> nieuwsbrief > 25e jg. - 2e trimester 2008

Bijdragen over:
Tip

 Studie-uitstap 17 mei 2008: Halle, Edingen en Lessen

Met als vertrek- en eindpunt Halle in Brabant – en met als gidsen Leo Camerlynck en Jan van Tongeren – bezoeken we, naast Halle zelf met zijn merkwaardge basiliek en de aldaar vereerde “Zwarte Madonna”, ook het fel verfranste Edingen en Lessen/Lessines met zijn enig mooie recent gerestaureerde Godshuis Notre Dame à la Rose. De dagindeling ziet er uit als volgt:

09.45 uur: samenkomst aan het station van Halle (Brabant).

Na Halle bezichtigd te hebben trekken we naar Edingen, alwaar middagmaal en wandeling door de stad. Aansluitend brengt de bus ons naar

Lessen/Lessines, waar we het het oude Godshuis Notre Dameà la Rose bezoeken, en achteraf koffie met gebak aangeboden krijgen.

Omstreeks 18.15 uur verlaten we Lessen om rond de klok van 18.45 uur terug te zijn aan het station te Halle.

Verder in deze Nieuwsbrief enige achtergrondinfo rond Edingen en Lessen.

Praktisch

Deelnameprijs: (all in: bus – middagmaal – koffie met gebak – gidsing – toegangsprijzen): leden en hun huisgenoten: 52 €/per persoon (niet-leden betalen 55 €/ per persoon)

Aanmelden: tot uiterlijk 10 mei middels bijliggend aanmeldingsformulier of via e-post: maurits.cailliau@skynet.be

Betaling: uw aanmelding wordt eerst definitief na boeking van de deelnameprijs op een van de Zannekin-rekeningen (zie p. 1 van deze Nieuwsbrief). Ook voor uw betaling geldt de uiterste datum van 10 mei.


Edingen - Geschiedenis


De stad Edingen is gesitueerd aan de oude Romeinse heirbaan Bavay-Asse. Edingen behoorde in de karolingische tijd tot de Brabantgouw. Vanaf de 12e eeuw maakte het deel uit van het graafschap Henegouwen, nadat het eerst voor korte tijd in de invloedssfeer van het hertogdom Brabant had gelegen. Kerkelijk ressorteerde Edingen tot 1566 onder het bisdom Kamerijk (Cambrai). Edingen was vooral bekend voor de productie van wandtapijten.

Edingen was vroeger het bezit van de familie van Arenberg, die het gebied in 1606 verkreeg van Hendrik IV.

Terwijl de noordelijker gelegen Henegouwse dorpen op het einde van de 18e eeuw door de Fransen bij het Dijledepartement werden gevoegd, kwam Edingen in het departement Jemappes terecht. Dat werd in 1815 tot provincie Henegouwen omgedoopt.

Tot voor de Tweede Wereldoorlog had het stadje Edingen nog een overwegend Nederlandstalige bevolking, zoals uit de officiële talentellingen blijkt. Ondanks het toekennen van taalfaciliteiten voor de oorspronkelijk Nederlandstalige bevolking in 1962, verfranste het stadje meer en meer. Vanaf het einde van de 20e eeuw kwamen Nederlandstalige inwijkelingen van buiten de gemeente zich vestigen in de deelgemeente Mark.

Edingen biedt ondanks de kleine oppervlakte het aspect van een echt stadje met vele oude huizen (17e, 18e en 19e eeuw).


Lessen


Lessen (Frans: Lessines) is een stad in de Belgische provincie Henegouwen (Hainaut). Lessen telt ruim 18.000 inwoners. De stad is gelegen aan de Dender, tussen Aat en Geraardsbergen en ongeveer 38 kilometer ten zuidwesten van Brussel.

Lessen is befaamd om haar porfiergroeven en heeft als toeristische bezienswaardigheden onder meer het Hôpital Notre-Dame à la Rose, dat tot een paar decennia geleden als ziekenhuis in gebruik was en, nu ingericht als museum, een mooi beeld geeft van de verschillende genees- en verzor-gingswijzen door de eeuwen heen.


Mededelingen


Hernieuwen ledenbijdrage 2008

Het hernieuwen van de ledenbijdragen verliep totnogtoe in goede orde. Wel dient in deze spijtig genoeg uitzondering gemaakt voor onze Nederlandse leden. Sedert we niet langer over de mogelijkheid beschikken om hen via een accept-girokaart attent te maken op het feit dat ze aan de hernieuwing van hun bijdrage toe zijn, verloopt dit eerder stroef. Nu de accept-girokaarten – althans volgens de Nederlandse Postbank – uit het betaalverkeer genomen zijn, rees voor ons dit probleem.

Specifiek voor Nederland willen we dit toch even, gezien de problemen met de Postbank, beklemtonen. Ons Nederlands gironummer is: Postgiro Neder-land 3876953 Stichting ZANNEKIN, B.8900 Ieper. Voor België geldt van ouds de rekening 464-8220251-39 t.n.v. Vereniging/Stichting ZANNEKIN, 89 Ieper.

In ruil voor een ongewijzigde basisbijdrage van 25 € verzekert u zich ook in 2007 van een abonnement op onze Zannekin Nieuwsbrief en van het – reeds 30eJaarboek De Nederlanden ‘extra muros’. Dit nieuwe jaarboek wordt overigens extra omvangrijk (256 p.), omdat het tevens ook het Register over de jaarboeken 21-30 zal bevatten. Als steeds hopen we er andermaal op dat eenzelfde aantal leden spontaan deze basisbijdrage afronden tot het ronde bedrag van 30 €. Zij immers maken het ons mogelijk om extra-initiatieven te ontwikkelen, als b.v. de publicatie van brochures naast de Nieuwsbrief en het Jaarboek. Bijliggend betaalformulier heeft slechts de bedoeling het u makkelijk te maken. De penningmeester dankt bij voorbaat voor een vlotte afhandeling.


ZANNEKIN-activiteiten 2008



Een uniek project ter prommotie van het Platt

In het verleden gaf de Heimatverein der Erkelenzer Lande een reeks CD-roms uit met tal van geneologische data. Voer voor genealogen en stamboomklimmers, dat door hen ongetwijfeld hoog gewaardeerd kon worden. Zopas bracht de Verein een CD-rom uit die het over een geheel andere boeg gooit en zonder meer een veel ruimer publiek zal aanspreken, namelijk een verzameling van verhalen, liederen en gedichten in het Erkelzender Platt, bijeen gebracht door Theo Schläger. In totaal 16 nummers, met een gezamelijke speelduur van 45 minuten.

Vroeger moesten de dialectsprekers Duits leren. Vandaag de dag is het aan te bevelen dat de Duitssprekenden het Platt leren.” – “ Os Moddersprook die kanns de liere!”, luidt ‘Les 1’. De CD-rom kreeg het nummer 1 mee; wellicht volgen er dus nog meer op hetzelfde stramien! De CD-rom Mundart, die Kunst Platt te Kalle, Eine Sammlung von Geschichten, Liedern und Gedichten auf Erkelenzer Platt von und mit Theo Schläger , Geschäftsstelle Heimatverein: Johannismarkt 17, D. 41812 Erkelenz. Méér info: www.erkelenz.de – op de linker navifatielijst ‘Heimatverein’ aanklikken.

34e Frans-Vlaamse Dagen - Nieuwpoort

Van 22 maart tot 6 april beleeft Nieuwpoort andermaal zijn Frans-Vlaamse Dagen. Enkele hoogtepunten zijn ongetwijfeld:

Het volledig programma vindt men bij de VVV van Nieuwpoort


Meerdaagse busreis: In de voetsporen van Lothar

Literair-historische vierdaagse reis naat het Middenrijk van Karel de Grote in Lotharingen, de Elzas en het Bovenrijnland


programma

zaterdag 28 juni: Brussel – Montmédy (citadel) - Audun-le-Tiche (Deutsch-Oth) (voormalige taalgrens) – de Maginot-linie – Metz (bezoek aan de kathedraal) – Straatsburg (avondmaal in Zum Stadtwappen)

zondag 29 juni: Straatsburg (boottocht op de Ill) – bezoek en middagmaal in Obernai (Der Hans von Schnögaloch) – Colmar (museum Unterlinden met het retabel van Isenheim) Schlestatt/Sélestat – Straatsburg (avondmaal Zum Alten Strassburg)

maandag 30 juni: Straatsburg – door het Zwarte Woud – Freudenstadt (bezoek en middagmaal) – Offenburg – Straatsburg (vrije tijd)

dinsdag 1 juli: Straatsburg – Lunéville (geboorteplaats van Karel van Lotharingen) – Nancy (bezoek) - Diedenhofen/Thionville – Martelin-gen/Martelange (kort bezoek en vijfuurtje) - Brussel

Praktisch:


Een (utopisch?) vaderland om te beminnen


Hendrik Carette

Waarlijk er was geen grens tussen de Ems en de Somme”

H. van Byleveld, in “Nederland in Frankrijk”


              Gewoon de historisch verbonden zeventien provinciën samengehouden

            als welpen onder de vacht van de Leeuw. (*) Gewoon een machtig moederland

 

            zonder vervelende en vermaledijde vaderen. Een zompige moerasdelta

            met aan de golven ontwoekerde landouwen van het Blootland tot het Vriesland.


            Van de grijze Moordzee tot aan de zo groene wijngaarden aan de oever van de Moezel.

            Van het noordelijk gedeelte der Grietenij tot voorbij ’t mystieke Kolenwoud.


            Van het Waddenland en het land van Kleef tot aan de alsemkleurige zeekust aan de mondingen

            van de Kwinte en de Somme, au nom de Dieu et les anges dans les cieux.

___________________
(*) Leo Belgicus; Nederlandse Leeuw

Uit de eerstdaags te verschijnen bundel ‘Een beeldenstorm’.

Zie: www.hendrikcarette.be


De Nederlanden ‘extra muros’ – deel 30 (2008) - inhoud



 De Vereniging/Stichting ZANNEKIN

  Ruud Bruijns, Het Huis van Henegouwen en de toekenning van stadsrechten in Holland en Zeeland

  Huib D. Minderhoud, De Slag bij Ane en zijn gevolgen in vergelijking met de Guldensporenslag

  Willy Alenus, Welke taal spraken de eerste admiraals van Nederland? 

  Dick Wortel, In het Nieuwe Land

  Cyriel Moeyaert, Het Nederlands in Sint-Omaars door de eeuwen heen – 3

  Antoon Lowyck, Nederlandstalige borden in de Westhoek van de Nederlanden in Frankrijk - Derde reeks, deel 1

  Drs Zeno Kolks, Buitenregionale invloeden in en aan kerken, synagogen en moskeeën in Oost-Nederland en het aangrenzende Duitse gebied: Bentheim en Westmunterland

  Marten Heida, Emden, een vluchthaven voor vervolgden om hun geloof

  Marten Heida, Het “Testament” van Anna Metta Luths

  Pieter Jan Verstraete, Het Oera Linda-boek: een blijvend mysterie?

  Leo Camerlynck, New York, een Belgisch verhaal?

  Johan van Herreweghe, Kroniek de Franse Nederlanden

  Kroniek en boekbesprekingen

  Register over de jaarboeken De Nederlanden “extra muros” 21-30


Oost-Friesland


Rudi Koot

Aansluitend op de ZANNEKIN-Ontmoetingsdag te Emden (oktober 2007) verbleef ons bestuurslid Rudi Koot een week in Oost)Friesland. Hij noteerde voor ons zijn bevindingen.

Wilhelmshaven

Op maandag 15 oktober 2007 bezocht ik het Duitse Marinemuseum in Wilhelshaven. De plaats is op 17 juni 1869 ingewijd als marinehaven en genoemd naar koning Wilhelm I van Pruisen (1871-1888 keizer van Duitsland). Het centrum was een groot plein waar nu een modern winkelcentrum op gebouwd is.

Aurich

Op dinsdag 16 oktober 2007 bezocht ik het historisch museum van Aurich. Op een zeer gedocumenteerde manier krijgt de bezoeker de geschiedenis van Aurich, Oost-Friesland en het gravengeslacht Cirksena voorgeschoteld.

Ten zuidwesten van Aurich ligt de Opstalboom. Afgevaardigden van de Friezen troffen zich tot in de 13e eeuw als uiting van de Friese Vrijheid aan de Opstalboom, om recht te spreken en besluiten te nemen. De bijeenkomsten vonden eens per jaar plaats op de dinsdag na Pinksteren. De afgevaardigden werden met Pasen in hun thuisland gekozen en werden gezworenen genoemd.

In 1447 liet de gravenfamilie Cirksena een burcht bouwen. In 1491 kreeg Aurich stadsrechten. In 1561 verplaatsten de graven van Oost-Friesland hun regeringszetel van Emden naar Aurich. Op de begraafplaats bevindt zich een mausoleum van de gravenfamilie Cirksena.

Honderd meter van het historisch museum is het Ihlower altaar te zien in de Lambertikerk. Het altaar werd in 1510 in Antwerpen gemaakt voor het cisterziënserklooster Ihlow acht kilometer ten zuiden van Aurich. Toen het klooster in de tijd van de reformatie vernietigd werd, bracht men het altaar in 1529 naar Aurich.

Jever

Op woensdag 17 oktober 2007 bezocht ik de stad die nu vooral bekend is om het bier. Ik bezocht het prachtige Slotmuseum. De toelichtingen in het museum zijn in het Duits, Nederlands en Engels. Er zijn Brusselse wandtapijten te zien en Noord-Nederlands leerbehang. Maria von Jever liet van 1560 tot 1564 een prachtige eikenhouten wand aanbrengen door de Antwerpse beeldhouwer Cornelis Floris de Vriendt (°1514-†1575). Maria von Jever liet in de 16e eeuw een oostelijke kapel aan de stadskerk aanbouwen. Dit bevat een praalgraf voor haar vader Edo Wiemken, de jongere. Het praalgraf is in 1561-1564 opgericht door leerlingen van Cornelis Floris de Vriendt. Het praalgraf is tegenwoordig een belangrijk voorbeeld van late Nederlandse Renaissancekunst.

Het Jeverland kent voor een gedeelte een eigen geschiedenis. Ik geef die schematisch weer:

1358-1575 Huis Wiemken

1358-1410 Opperhoofd Edo Wiemken, de oudere

1410-1433 Opperhoofd Sibet Papinga

1433-1438 Opperhoofd Hajo Harlda/Harlidas

1438-1468 Opperhoofd Tanno Duren

1468-1468 Opperhoofd Hajo

1468-1511 Opperhoofd Edo Wiemken, de jongere (°1450-†1514)

1511-1536 Anna

1511-1575 Regentes Maria von Jever (°1500-†1575). Maria von Jever was het derde kind van Edo Wiemken de jongere en diens tweede vrouw Heilwig von Oldenburg. Maria von Jever verleent Jever in 1536 stadrechten.

1575-1667 Vorstenhuis Oldenburg

1575-1603 Graaf Johann VII von Oldenburg-Delmenhorst (°1540-†1603). Hij trouwde in 1576 met Elisabeth von Schwarzburg (°1541-†1612). Zij kregen een dochter Magdalene von Oldenburg (°1585-†1657).

1603-1667 Graaf Anton Günther von Oldenburg (°1583-†1667)

1667-1793 Vorstenhuis Anhalt-Zerbst

1667-1667 Johann VI von Anhalt-Zerbst (°1621-†1667). Hij is de zoon van Rudolph von Anhalt-Zerbst en Magdalene von Oldenburg (°1585-†1657).

1667-1718 Karl Wilhelm

1718-1742 Johann August (°1677-†1742)

1742-1746 Johann Ludwig II de jongere von Anhalt-Zerbst(-Dornburg) (°1688-†1746)

1742-1747 Christian August von Anhalt-Zerbst (°1690-†1747). Hij trouwde in 1727 met Johanna Elisabeth von Holstein-Gottrop (°1712-†1760).

1747-1752 Regentes Johanna Elisabeth von Anhalt-Zerbst-von Holstein-Gottrop (°1712-†1760)

1747-1793 Vorst Friedrich August von Anhalt-Zerbst (°1734-†1793). Hij trouwde in 1753 met zijn eerste vrouw Caroline Wilhelmine Sophie von Hessen-Kassel (°1732-†1759). Hij trouwde in 1764 met zijn tweede vrouw Friederike Auguste Sophie von Anhalt-Bernburg (°1744-†1827).1793-1807

1793-1807 Keizerrijk Rusland

1793-1796 Tsarina Catharina II de Grote Romanov-von Anhalt-Zerbst (°1729-†1796)

1796-1801 Tsaar Paul I Romanov

1801-1807 Tsaar Alexander I Romanov

1793-1807 Stadhoudster Friederike Auguste Sophie von Anhalt-Zerbst-von Anhalt-Bernburg (°1744-†1827)

1807-1810 Koninkrijk Holland

1807-1810 Koning Lodewijk Napoleon Bonaparte

1810-1813 Keizerrijk Frankrijk

1810-1813 Keizer Napoleon Bonaparte

1813-1818 Keizerrijk Rusland

1813-1818 Tsaar Alexander I Romanov

1813-1918 Groothertogdom Oldenburg

1813-1829 Groothertog Peter Friedrich Ludwig von Oldenburg (°1755-†1829)

1829-1853 Groothertog Paul Friedrich August (°1783-†1853)

1853-1900 Groothertog Nikolaus Friedrich Peter

1900-1918 Groothertog Friedrich August II

1918-1946 Freistaat Oldenburg

1946- Deelstaat Niedersachsen

Norden en Esens

Op donderdag 18 oktober 2007 bezocht ik Norden en Esens. Norden kreeg in 1491 stadsrechten. Ubbo Emmius was van 1579 tot 1587 rector van de Latijnse school in Norden. In het heimatmuseum in Esens reconstrueerde ik een overzicht van de heersers van het Harlingerland:

Tijd van de opperhoofden (-1540)

Wiebet von Stedesdorf (circa 1427) (man)

Hero Omken de oudere (man)

Sibo of Siebet Attena (voor 1461) (vrouw)

Hero Omken de jongere (1490) (man)

Balthasar (1522-1600)(man)

Rietberger (1540-1600): Onna von Esens (vrouw) (zij trouwde met graaf Otto III von Rietberg)

Graaf Johann III von Rietberg (man) (-†1562)

Walburgis von Rietberg (vrouw) (1562-†1586) (zij trouwde in 1581 met graaf Enno III Cirksena)

Oost-Friese graven (1600-1744)

Leer

Op vrijdag 19 oktober 20007 bezocht ik Leer. Ubbo Emmius was hier van 1587 tot 1595 rector van de Latijnse school. De Mennonieten, die al in 1540 een gemeente in Leer hadden, vonden in Leer een omslagpunt voor hun Europese verbindingen toen Antwerpen voor hen in de 16e eeuw verloren ging.

Nederduits/Platduits

De Nederduitse taal wordt in het noorden van Duitsland gesproken. Er is geen standaartaal maar er bestaan verschillende varianten. In Oost-Friesland verdween het Oost-Fries en kwam het Nederduits daarvoor in de plaats. Tot in de jaren tachtig van de twintigste eeuw werden de Nedersaksische dialecten in Nederland ook tot het Nederduits gerekend.

Ik besluit met het

OSTFRIESENLIED

Up Plattdüütsch                                                                                       Auf Hochdeutsch

In Oostfreesland is't am besten                                                             In Ostfriesland ist's am Besten

over Freesland geit der nix!                                                                    über Friesland geht da nix!

War sünd woll de Wichter mojer,                                                           Wo sind wohl die Mädchen schöner.

war de Jungse woll so fix?                                                                      wo die Jungen wohl so tüchtig?

In Oostfreesland mag ik wesen,                                                             In Ostfriesland mag ich sein,

anners nargens lever wesen,                                                                  nirgends anders lieber sein,

over Freesland geit der nix.                                                                    über Friesland geht da nix.

Nargens bleiht de Saat so moje,                                                            Nirgends blüht die Saat so schön,

nargens is de Buur so riek,                                                                    nirgends ist der Bauer so reich,

nargens sünd de Kojen fetter,                                                                nirgends sind die Kühe fetter,

nargens geiht de Ploog so liek,                                                              nirgends geht der Pflug so gerade,

nargens gifft't so feste Knaken,                                                            nirgends gibt's so feste Knochen,

weet man leckerder to maken                                                               weiß man leckerer zu machen

Botter, Kees' un Karmelkbree. Butter,                                                Käse und Buttermilchbrei.

Nä,'t is nargens, nargens bäter Nein,                                                   es ist nirgends, nirgends besser

as war hoch de Dieken staan,                                                               als wo hoch die Deiche stehen,

war up't Eiland an de Dünen                                                                 wo auf der Insel an den Dünen

hoch herup de Bulgen slaan;                                                                 hoch herauf die Wellen schlagen,

war so luut de Nordsee bullert,                                                             wo so laut die Nordsee rumort,

war ji könen up de Dullert                                                                     wo ihr könnt auf dem Dollart

Dreemast-Schepen faren seen.                                                            Dreimast-Schiffe fahren sehen

War in'd Wagen Törf un Kienholt                                                        Wo im Wagen Torf und Kiefernholz

worden haalt van't Hochmoor her;                                                       werden geholt vom Hochmoor her

war de ganse Welt sück lüstig                                                               wo die ganze Welt sich lustig

makt up't Is bi't Eierbeer;                                                                      macht auf dem Eis beim Eierbier;

war s' int Feld mit Kloten scheten,                                                        wo sie im Feld mit Kloten schießen,

wor se Bookweit-Schubbers eten,                                                         wo sie Buchweizenpfannkuchen essen,

Harm up Freersfoten geit.                                                                     Harm auf Freiersfüßen geht.

För Oostfreesland, för Oostfreesland                                                   Für Ostfriesland, für Ostfriesland

laat ick Blot un Leven geern,                                                                lass ich Blut und Leben gern,

was'k doch man weer in Oostfreesland,                                                wär ich doch bloß wieder in Ostfriesland

war so mennig söte Deern!                                                                    wo so manches süße Mädchen!

In de Frömde wünsk ik faken:                                                               In der Fremde wünsch ich oft:

Kunk doch Moders Breepott smaken;                                                 Könnt ich doch Mutters Breipott schmecken;

sat'k doch weer in 'd Hörn bi't Für!                                                      säß ich doch wieder im Hörn-Sessel am Feuer!

Enno Hector schreef de tekst op 25 februari 1850.

Melodie: Weißt du wieviel Sternlein stehen


Literatuur

1. Dieter Stellmacher, Wer spricht platt? Zur Lage des Niederdeutschen heute. Eine kurzgefaßte Bestandsaufnahme, Institut für niederdeutsche Sprache, Verlag Schuster Leer, 1987 (ISBN 3-7963-0250-5).

2. Dr. Hermann Freese, Das Mausoleum zu Aurich – Die letzte Ruhestätte der Cirksena, 1995 (ISBN 3-928160-08-7).

3. Frerk Möller, Plattdüüttsch – een Spraak stellt sik vör / Plattdeutsch – eine Sprache stellt sich vor. Ein zweisprachiges Ausstellungskonzept, entworfen vom Institut für niederdeutsche Sprache, Bremen, Verlag Schuster Leer, 1999 (ISBN 3-7963-0341-2).

4. Die Frieslande, Herausgegeben im Auftrag des Interfriesischen Rates von Thomas Steensen, Nordfriisk Instituut, 2006 (ISBN 978-88007-333-3).

5. Hartmut Cyriacks/Peter Nissen, Sprachführer Plattdüütsch. Ein Lehr- und Lernbuch, In Zusammenarbeit mit dem Ohnsorg-Theater und der NDR Hamburg-Welle 90,3, Quickborn-Verlag, Copyright 1997, 8. Auflage 2007 (ISBN 978-3-87651-204-4).


Vanaf de zijlijn
Marten Heida, Veenendaal

Meester van de “heilige toonkunst”

Van 1871 tot 1887 was Franz Nekes (1844-1914) als priester verbonden aan de St.-Christophorus-parochie te Gerderath in het Erkelenzer Land. Gedurende deze jaren heeft hij vooral van zich doen spreken door zijn bezig-zijn op het kerkmuzikale vlak. Door zijn toedoen kwam dat in deze regio tot grote bloei. Al heeft hij de rest van zijn leven doorgebracht in Aken – hier leidde hij van 1891-1912 het Domkoor – toch is men hem in Erkelenz niet vergeten. Dat blijkt wel uit het feit dat de door de Akenaar Michael Tunger over hem geschreven biografie is opgenomen als nr. 21 in de reeks Schriften des Heimatvereins der Erkelenzer Lande e.V.

Daar in het leven van Nekes de Cecilia-vereniging een belangrijke plaats heeft ingenomen is het eerste hoofdstuk gewijd aan de geschiedenis van de naar deze heilige genoemde beweging. Daaruit blijkt duidelijk dat deze beweging van grote betekenis is geweest voor de ontwikkeling van de kerkmuziek in met name de Rooms-Katholieke kerk. Grote namen zijn Da Palestrina en Monteverdi. Maar ook componisten als Haydn, Mozart en Beethoven hebben hun aandeel geleverd. Om opera-invloeden tegen te gaan werd in 1749 in München de Ceciliabroederschap opgericht. Eén van de leidinggevende componisten was Joseph Rheinberger; een stad die in dit verband niet ongenoemd mag blijven is Regensburg, getuige de vermelding dat ze het kerkmuzikale geweten van de wereld werd genoemd. Vanuit deze stad werd vooral het a capella-zingen sterk bevorderd; daarvoor werd terug-gegrepen op composities van onder meer de al genoemde Da Palestrina en Di Lasso.

Met behulp van een jaartallenoverzicht wordt de tijd geschetst waarin Franz Nekes leefde en welke de belangrijkste gebeurtenissen waren in zijn leven. Halteplaatsen zijn – uiteraard – zijn geboorteplaats Huttrop bij Essen, Munster en Bonn waar hij heeft gestudeerd; Gerderath bij Erkelenz en Aken, waar hij als priester werkzaam is geweest. Ook heeft hij in de beide laatste plaatsen van zich doen spreken als koorleider en componist. Het is in de laatste plaats geweest dat hij op 6 mei 1914 overleed.

Op dit stramien worden in de volgende hoofdstukken de levensdraden van Franz Nekes geborduurd. Hij groeit als vierde kind op in het pottebakkersgezin Nekes. Zijn vader stimuleert allerminst zijn muzikaliteit. Bij gebrek aan een instrument stelt Franz een toonladder samen met behulp van werkstukken van zijn vader. Tijdens zijn gang naar het Burggymnasium in Essen (1858-1864) ontpopt hij zich als een bijzonder begaafde leerling die eigen composities uitvoert met een door hem opgericht schoolkoor. Dit jeugdwerk is niet voor een opusnummer in aanmerking gekomen. Nr. 1 werd een compositie die in 1867 – hij was toen student in Bonn – tot stand kwam; het betrof een driestemmige mis voor mannenkoor. Na het voltooien van zijn studie begon hij zijn kerkelijke loopbaan als vicaris van de Keulse Dom (1868-1871). Voor zijn ontwikkeling als kerkmusicus zijn deze jaren voor hem zeer belangrijk geweest; zo geeft hij o.m. leiding aan de toen opgerichte koorschool waaraan les werd gegeven overeenkomstig de prin-cipes van de Cecilia-vereniging.

In 1871 begint hij zijn werkzaamheid als vicaris van de St.-Christo-phoruskerk te Gerderath. Hij is zowel pastoraal als muzikaal zeer actief in deze parochie; van het laatste getuigen de vele kooroptredens en de composities die in deze jaren werden getoonzet. Gezien zijn instemming met de uitgangspunten van de Cecilia-vereniging is het niet verwonderlijk hem te zien optreden als de man die een belangrijk aandeel heeft gehad in de oprichting van een afdeling in het dekanaat Erkelenz. Hoewel niet iedereen het eens was met zijn invulling van het concertprogramma liet hij zich niet van de door hem ingeslagen weg afbrengen; en die was de gelovigen weer deel te doen krijgen aan de erfenis van de gewijde kerkmuziek. In dat kader verschenen ook artikelen van hem in het Erkelenzer Kreisblatt. Wat hij in dit opzicht voor de parochie van Gerderath had betekend ontdekte men eerst na zijn vertrek naar Aken in 1887. Hier werd hij geroepen het werk van zijn voorganger voort te zetten en wel in de functie van inspecteur en leraar harmonieleer en contrapunt aan het Grego-riushaus. Vanaf 1891 werd zijn werkterrein uitgebreid met de directie van het koor van de ‘Liebfrauenmünster’. Het is met name in de laatste hoedanigheid dat hij van zich heeft doen spreken; getuige daarvan zijn de door hem getoonzette missen die tot het hoogtepunt van zijn compositorisch werk worden gerekend. In 1905 werd zijn werk als toonkunstenaar gewaardeerd met een benoeming tot pauselijk kamerheer. Het laat zich verstaan dat men in Aken bijzonder ingenomen was met deze aan Nekes toegekende onderscheiding. Dat was men niet minder in 1911 toen hij benoemd werd tot kanunnik van de Akense ‘Liebfrauenmünster’; dat blijkt uit de feestelijkheden die deze benoeming vergezelden. Aan zijn werk als dirigent kwam een eind op 31 december 1912 als gevolg van een oogziekte die hem blind maakte. Bij wijze van dank werd zijn 70e verjaardag op grootse wijze gevierd. Bij die gelegenheid werd hij zelfs ‘de nieuwe Da Palestrina’ genoemd en de hoop uitgesproken dat hij nog veel mocht betekenen voor de ‘Musica Sacra’. Die hoop zou evenwel niet verwerkelijkt worden. Eind april 1914 kreeg hij een beroerte als gevolg waarvan hij verlamd raakte. In de vroege morgen van 9 mei 1914 overleed hij.

Uitgebreid werd bij dit overlijden stilgestaan en werden zijn kwaliteiten als componist en koorleider geroemd. Dit was het geval tijdens de 44e Algemene Vergadering van de Cecilia-vereniging van het Aartsdiocees Keulen op 4 juni 1914. Onderstreept werd de wijze waarop hij zijn muzikaal talent in dienst van de kerk had gesteld. In allerlei verbanden werden herinneringen aan hem opgehaald. De één wist te vertellen dat hij menig keer de gemeente een kwartier liet wachten en een ander wist zich zijn verstrooidheid te binnen te brengen.

Bij herhaling is in de loop van de voorbije jaren aandacht aan de persoon van Nekes geschonken. Maar het zijn vooral zijn composities waardoor hij tot op de dag van vandaag is blijven spreken. In dat kader heeft Michael Tunger zich gezet tot het schrijven van zijn levensverhaal. Hij is erin geslaagd een voortreffelijk beeld van hem te schetsen. Intussen nadert het jaar waarin het een eeuw geleden is dat Nekes is overleden. Hem werd de eer waardig gekeurd de “Rijnse Palestrina” te worden genoemd. Ik twijfel er niet aan dat deze onderscheidende benaming oprecht gemeend is. Maar wat mij verbaast is dat men het – voor zover mij bekend – daarbij gelaten heeft. Ongetwijfeld zal er in 2014 aandacht aan Nekes geschonken worden. Naar mijn mening moet men het dan niet bij woorden laten maar een keur uit zijn composities doen weerklinken en vastleggen op een CD; dan eert men zijn nagedachtenis op de enig juiste wijze. Als ik let op het aantal door hem gecomponeerde werken (26 zonder en 60 met opusnummer) moet het toch geen al te grote opgave zijn hieruit een weloverwogen keuze te maken.


Het laatste woord
Leo Camerlynck, Ukkel

Vierdaagse reis “in de voetsporen van Lothar”

Het groot West-Europese rijk van Karel de Grote werd onder zijn drie kleinzoons verdeeld. Lothar kreeg het Middenrijk geklemd tussen wat later Frankrijk en Duitse Rijk zou worden.

De Germaans-Romaanse taalgrens doorklieft Lothars Middenrijk, waardoor een voedingsbodem ontstond voor conflicten door de eeuwen heen.

Daar waar thans nog altijd die taalgrens loopt, treft men gebieden, die meer dan eens het toneel van confrontaties vormden. België, Luxemburg, Elzas en Lotharingen, Zwitserland, Zuid-Tirol, om die maar te noemen.

Maar tegelijk ontbreekt het in Lothars middenrijk niet aan boeiende en aanlokkelijke belevenissen in vaak wondermooie landschappen.

Van zaterdag 28 juni tot en met 1 juli 2008 gaat onze Stichting Zannekin naar Lotharingen, de Elzas en het Bovenrijnland. U vindt het programma elders (zie p. 8) in deze Nieuwsbrief.

De rode draad door het programma blijft zoals bij vorige meerdaagse reizen een zoektocht naar sporen uit de Nederlanden. Dit neemt niet weg dat ook ander bezienswaardigheden belicht worden.

We bezoeken Montmédy, waar onze stichting reeds heen reisde, doch die als zuidelijke stad van de Nederlanden steeds de moeite loont. Meteen doorkruisen we Lotharingen richting Metz, de geboortestad van Jan Mone, met zijn fraaie kathedraal. Dan gaat het door de Elzas richting Straatsburg.

Straatsburg is beslist een bezoek waard met zijn gemoedelijke binnenstad, zijn kathedraal, zijn wijk “zum Franzosel”, en nog veel meer.

De Vlaamse graven, Diederik en Filips van den Elzas, worden belicht. En ook wordt de schijnwerper gericht op werken van de Hollanders Niclas Gerhaert van Leyden, tijdgenoot van Claus Sluter, en Joost Bilhamer of Joost Janszoon Bilhamer/Beeldsnyder, Jeroen van Kessel en Willem Panneels. Dieper in de Elzas worden ook Obernai en Colmar aangedaan.

De Rijn wordt overgestoken voor een brokje natuurschoon in het Zwarte Woud en stedenschoon in Freudenstadt.

Terug in Lotharingen wordt halt gehouden in Lunéville, de geboortestad van Karel van Lorreinen of van Lotharingen, landvoogd van de Zuidelijke Nederlanden, en in Nancy, waar een te zelfzekere Vlaams-Boergondische Karel de Stoute in een veldslag aan zijn einde kwam. Na nog even te verpozen in het Belgisch-Luxemburgse Arelerland, wordt de vierdaagse afgesloten.

Halle, Edingen en Lessen

Op 17 mei 2008 gaan we samen met cursisten Nederlands uit Frans-Vlaanderen naar het oud-Henegouwse en ook oud-Brabantse land aan de zuidrand van het Pajottenland en iets verder.

De namen Claus Sluter en Jan Mone zijn hiervoren reeds opgedoken. Maar er valt beslist nog veel meer te bezichtigen in dit taalgrensgebied.

Ook hierover verneemt u meer elders (pp. 3-5) in deze Nieuwsbrief.

Naer Oostland

De reeds lang aangekondigde meerdaagse reis naar de Hanzesteden in Midden-Europa en langs het Balticum is door een samenloop van omstandigheden verdaagd naar het jaar 2009.

Het programma wordt nauwelijks gewijzigd. In onze volgende Nieuwsbrief verneemt u alle details over de periode, de prijs en andere nuttige informatie.

Leo Camerlynck, voorzitter Stichting Zannekin

De Zavelberg”

Edouard Michielsstraat 51

B – 1180 UKKEL / Brussel

Te. 00 32 485 630 227