> nieuwsbrief > 20e jg. - 3e trimester 2002

BIJDRAGEN OVER :

 

Mededelingen

  Hernieuwing bijdragen

Wie tijdig zijn bijdrage hernieuwde vond de gedrukte versie van deze Nieuwsbrief als bijlage aan de 24e editie van ons jaarboek De Nederlanden 'extra muros'. Daarbovenop vond hij bovendien nog, bij wijze van extra-editie van de Nieuwsbrief, een exemplaar van de keurig ogende uitgave 1302: een Heel-Nederlands gebeuren van de hand van onze vicevoorzitter Leo Camerlynck. ZANNEKIN-leden kunnen zich dit jaar dus extra verwend voelen.

Niet-leden op heden kunnen beide uitgaven alsnog verwerven door overboeking van 20 EUR op een van onze rekeningen (zierubriek info). Tot einde juni handhaven we voor oudleden nog de ledenprijs. Vanaf 1 juli geldt de boekhandelsprijs, hetzij 23 EUR (te verhogen met 3 EUR verzendkosten).

1302: een Heel-Nederlandse geschiedenis

Zo luidt de titel van de zopas verschenen publicatie van de hand van Leo Camerlynck, vicevoorzitter van ZANNEKIN. De brochure behandelt in kort bestek van 80 pp. een aantal aspecten van de Guldensporenslag van 11 juli 1302, met vooral aandacht voor het Heel-Nederlandse karakter van het gebeuren. Ze is de ZANNEKIN-bijdrage tot dit Guldensporenjaar en werd samen met het nieuwe jaarboek aan de leden/donateurs toegestuurd. De uitgave is uiteraard ook afzonderlijk verkrijgbaar. Mits vooruitbetaling van 5 EUR per exemplaar (verzendkosten inbegrepen) bezorgen wij u graag het gevraagde aantal exemplaren. Verderop komen we op deze uitgave terug.

Zesde Vlaams Feest - Guldensporenherdenking: Kaaster 7 juli 2002

Toen de leden van de Werkgroep de Nederlanden in 1990 een eerste Guldenporenherdenking in Frans-Vlaanderen hielden, spraken velen van een waagstuk. Dat waagstuk van toen, we waren met tweehonderd Vlamingen, is intussen een tweejaarlijkse hoogstaande volkse traditie geworden. Dit jaar vieren Vlamingen van beide kanten van de Schreve in het Frans-Vlaamse Kaaster op 7 juli voor de zesde keer het Feest van de Vlamingen. Dat lustrum beslaat een volle dag Om 11 uur draagt Frans-Vlaanderenbezieler Cyriel Moeyaert samen met professor Piet Thomas in de parochiekerk van Kaaster een Nederlands-Franstalige mis op. Het koor De Notenkrakers van Schoten luistert deze mis op met Vlaamse religieuze liederen. Vanaf 14 uur concerteert de harmonie van Kaaster er op het plein voor de gemeentelijke feestzaal. Kinderen tot 15 jaar kunnen er deelnemen aan de leeuwenballonnenwedstrijd en men kan er ook allerlei volksspelen beoefenen. Om 15 uur start dan het Vlaams Feest - Guldensporenherdenking in de gemeentelijke feestzaal. Onder leiding van dirigent: Bert Peeters en met steun van het Plovikoor uit Beauvoorde zingen we samen over ons gemeenschappelijk vaderland. De Frans-Vlaamse dichters J.N. Ternynck en A. Rimbert dragen hun Vlaamse gedichten voor. Voormalig ministerpresident Luc van den Brande brengt een groet vanuit de Vlaamse Gemeenschap. Ghyslain Gouwy vertelt de legende van TijI Uilenspiegel. Marc Kokelenberg getuigt over de Nederlanden in Frankrijk via gedichten van Michiel de Swaen. Emmanuel Looten en Bert Peleman. Hexa, vier vroede (wijze) vrouwen, zorgt voor de muzikale omlijsting. En niet te vergeten: het derde gereconstrueerde schilderij van de Drie-Maagdenkapel utgevoerd door het atelier Bart Verbeke uit Gent wordt onthuld en geïnstalleerd in de kapel die teruggaat tot de Frankische Tijd. Alle Vlamingen en Nederlanders of ze nu uit Nederland, België of Frankrijk komen, zijn uitgenodigd om in Kaaster hun Vlaming zijn te vieren en bewust te gedenken. Kaaster (Caëstre) tussen Belle (Bailleul) en Kassel (Cassel) is vlot bereikbaar via Poperinge-Steenvoorde. Meer info op tel/fax 09 230 35 25 of via e-post johan.vanherreweghe@pandora.be . Dit feest komt tot stand met de steun van "Vlaanderen Feest". (JvH)

Studie-uitstap Bethune 4 mei

Het enigszins ruige weer slaagde er niet in een domper te zetten op de aangename sfeer die als steeds in de hand gewerkt werd door de leerzame commentaren en toelichtingen verstrekt door zowel Leo Camerlynck als Jan van Tongeren. Bij het "ter perse gaan" van dit nummer van de Nieuwsbrief - die aan de leden samen met het jaarboek toegestuurd werd - konden we nog niet beschikken over de pennevruchten van sneldichter Marcel Denduyver - die zijn gelegenheidwverzen wel reeds ten gehore bracht bij de afsluit van de uitstap. U leest ze beslist in het volgende nummer.

 

1302: een Heel-Nederlandse geschiedenis

   

Jaarboek 'De Nederlanden extra muros' 24 (2002)

De heiligheid van lijnen

Duitse Nederlandkenner over oude grenzen en een grenzeloos Europa

H.W. von der Dunk

Buitenlandse historici hebben weinig belangstelling voor de Nederlandse geschiedenis. Horst Lademacher wèl. Hij schreef doorwrochte artikelen over het territorium dat de Benelux en Noordwest-Duitsland omvat.

  Momenteel studeren meer Duitsers Nederlands dan Nederlanders Duits. Terwijl op politiek vlak de samenwerking toeneemt en onlangs tussen Nederland en Noordrijn-Westfalen weidse plannen voor verdere intensivering op tafel kwamen, stort hier de germanistiek catastrofaal ineen zodat de taal van het grootste en belangrijkste buurland al tot de "kleine letteren" wordt gerekend en door jongere generaties zienderogen wordt geradbraakt. Zelfs in wetenschappelijke kringen citeert men vandaag doodleuk Kant, Freud of Max Weber in het Engels.

Tegelijkertijd ondervinden Nederlandse taal en literatuur aan Duitse universiteiten en zelfs aan middelbare scholen steeds meer interesse. Maar opmerkelijkerwijs ligt het bijgeschiedenis omgekeerd: er is een aantal Duitslandkenners onder Nederlandse historici, maar bij buitenlandse, dus ook Duitse historici staat Nederland doorgaans weinig in de belangstelling. Behalve - altijd weer - die eeuwige Gouden Eeuw.

Een van de grote uitzonderingen is Horst Lademacher, voormalig directeur en motor van het Institut für Niederlande-Studien in Münster. Als gewezen hoogleraar aan de VU kent hij Nederland ook van binnen en hij heeft in diverse doorwrochte boeken aan Duitse lezers duidelijk gemaakt dat de geschiedenis hier niet met de stadhouder-koning en de vrede van Utrecht in 1713 was afgelopen. Een aantal artikelen, deels redevoeringen, over het territorium dat de Benelux en Noordwest-Duitsland omvat, heeft hij nu gebundeld.

De reden van die geografische afbakening is duidelijk en Lademachers afsluitende beschouwing over cultuur, regio en natie vormt de eigenlijke quintessens, de kapstok van de bundel en tevens zoiets als een programma dat aan zijn hele werk ten grondslag ligt: een verenigd Europa kan niet alleen uit de Brusselse ambtenarenhemel vallen, wil het levensvatbaar worden. De transnationale euregio's hebben daarbij een wezenlijke functie naast het oplevende interne regionalisme. In beide gevallen immers verliezen de gefixeerde nationale grenzen iets van hun culturele en politieke gewicht. Ook die nationale grenzen zijn uiteraard historisch.

Afgepaalde eenheid

In het verre verleden bestonden saamhorigheidsverbanden op grond van taal of dialect, religie, leefwijze, landschap, die geenszins met die latere vaste natiegrenzen correspondeerden; daarbij heeft het begrip "grens" in de loop der tijden een zeer variabele betekenis gehad. Bij een grens hoort als logisch complement de ruimte; ruimte als afgepaalde eenheid. Een kardinale historische vraag is wat die ruimte die altijd door grenzen werd en wordt geschapen, voor soort eenheid oplevert en - meer toegespitst - of die grenzen het resultaat van een als reëel gevoelde ruimtelijke eenheid zijn, of dat omgekeerd die ruimtelijke eenheid het resultaat van grenzen is die op een gegeven moment om politieke, dynastische, of wat voor redenen ook werden opgesteld.

De naoorlogse geschiedenis demonstreert als bijna geen andere periode de betekenis van grenzen die het gevolg waren van overleg en ruzie aan de conferentietafel. Wie toevallig in 1945 twee kilometer ten oosten van de Elbe zat, werd in een andere staat gedompeld en kreeg bijgevolg een andere indoctrinatie en levensloop mee dan wie twee kilometer westelijker woonde. Overbodig te zeggen dat dit daarom een van de meest intrigerende kwesties van de geschiedenis is, die weer eens een brandende actualiteit heeft gekregen met betrekking tot de grenzen van Europa.

Daarbij dringt zich vandaag echter ook de conclusie op dat het gewicht van de ruimte, in deze zin van een territoriale eenheid die een historisch saamhorigheidsbewustzijn in stand houdt of bevordert, tevens sterk gewijzigd en verminderd is door de globalisering en door de moderne communicatiemiddelen. De aanslagen van 11 september in New York waren aanzienlijk dichter bij Hilversum dan Brussel. En de enorme mobiliteit van de bevolkingen, de stromen van allochtonen verminderen eveneens dat gewicht van een specifieke territoriale ruimte, die in vroeger eeuwen het bewustzijn en alledaagse leven van het gros van de mensen beheerste.

Lademacher gaat bij zijn ruimtevoorstelling uit van de naoorlogse constellatie ten gevolge van moderne politiek-economische structuren en relaties. Die ruimte valt deels, maar niet volledig, samen met oudere concepties en verbanden. Het idee van een oorspronkelijke Nederduitse saamhorigheid op grond van taalverwantschap, en daarmee ook van mentale of stamverwantschap, heeft onder invloed van romantisch-volkse theorieën in het verleden een twijfelachtige rol gespeeld. Door een Duits hegemoniestreven en expansionisme, waarbij reminiscenties aan het Heilige Roomse Rijk en racistische opvattingen een belangrijke rol speelden, is dit soort saamhorigheidsgedachten na de Hitlercatastrofe in diskrediet geraakt. Er kan dan ook geen sprake zijn van het weer opgewarmde oude menu. We hebben te maken met andere premissen in een veranderd Nederland, Duitsland, Europa. Historische tradities hebben daarbij onmiskenbaar hun betekenis, maar het is even onmiskenbaar dat het de huidige generatie is die bepaalt wat ze ermee doet. Het verleden is uiteindelijk altijd wat het heden ervan maakt.

Lademacher distantieert zich dan ook stilzwijgend van een aprioristische romantische verwantschaps- of stamconceptie, zoals die nog door de historicus F. Petri in Münster na de oorlog in aangepaste vorm werd uitgedragen. Hij beveelt juist aan om na te gaan welke factoren door de generaties heen grenzen hebben geschapen en welke in het bewustzijn zijn verankerd. En het is duidelijk dat in de reusachtige grabbelton van de geschiedenis altijd tal van elkaar doorkruisende lijnen en afbakeningen kunnen worden gevonden. Maar wie een verenigd Europa wil, aldus de boodschap, zal moeten aanknopen bij transnationale regionale eenheden en daarbij kan hij de geschiedenis niet verwaarlozen.

Aansluitend bij zowel actuele als historische samenwerkingsverbanden behandelt de auteur capita selecta van de drie landen, die in het huidige Europa steeds meer met elkaar te maken hebben. En daarbij staan de stukken over Nederland in de bundel veruit centraal. De logische tegenhanger van de actuele slotboodschap vormt het openingsartikel over de wording van een Nederlands staatsgeheel uit het Bourgondisch-Habsburgse landencomplex in de zestiende eeuw. Want die wording is een plastische demonstratie van de historiciteit en ook de toevalsfactoren waardoor grenzen kunnen ontstaan die later een heilige vanzelfsprekendheid hebben gekregen.

Lademacher is in alles de antipode van Schama, die met zijn boek over de zeventiende eeuw internationaal furore maakte. Hier geen opzienbarende, uitdagende theses, geen gewaagde evocaties waarbij het literaire effect en briljante spektakel ook wel eens ten koste gaan van de wetenschappelijke zuiverheid, maar een getemperde, evenwichtige en genuanceerde betoogtrant en een op grondige vertrouwdheid met de hele discussie en literatuur gebaseerde balans. Lademacher daagt niet uit, maar wil een synthese geven van wat de vakliteratuur naar voren heeft gebracht, soms aangevuld met eigen bronnenonderzoek. Dat betekent in dit geval voor negentig procent de Nederlandse vakliteratuur. Hij vat samen, maar stelt daarbij ook telkens vragen, die tot verder na- en doordenken uitnodigen. Hij beklemtoont vooral de tegenstelling tussen politiek-ideologische beginselen en economische belangen.

Tegenstrijdigheid

Ook in het directe naoorlogse beleid onderstreept Lademacher de economische prioriteiten die een harde reparatiepolitiek jegens Duitsland onwenselijk maakten met het oog op ╦Nederlands agrarische export en industriële import. Een koers die op gespannen voet stond met de ideologische en psychische dispositie in het land. Duidelijk komt daarbij zowel de feitelijk zwakke positie van Nederland bij de geallieerden naar voren als de nog steeds achterlopende politieke mentaliteit en inschatting van de eigen mogelijkheden. In zoverre was er minder veranderd door de oorlog dan men oppervlakkig gezien zou denken. Ook bij de latere verhouding tot Duitsland signaleert Lademacher terecht doorlopend die tegenstrijdigheid tussen de door harde belangen gedicteerde realistische en goede samenwerking met de Bondsrepubliek en de onverminderd anti-Duitse sentimenten bij de publieke opinie en in intellectuele en mediakringen. Ik zelf heb er al eerder op gewezen dat de laatsten de oude predikantenfunctie hadden overgenomen als tegenwicht tegen de onideologische handelsgeest, die tenslotte echter altijd de doorslag gaf en geeft. Ten aanzien van de Bondsrepubliek is er de laatste jaren misschien van een wegebben van oude sentimenten sprake, wat niet wegneemt dat Nederland moeite heeft zijn vertrouwde opstelling met de rug naar het oosten vaarwel te zeggen. Omgekeerd is in Duitsland kennis van Nederland en zijn geschiedenis nog niet altijd in overeenstemming met de toenemende belangstelling. Het werk van Lademacher heeft echter een dubbele functie, want wij zijn niet rijkelijk bedeeld met historische werken over Nederland gezien door een buitenstaander.

________________________

N.a.v. Horst Lademacher, Der europüische Nordwesten. Historische Prägungen und Beziehungen. Waxmann Velag, 392 blz. f 88,40. (Bron: NRC Handelsblad, 23 november 2001).

 

De Franse Nederlanden / Les Pays-Bas Français

In de loop van april jl. verscheen het 27e tweetalige jaarboek De Franse Nederlanden, uitgegeven door de Stichting Ons Erfdeel vzw. Ook deze editie brengt wetenschappelijk verantwoorde informatie over aspecten van Frans-Vlaanderen en de betrekkingen van deze streek met Vlaanderen en Nederland.

* Pierre Mauroy was van 1973 tot 2000 burgemeester van Rijsel. Patrick Oddone schetst de loopbaan van deze invloedrijke Franse politicus, die als voorzitter van de 'Communauté urbaine" een grote invloed blijft uitoefenen op het beleid.

* Valérie Kempinaire werkt als adviseur bij de Waalse dienst voor arbeidsbemiddeling in Moeskroen. Vanuit die positie heeft zij een goed beeld op het economisch belang van het Nederlands. De hoge werkeloosheid in Henegouwen en Frans-Vlaanderen en de krapte op de Vlaamse arbeidsmarkt maken dat de kennis van het Nederlands een belangrijke troef is geworden.

* Dirk Verbeke geeft in zijn bijdrage Landschappen van schoonheid en verdriet een overzicht van de carrière van de Frans-Vlaamse regisseur Bruno Dumont, wiens beide langspeelfilms 'La vie de Jésus' en 'L'humanité' zijn Frans-Vlaamse grensstreek - hij is geboortig van Belle - tot decor hebben.

* Sinds de Franse Revolutie hebben de onderwijsministers altijd gepoogd het Frans als enige onderwijstaal op te leggen. Volgens hen was dat het beste middel om een nationale eenheid te smeden. Joël Ravier beschrijft hoe de eerste inspecteurs van het lager onderwijs uit Frans-Vlaanderen strijd voerden tegen de dialecten en het Vlaams.

* In een uitgesponnen bijdrage beschrijft Ludo Milis de geschiedenis van Vlaanderen in het jaar duizend. De auteur toont aan hoe in dit gebied tussen de Somme en de Schelde aan een bloeiende toekomst gewerkt werd. De ambities van het Franse vorstenhuis en het besef van de bewoners dat ze over een  eigen identiteit beschikten, hielden gelijke tred met een groeiende economische dynamiek.

* Eind 2001 werd in Robeke/Roubaix het vernieuwde 'Musée des arts et industries textiles' geopend. Het museum is gevestigd in een prachtig art deco-zwembad. Chantal Tardif bespreekt de geslaagde renovatie en de collectie van dit museum. In Kunst en textiel in Roubaix behandelt ze ook kort de 'Manufacture des Flandres'.

* Het zevental kortere kroniekbijdragen besteedt in kort bestek aandacht aan evenzoveel items. Het Lexicon van Cyriel Moeyaert bestudeert de schrijftaal van de Frans-Vlaamse Westhoek aan de hand van een zangstuk van M. Vadé, dat door een lid van een rederijkerskamer uit Sint-Winoksbergen op het einde van de 18e eeuw in het Nederlands werd vertaald. In de door Ludo Vandamme samengelezen bibliografie passeren 42 publicaties de revue die in de loop van 2001 over de Franse Nederlanden zijn verschenen.

__________________

N.a.v. Jaarboek De Franse Nederlanden / Les Pays-Bas Français, deel 27, 2002, uitgegeven door de Stichting Ons Erfdeel, Murissonstraat 260, B. 8930 Rekkem Omvang 256 pp., Prijs: 31,61 EUR (België) - 34,03 EUR (Nederland). ISBN. 90-75862-59-1.

 

Van de Voorzitter  

In Kaapstad staat een huis

Met een variant op een bekend liedje kan dit gezegd worden van een bijzonder huis dat sinds 1997 in deze Zuidafrikaanse stad staat. Die onderscheidende opmerking "bijzonder" gaat schuil in de naam die het te dragen gekregen heeft, te weten Huis der Nederlanden De totstandkoming heeft (uiteraard) zijn eigen geschiedenis. Daarvoor moet ik terug naar de jaren 1920. Toen studeerde aan de Technische Hogeschool te Delft een uit de Provincie Groningen afkomstige boerenzoon. Veel studenten hadden in die tijd grote belangstelling voor de culturele verbondenheid van Nederland en Vlaanderen; één van hen was Ebels. Na afloop van zijn studie vertrok hij naar Zuid-Afrika waar hij het in de mijnbouw "gemaakt" heeft. Daar hij geen kinderen had - hij is niet getrouwd geweest - keerde hij op het eind van zijn leven terug naar de droom van zijn studententijd en wel door in de jaren 1970 een groot deel van zijn nalatenschap onder te brengen in een bij testament opgerichte Willem de Zwijger Stichting. Daarin bepaalde hij dat de opbrengst van het kapitaal moest worden gebruikt voor zaken die lagen in het vlak van de culturele integratie van Nederlanden Vlaanderen en wat in het verlengde daarvan ligt. Een curatorium, waarin zowel Nederlanders als Vlamingen zitting hebben, kreeg tot taak zich bezig te houden met de besteding van de jaarlijks beschikbare gelden.In het begin van de jaren 1990 kreeg dit curatorium een dringend verzoek uit Kaapstad van de plaatselijke ANV-afdeling geldelijk bij te willen dragen in de kosten van de gedwongen verhuizing van hun bibliotheek. Aan dat verzoek is gevolg gegeven onder de voorwaarde dat deze boekerij een grotere uitstraling zou moeten krijgen. Eén en ander heeft ertoe geleid dat door het curatorium in Kaapstad een Kerkezaal werd aangekocht met behulp van het kapitaal dat in Zuid-Afrika rendeerde; dit gebouw werd aan deze bibliotheek ter beschikking gesteld. Op aanwijzingen van het curatoriumlid dr. A.W. Willemsen - tijdens zijn arbeidzame leven adjunctdirecteur van de Koninklijke Bibliotheek te Den Haag - is deze bibliotheek ingericht volgens de daarvoor geldende normen.

Van meet af aan is het curatorium van mening geweest dat de totale opzet een breder karakter moest krijgen. Dit heeft geleid tot het besluit over te gaan tot de stichting van het Huis der Nederlanden dat dienstbaar moet zijn aan de bevordering en verbreiding van de taal en cultuur van de Nederlanden én aan de Zuidafrikaanse taalgemeenschap. Dit Huis is gehuisvest in de bovengenoemde - inmiddels verbouwde - Kerkezaal.

Voor de exploitatie is een beroep gedaan op zowel de Nederlandse als de Vlaamse regering. Daar de eerste afwijzend heeft beschikt, heeft ook de Vlaamse moeten laten weten dit project niet te kunnen steunen. Deelprojecten willen ze wel voor betoelaging in aanmerking doen komen, maar dit betekent in de praktijk alleen maar een verzwaring van de financiële lasten.

Waarom ik uw aandacht voor het bovenstaande heb gevraagd? Wel ter onderbouwing van het verzoek uw geldelijke steun te willen verlenen aan dit initiatief door lid te worden van de stichting Vrienden van het Huis der Nederlanden. U kunt dat doen door u aan te melden bij het secretariaat van deze stichting (A. Henny, Prins Mauritsstraat 55a, NL 2582 LN Den Haag) waardoor u zich verplicht jaarlijks een bijdrage van 25 euro over te maken op één van de rekeningen van deze stichting t.a.v. de heer A.C. Hildering, penningmeester, Meye 205, NL 3447, NL Zegveld; het Nederlandse rekeningnummer is: 252102800 en hot Belgische: 409-9586151-73.

Ik hoop dat u zich door het bovenstaande aangesproken voelt om te beslissen toe te treden tot deze "vrienden"-kring. Daarmee maakt u het mogelijk dat het Huis der Nederlanden in Kaapstad een ontmoetingsplaats kan blijven voor Nederlanders, Vlamingen en Zuidafrikanen van welke afkomst ook.

Marten Heida, Prins Willem Alexanderpark 53, NL 3905 CB Veenendaal, Tel. 0318-510 087

 

Van Duinkerke naar Parijs

Johan Heijtens

Het mag niemand aangerekend worden als hij of zij niet weet dat de eerste etappe van de Ronde van Frankrijk in 2001 verreden, voerde van Sint-Omaars naar Boonen (het antieke Bononia). Tenslotte zijn dit de oude Nederlandse namen die al lang in onbruik zijn geraakt.

Maar dat ik op de daarop volgende maandagochtend in een gratis verspreid dagblad moest lezen dat de tweede rit zou eindigen in "Anvers" was mij wat teveel van het goede. Je mag van een redactie verwachten dat ze naar behoren vertaalt.

Dat vertalen (of juist schrijven) van aardrijkskundige namen is de laatste twintig jaar toch een probleem aan het worden. Er bestaan honderden Nederlandse namen van buitenlandse plaatsen die steeds verder het veld moeten ruimen. Edinburg werd Eddenbruh, Gotenburg Gjeutebruj, e.d.m. Maar niet alleen de uitspraak veranderde van Nederlands in buitenlands, ook de schrijfwijze paste zich aan de grote wereld aan. Zo schrijven we thans Braunschweig voor Brunswijk, Düsseldorf voor Dusseldorp, Bastogne voor Bastenaken, Emmerich voor Emmerik, Mons voor Bergen en Kleve voor Kleef. Ik wil niet zeuren over oudere correcties: Canterbury voor Kantelberg, Osnabrück voor Osnabrugge, Jülich voor Gulik, Valenciennes voor Valencijn en Berneau voor Berne. Maar het is toch een aardig idee dat onze voorouders al verbasterend de wereld verkenden. Om maar tw zwijgen van het feit dat het Nederduitse en Nederlandse cultuurgebied zich eens uitstrekten over streken waar nu Hoogduits en de Lange d'oeuil heersen.

Wij zijn zover in onze culturele schulp gekropen dat we onze mooie open of gesloten 'u' onder invloed van buitenlandse persbureaus misbruiken om de tweeklank 'oe' aan te geven: Uganda, Burundi, Lumumba, tot zelfs 'Kurdistan' toe.

Het heeft te maken met het plezier dat je hebt in je eigen taal. Om bij het Franse wielerspektakel te blijven: in een ver verleden eindigde dat traditioneel op de wielerbaan van het Parc des Princes in Parijs. Geen verslaggever die er moeite mee had om die naam te vertalen in 'Prinsenpark'. Zo spraken wij over Orleans ("Zingt een liedje op zijn Frans, over de Maagd van Orleans") en Amiens, beide met uitgesproken slots, en leerden onze ouders dat diep in het Zuiden van de Verenigde Staten de stad Nieuw Orleans lag. En zo maakt het een pedante indruk als je al te ijverige politici hoort spreken over "Fryslan". Het Nederlands heeft daarvoor de goed term Friesland en er is geen reden om, als je je van het Nederlands bedient, een ander woord te gebruiken.

Nogmaals: er zijn belangrijkere dingen in de wereld om je druk over te maken. Maar het heeft toch iets charmants, dat wij de stad van Sint-Franciscus 'Assisië' noemen en die van de heilige Bernadette geheel volgens onze taalregels 'Loerdes' (met twee lettergrepen uitgesproken). Wat voor zin heeft het om te late, merken dat je weet hoe de plaatselijke bevolking het uitspreekt?

In het toekomstige Europa van de regio's en de cultuurgebieden zal het zaak zijn de eigenheid in het kleine te behouden. En de toponiemen, de namen waarmee wij onze wereld in kaart brengen, zijn daarbij kleine belangeloze kostbaarheden. (Bron: Katholiek Nieuwsblad, 13 juli 2001).

 

Une provines puisances ce ballotée par les grand

Jean-Paul Dufour (*)

Anglo-Saxons, Frisons, Francs à l'époque mérovingienne, quand la mer remontait jusqu'à Saint-Omer et Montreuil comtes de Flandre plus tard; Bourguignons, Espagnols ensuite. Ballottée au gré des combats, des alliances et des mariages entre les grandes families régnantes européennes, la province de Flandre a connu une histoire mouvementée, Ie plus souvent distincte de celle de la France. Lille ne fut conquise par l'armée de Louis XIV qu'en 1667, neuf ans après Dunkerque. Et la configuration actuelle de la région ne fut fixée qu'en 1713, par le traité d'Utrecht.

Les six ou sept siècles passés hors de la sphère d'influence française y ont fortement marqué le territoire et les hommes. Le delta de l'Aa - tout le triangle compris entre Saint-Omer, Calais et Nieuwpoort (Nieuport) en Belgique - a été asséché à l'incitation des premiers comtes de Flandre. Le règne de ces derniers sera aussi marqué, un peu plus tard, par l'essor des villes flamandes (françaises et belges actuelles) où les beffrois marquent la puissance de la bourgeoisie.

Catholiques contre protestants

Le commerce est stimulé par le regroupement des cités au sein de la Hanse de Londres, qui compte notamment, autour de Bruges, des villes comme Ypres et Tournai, Lille, Bergues (près de Dunkerque), Bailleul ou Douai. Durant toute cette période, l'histoire de la région se confondra avec celle de la Flandre et des Pays-Bas actuels. Philippe le Hardi, duc de Bourgogne, installera même sa chambre du conseil à LilIe, qui deviendra ainsi, en 1386 , la véritabie capitale des Pays-Bas ; jusqu'à ce que Charles le Téméraire décide de la transférer à Bruxelies, en 1473.

Cette unité politique et - surtout - économique est remise en question au XVI siècle, sous le règne espagnol. La Flandre devient le terrain d'affrontement entre catholiques et protestants. De Boulogne à Anvers, la répression s'abat sur les "iconoclastes" qui brûlent églises et abbayes. Guillaume d'Orange se réfugie aux Pays-Bas du Nord qui deviennent le bastion du protestantisme, alors que les Pays-Bas du Sud resteront catholiques, sous le règne des Habsbourg. A la Révolution, la Flandre française résistera aussi bien à l'anticléricalisrne jacobin qu'aux armées des Pays-Bas autrichiens, sauvant ainsi La France de l'invasion.

La frontière est désormais bien établie, au détriment de La Flandre. En France, l'industrialisation et Ie renforcement de I'Etat centrai s'accompagnent d'une répression linguistique. Le flamand est considéré comme la Iangue du bas peuple, celle des ouvriers. Mais il en est de même en Belgique, dont les fondateurs veulent faire, en 1830, un pays latin, bien que les Flamands représentent 60% de La population.

Pour résister à la pression francophone, les Flamands de Belgique unifièrent leurs dialectes sous I'égide du néerlandais qui, en 1894, devint la seconde Iangue offlcielle du pays. De l'autre côté dela frontière, le mouvement régionaliste ne parvint jamais â vraiment imposer le débat linguistique. La tâche, il est vrai, n'était pas facile: si une bonne centaine de milliers de personnes pratiquent encore plus ou moins le flamand, le long de la frontière entre Bailleul (à 30 kilomètres au nord-ouest de Lille) et Dunkerque, il s'agit d'un dialecte qui n'a pas évolué depuis le XVII siècle et constitue une curiosité pour les Belges d'Anvers, par exemple. De plus, les Lillois ne l'ont jamais parlé. Aujourd'hui, même les militants flamingants les plus convaincus reconnaissent que l'avenir de leur culture passe par Ie néerlandais, qui est aux Flamands ce que le français est aux "chtis" et aux Picards. (*) Bron: Le Monde, 24 juli 2001.