen dat met het hierboven genoemde besluit de irritatie, die de bijsluiting van dit formulier bij sommigen veroorzaakte, is weggenomen.

Wisseling van de wacht
Wie wil weten hoelang Jozef Deleu heeft leiding gegeven aan het tijdschrift Ons Erfdeel hoeft alleen maar te kijken naar het getal dat de jaargang aanduidt. Op de omslag van de lopende jaargang prijkt het cijfer 45. Het is de stille getuige van een onafgebroken volgehouden inspanning. En daar komt met ingang van 1 mei a.s. een eind aan; op die datum draagt hij de leiding over aan zijn opvolger Luc Devoldere die zal worden bijgestaan door de huidige redactiesecretaris en eindredacteur Dirk van Assche.
Ik heb er grote behoefte aan om namens de ZANNEKIN-kring Jozef Deleu van harte te bedanken voor alles wat hij in Ons Erfdeel aan ons taalgebied heeft geschonken. Op velerlei wijze is de betekenis daarvan in het verleden onderstreept en zal zeker bij zijn afscheid nog eens beklemtoond worden.
Aansluitend wens ik de "nieuwe" leidinggevenden kracht en wijsheid toe bij de uitoefening van hun taak. Ik heb opzettelijk "nieuwe" tussen aanhalingstekens geplaatst; immers bepaald nieuw zijn beide heren niet. Als nauwe medewerkers van Deleu gedurende langer of korter tijd hebben ze weet van de koers waarin gevaren moet worden. In het vertrouwen dat die met hun benoeming voor de toekomst is veilig gesteld kan Deleu met een gerust hart terugtreden.

Een terloops neergeschreven kanttekening
Uit de geschiedenis van onze vereniging/stichting is de naam van de Frans-Vlaamse priester Jean-Marie Gantois niet weg te denken. Immers het is in zijn voetspoor dat ZANNEKIN - waarvoor hij de aanzet gegeven heeft - de lijn heeft doorgetrokken tot op de dag van vandaag. Kom je dan in één of ander geschrift zijn naam tegen dan ben je al bij voorbaat gespitst. Die gespitstheid werd tot verbazing bij het lezen van het artikel van Paul Renard in de jongste aflevering van het jaarboek De Franse Nederlanden. Hij bespreekt daarin een aantal in het Franse Noorden spelende misdaadromans. Dat schrijvers zich vaak vrijheden veroorloven is bekend en ook dat ze daardoor de waarheid wel eens geweld aandoen. Maar je knippert toch wel een keer extra met je ogen als je te lezen krijgt dat één van de schrijvers Gantois een zoon laat verwekken (p. 42, "Jacky Dewiche, qui fait inoculer l'ataxie à Hazebrouck (et qui est le fils naturel du réel collaborateur, l'abbé Jean-Marie Gantois,...) die op een carnaval van Duinkerke wordt vermoord.
Ik heb me afgevraagd of het in overeenstemming is met de regels van de wellevendheid iemands naam op dergelijke wijze in opspraak te brengen. En waarom moest uitgerekend deze priester in deze vorm als romanfiguur dienst doen? Heeft de schrijver Gantois persoonlijk gekend en wilde hij op deze wijze mogelijk een rekening vereffenen? Dit zijn zomaar een paar vragen die bij me opkomen en waarop ik geen antwoord weet te geven. Of de schrijver deze woorden onder ogen zal krijgen, weet ik niet. Mocht dat het geval zijn dan nodig ik hem uit tekst en uitleg te geven. Ik ben - en ik ben ervan overtuigd: velen met mij - zeer geïnteresseerd in de waarheid die mogelijk schuilgaat achter zijn terloops neergeschreven kanttekening.

Herstel van een historische situatie
Met ingang van 1 januari 2002 hebben de inwoners van het grootste deel van de Europese Unie te maken gekregen met een nieuw muntstelsel als zichtbaar teken van de in de loop der voorbije jaren gegroeide eenheid. Inmiddels zal voor de meesten de gewenningsperiode met betrekking tot het hanteren van het nieuwe geld wel zo ongeveer achter de rug zijn; men zal inmiddels de voordelen ontdekt hebben van het bijna overal kunnen betalen met dezelfde munt. Het is mij opgevallen dat er in de media in het geheel geen aandacht geschonken is aan een geheel ander facet van de invoering van de euro en wel dat van het herstel van een historische situatie in het aan de Nederlanden grenzende gebied. Wie uit deze streken teksten uit vroeger eeuwen onder ogen krijgt, leest daarin bij herhaling dat de zakelijke belangen geldelijk vrijwel uitsluitend werden afgehandeld in guldens.
Als gevolg van de toenemende afbakening van het eigen grondgebied - met name is dat het geval geweest in de 19e eeuw - verloor deze munt steeds meer aan betekenis als "internationaal" betaalmiddel. Het is te danken aan de keer van het getij dat er nu weer grensoverschrijdend betalingsverkeer mogelijk is met gebruikmaking van dezelfde munteenheid. Dat heeft wel de "bijzetting" van de nationale munten tot gevolg gehad, maar die "plechtigheid" weegt ruimschoots op tegen het gemak waarmee nu betalingen kunnen worden gedaan zonder daarbij door staatsgrenzen te worden gehinderd.

Ook Bentheim was vertegenwoordigd in Waterloo
Dirk Wenning was net 18 jaar geworden toen er aan Napoleons heerschappij in de Graafschap Bentheim een eind kwam. Veertien dagen nadat de laatste Franse troepen zijn woongebied hadden verlaten, kwam op 27 november 1813 uit Hannover het bevel dat in Bentheim een 600 man sterk verdedigingsbataljon moest worden gevormd. Ook Dirk Wenning moest daar deel van uitmaken; hij werd ingelijfd bij de 1e in Bentheim gelegerde compagnie. Op 14 augustus 1814 rukte het bataljon uit om deel te gaan nemen aan de bezetting van Vlaanderen en Frankrijk.
Toen Napoleon van zijn verbanningsoord Elba was teruggekeerd en een nieuw leger had gevormd, kwam het op 18 juni 1815 tot de beroemde slag bij Waterloo waaraan ook de uit de Graafschap afkomstige troepen deelnamen. Ze hadden tot taak de flank van het eigen leger te beschermen, kwamen doordoor de vijand niet te zien en leden ook geen verliezen.
Na afloop van de slag achtervolgden ze de vluchtende Franse troepen tot Parijs. Daarna verbleven de Bentheimers nog zes maanden in bivak in het Woud van Boulogne bij Parijs. Deze stad was voor de soldaten uit Bentheim een grote belevenis. Pas een jaar en vijf maanden na hun vertrek uit de geboortestreek keerde het Bentheimse bataljon op 18 januari 1816 terug in de Graafschap. Eind januari werden de soldaten - en dus ook Dirk Wenning - uit de dienst ontslagen. (Bron: Bentheimer Jahrbuch 2002, p. 289).

Het Zuiderterras
Onder dit opschrift verzorgt Guido Fonteyn elke dinsdag een rubriek in De Standaard, waarin hij een onderwerp aansnijdt dat betrekking heeft op het Walenland. In de krant van 11 september 2001 reageert hij op een brief die hij ontvangen heeft uit Li Banbwès. De afzender was niemand minder dan ons bestuurslid Roger Viroux. Hij schreef zijn brief naar aanleiding van het bezoek van de Zwitserse Lili Nabholz-Haidegger aan België gebracht namens de Raad van Europa om onderzoek te doen naar de situatie van de Franstaligen in de Vlaamse rand rond Brussel.
Ook Viroux heeft met haar gesproken toen ze aanwezig was in het Elysette (het centrum van de Waalse regering) te Namen en wel als vertegenwoordiger van de Waalse schrijvers. Blijkbaar had J.C. van Cauwenberghe - de Waalse minister-president - haar laten weten dat er in het zuidelijke landsdeel ook een Waals taalprobleem bestaat. Een verslag over de bescherming van de minderheden mocht naar zijn mening niet beperkt blijven tot de "eeuwige klaagzang van de francofonie rond Brussel".
Viroux heeft de Zwitserse dame proberen duidelijk te maken dat Walen niets tegen Vlamingen hebben. Komt een Vlaming in een Waals dorp wonen, dan leert hij Waals en Frans. Maar als een Franstalige Brusselaar zich in Wallonië vestigt, dan weigert hij Waals te leren; hij dringt zijn taal aan de Walen op overtuigd als hij ervan is dat het Frans een superieure taal is. Verder heeft Viroux mevr. Nabholz meegedeeld dat in Wallonië het Waals een verplicht vak in het onderwijs moet worden. Uit haar reactie bleek dat ze niet op de hoogte was van het bestaan van een Waalse taal. Dat die niet wordt onderwezen is te wijten aan de francofonie die met haar taal Wallonië heeft gekoloniseerd. Maar voor het herstel van de Waalse economie wordt ze van geen belang geacht. Ook dat heeft Viroux de dame uit Zwitserland proberen uit te leggen.


Marten Heida
Prins Willem Alexanderpark 53
NL 3905 CB Veenendaal, Tel. 0318-510 087