> nieuwsbrief > JGe jg. - 2e trimester 2010

Bijdragen over: Tip

Mededelingen

Hernieuwen ledenbijdrage 2010


De penningmeester kan best tevreden zijn over de wijze waarop zijn oproep in de vorige Nieuwsbrief beantwoordt werd. Wie ondertussen totnogtoe “in gebreke” bleef kan dit alsnog goedmaken vóór medio mei (wanneer het nieuwe jaarboek verschijnt). In ruil voor een ongewijzigde basisbijdrage van 25 € verzekert u zich ook in 2010 van een abonnement op onze Zannekin Nieuwsbrief en van het – reeds 32e – Jaarboek De Nederlanden ‘extra muros’.

Zannekin Studie-uitstap zaterdag 8 mei - Op zoek naar Vlaams-Hollandse sporen in Kent


Uurregeling: vertrek om 07.00 uur: Ukkel Stalle, Edouard Michielsstraat 51 / om 07.20 uur: Halle Station / om 07.45 uur: Edingen-Mark, Dorpsplein / om 08.45 uur: Kortrijk Station.

10.30 uur : Kales / Calais Veerhaven: inscheping naar Dover.

12.15 uur (Britse tijd): aankomst Dover. Van Dover met de bus naar Sandwich.

12.45 uur (Britse tijd): Sandwich bezoek aan het stadje, afsluitend met een “High-Tea”; terugrit langs pittoreske wegen naar Dover.

17.00 uur (Britse tijd): Dover Dokken: inscheping naar Kales.

19.30 uur: Kales / Calais / om 21.00 uur: Kortrijk / om 22.00 uur: Edingen-Mark / om 22.20 uur: Halle / om 22.35 uur: Ukkel.

Tijdens de busreis vergast de historicus Johan Decavele ons op een power-point-voorstelling over de uitwijking vanuit de Nederlanden naar Kent. Hij studeerde geschiedenis te Leuven en te Mainz. Hij promoveerde op een dissertatie over De dageraad van de Reformatie in Vlaanderen. Hij schreef diverse boeken en tijdschriftartikels over de Gentse stadsgeschiedenis en over de politieke en religieuze geschiedenis van de Nederlanden in de 16e eeuw. In 1976 stelde hij de tentoonstelling Eenheid en Scheiding in de Nederlanden samen.

Eens te Dover brengt de bus ons langs schilderachtige wegen doorheen de tuin van Engeland naar Sandwich. In dit gemoedelijke stadje zijn nog talrijke Nederlandse sporen terug te vinden. In de 16e eeuw verbleef er een belangrijke kolonie Vlaamse inwijkelingen, die op de vlucht waren omwille van de godsdienstconflicten binnen de Nederlanden. Het was tevens de uitvalsbasis voor de Bosgeuzen onder leiding van o.a. Jan Camerlynck, uit Hondschoote. In de 17e en 18e eeuw vestigden zich vooral Vlaamse wevers en Hollandse landbouwers en vaklieden. Ook de terugweg loopt via pittoreske wegen naar Dover.

 

Stadsgezicht te Sandwich

Deelnemersbijdrage: busreis, overzet Kales-Dover, gidsing, “High-Tea” te Sand-wich: Zannekin-leden (inclusief hun huisgenoten) 55 €/pp.; niet-leden betalen: 65 €/pp. Voor het middagmaal is er – op eigen kosten– ruimschoots gelegenheid op de boot tijdens de overtocht.

Aanmelden: via e-post [maurits.cailliau@skynet.be] en gelijktijdige betaling tot uiterlijk 30 april. De inschrijving wordt eerst definitief na betaling op rekening IBAN: BE13 4648 2202 5139 – BIC: KREDBEBB t.n.v. Stichting ZANNEKIN, Paddevijverstraat 2, B.8900 Ieper./


Meerdaagse reis verdaagd naar 16-23 april 2011
Op zoek naar Vlaams-Nederlandse sporen in Noord-Polen


Al voordat de ridders van de Duitse Orde in 1226 zich in Pruisen vestigden was er al sprake van een kolonisatie vanuit het Noord-Duitse laagland naar het oosten. Voor velen betekende de tocht naar het oosten een kans op eigen landbouwgrond of zelfs het burgerschap in de vele steden die niet zelden naar het recht der Vlaamse steden werden gesticht. Zo is bekend dat diverse plaatsen rond de Duitse hoofdstad Berlijn zijn gesticht door Vlamingen, vandaar de naam ‘Fläming’ voor de streek tussen Berlijn en Maagdenburg.

Aangezien de toenmalige streken ten oosten van de Elbe tot aan de Oostzee werden bewoond door veelal heidense stammen ging de kolonisatie niet zelden gepaard met geweld en verdrijving van de oorspronkelijke bevolking. Bovendien was het land niet zo sterk ontwikkeld als het westelijke deel van Europa, waardoor de vergelijking met de kolonisatie van Noord-Amerika vanaf de 17e eeuw niet misplaatst is. Het Baltische gebied vormde in zekere zin het ‘wilde oosten’ van het middeleeuwse Europa.

Met deze reis willen we ons specifiek richten op de verste uitwaaiering van kolonisten uit de Lage Landen richting het oosten, namelijk de Weischel-delta ten zuiden van de stad Dantzig. Hier hebben zich eeuwenlang kolonisten uit zowel de Noordelijke als de Zuidelijke Nederlanden zich gevestigd en hun sporen nagelaten in het landschap en in de cultuur.

Sinds de verdrijving van de Duitsers in dit gebied vanaf 1945 zijn de namen van vele plaatsen en rivieren ‘gepoloniseerd’. Om verwarring te voorkomen en voeling te houden met ons reisdoel worden de Nederlandstalige namen aangehouden met daarachter een verwijzing naar de Duitse en/of Poolse naam. Wellicht ten overvloede willen wij benadrukken dat deze reis bedoeld is om kennis van betekenis van de Nederlandse geschiedenis in dit gebied op te doen en niet om enige staatkundige aanspraken van wie dan ook te ondersteunen of te ontkrachten.

Dit boekje is opgesteld met het doel om de reisplanning uit te leggen en achtergrondinformatie te bieden bij de plaatsen die we gaan bezoeken. Zodoende heeft u een overzicht van de activiteiten en een naslagwerk voor thuis.

Toelichting: wat voorafging behelst de inleiding tot de informatieve brochure ten behoeve van de deelnemers waarin de te bezoeken steden en bezienswaardigheden worden toegelicht.

Zie  voor alle informatie met betrekking tot de nieuwe reisdata de Nieuwsbrief 2/2010

Panoramisch zicht op het middeleeuwse Dantzig


De Nederlanden “extra muros” 2010 - Zannekin-jaarboek 32


Dit 32e Jaarboek De Nederlanden ‘extra muros’ telt, naast de gebruikelijke kroniekbijdragen, niet minder dan elf studiebijdragen over evenzoveel onderwerpen binnen de horizonten van de Nederlanden “extra muros”.

H.A.M. van der Heijden, kenner bij uitstek op het domein van de cartografie van de Nederlanden, opent met een bijdrage over Het Twaalfjarig Bestand in kaarten. Een van de hierbij horende afbeeldingen leek ons als kaftillustratie uitermate geschikt.

Cyriel Moeyaert behandelde in vorige jaarboeken al vaker een of ander aspect van het Nederlandse verleden van Sint-Omaars. Zijn huidige bijdrage is gewijd aan Een Vlaams college in Sint-Omaars: het Sint-Bertijnscollege. Zijn niet aflatende speurzin bracht menig spoor aan de oppervlakte.

Over De rol en betekenis van Renaat Despicht voor de Zuid-Vlaamse beweging is sinds diens overlijden nog maar weinig gepubliceerd. Kristof Papin en Cyriel Moeyaert zijn terecht de mening toegedaan dat aan Despichts leven en werk en verdiensten de nodige aandacht besteed mag worden.

Van Kevin de Laet brengen we meteen twee op elkaar aansluitende bijdragen over het taallandschap binnen de territoria van de oude Nederlanden. Onder de titel De taalecologie in de Benelux komen vooreerst de Germaanse talen aan bod; gevolgd door De langues d’Oil in Wallonië en Noord-Frankrijk. Voor wie van oogkleppen voorzien is zijn het zonder meer eyeopener.

Willy Alenus dook andermaal in de familiegeschiedenis van zijn Loonse stam en brengt Johannes Alenus III, raadsheer van de Palts-keruvorst en diens toenmalige tijd voor het voetlicht.

Een opmerkelijk verhaal dat steevast tussen de plooien van de geschiedenis doorvalt is dit van het Separatisme in Nederlands Limburg anno 1839-1849. Erik Martens besteedt er terecht de nodige aandacht aan.

Voor wie met open ogen doorheen Amsterdam dwaalt, verwijzen nogal wat sporen naar de Nederlanden “extra muros”. Dit dan voornamelijk onder de vorm van Amsterdamse gevelstenen die naar de oostelijke Nederlanden in Duitsland verwijzen. Ruud Bruijns bracht er een aantal “in kaart”.

Ook Zeno Kolks is weer present; dit keer met (het eerste deel van) een bijdrage over de Textielgeschiedenis van Twente, Oost Nederland en het aangrenzende Duitse gebied. In feit het verhaal van grotendeels vergane glorie, gezien de evolutie van de textielindustrie in onze gewesten.

Pieter Jan Verstraete ontbreekt evenmin. Met Douwe Hermans Kiestra: Friese boer-dichter brengt hij een zoveelste Fries portret in een stilaan opmerkelijk te noemen reeks.

Het “Deense Holland” Noord-Friesland en Nederland kan op het eerst zicht als een misleidende titel overkomen. De lectuur van Thomas Steensen zeer informatieve bijdrage biedt naderhand ook inzicht in zijn titelkeuze. De illustraties bij dit verhaal zijn (op het kaartmateriaal na) bijeen gesprokkeld door Marten Heida.

Ook weer present, na ’n paar jaar afwezigheid, is Johan van Herreweghe met zijn zeer gesmaakte rubriek Kroniek de Franse Nederlanden.

Traditiegetrouw sluit ook dit jaarboek weer af met de gebruikelijke Kroniek en boekbesprekingen.

Tot zo ver het inhoudsoverzicht van ons 32e jaarboek. Andermaal veel lees- en leergenot toegewenst!

 

Sandwich, Gent, Elbing: "Vlaams" Calvinisme van Kent tot Oost-Pruisen


dr. Johan Decavele

De vestiging van het calvinisme in Vlaanderen is grotendeels mislukt, maar dat was in de zestiende eeuw niet te voorzien. Historicus dr. Johan Decavele schreef uitvoerig over de vestiging van een calvinistisch bewind in Gent en elders in de Zuidelijke Nederlanden. ”Het comité van de Achttienmannen dat in 1577 in Gent een staatsgreep pleegde was populair bij de bevolking en ook Willem van Oranje had zijn goedkeuring gegeven.”

Zijn interesse voor het protestantisme begon bij een fietstocht in zijn jeugd. Toen hij de Nederlandse grens bij Retranchement passeerde, merkte hij ineens dat er nog iets anders bestond dan de Rooms-Katholieke Kerk. Hij is zich in het protestantisme gaan verdiepen en is uitgegroeid tot een kenner van het protestantisme in de zestiende eeuw in Vlaanderen.

Vooral in de zuidelijke Nederlanden nam het calvinisme in de jaren zestig van de zestiende eeuw toe, ondanks dat de plakkaten tegen de ketters steeds strenger werden en dat er almaar protestanten ter dood gebracht werden. “De protestanten hadden het al lang zwaar te verduren gehad en het treiteren hield maar niet op. De druk op de ketel werd zo groot dat er niet anders kon volgen dan een explosie.”

 

Sandwich

Het calvinisme in de Westhoek van Vlaanderen was inmiddels een massabeweging en het was door de omstandigheden militant geworden. “De Rooms-Katholieke Kerk was uitgehold en bood geen inhoudelijke tegenstand. Daar komt bij dat, mede door toedoen van Willem van Oranje, in die tijd een regeringsvacuüm ontstaan was in Brussel. Granvelle, de naaste medewerker van de landvoogdes, was wel uitgerangeerd, maar het was niet duidelijk hoe het verder moest. Voeg erbij dat enkele zeer radicale protestantse predikers van de Engelse vluchtelingengemeente Sandwich overstaken naar Vlaanderen en de calvinisten behoorlijk opporden. De Beeldenstorm was onafwendbaar.” (....) ”Voor de kunst is de Beeldenstorm een ramp geweest.”

 

Calvinistische republiek

De Pacificatie van Gent ging voor veel Gentenaars lang niet ver genoeg. In 1577 pleegde het Comité van de Achttienmannen, onder leiding van Frans van der Kethulle, heer van Ryhove en de volksleider Jan van Hembyze, twee overtuigde calvinisten, een staatsgreep. Het nieuwe bewind was populair onder de bevolking. Dat had ook te maken met de misstanden in de Rooms-Katholieke Kerk van die tijd en met het bekend worden van seksuele uitspattingen in kloosters van Gent en Brugge.

 

Petrus Datheen

De putsch had de stilzwijgende goedkeuring van Willem van Oranje. Van Ryhove was, aldus Decavele, op audiëntie geweest bij Willem van Oranje, maar die had geen steun betuigd voor een eventuele greep naar de macht in Gent. Toen de Gentenaar ontgoocheld terugreed, reed Marnix van Sint Aldegonde, de rechterhand van Oranje, hem achterop en zei hem dat ze hun slag mochten slaan. „Zo steunde Oranje de staatsgreep, maar had hij toch de handen vrij om zijn onschuld staande te houden.”

Na de staatsgreep werd Gent omgevormd tot een calvinistische stad. Er kwam een toevloed van mensen op gang: soldaten die de stad wilden verdedigen, vluchtelingen die uit Engeland en Emden terugkeerden en predikanten die het zuivere Evangelie wilden verkondigen.

Toppredikanten vestigden zich in de Leiestad. De belangrijkste van hen was Petrus Datheen, die kort daarvoor de nationale synode van Dordrecht (1578) had voorgezeten. Decavele beschrijft hem als een echte ijzervreter. “Datheen was een theocraat die heilig geloofde dat er buiten de ware, calvinistische kerk geen heil was. Tolerantie kende hij niet. Alles moest wijken voor de zuivere prediking van Gods Woord. Daarvoor zette hij alles op het spel. Hij keerde zich zelfs tegen Willem van Oranje.” Petrus Datheen werd te Cassel (nu Frans-Vlaanderen) geboren in 1531 en stierf te Elbing (nu Pools Oost-Pruisen) in 1588.


Cricket – een Vlaamse sport?


Cricket, de meest Britse aller sporten, is een uitvinding van Vlaamse wevers. De sport werd pas in de late middeleeuwen in Engeland geïntroduceerd, toen die wevers het Kanaal overstaken. De Britten moesten oorspronkelijk zelf niets van cricket weten. Dat besluit een Australische wetenschapper na zijn ontdekking van een Engels gedicht uit 1533. De uitspraak is opmerkelijk, want komt uit hét cricketland bij uitstek.

Ongewenste migranten

Het bericht staat in The Sunday Telegraph, onder de titel 'Warempel! Cricket is buitenlandse import'. Aan de basis van de reacties vol ongeloof in The Telegraph en andere Britse kranten ligt een studie van Paul Campbell van de Australian National University. Hij ging op zoek naar de herkomst van het woord cricket en stootte daarbij op het gedicht 'The Image of Ipocrisie' van John Skelton. In het gedicht, dat uit 1533 dateert, trekt Skelton hard van leer tegen de Vlaamse wevers die vanaf de veertiende eeuw naar Engeland geëmigreerd waren. "O! Vaarwel, koningen van het cricket!", roept hij de ongewenste migranten toe. Het gedicht is de oudste bekende verwijzing naar het cricket en sterkt het vermoeden dat de wevers de sport speelden op de velden waar ze hun schapen hoedden. Hun herdersstaf zouden ze als bat gebruikt hebben.

Vlaams woord

Campbell werd bij zijn onderzoek begeleid door de Duitse academicus Heiner Gillmeister, die de herkomst van het woord cricket al eerder tot het Nederlands, en meer bepaald het 'Vlaams', had teruggebracht. Volgens Gillmeister komt het woord van de uitdrukking "met de krik ketsen", wat in hedendaags Nederlands zoveel betekent als "met een gekromde stok achternazitten".

Aristocraten onder arbeiders

Cricket zou rond het midden van de twaalfde eeuw ontstaan zijn rond wat nu de Frans-Belgische grensstreek is. "Wevers waren de aristocraten onder de arbeiders. Ze hadden de tijd om te sporten en brachten hun spellen met zich mee toen de Engelse koningen hen vanaf 1331 uitnodigden om de kwaliteit van de Engelse wol te komen verbeteren", zegt een Britse crickethistoricus, die de ontdekking van het gedicht "zeer belangrijk" noemt.

Surrey en Kent

De Vlaamse wevers zouden zich bij hun aankomst in Engeland in de graafschappen Surrey en Kent gevestigd hebben, precies waar de eerste sporen van cricket op Britse bodem terug te vinden zijn. De verdere verspreiding van de sport loopt dan weer opvallend gelijk met de verspreiding van de wevers in de rest van Zuidoost-Engeland.

Bron: (belga/kh) 02/03/09.

Andere ZANNEKIN-activiteiten in 2010

Zaterdag 9 oktober 2010

Ontmoetingsdag te Bentheim (D)

Cultuur-historische verkenning van het stadje Bentheim, waar nog tot in het interbellum in het Nederlands werd gepredikt.

Het volledige programma leest in de volgende Nieuwsbrief

Voor meer info: 00 31 318 51 00 87

ZANNEKIN in en voor FRANS-VLAANDEREN

De Stichting Zannekin verleent haar medewerking en steun aan initiatieven in en om Frans-Vlaanderen

WAAR?

WANNEER?

ORGANISATIE

Dagexcursie naar HAZEBROUCK

in de voetsporen van Tisje-Tasje en Priester Jules Lemire

Nieuwpoort

Zaterdag 17 april 2010

Vertrek om 08.00 uur op het Marktplein

Jaarlijkse dagexcursie in het raam van de Frans-Vlaamse dagen te Nieuwpoort. Info: 00 32 58 22 44 44

DUINKERKE-BELLE -NIEUWPOORT– IZ-ENBERGE. Met be-zoeken aan de West-hoek, aan weers-zijde van de Schreve, het openluchtmuseum Bachten de Kupe en Nieuwpoort

Belle en Duinkerke

Zaterdag 1 mei 2010

 

Jaarlijkse dagexcursie voor cursisten Neder-lands en belangstel-lenden op initiatief van het Huis van het Nederlandse te Belle / Bailleul (FrVl)

Info: 00 32 57 33 57 27

Driedaagse in Frans-Vlaanderen met bezoe-ken aan Sint-Winoks-bergen, Sint-Omaars, Watten e. a. plaatsen

SINT-WINOKSBER

GEN / BERGUES

van vrijdag 6 tot en met 8 augustus 2010

Een organisatie van het FVV (Forum van Vlaamse Vrouwen)

Info: 00 32 485 508 360

 

Michiel de Swaen-kring


lid van de Federalistische Unie van Europese Etnische Volksgemeenschappen

Maatschappelijke zetel:”Huize De Zwaan “, Rue Gabriel Péri 16 te F-59251 Allennes-les-Marais

Briefwisseling: Benedictijnenstraat 36, B.9000 Gent

www.michieldeswaen.eu

Vlamingen en Groot-Nederlanders, Vrienden van Frans-Vlaanderen

Sinds de oprichting van de MDSK in januari 1972 werd de klemtoon steeds gelegd op het bevorderen van de waarden die in het verleden en ook in de toekomst het belang van Vlaanderen in Europa weerspiegelen. 

Wij hebben resoluut gekozen om onze cultuur meer en meer op de voorgrond te brengen in een geest van vrijheid en verantwoordelijkheid en in verbroedering met de andere volkeren binnen Europa. Wij kunnen ons niet neerleggen bij de versnippering die er in bestaat onze culturele rijkdom te ontkennen alsook de verscheidenheid van het Europese vasteland. Door onze cultuur te verdedigen hebben wij de sterke overtuiging de echte democratie te verdedigen. De erkenning van het Nederlands als regionale taal blijft uiteindelijk ons doel. Om dit mogelijk te maken doen we beroep op u. Nummer 70 van Vlaanderen den Leeuw ligt klaar! Sluit aan bij de “Michiel De Swaen Kring”.

Gewoon lid: 25 Euro/jaar. Abonnement Vlaanderen den Leeuw (3 uitgaven per jaar): 15 Euro. Lid + abonnement: 30 Euro/jaar - Steunend lid: vanaf 35 Euro. Bank KBC 737-0277634-63 - IBAN: BE 40 7370 2776 34 63 - BIC: KREDBEBB

Frans-Vlaamse groeten, Karel Appelmans.tel.: 0497 43 81 80

Secretaris-Generaal van de Michiel De Swaenkring

e-adres: karel.appelmans@telenet.be


Holländische Grabinschrift auf dem historischen Friedhof bei der ev.-reformierten Kirche in Bad Bentheim



Sta stil o wandelaar / Werp op dit graf een blik

van onsen Henderik / ter zaalige Heerlykheid

int elfde levensiahr / op Gods bevel geleid

Onse nakomelingen worden versocht  dit

graf van Henderik Lagemen niet te openen

(Als Symbol des Todes und des Schmerzes der Eltem über den Verlust des geliebten Sohnes ist oberhalb der Inschrift ein Herz aus dem Stein herausgearbeitet, das von einem Pfeil durchbohrt wird. Auch die abge-knickte Herzader, die Aorta, ist zu sehen.)

Der erwäihnte historische Friedhof ist wegen seiner aufwendig gestalteten Grabplatten und Monumente sehr sehenswert. Auf vielen der Platten sind interessante Inschriften und schön gearbeitete Wappen zu sehen. Auf einem abgeteilten Bezirk befinden sich rund 15 Grabsteine der Honoratioren-familie Hacke.

Dr. Johann-Georg Raben, Bahnhofstr. 47, D 49828 Neuenhaus


Internettips


1)         Waals Weekblad www.waalsweekblad.be opgezet door de Neder-lander Ren de Vree. Via de webstek kan men zich aanmelden voor de wekelijkse e-postnieuwsbrief.

2)         Quickborn Vereinigung für niederdeutsche Sprache e.V. Op http://www.quickborn-ev.de/ onder het kopje Quickborn Heft zijn oude nummers van het kwartaaltijdschrift in PDF- formaat te lezen.

3)         Nordfriisk Instituut. Op  http://www.nordfriiskinstituut.de/ na klik-ken op kopje “Die Zeitschrift NF” vind je aan de rechterkant oude nummers van het kwartaaltijdschrift Nordfriesland die na aan-klikken in PDF-formaat zijn te lezen (met uitzondering van het recentste exemplaar). Voor een lidmaatschapsbijdrage ontvangt u naast de papieren tijdschriften ook het jaarboek in papieren vorm.


Vanaf de zijlijn


Marten Heida

De gemoedsrust is weer veilig gesteld

Enkele jaren geleden heeft de Duitse Bondsdag het besluit genomen het Neder- of Platduits te erkennen als een minderheidstaal. Vertaald naar de praktijk van alle dag betekent dit besluit dat er handelend kan worden opgetreden om de neergang te stuiten. Het paradoxale van de huidige situatie is dat het Platduits nu wel wettelijk beschermd wordt maar dat het aantal sprekers nog steeds afkalft.

Om zich op deze teleurstellende gang van zaken te beraden is op 4 september 2009 in Oldenburg een symposium gehouden waaraan zo’n 150 taaldeskundigen en belangstellenden hebben deelgenomen. Deze dag werd belegd door het Institut für Germanistik van de plaatselijke universiteit in samenwerking met de Nedersaksische Heimatbund en de Oldenburgsche en Ostfriesische Landschaft. Men kwam tot de vaststelling dat de weg van de wettelijke mogelijkheid naar de praktische vertaling lang is. Men was het er dan ook over eens dat de politiek hoognodig structurele veranderingen mogelijk moet maken. In dit verband werd geëist aan het Nederduits de status te verlenen van een regulier onderwijsvak.

Het moet gezegd worden: een dergelijke verwoording klinkt nogal stoer. Maar ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat men er niet van overtuigd is geweest dat deze eis gehonoreerd zal worden. De politici zullen er geen slapeloze nachten van krijgen en de man in de straat maakt er zich niet druk over. Het ijveren voor het behoud van het Nederduits lijkt de schijn te krijgen van een achterhoedegevecht. Wil er werkelijk verandering optreden dan zal dat alleen kunnen gebeuren langs de weg van de mentaliteitsombuiging. En gaande op die weg is het zeer belangrijk dat de leidslieden het goede voorbeeld geven. Wat ik daarmee bedoel? Wel heel eenvoudig dit: waar het maar mogelijk is Nederduits spreken. Ik vrees echter dat daartoe vaak de moed ontbreekt; het is immers niet de “tale Kanaäans” waarin men zijn studies heeft gedaan. Men is bang dat de eigen Nederduitse woordenschat niet toereikend genoeg is om de gedachten onder woorden te brengen. Maar voor de gemoedsrust is het natuurlijk uiterst belangrijk aan een symposium te hebben deelgenomen zoals hierboven is aangeduid. Voorlopig kan weer een afwachtende houding worden aangenomen; immers de politici zijn nu aan zet. En die kunnen een dankbaar gebruik maken van het materiaal dat ons lid dr. J.G. Raben uit Veldhausen hun tijdens dit symposium heeft aangereikt.

In dit bestek kan ik uiteraard niet alle 23 aandachtspunten de revue laten passeren; ik beperk me tot enkele in het oog springende. Zo merkt hij inleidend op dat het behoud van het Platduits allerminst gediend is met de wetenschappelijke vaststelling dat het aantal sprekers weer is afgenomen. Wat nodig is is een dynamisch concept van maatregels dat moet leiden tot zowel toeneming van het gebruik van het Platduits als verbetering van de kwaliteit door het vermijden van onnodige Hoogduitse woorden. In dit verband stelt hij dat het Nederlands hulp kan bieden als het gaat om woorden en uitdrukkingen die in het Platduits niet beschikbaar zijn. Trouwens kan er ook geprofiteerd worden van de woordenschat van dialectsprekers aan de Nederlandse kant van de grens; vandaar zijn oproep met hen intensieve contacten te onderhouden.

In dit verband wil ik u niet de oproep van Helga Vorrink onthouden die ik las in Der Grafschafter van juli 2009: “De toekomst van de Platduitse taal zal beslissend afhangen van engagement en wil van hen die het aangaat. Als veel Plat-sprekers zich op zoveel mogelijk terreinen actief inzetten voor deze taal en haar doorgeven aan hun kinderen zal het Platduits een toekomst hebben.”

Biebel in de Twentse sproake

Op vrijdag 30 oktober 2009 had in Enschede een bijzonder gebeurtenis plaats. Op een feestelijke wijze werd een tweede stap gezet op de weg om het in de Twentse variant van het Nedersaksisch vertaald Woord van God compleet te verkrijgen. Verscheen in oktober 2008 de Biebel in ’t Grunnegers, deze keer was het de beurt aan de Biebel in de Twentse sproake. Hieraan is door dr. Anne van der Meiden gewerkt vanaf 2001. dat wil zeggen: toen verscheen het Oude Testament dl. 1. Deze aflevering zou door vijf gevolgd worden om het project afgerond te krijgen. Ze zijn nu gebundeld in een boekwerk dat gezien mag worden.

Tijdens de presentatie vergeleek Van der Meiden de vertalingen in het Nederlands met vrachtwagens die langs snelwegen de bijbel bij de dorpsgrens uitladen; dan heb je een “skoefkoare” (kruiwagen) nodig om de Biebel op de plaats van bestemming af te leveren. Als voorbeeld van het Twentse taalgebruik laat ik hier enkele verzen volgen uit psalm 23:

HEE is mienen scheper,

neargens heb ik verlet um.

Hee löt miej daalliggen in ’t greune grös,

Hee leidt miej heandig an noar ’t water

woar ’t röstig is.

Hee löt miej wier tot miejzölf kommen,

Hee leidt miej in rechte sporen

umwille van zienen naam.

Al mot ik de duustere delling van doodsscha deur,

’t kwoad zal miej niks maken,

want Iej bint biej miej,

owwen stok en staf, dee treust miej.

Ik ben er zeker van dat deze vertaling voor de Twentse streektaal van grote betekenis is. Maar ik ben er ook van overtuigd dat ze voor de sprekers van het Graafschapper Plat een welkome steun in de rug kan zijn. Zeker: als gevolg van de politieke scheidslijn zijn de streektalen aan weerskanten van de grens uit elkaar gegroeid. Maar ik kan me niet voorstellen dat dit proces zover gevorderd is dat dat het wederzijds verstaan in de weg staat. Vooral de oudere Graafschappers moeten er geen al te grote moeite mee hebben de Twentse Biebel te lezen. Woorden die in het Graafschapper Plat verloren zijn gegaan in de loop van de voorbije eeuw krijgen mogelijk weer een kans opnieuw in de woordenschat opgenomen te worden. Ik ben dan ook zeer benieuwd hoe er in het Graafschap Bentheim op deze vertaling gereageerd gaat worden. Afsluitend laat ik nog de gegevens volgen: Biebel in de Twentse sproake, Uitgever Jongbloed, Heerenveen, 2009, ISBN 978-90-8912-010-6. Prijs: 49,50 €.

 

Rechtzetting m.b.t. de uitgave De Zuidelijke Nederlanden


In de vorige Nieuwsbrief stelden we u deze luxueuze prachtuitgave voor. Echter: zowel op de kleurrijke folder als in het betreffende artikel werd een fout rekening-nummer vermeld. Het juiste rekeningnummer is BE64 8922 3015 8252 - BIC VDSPBE91 t.n.v.Werkgroep de Nederlanden, J. van Aelbroecklaan 16, 9050 Gentbrugge. Het boek kost 60 € (desgevallend te verhogen met 10 € portkosten)


Het laatste woord


Leo Camerlynck

Wij gedenken Theo Plaat

Het is altijd pijnlijk als iemand uit onze naaste vrienden- en kennissenkring ons verlaat. Theo Plaat was jarenlang bestuurslid van onze dierbare Stich-ting Zannekin. Hij was in hart en ziel een heel-Nederlander, die als weinig andere de geschiedenis van de reformatie in de Nederlanden kende.

Hij ging ook prat op zijn deels Frans-Vlaamse herkomst. Voorouders van Theo Plaat stamden uit Gruson, halfweg tussen Rijsel en Doornik. Elk jaar op 11 juli  wapperde aan de voorgevel van zijn huis in het Hollandse Mijdrecht de Vlaamse Leeuw. Hiermee wou hij zijn solidariteit betuigen met de Vlaamse Beweging. Theo Plaat rust nu in de vrede van de Heer.

Zannekin steekt de Noordzee over

Langs schilderachtige wegen gaat onze studie-uitstap doorheen de tuin van Engeland naar Sandwich. In dit gemoedelijke stadje zijn nog talrijke Nederlandse sporen terug te vinden. In de zestiende eeuw verbleef er een belangrijke kolonie Vlaamse inwijkelingen, die op de vlucht waren omwille van de godsdienstconflicten binnen de Nederlanden. Het was tevens de uitvalsbasis voor de Bosgeuzen onder leiding van o.a. Jan Camerlynck, uit Hondschoote. In de 17e en 18e eeuw vestigden zich vooral Vlaamse wevers en Hollandse landbouwers en vaklieden.

We keren terug via pittoreske wegen naar Dover en per boot naar het Frans-Vlaamse Kales. Meer informatie vindt u elders in deze Nieuwsbrief.

De Vlaamse Leeuw “keert terug” in Rijsel

Het is menig persoon opgevallen dat er de jongste jaren minder Vlaamse Leeuwenvlaggen in het Rijselse straatbeeld te bespeuren vielen. Daar waar bvb. de Vlaamse Leeuwenvlag regelmatig aan de voorgevel van het Rijselse stadhuis hing, werd hij er nog maar weinig gearboreerd. Franse vlaggen en Vlaamse Leeuwen zijn nog steeds in grote getallen aanwezig op plechtigheden van de oudstrijders zoals bvb. aan het monument ter ere van de gesneuvelden bij het Rihour-paleis.

Hoewel de naam “Flandre(s)” en “Flamand” op bepaalde opschriften verdwenen waren, doken ze elders dan weer op. Zo blijft het begrip “Vlaanderen” constant aanwezig, doch de zwarte leeuw op gouden veld met rode klauwen en tong viel minder te bespeuren.

De vraag waarom de leeuwenvlag minder te zien was, werd meermaals gesteld aan het Rijselse stadsbestuur, dat telkens niet thuis gaf. Uiteindelijk was een stadsraadslid zo moedig ons te woord te staan en zo eerlijk ons te verklappen dat een aantal Belgen, lees Franstalige Belgen wanneer ze zich naar de hoofdstad van Frans-Vlaanderen begaven, zich stoorden aan dat eeuwenoude symbool. Meer nog, die “Belgen” joegen de daver op het lijf door met een leugen of halve waarheid te poneren dat een bepaalde politieke partij zich dit symbool eigen had gemaakt. Het raadslid stelde ons gerust dat de Vlaamse Leeuw in volle glorie en ornaat eerlang het Rijselse straat- en stadsbeeld opnieuw zal tooien.

Wie zich al die jaren niet stoorden aan de Vlaamse Leeuw zijn de Rijselse voetbalsupporters, die zich verenigden in “Rijsel Spirit”. Sinds kort bestaat er ook een “Vlaams Huis” in de Rijselse voorstad Lambersart. Meer hierover in een volgende Nieuwsbrief.