> nieuwsbrief > 20e jg. - 4e trimester 2002

BIJDRAGEN OVER :  

 3       Ontmoetingsdag Waterloo, 28 september  

 5       De Slag bij Waterloo

 9       Mededelingen

10      In de sporen van Robrecht van Bethune

12      Van de Voorzitter

15      Les retrouvailles des cousins de Flandre

Ontmoetingsdag op zaterdag 28 september 2002

Waterloo begin van de hereniging der Nederlanden?

In 1815 werd de veldslag in Waterloo uitgevochten. En ook in 1815 werden de Nederlanden herenigd krachtens het congres van Wenen. Een dagje geschiedenis in een historisch zwaar geladen stukje Walenland.

10.30: Ontvangst in de typische herberg "Le bivouac de l'Empereur", route du Lion 315, Waterloo rechtover de heuvel met de Leeuw van Water-loo. Koffie

10.55: Verwelkoming door Leo Camerlynck, vice-voorzitter van Zannekin

11.05: Uiteenzetting over het verloop van de veldslag van 1815 in Waterloo en omliggende door Mevrouw Agnes Thimpont-Lepez

11.30: Victor Hugo in België door dichter Frank de Crits

11.50: Bezoek aan de site van de heuvel met facultatief het panorama van de slag

12.15: Middagmaal (voorgerecht, hoofdgerecht, koffie) (streekgerechten)

13.45: Busrit:

Deel 1) De slag van 1815 - naar de kerk van Waterloo met gedenkplaten ter ere van de troepen van de Prins van Oranje, en het Wellington hoofdkwartier, vervolgens via het monument van de Hanoveranen, van de Belgen, van de Nederlanders, van de Pruisen, l'Aigle blessé, Le Caillou naar Genepiën (Genappe) met de hoeve van de Quatre-Bras met Nederlandse gedenkplaat en Nederlands monument.

Deel 2) In het landschap van de heilige Lutgardis - naar Villers-la-Ville met de abdijruïnes en langs Baisy-Thy met het voormalig klooster van Aywières, waar de heilige Lutgardis vertoefde; voorts naar Ittre met de kerk en het beeld van de heilige en vervolgens de Sint-Lutgardiskapel te Fauquez. Vervolgens terugrit naar Waterloo. (Commen-taar door Jan van Tongeren en Leo Camerlynck)

16.45: Waals-Brabantse Suikertaart met koffie - Dankwoord door Marten Heida, voorzitter van Zannekin.

17.40: Terugkeer

Praktisch

Hoe geraakt men in Waterloo aan de verzamelplaats "Le Bivouac de l'Empereur", route du Lion 315 - Waterloo?  

Met de auto:

de ring-autoweg rond Brussel volgen richting Charleroi en/of Bergen en later Waterloo; vervolgens afslag "Butte du Lion" nemen tot aan de heuvel met de Leeuw van Waterloo.  

Deelnemingsprijs

35,- Euro voor leden; 40,- Euro voor niet-leden (koffie, middagmaal zonder drank, busrit, gebak, gidsing, voordrachten).

Wie het middagmaal op eigen houtje wil nuttigen in een eetgelegenheid in de buurt betaalt voor de dag: 28,- Euro als lid of: 33,- Euro als niet-lid.

Aanmelden: per e-post: maurits.cailliau@tijd.com (tot uiterlijk 20 september) en gelijktijfige betaling op één van de ZANNEKIN-rekeningen (cf. link ‘info’).

De Slag bij Waterloo

Vanop de 40 meter hoge heuvel kan het slagveld van 18 juni 1815 worden overschouwd, dat zich uitstrekt over de gemeenten Eigenbrakel, Genepiën, Plancenoit (Lasne-Chapelle-Saint-Lmabert) en Waterloo.

De eerste schermutselingen hadden plaats op 16 juni te Ligny en te Quatre-Bras. Maar het was zondag de 18e juni, die beslissend was voor de tegenover elkaar staande legers.

De nacht van 17 op 18 juni verbleef Napoleon te Oud-Genepiën/Vieux-Genape. De hertog van Wellington vestigde zich te Waterloo, terwijl de geallieerden hun tenten opsloegen te Mont-Saint-Jean.

In de morgen van de 18e stelden de troepen zich in slagorde op. De vijandelijkheden begonnen met de aanval op de hoeve Hougoumont, te Eigenbrakel.

Na het offensief van de infanterie van het eerste Franse korps, deed de Engelse cavalerie een tegenaanval en zette de soldaten van de Keizer schaakmat. De Franse cavalerie viel verschillende malen aan, maar zonder succes.

Op dit moment van de veldslag was de uitslag van het gevecht nog steeds niet te voorzien. Te Plancenoit bestreden de Pruisen de Garde van Duhesme, terwijl de soldaten van von Zieten de hoeve van Papelotte bestormden. De Fransen waren verplicht zich terug te trekken, en lieten zo de geallieerde legers toe een algemene aanval te doen, die hun de overwinning bezorgde.

Een oriëntatietafel laat iedereen toe de strategische punten van het slagveld en de desbetreffende monumenten te situeren en te overschouwen. Ze zijn het werk van de betrokken landen, die zo eer hebben willen brengen aan hun dappere soldaten.

De Leeuw spreekt...

Ik ben wereldberoemd. 28 ton gietijzer waren nodig om mij te maken. En om tot hier te geraken heeft men mij per stoomschip van Seraing (Provincie Luik) moeten vervoeren vooraleer mij op een kar, getrokken door 20 paarden te hijsen. Ik zit hier op het topje van een aarden kegel van 169 meter doorsnede, die de Hollanders van 1823 tot 1826 opgericht hebben te Eigenbrakel/Braine-l'Alleud, op de plaats waar de Prins van Oranje vermoedelijk gekwetst werd.

Men heeft 290.485 m3 grond moeten uitgraven in de omgeving om mijn heuvel van 40,5 meter hoog en 520 meter omtrek te maken. Hij verbergt de gemetste kolom, nodig om mijn gewicht te dragen. Daarbij rust ik op een stenen voetstuk van 4,5 meter. Bovenaan de 226 treden, wacht ik op U, om met U te genieten van het prachtige uitzicht op het terrein van de veldslag.

Eigenbrakel (Braine-l'Alleud)

Sint-Stevenskerk

Op 19 juni 1815 wordt, vanaf de vroege ochtenduren, de hulp georganiseerd door de burgemeester van Eigenbrakel. Deze kerk, de grootste in de streek, diende als hospitaal gedurende de volgende dagen. Zusters van de Marollen en civiele bevolking wedijverden in liefdadigheid.  

Hoeve van Hougoumont

Een van de drie boerderijen, die met de hoeven La Haie-Sainte en Papelotte, door haar vooruitgeschreven ligging een sleutelpositie vervulde in de verdediging van de rechtervleugel van de geallieerde troepen. Hiertegen begon Napoleon de aanval rond 11.30 uur. Alhoewel dit slechts een afleidende schermutseling had moeten zijn, werd dit het dodelijkste hoogtepunt van de gevechten. Er werd hier inderdaad tot 7 uur 's avonds gevochten. Het woonhuis werd volledig afgebrand. Slechts een stuk trap hier, een brok muur daar en de kapel van het domein zijn overeind gebleven. Het huidige woonhuis is het voormalige tuiniershuis.  

 

Demulder Monument

Deze steen werd op 20 juni 1986 opgericht ter ere van luitenant Augustin Demulder (5e Kurassiers Regiment). Geboren te Nijvel in 1785, sneuvelde hij gedurende de verschrikkelijke stormaanvallen van de ruiterij, geleid door Maarschalk Ney tegen de geallieerde troepen.

Lasne-Chapelle-Saint-Lambert ‑ Plancenoit

Frans Monument van de gekwetste arend

De Franse beeldhouwer, Jean-Leon Gerome verwezenlijkte in brons een keizerlijke arend, die dodelijk gekwetst een Frans vaandel tussen de klauwen klemt. Dit kunstwerk, opgedragen aan de laatste strijders van de Grande Armee, is geplaatst op de vermoedelijke plaats waar Cambronne en een laatste Frans "carré" van de Keizerlijke Garde een uiterste en nutteloze weerstand bood aan de geallieerden.

Monument van de Pruisen

Opgericht ter nagedachtenis van de 6.700 Pruisen gesneuveld op het slagveld. Dit gedenkteken is gelegen in de oude gemeente Plancenoit, juist op de plaats waar een batterij geschut van het 4e Legerkorps voetvolk van von Bulow, stond. Op een van de vier zijden staat in gothisch schrift volgende Duitse tekst: "Aan de gesneuvelde helden. Uit dank van koning en land. Dat zij in vrede rusten. Belle-Alliance, 18 juni 1815". Het werk van Schinkel, de meest beroemde Duitse architect uit de 19e eeuw, werd er opgericht in 1819, vernieuwd in 1944 en 1965.  

Hoeve "La Haie-Sainte"

Deze mooie hoeve werd, net als de Hougoumont en Papelotte hoeven door de geallieerden versterkt tot kleine forten. Ze werd bezet door de zes compagnieën van het 2e bataljon van ‘ The King’s German Legion’ van de Britse koning – die tevens koning van Hannover was - waarbij zich later twee compagnieën van Nassau voegden. Vanaf 14 uur, verdedigden zij met de moed der wanhoop hun stellingen, om eindelijk te bezwijken onder de druk der Fransen. Maar toen de Fransen de hoeve bezetten, was het te laat om de wending van de slag te veranderen. Twee platen in de aan muur van de hoeve herinneren aan deze uitzonderlijke bloedige gevechten.  

Genepiën (Genappe)

Weidse vergezichten over akkers en bossen zijn hier geen uitzondering. Genappe wordt nu van noord naar zuid doorsneden door de autoweg Brussel -Charleroi, maar werd ooit platgetreden door oprukkende en terugtrekkende legers.  

Oude herberg "Au Roi d'Espagne"

Op 16 juni logeerde de hertog van Wellington in deze herberg. 's Anderdaags was het de beurt aan de Fransen, met prins Jerome en generaal Reille. De avond van 18 juni vond maarschalk Blücher er een onderkomen. De gewonde generaal Duhesme werd in de aangrenzende kamer verzorgd en stierf er op 20 juni.  

Monument van generaal Duhesme te Ways

Generaal-graaf Duhesme, bevelhebber van de Jonge Keizerlijke Garde, werd zwaar gewond te Plancenoit. Hij overleed in de herberg "Au Roi d'Espagne" en werd te Ways begraven.  

Monument van de Belgen

Dit zeer sobere monument werd opgericht ter nagedachtenis van de Belgen die sneuvelden bij de slag van Quatre-Bras.

 

Brunswijkmonument te Baisy-Thy

Het monument herinnert aan Frederik-Willem, vierde zoon van de hertog van Brunswijk, die sneuvelde in de namiddag van 16 juni, tijdens de hevige gevechten te Quatre-Bras tussen de geallieerden en de troepen van maarschalk Ney.  

Monument van de Nederlandse Ruiterij

Modern herdenkingsteken voor de leden van de Nederlandse Ruiterij die sneuvelden te Quatre-Bras en te Waterloo.  

De stelling bij Quatre Bras, 14-15 juni 1815 

Op 16 juni 1815, twee dagen voor de slag bij Waterloo, vond een treffen plaats bij het plaatsje Quatre Bras. Tegenstanders waren het Franse leger, dat enige dagen tevoren bij Charleroi het Belgisch grondgebied was binnengevallen, en een leger van Nederlanders en Nassauers onder leiding van prins Willem van Oranje en Bernard van Saksen-Weimar. Het leger hield geruime tijd stand tot aan de komst van Engelse hulptroepen. Daarna trok het zich terug naar Waterloo. Door de vertraging die de slag bij Quatre Bras de Fransen opleverde, waren de Pruisische troepen, die zelf op 16 juni een nederlaag hadden geleden bij Ligny, in staat om zich tijdig te hergroeperen, hetgeen een belangrijke bijdrage leverde aan de uiteindelijke overwinning van het geallieerde leger te Waterloo

Waterloo

Waterloo, de "morne plaine" van Victor Hugo, werd vooral befaamd door de hertog van Wellington. Vanuit zijn hoofdkwartier verzond hij het bericht over de nederlaag van Napoleon in de slag van Mont-Saint-Jean of van "la Belle Alliance". Alhoewel het merendeel van de gevechten zich hebben voorgedaan op het grondgebied van Eigenbrakel (Braine-l'Alleud) en de omliggende gemeenten is de slag de geschiedenis ingegaan onder de naam "Slag van Waterloo" en de befaamde "heuvel met leeuw".

Nadat het tot het einde van de 19e eeuw een wijk bleef van Eigenbrakel/-Braine-l'Alleud werd Waterloo een gemeente. Op een twintigtal kilometers van Brussel, in de jonge provincie Waals-Brabant, speelt ze nu een belangrijke economische, toeristische en culturele rol door het dynamisme van haar bedrijven en winkels en het hoge culturele niveau van haar inwoners, gekomen uit alle hoeken van de wereld.  

Monument van de gesneuvelde Belgen van 18 juni 1815

Dit monument, opgericht in 1914, ontwerp van de architect Callewaerts, herdenkt het offer van de Belgische soldaten, gedood tijdens de gevechten van 18 juni 1815. De zuil in blauwe arduinsteen, draagt in het Frans het volgende opschrift: "Voor de verdediging van de vlag en de eer van de wapens", alsook een zegeteken geslagen op een schild waarop een gelauwerde Belgische leeuw en een bronzen, door kogels gescheurde vlag.  

Hoeve van Mont-Saint-Jean

De hoeve van Mont-Saint-Jean behoorde toe aan de Tempeliers, voor de Ridders van de Orde van Malta in 1778 deze heropbouwden. Door de Britten tijdens de bloedige gevechten gebruikt als veldhospitaal, vormt het een stevige gewitte vierhoek, in witte en blauwe steen.

Sint-Lutgardis, in Waals-Brabant

De Heilige Lutgardis is 820 jaar geleden in Tongeren geboren, ze was eerst benedictines in Sint-Truiden, later cisterciënzerin in Aywières te Baisy-Thy.

Omwille van haar gehechtheid aan haar geloof, volk en taal van betekenis voor Vlaanderen en het christendom in de Lage Landen.

In 1804 werden ten gevolge van de Franse Revolutie de Zusters van Aywières uit hun abdij verdreven en zochten ze een toevlucht in het kasteel van Fauquez bij Ittre.

In 1819 werden de relikwieën van Sint-Lutgardis aan de parochie van Ittre geschonken door de Religieuze Zusters van Aywières. In 1824 werd een "plenaire indulgentie" door Paus Leo XII verleend aan de pelgrims die de kerk van Ittre bezoeken op de feestdag van Sint-Lutgardis.

Mededelingen

Historische beurs Vlaamse Beweging

        Op zondag 20 oktober 2002 organiseert de Vlaamse Verzamelaarskring voor de 7e maal de Historische Beurs Vlaamse Beweging. De beurs gaat door in de zaal Nilania, Kesselsesteenweg 52 te 2560 Nijlen en is toegankelijk van 9 tot 16 uur. De opbrengst van de beurs komt dit jaar ten goede aan de Stichting Zannekin, die streeft naar een opwekking en versterking van het Nederlands volksbewustzijn in alle gebieden binnen onze oudste volksgrenzen.

1302: een Heel-Nederlands gebeuren

Zo luidt de titel van de zopas verschenen publicatie van de hand van Leo Camerlynck, vice-voorzitter van ZANNEKIN. De brochure behandelt in kort bestek van 80 pp. een aantal aspecten van de Guldensporenslag van 11 juli 1302, met vooral aandacht voor het Heel-Nederlandse karakter van het ge-beuren. Ze is de ZANNEKIN-bijdrage tot dit Guldensporenjaar en werd samen met het nieuwe jaarboek aan de leden/donateurs toegestuurd. De uitgave is uiteraard ook afzonderlijk verkrijgbaar. Mits vooruitbetaling van 5 EUR per exemplaar (verzendkosten inbegrepen) bezorgen wij u graag het gevraagde aantal exemplaren.

In de sporen van Robrecht van Bethune

Zannekin studie uitstap zaterdag 4 mei 2002

Verslag in sneldicht door Marcel Denduyver

  Van heinde en ver komen ze in Kortrijk aan

Om daar straks op verkenning te gaan.

Zannekinleden uit Zuid en Noord

Door deze uitstap weer bekoord.

Vrienden uit de gehele Nederlanden,

Met zovele gemeenschappelijke banden

Ja, hier en aan de overkant,

Daar en hier is Nederland.

 Kortrijk 1302, reeds 700 jaar

We herdenken het dit jaar:

De slag der Gulden Sporen

Toen we de Fransen in de grond konden boren!

Helaas als je later het verdrag ziet,

Werd ons ontstolen heelwat gebied.

Want in æt babbelen zijn we niet zo goed.

En soms is het dat wat het doet!

We staan nu bij de resten van de Franse dwangburcht.

Door de Vlamingen vroeger zo geducht.

Vijfhonderd leperlingen, waaronder één Cailliau,

Hielden hier in 1302 de poorte toe.

In de O.-L.-Vrouwekerk nog enkele gulden sporen

Bovenaan opgehangen om ons te bekoren.

In een zijkapel de galerij der Vlaamse graven,

Met onderschriften die de geschiedenis staven.

Diederik van den Elzas bracht de leeuw mee uit het zuiden,

Dat zou in de heraldiek nieuwe wapenschilden inluiden.

Het Groeningeveld vroeger zo drassig,

Is nu helemaal niet meer moerassig.

't Is nu een park met een restje Groeningebeek,

Dat nu wel meer op een vijver geleek.

We zien het standbeeld met een vlammende Vlaamse maagd

Waar vind je ze nu nog, 't is godegeklaagd.

Daar ligt Robrecht d' Artois, de schedel gekloven

Willem van Saeftinge kan in zijn klooster nu verder de Heer loven.

De Vlamingen vierden een hele week lang,

Toen het bier opwas hadden ze geen noten meer op hun gezang.

Toch was deze veldslag een beslissende zaak

Voor onze geschiedenis toch een lichtbaak

In 't boekje van Leo vinden we 't volledige verhaal

Maar dat lezen we rustig een andere maal.

We rijden naar Bethune, stad van Robrecht.

Zeer moedig, dat dient toch te worden gezegd.

Eerst er de innerlijke mens versterken

't is nodig, aan onze maag kun je het merken.

Zalmmousse en kalkoenfilee

Met een lekkere saus, goed op snee

Witte en rode wijn brachten ons vreugd

Midden vrienden, 't doet aan 't harte wel deugd!

De moedigen gaan het belfort bestijgen

Ook al moeten ze erbij hijgen.

De Sint-Vaastkerk, de huizen, het vele groen,

't Is nog een stad in goede doen.

Prachtige gebrandschilderde vensters in lood,

Brengen in de kerk een verfrissende noot.

Verder zien we Cambrinus, een reus,

Geef nog een biertje, dat was zijn leus.

  We rijden door Haverskerke en Morbeke,

En andere kleine dorpjes een hele reke.

God bewaart hier de huizen,

Dat moeten we verder uitpluizen.

Zie daar de 'Koestraete' en het 'Wethuys'.

De 'Steenstraete', de 'Klaphouck' , we zijn hier thuis.

Cassel, stad van geschiedenis en veldsiagen.

Die ons helaas niet altijd behagen.

Cassel zo menig maal genoemd,

Door Jean-Marie Gantois zo geroemd.

Cassel met je landhuis en je molen,

En nauwe straten om in rond te dolen.

Met je grote markt en je 'bubbelstraten',

Heilige stad, we zullen je nu verlaten.

Steenvoorde met zijn Vlaamse opschriften,

Geelgekleurde bordjes, Vlaamse giften.

In de Hollemeersch op Kemmel nog een stuk taorte,

Gebakken door de bakker of door de maorte.

't Was een lekker gebak,

Waaraan niets aan ontbrak.

Bedankt voorzitter. Jan en Leo.

't Was een reis van Zannekin, 't was weer zó!  

Van de Voorzitter

In memoriam dr. Chr. 0. Sluijter

23-2-1932/6-6-2002. Tussen deze twee data ligt het leven van ons oud-bestuurslid Cris Sluijter besloten. De leeftijd van de sterken heeft hij mogen bereiken maar een langere levensloop was hem niet toegemeten als gevolg van de ziekte die in een verpletterend korte tijd zijn krachten gesloopt heeft.

Begin-mei belde hij mij op om me te laten weten deze keer niet deel te zullen nemen aan onze uitstap in het kader van 1302 maar aanwezig hoopte te zijn bij het afscheid van Jozef Deleu dat op dezelfde dag (4-5-02) te Gent zou plaatsvinden. Toen ik hem in de loop van de daarop volgende week opbelde en vroeg hoe het in Gent geweest was, kreeg ik te horen dat hij te moe was geweest om er heen te gaan. Hij vertelde me wat er intussen was gebeurd; er zou een behandelplan vastgesteld worden. Toen ik een week nadien informeerde naar zijn gezondheidstoestand was hij al zo verzwakt dat ik hem bijna niet kon verstaan. Het zou ons laatste gesprek zijn. Graag had ik hem nog opgezocht. Toen ik daarover in zijn laatste levensweek belde, liet zijn zoon me weten dat ze aan zijn sterfbed zaten en dat hij hooguit nog twee dagen te leven had. De dag daarop stierf hij.

Ik heb er grote behoefte aan namens onze ledenkring de familie onze deelneming te betuigen met dit voor hen zo grote verlies. Tegenover hen wil ik onze dankbaarheid uitspreken voor wat hij voor de Vereniging ZANNEKIN betekend heeft. Tot voor enkele jaren maakte Chris deel uit van ons bestuur. Daarin heeft hij in de jaren zeventig mee richting gegeven aan onze werking. Was die voordien uitsluitend op de Franse Nederlanden gericht, mee door zijn toedoen kwamen de gebieden langs de oostgrens binnen ons blikveld.

In een stijlvolle bijeenkomst op de middag van 10 juni j.l. in het crematorium te Heeze heb ik met vele anderen afscheid genomen van ons oud-bestuurslid waarmee ik door banden van vriendschap verbonden was.

De (voorlopig) laatste pennevrucht van dr. A. van Hulzen

Eén van de belangrijkste steden van de Nederlanden is Utrecht. Die belangrijkheid wordt weerspiegeld door het grote aantal boeken dat aan de geschiedenis van deze stad gewijd is. Aan deze "productie" heeft dr. Van Hulzen een werkzaam aandeel gehad. Tal van facetten zijn in de loop der jaren door hem belicht. Op zijn hoge leeftijd (96 jaar) heeft hij aan deze rij publicaties onlangs nog één toegevoegd. Deze keer behandelt hij het tijdperk dat afgegrensd wordt door de jaartallen 1780 en 1813. Als ondertitel heeft hij dit boek de woorden Patriotten en Fransen in de Domstad meegegeven. Het zijn dan ook jaren geweest waarin Utrecht in beroering was.

Laat ik maar beginnen met de vaststelling dat het opnieuw een uitermate boeiend verhaal is geworden. Inderdaad: een verhaal. Al vertellend maakt hij ons deelgenoot van wat er in dit bewogen dertigtal jaren in Utrecht is gebeurd. Het grondvlak wordt gevormd door de gebeurtenissen op zowel nationaal als internationaal niveau. Met groot gevoel voor verhoudingen heeft hij daarop de geschiedenis van zijn stad uit het daarstraks genoemde tijdperk als het ware "uitgesmeerd". Denkbaar heeft hij daarbij gebruik gemaakt van hetgeen door tijdgenoten aan het papier is toevertrouwd. Deze werkwijze verhoogt in belangrijke mate het actualiteitsgehalte van dit brok geschiedenis. Eén van die tijdgenoten was de apotheker Keetell; Van Huizen laat ons al meelezend over de schouders van deze man deze spannende jaren meebeleven. Maar ook het oog komt volop aan zijn trekken dank zij het zeer functionele illustratiemateriaal. Het boek zou zeker aan betekenis ingeboet hebben als niet zo rijkelijk van het beschikbare materiaal gebruik was gemaakt. In de meest letterlijke zin van het woord draagt het bij tot de beeldvorming van de beschreven jaren.

In deze aankondiging ga ik op de inhoud niet verder in; het tekstgeheel spreekt voor zichzelf. Wel heb ik er grote behoefte aan namens de ZANNEKIN-kring Van Hulzen van harte te feliciteren met deze publicatie. Het is weinigen gegeven op een dergelijke leeftijd nog publicitair bezig te mogen en te kunnen zijn. En daar hij nog steeds voortdoet heb ik het er maar op gewaagd in het kopje boven deze bijdrage het woord "voorlopig" tussen haakjes te plaatsen.

N.a.v. Dr. A.v.Hulzen, Utrecht in beroering. Patriotten en Fransen in de Domstad. 1780-1813. 192 blz. 14,95 Euro. ISBN 90-6131-361-9. Uitg. Erven J. Bijleveld h.v. Janskerkhof 7, 3512 BK Utrecht.

Vermoeden bewaarheid

Indertijd heb ik voor het Jaarboek een bijdrage geschreven over de relatie tussen Veenendaalse families en het Nederrijnland en het Westmunsterland tegen de achtergrond van de achternamen. Ik heb toen het vermoeden geuit dat de familienaam Van Burken wel eens afgeleid zou kunnen zijn van de huidige Kreishoofdstad Borken.

Dit vermoeden is inmiddels bewaarheid. In de aflevering 2002 van het Jahrbuch des Kreises Borken lees ik in een bijdrage over het 775-jarig bestaan van deze stad, dat het kerkdorp dat de stadsrechten werd toegekend, Burke heette.

Grensoverschrijdend toervaarnet via voormalige veenkanalen

In het noordoosten van Nederland en het noordwesten van Duitsland bestaat een uitgebreid net van kleine binnenwatereren. Ze herinneren aan de tijd dat de hier zich uitstrekkende veengronden werden afgegraven en daarna in cultuur gebracht. Het laat zich verstaan dat ze in landschappelijk en ecologisch opzicht van grote betekenis zijn.

Vandaag hebben deze waterwegen een belangrijk deel van hun oorspronkelijke functie te weten de afvoer van turf, verloren. Maar de laatste tijd hebben ze er een nieuwe voor in de plaats gekregen n.l. één die gericht is op recre-atieve watersport. In dit kader bestaat in Fryslân al enkele jaren een tweetal routes: de Turfroute van Akkrum naar Appelscha en de  Lits-Lauwersroute, van Drachten naar het Lauwersmeer.

Met deze voorbeelden voor ogen is men zich gaan bezinnen op de mogelijkheid te komen tot een grensoverschrijdend toervaarnet. Daartoe hebben de provincies Fryslân, Groningen en Drenthe aan de Nederlandse en de Kreisen Eemsland, Leer en Aurich aan de Duitse kant een studie uitgevoerd. In dit raam zal worden bekeken op welke wijze de waterwegen het beste op elkaar aan kunnen sluiten. In bepaalde gevallen zullen nieuwe kanalen moeten worden gegraven en al gedempte weer in ere hersteld. Duidelijk is geworden dat het aantal watersporters in het vroegere veengebied sterk zal toenemen wat een opsteker zal zijn voor de lokale economie. Rond 2007 moeten de plannen werkelijkheid zijn geworden. (Bron: Friesch Dagblad, 12.12.01)

Marten Heida

Prins Willem-Alexanderpark 53

NL. 3905 CB Veenendaal


Les retrouvailles des cousins 

de Flandre si  longtemps séparés  

 

C'était il y a seize ans. Cris Mercier a racheté un estaminet, à Gode-waersvelde, un petit village au milieu des moullns, près de l'autoroute qui longe la frontière avec la Belgique. Pas loin du mont Cassel, qui domine de ses 176 mètres ce pays plat. L'établissement existait depuis 1830. II l'a baptisé Het Blauwershof - en flamand, l'enclos du contrebandier de tabac - et a cherché à reconstituer le décor qui devait être le sien au début du siècle, "quand le flamand était la langue maternelle de 90 % de la population locale", précise-t-il. Une petite bibliothèque a été montée: "Nous voulions rappeler aux  gens d'ici combien leur culture avait été massacrée", résume le cafetier-militant.

Le succès de Het Blauwershof a dépassé toutes ses espérances, les clients ont afflué. L'estaminet de Godewaersvelde est devenu un lieu de ralliement pour nombre de Lillois "branchés", en dépit des 40 kilomètres d'autoroute qui le séparent de la métropole régionale. La mode était lancée: dans ses dépliants, l'Office du tourisme des monts de Flandre recommande une dizaine d'éta-blissements similaires. D'autres se sont ouverts à Lille. (...) Comme pour accompagner ce mouvement, les moulins à vent, amoureusement restaurés par des passionnés, brassent de nouveau l'air du pays. Lors des fëtès popu-lalres, les géants d'osier, figures symboliques exhibées depuis lé début du XVI siècle, reprennent leur place; toutes les villes veulent le leur. Les bourloires - ancêtres flamands des bowlings - attirent une clientèle passion-née le tir â l'arc traditionnel (vertical, sur des "oiseaux" de bols fixés au sommet de très hautes perches) se pratique plus que jamais: prés de quatre-vingts sociétés d'archers sont répertoriées entre Lille et Dunkerque.

Pour Chris Mercier, "le combat est gagné". La preuve: "Depuis environ cinq ans, tous les maires des communes de la région placent le lion flamand à côté du drapeau français, ce qui était impensable dans les années 1980", assure-t-il. Maintenant qu' "au niveau culturel tout ce qui pouvait être sauvé l'a été", il veut se battre sur la question linguistique. L'enseignement du néerlanclais en primaire, lancé dans tout le département du Nord par l'in-spection académique de Lille en 1996, concerne déjà plus de 4 000 enfants et connait un succès foudroyant auprès des parents.

La cause est entendue: les Flamands de France affichent désormais claire-ment leur identité culturelle. Ils ne l'avaient jamais vraiment oubliée. "Un quart des habitants des villages situés entre Bailleul et Dunkerque parlent encore le flamand et les trois quarts d'entre eux le comprennent", affirme Jérôme Steenkiste, président de l'Office de touisine des monts de Flandre.. Ici, la frontière a toujours été poreuse. Des deux côtés, l'architecture, la géographie, les paysages sont semblables. De nombreux Français vont tra-vailler, voire s'installer, en Flandre belge, oû le taux de chômage est très faible. Jusqu╠aux années 1950, le flot était inverse.

Suspicion et scepticisme

Pourtant, en trois siècles d'évolution séparée, les deux pays ont en tout le temps de développer leurs différences et quelques incompréhensions: les premières "histoires belges" sont nées dans la région lilloise et les Flainands nourrissent souvent une certaine suspicion envers ces Français qui prétendent subitement partager leur culture. A Lille, de nombreux sceptiques parlent de "phénomène de mode", de "nostalgie écolo", voire d'"aboiement anti-Pari-sien"... La volonté de se distinguer de Paris, à une heure de TGV, n'est sans doute pas étrangère à ce retour aux sources. Mais l'élan flamand des Nordistes a peu de points communs avec les revendications régionalistes des Corses, des Basques ou des Bretons. Le néerlandais n'est évidemment pas une langue régionale et, côté français, pratiquement plus personne ne réclanie l'enseignement systématique d'un dialecte flamand qui n'a pas évolué depuis le XVII siècle, encore moins une "nation flamande". La résurgence inattendue de cette identité flamande française correspond plutôt aux retrouvailles de cousins séparés par l'histoire. "Un sentiment beaucoup plus européen que flamand", estime Guy Fontaine.

Cet historien de la littérature européenne dirige la Villa Mont­Noir, centre de résidence d'écrivains européens créé II y a cinq ans par le conseil général du Nord dans la propriété familiale de Marguerite Yourcenar. Dès son ouverture, explique-t-il, "j'ai vu débarquer mes collègues belges de Flandre occidentale, venus solliciter, dans un français impeccable, la participation des écrivains invités à des manifestations culturelles chez eux". Les Flamands de Belgique ont dû lutter jusqu'en 1894 pour obtenir une recon-naissance culturelle. Depuis qu'ils ont  "tué le père colonial" francophone, "beaucoup d'intellectuels belges flamands reconnaissent que leur mode de travail et de pensée est plus proche de celui des Français que de celui des Hollandais protestant" témoigne Guy Fontaine.

Parallèlement, la Flandre française vient de fermer une parenthèse indu-strielle d'un siècle et demi. Se souvenant de son passé de cité marchande, Lille se vit désormais comme une "métropole européenne transfrontalière", tertiaire et commerçante, point de rencontre des civilisations latine, germanique, anglo-saxonne. Ce "ménage â trois" entre Flamands belges néerlandophones de Courtrai et de Bruges, Wallons de Tournai et Flamands français devient comme un exercice pratique d'une Europe concrète, pas celle des capitales. (*) Bron: Jean-Paul Dufour, in: Le Monde, 24 juli 2001.