> nieuwsbrief > 28e jg. - 3e trimester 2010

Bijdragen over:
Tip

Mededelingen

Jaarboek de Nederlanden “extra muros” 2010

Vriend en tegenstrever kunnen het slechts bevestigen: met ons 32e jaarboek presenteren we andermaal een publicatie rijk aan inhoud en verscheidenheid over de vele aspecten van onze historische Nederlanden.

Ondertussen kwam het medio mei reeds in handen van onze leden. De nog voorhanden zijnde restoplage is dan ook zeer beperkt. Wie totnogtoe naliet zijn basisbijdrage van 25 € kan dit alsnog tot einde juli. Na die datum geldt de boekhandelprijs van 30 €.

 
Staten-Generaal regionale talen van het Walenland

Aansluitend op onze jaarboekbijdrage terzake: op 28 en 29 mei ging te Durbuy de Etats généraux des langues régionales de Wallonie door. Het programma van die dagen stond te lezen in Cocorico – magazine du bilinguisme wallon, nr. 14, 2e trimester 2010.

Zannekin-Ontmoetingsdag te Bentheim op 22-24 oktober


Schloss Bentheim

Bad Bentheim zelf wordt het oord van onze Ontmoetingsdag 2010. Het Hotel Grossfeld, Schlossstrasse 6, aldaar de ontmoetingsplaats. Er staan o.m. lezingen op het programma over de raakvlakken tussen het Graafschap Bentheim en Nederland en over de situatie van het onderwijs van het Nederlands aldaar. Uiteraard is ook een bezoek gepland aan het Grafelijk Slot en aan het Steenmuseum. Ook van de Bentheimse streektaal zal men ons laten genieten aan de hand van gedichten van een Bentheimse heimatdichter.

Het volledige programma leest u in onze volgende Nieuwsbrief. Ook over de overnachtingsmogelijkheden ter plaatse op vrijdag- en/of zaterdagavond – het programma start op zaterdag reeds om 10.30 uur en sluit af omstreeks 16.30 uur – en de wijze waarop u op eigen initiatief uw overnachting(en) kunt reserveren, informeren wij wij u dan.

Burg Bad Bentheim


Al in 1020 wordt melding gemaakt van de burcht, die toen in bezit was van graaf Otto von Northeim. In 1116 wordt de burg verwoest, maar vrij snel staat er weer een nieuwe burcht die tussen 1146 en 1190 in bezit is van de bisschop van Utrecht en later, tot circa 1370, ook van de graven van Holland. Vele bezitswisselingen zouden volgen. In de Dertigjarige Oorlog raakte het graafschap aan lager wal, de burcht werd benut als dienstencentrum, rechtbank en gevangenis. In de Franse tijd nam Generaal Vandamme de burcht in. In de 19e eeuw was de burcht lang onbewoonbaar, pas in 1848 begon een restauratie. Vorst Alexis (1845-1919), gehuwd met Pauline zu Waldeck und Pyrmont, zuster van koningin Emma, kon de herbouw niet voltooien. Tot op de dag van vandaag is het noordelijk deel van de Konenburg onvolledig. Nu is de burcht een monument met galerie, een café in het kasteel, domeinkamer. Ook zijn er afdelingen van de Stadt Bentheim gehuisvest. Al met al is de burcht een fraaie bezienswaardigheid met een groots verleden.

  Het imposante Slot van Bad Benheim


Meerdaagse reis verdaagd - Nieuwe data: 16-23 april 2011

Op zoek naar Vlaams-Nederlandse sporen in Noord-Polen



Uitstel is geen kwijdschel. Het vooropgezette aantal van 35 deelnemers  haalden we net niet, en daar is hoofdzakelijk de vooropgestelde periode (september) debet aan. Vooral voor gegadigden die in het onderwijs staan was deelname niet haalbaar. Niet getreurd evenwel: we verdagen de reis gewoon naar het voorjaar (de paasvakantie) van 2011.

Voor deze meerdaagse reis blijft inschrijven nog mogelijk tot medio december 2010. Het voorschot (zie verder) dient dan wel bij inschrijving vereffend te worden.

Voorlopig programma


16 04 2011: vertrek te Mechelen – Opstapplaats te Eindhoven. Via Duisburg – Hannover – Braunschweig naar Helmstedt (Hotel Quellenhof, alwaar avondmaal).

17 04 2011: vertrek Helmstedt - Berlijn - Frankfurt-an-der-Oder - Posen / Poznań (pauze, vrij middagmaal) - bezoek aan Kulm / Chełmno - Nowe (Holland Hotel, alwaar avondmaal).

18 04 2011: Nowe - Thorn / Toruń – Nowe (Holland Hotel, alwaar avondmaal).

19 04 2011: Nowe - Danzig / Gdańsk (middagmaal in Goldwasser) en terugkeer via Tiegenhof / Nowy Dwór Gdański naar Nowe (Holland Hotel, alwaar avondmaal).

20 04 2011: Nowe - Marienburg / Malbork - Stogi Malborska - Elbing / Elbląg - Stedeken Holland (Preußisch-Holland / Pasłęk) – Nowe (Holland Hotel, alwaar avondmaal).

21 04 2011: Nowe - Posen / Poznań - Berlijn (overnachting Ibis Hotel Spandau, alwaar vrij avondmaal).

22 04 2011: Berlijn – hele dag vrij (verplichte rustdag chauffeur) – (avondmaal in Kolk) - (overnachting Ibis Hotel Spandau).

23 04 2011: terugreis vanuit Berlijn via Eindhoven naar Mechelen.

Kostprijs: op basis van halfpension – inclusief de gezamenlijke maaltijden (hierboven aangeduid met “alwaar”) echter – beloopt de deelnameprijs 625,00 €/pp. Bij inschrijving dient 150 €/pp voorschot betaald te worden; tegen medio december 2010 dient het saldo van 475,00 €/pp vereffend te worden. Niet-leden betalen 50 €/pp méér. Een totaal van minimaal 35 deelnemers dient behaald te worden. En dit wordt beslist behaald. Wordt dit aantal toch niet gehaald, dan worden de reeds betaalde bijdragen terugbetaald.

De hotelreservaties tijdens de reis dienen door ons tegen uiterlijk medio december 2010 vastgelegd te worden. Inschrijven dient dus tegen uiterlijk 15 december 2010 te gebeuren d.m.v. bijliggende aanmelding (of via e-post) en gelijktijdige betaling van het voorschot van 150 €/persoon.


Terugblikkend op onze Studie-uitstap van 8 mei

De Vlaamse vluchtelinggemeente te Sandwich


Johan Decavele

Sandwich, in de middeleeuwen een belangrijke haven in de confederatie van de Cinque Ports, was omstreeks 1500 nog slechts een kwijnend stadje. De eerste berichten over inwijking van Vlaamse vluchtelingen in Sandwich dateren van mei 1561. Koningin Elizabeth tekende op 6 juli daaropvolgende de patentbrieven, en gaf als bijzonderste reden op dat de inwijkelingen vlijtige lui waren, die zouden bijdragen tot de vestiging van een nieuwe lakenindustrie.

Vlaamse “strangers”

Predikant Jakob de Buyzere sprak enkele maanden later al van 406 Vlaamse strangers, waarvan 178 kinderen beneden de 18 jaar, hetgeen betekent dat de meesten gezinnen waren.

De vluchtelingenkerk van Sandwich werd the Flemish church genoemd. We kennen de namen van zo’n 2000 personen die daar met hun gezin naartoe vluchtten tussen 1561 en 1590.

Ruim 80% kwam uit het Westkwartier (vooral Hondschote en omgeving), de anderen uit plaatsen als Gent, Brugge, Kortrijk, Deinze, Oudenaarde en Pamele, Ronse, Axel, Hulst, Roeselare, Wervik en Antwerpen.

Dus praktisch uitsluitend Vlamingen en Antwerpenaars, daarnaast een kleine groep Waalse inwijkelingen uit La Flandre gallicante (Armentiers, le Pays de l’Alleu).

Weverij en prediking

Zij brachten er de ‘nieuwe draperie’ binnen, in het bijzonder de fabricatie van baaien en saaien, een specialiteit van Hondschote en omgeving. Ze brachten ook hun eigen planten mee, zo werd selderij daar een bekende groente; of hun bouwstijl in vakwerk, waarvan nu nog enkele mooie weavers houses bestaan.

Er was een intens contact tussen Sandwich - gelegen op amper enkele uren varens afstand van Calais, Grevelingen, Duinkerke en Nieuwpoort – en de protestanten van het Westkwartier.

  Saint Peter’s Church, de Vlaamse kerk

De Vlaamse calvinistische gemeente van Sandwich was militant en erg gedreven om in het moederland de ‘ware leer’ te vestigen. Uit Sandwich kwamen de predikanten Jakob de Buyzere en Sebastiaan Matte, die in de zomer van 1566 de aanstokers waren, eerst van de Hagenpreken, vervolgens van de Beeldenstorm (start in Steenvoorde, 10 augustus 1566).

Ook de desperados onder leiding van o.a. Jan Camerlynck, die in 1568 terreur gingen uitoefenen in de Westhoek kwamen over uit Sandwich.

Sandwich tussen 1561 en 1590

Het aantal Vlamingen in Sandwich overtrof spoedig de Engelse inwoners: 1600 tegenover 1200. Maar in de jaren 1590 ging de welstand weer volledig teniet: economische depressie en epidemieën op veel plaatsen in Zuid-Engeland waren daar de oorzaak van.

Het aantal Vlamingen in Sandwich overtrof spoedig de Engelse inwoners: 1600 tegenover 1200. Maar in de jaren 1590 ging de welstand weer volledig teniet: economische depressie en epidemieën op veel plaatsen in Zuid-Engeland waren daar de oorzaak van. De bevolking viel terug tot de helft van wat ze voor 1561 was geweest.

Fishergate, Sandwich Visserspoort te Sandwich

Na de Val van Antwerpen in 1585 en de geleidelijke groei naar zelfstandigheid van de Republiek der Verenigde Provinciën, vetrokken veel Vlamingen vanuit het kwijnende Sandwich liever naar de welvarende Noordelijke Nederlanden. We zien ze dan toekomen in Middelburg, Amsterdam, Leiden, Dordrecht, Gouda, Schiedam.

Gedurende ongeveer 30 jaar, van 1561 tot omstreeks 1590, was Sandwich dus een echt ‘West-Vlaams’ stadje. Nu is er niet zoveel meer dat daaraan herinnert.

Wie alles wil weten over het ‘Vlaamse’ Sandwich van de 16e eeuw kan het boek lezen van de betreurde Marcel Backhouse, “The Flemish and Walloon Communities at Sandwich during the Reign of Elizabeth I (1561-1603)”, Brussel, Koninklijke Academie, 1995.

 
De Guldensporenslag, "L'Ost Boueux",
d.i. Het leger in de modder (in de Franse geschiedenisboeken)


Willy Alenus

Was de Guldensporenslag een overwinning voor Vlaanderen? Of was het de aanloop tot een nederlaag die op 23 juni 1305 werd bezegeld door het Verdrag van Athis-sur-Orge en op 23 augustus 1328 door het verliezen van de slag van Kassel, waarbij Zannekin sneuvelde? In werkelijkheid was de onafhankelijkheidsoorlog van Vlaanderen tegen Frankrijk begonnen in 1297 en zou hij eindigen in 1337-1338-1340, met de start van de Honderdjarige oorlog (1337-1453), waaraan Frankrijk bijna ten onder zou gaan.

Meerdere historici laten het Engels-Vlaamse Oude Bondgenootschap, waarbij ‘men’ het eens is over het beginjaar 1338, voorafgaan door een periode die men zou kunnen bestempelen als het “grote in de steek laten van Vlaanderen door Engeland”, zeker van 1299 (verdrag van Montreuil) tot 1338 (de kroning in Gent van koning Edward III van Engeland tot koning van Frankrijk). Deze “afwezigheid van bijstand aan een buurman in levensgevaar” is bewezen; in 1302 in Groeninge en in 1328 in Kassel, waren de beruchte Welshe boogschutters opvallend afwezig.

Maar koning Edward I (1239–1272–1307), de grootvader van koning Edward III, was niet het staatshoofd dat zijn natuurlijke bondgenoten in de steek liet. Zijn geopolitieke prioriteiten waren uiteraard de verovering van Wales (die lukte) en de verovering van Schotland (die mislukte en uiteindelijk zou moeten wachten tot 1603).

Voor de weetgierige lezer volstaat het André Maurois, Barbara Tuchman en Simon Schama er nog eens op na te lezen.1 Maar het is Maurice Druon, weliswaar een romanschrijver, die vanuit de Franse gezichtshoek de veertiende eeuw een brandmerk meegeeft, “Ce siècle porte un nom, LA FLANDRE.”

Het Edwardiaanse Engeland (1272 – 1377)

Een opstand in Wales onder Llewelyn, die in 1276 was begonnen, eindigde met de inlijving van Wales bij Engeland (1284). In dat jaar werd de latere Edward II geboren, de Engelse kroonprins die, als eerste, de titel Prins van Wales kreeg toegewezen.

De toekomstige koning Edward III, werd geboren in Windsor Castle, op 13 november 1312 ; hij zou ter ziele gaan in Londen, op 21 juni 1377. Hij was koning van Engeland van 1327 tot 1377, een record dat tot nu toe nog maar alleen door koningin Victoria werd gebroken (1837–1901) en door koningin Elizabeth II (sinds 1952). Hij was de oudste zoon van koning Edward II en van Isabelle, de dochter van koning Filips de Schone van Frankrijk en aartsvijand van Vlaanderen. Op 1 februari 1327 werd Edward III, dus als veertienjarige, tot koning gekroond.

In 1328 waren ook Filips VI van Valois, zoon van Karel van Valois, een broer van Filips de Schone en Edward III, een kleinzoon van Filips de Schone, beiden kandidaat geworden voor de opvolging van Karel IV, de derde kinderloze zoon van Filips de Schone, - dit zijn de zonen die daarom en niet alleen door Maurice Druon, “les Rois maudits”, de vervloekte koningen worden genoemd.

In het graafschap Vlaanderen was er, in illo tempore, een staat van oorlog ontstaan tussen de graaf, Lodewijk van Nevers, leenman van de koning van Frankrijk (en trouw aan zijn feodale eed) en de Vlamingen wier welstand voor een groot deel afhankelijk was van de import van Engelse wol. “L’Angleterre agricole et la Flandre industrielle vivaient en symbiose”, dixit André Maurois. De zomer van 1328 was nog niet voorbij of koning Filips VI moest Lodewijk van Nevers ter hulp snellen om in Kassel, dat vandaag in Zuid-Vlaanderen ligt (Frankrijk), de Vlaamse volksopstand van de Kerels van kust-Vlaanderen, alsnog te helpen neerslaan, met het vuur en met het zwaard (23 augustus 1328).

Maar de toentertijdse Vlamingen dachten een oplossing te hebben gevonden, tegelijkertijd voor hun commerciële problemen (trouw aan Engeland) en hun feodale problemen (trouw aan Frankrijk), - vermits Edward III de zoon was van Isabelle van Frankrijk en bijgevolg eveneens kleinzoon van Filips IV de Schone, stelden zij alles in het werk om Edward III te overhalen de Franse kroon op te eisen. Aanvankelijk weigerde Edward III, mede omwille van zijn problemen met Schotland en zijn bekommernis om zijn leengoederen in Zuid-Frankrijk. Uit vrees voor Franse confiscatie van dit gebied en wegens de Franse interventies in Vlaanderen en Schotland, – twee territoria waar Engeland politiek en economisch vrije armslag wenste te behouden, – nam Edward uiteindelijk in 1337 het besluit zijn aanspraken op de Franse troon met militaire middelen alsnog hard te maken. Filips VI confisqueerde toen Guyenne. Dit werd aanleiding tot een reeks van Engelse militaire operaties op het continent. De mooiste overwinning van de Vlaamse-Engelse alliantie liet niet op zich wachten. Op 24 juni 1340 werd de gecombineerde Frans-Genuese vloot vernietigd in de toen nog niet verzande baai van Suis (het Zwn). Met verlies van 15.000 manschappen. Het Vlaamse-Engelse bondgenootschap had 9.000 man te betreuren.

De honderdjarige oorlog die was begonnen in 1337, zou eindigen in 1453. Alleen de oude Vlaamse stad Calais zou nog in Engelse handen blijven. Maar Vlaanderen had ondertussen meer dan een eeuw zonder de noordwaarts gerichte druk van het imperialistische Frankrijk kunnen leven. En Groot-Brittannië zou (Napoleon zou het tot zijn schade en schande ondervinden),- “geen Franse bajonet meer dulden tussen de Westerschelde en Duinkerke”. Uiteindelijk was dus Vlaanderen de overwinnaar, maar de overwinning van 11 juli 1302, kan niet worden gezien, los van 1338, de start van het Oude Bondgenootschap Engeland-Vlaanderen (1338-1638) en de grootste nederlaag ooit van de Franse vloot in 1340.

_______________

1 André MAUROIS, Histoire d’Angleterre, 1937; Barbara TUCHMAN, A Distant Mirror – The Calamitous Fourteenth Century, 1978; Simon SCHAMA, A History of Britain, 2000, 2002; Maurice DRUON, Les Rois Maudits, Le Roi de Fer, 1950, 1960.


Oranje-Nassau-reis naar België en Luxemburg

Rudi Koot

De Geschiedkundige Vereniging Oranje-Nassau (GVON) organiseerde van vrijdag 18 tot en met woensdag 23 juni 2010 een reis in het teken van koning Willem I, II en III. Vrijdag 18 juni bezochten wij het Zwanen-broedershuis in ’s-Hertogensbosch, het domicilie van de Illustre Lieve Vrouwe Broederschap waarvan er drie vorstelijke leden. ’s Avonds werden wij ontvangen door Fürst und Fürstin zu Stolberg Stolberg in Brussel. Zaterdag 18 juni bezochten wij de Nassaukapel in de Koninklijke Bibliotheek in Brussel. Daarna de koningszaal in de BNP/Fortis Bank, Koningsstraat 20-40, alwaar de portretten hangen van koning Willem I, Leopold I, Leopold II, Albert I, Leopold III, Karel, Boudewijn en Albert II. ’s Middag bezochten wij onder andere de Sint-Sulpitiuskerk alwaar Filips-Willem, de zoon van stadhouder Willem I is begraven en het Stedelijk Museum. Op zondag 20 juni werd de Slag bij Waterloo nagespeeld. Wij bezochten ’s morgens het Museum Wellington waaraan onder andere ook aandacht werd besteed aan prins Willem II die een schotwond opliep. ’s-Middags bezochten het kasteel Corroy in de provincie Namen. De graaf van Vianden liet dit feodale kasteel rond 1270 bouwen. De huidige eigenaar, Olivier Markies de Trazegnies, leidde ons rond eerst in het Nederlands en later na overleg in het Frans. Op een zolderschildering door een Russische kunstenaar ontdekte ik naast onbekende gezichten het gezicht van de politius Charles Ferdinand Nothomb en later een foto van zijn vader Pierre Nothomb, ook politicus. De vrouw van Olivier is familie van hen. ’s Avonds volgden twee interessante lezingen over de geschiedenis van Luxemburg en de groothertogen Willem I, II en III. Maandag 21 juni kregen wij een korte rondleiding door enige indrukwekkende vertrekken van het werkpaleis van de groot-hertog. Van half juli tot eind augustus zijn er rondleidingen voor het publiek. Daarna kregen wij een rondleiding langs de schilderijen van Willem II in het op 10 mei 2010 geopende Musée d’Art de la Ville de Luxembourg. Verder kwamen langs het standbeeld van Willem II en het standbeeld van Amalia van Saksen Weimar Eisenach. Zij was de echtgenote van prins Hendrik, de broer van groothertog Willem III. Hendrik was door Willem III tot stadhouder van Luxemburg benoemd. Hendrik en Amalia waren zeer gelief in Luxemburg doordat zij oog hadden voor de eigenheid van Luxemburg. De ontvangst ’s avonds in de ambtswoning van de Nederlandse ambassadeur de heer E. Hoeks leverde een tip op: het boek Der Verräter van Nikolaus Hein (1889-1969) en de verfilming in het Luxemburgs “De falschen Hond” (1989). Het speelt zich af in de periode voor 1839. Dinsdag 22 juni bezochten wij het kasteel van Vianden. De graven van Vianden waren achtereenvolgens het Huis van Vianden (1090-1417), Huis van Nassau (1417-1890). Van 1890 tot 1977 was de groothertogelijke familie Nassau-Weilburg de bezitters. Sinds 1977 is het staatsbezit. Woensdag 23 juni bezochten wij het kapelletje in het park van het kasteel Wégimont bij Luik. In de kapel is Henriëtte d’Oultremont, de tweede vrouw van koning Willem I, begraven bij haar familie. Tenslotte bezochten wij kasteel Rahe, momenteel congrescentrum Lauersberg Aken, waar Henriëtte na de dood van Willem I heeft gewoond.

Informatie bij: Geschiedkundige Vereniging Oranje-Nassau (GVON), Postbus 11509, 2502 AM Den Haag, I: www.oranje-nassau.org.

Internet: www.zwanenbroedershuis.nl, http://nl.wikipedia.org/wiki/Kasteel_van_Corroy-le-Ch%C3%A2teau, http://www.inghist.nl/Onderzoek/Projecten/DVN/lemmata/data/Oultremont.


Een bijzondere jarige: Cyriel Moeyaert 90!


Gijs van Ryckeghem

“Hoe cond ick u myn broeders ooit vergeten,

daer wy toch zyn in eenen stronck geplant”

Op 23 mei 2010 werd priester Cyriel Moeyaert 90! Ondanks zijn vele jaren is hij jong gebleven: jong van geest en jong van hart, vol energie en belangstelling, niet het minst voor  Zuid-Vlaanderen. Met dat deel van ons land en ons volk weet hij zich sterk verbonden. De woorden van Filips van Marnix van Sint-Aldegonde, die hierboven staan aangegeven heeft hij sinds vele jaren tot de zijne gemaakt en waren de drijfveer van zijn inzet voor Frans-Vlaanderen en zijn Frans-Vlaamse vrienden.

En in Frans-Vlaanderen heeft Cyriel veel vrienden. Ontelbare keren is hij over de grens getrokken, een grens die er voor hem geen was. Hij heeft die echte Vlaamse Westhoek doorkruist van oost naar west, van noord tot zuid, tot in de kleinste dorpen en de verst afgelegen gehuchten toe. Soms eens te gast bij voorname lieden, maar ook en meestal bij eenvoudige mensen, mensen die blij waren om met hem ongedwongen hun moedertaal te mogen spreken. Cyriel kwam bij hen met zijn Vlaamse hart en met al zijn vriendschap. In de gesprekken die ontstonden kwamen soms heel onverwacht opmerkelijke woorden en uitdrukkingen naar boven. Hij nam dan vlug zijn notitieboekje en pende neer wat hem boeide.   

Telkens weer was hij verwonderd hoe mooi die taal klonk en hoe taai ze was blijven leven ondanks 300 jaar onderdrukking of op zijn minst gezegd actieve verwaarlozing door de Franse staat. Wat Cyriel aan taal ontdekte verwerkte hij stukje bij beetje in erg gesmaakte artikeltjes die hij mocht publiceren, eerst in Ons Erfdeel en later in KFV-Mededelingen. Tenslotte werd hij van verschillende kanten aangespoord om alles wat hij gevonden had samen te brengen in een Woordenboek van het Frans-Vlaams dat voor enkele jaren bij het Davidsfonds verscheen. Met dit boek heeft Cyriel niet alleen de taalrijkdom van een met uitsterven bedreigd dialect weten vast te leggen. Hij heeft daarbij heel wat Frans-Vlamingen, die een groeiende belangstelling voor hun moedertaal aan de dag leggen een nuttig instrument in handen gegeven.

Cyriel is geen kamergeleerde die van op afstand een taal bestudeert. Hij steunde en steunt de rechtmatige strijd van de Frans-Vlamingen voor waardering en herstel van eigen taal en cultuur binnen een vaak onverschillig of vijandig staatsbestel. Zo was hij vele jaren de gewaardeerde

  Cyriel Moeyaert bij de zogenaamde ‘Zannekin-kapel in de buurt van Kassel

voorzitter van het ‘Komitee voor Frans-Vlaanderen’, die wijs maar compromisloos voor het gestelde doel opkwam. Hij blijft werkzaam in dat comité, maar is daarnaast nog bijzonder actief in de ‘Werkgroep de Nederlanden’ en in  de Frans-Vlaamse afdeling van het Davidsfonds.

Hij blijft opzoekingen doen in verband met de taal en de geschiedenis van de Franse Nederlanden en publiceert er her en der artikels over. Hij begeleidt nog steeds kleine en soms grotere groepen Vlamingen en Noord-Nederlanders door Zuid-Vlaanderen. Hij leert hen oog hebben voor het stedelijke en landschappelijke schoon, en oor hebben voor de oude Vlaamse taal. Daarnaast is Cyriel de vriend en raadsman van heel wat, vooral ook jonge Frans-Vlamingen, die bij hem steeds weer welkom zijn.

Kunnen we Cyriel, om zijn blijvende inzet en zijn vele jaren niet de ‘Nestor’ van de Frans-Vlaamse beweging noemen? We hopen dat we deze wijze en werkzame vriend nog lang in goede gezondheid bij ons mogen hebben. Frans-Vlaanderen kan hem niet missen.

_________________

Bron: La Flandre au Lion – Vlaanderen den Leeuw, nr. 71, juni 2010, pp. 18-19.

 

Landsgedichten


Een dichtbundel bespreken is altijd een heikele zaak. Iedere lezer leest een gedicht met andere ogen. Wat de ene mooi vindt, ervaart een ander niet als poëzie en omgekeerd.

Deze dichtbundel omvat eigenlijk twee thema’s. Enerzijds de gedichten die gaan over strijd, trouw en inzet, zoals Opdracht voor de Lage Landen en ander-zijds die over de schoonheid van de Lage Landen zoals Torens van Akenbronne, Kempen onder voor-jaarsgroen en Boegbeeld, een gedicht over Antwerpen.

Wat opvalt, is dat de dichter diverse gedichten heeft opgedragen aan be-kende personen uit de Vlaamse en de Nederlandse beweging. De Dietse geloofsbelijdenis ademt als het ware uit elk vers. Enkele voorbeelden om uw leeslust aan te scherpen: het gedicht Voorman opgedragen aan Jan Derk Domela Nieuwenhuis-Nyegaard, Uw woord steeds naar uw daad opgedra-gen aan pater Stracke, Stemband van ons verzet opgedragen aan Wies Moens en Westhoekland aan opgedragen Jean Marie Gantois. Ook hebben heel wat gedichten Gantois’ zuidelijkste Lage Landen, Zuid-Vlaanderen, tot onderwerp, van Gestingem over de Watenberg en Millam tot de Kasselberg. Niet onverwacht als men weet dat dat de auteur destijds, onder meer in Dietsland-Europa ook heel wat beschouwende artikels wijdde aan de ge-schiedenis van deze ooit Dietstalige landstreken.

De poëzie van Wouter van Doorn (pseudoniem van een Zannekin-lid sinds jaar en dag) is toegankelijk voor iedereen. Hier geen moeilijke vreemde woorden en ingewikkelde zinsconstructies. In al zijn gedichten klinkt het geloof van de dichter in de Dietse eenheid. Zowel in de gedichten die han-delen over landstreken en steden als in de gedichten die men kan rangschik-ken onder de noemer strijdgedichten. Voor wie houdt van poëzie is deze dichtbundel beslist een aanrader. Voor hen die anders nooit poëzie lezen, kan dit de smaakmaker worden om ook eens andere gedichten te lezen.

________________

Wouter van Doorn, Landsgedichten gebloemleesd uit Heel-Nederlandse strijd-schriften door Robrecht Hulstaert, uitg. Stuurgroep Oud-ADJV, leper, 60 p. Te bestellen door overschrijving van 6 € op rekening IBAN BE13 4648 2202 5139 / BIC KREDBEBB, t.n.v. Zannekin, B. Ieper, met vermelding van “Landsgedichten”.

 

Keizer Karel - Zijn herinnering in onze Provinciën


Jean-Marie Gantois

Jean Marie Gantois bij zijn huldiging te Male

 

‘Leve Keizer Karel!’ Het is met deze kreet dat de menigte toeschouwers samengepakt op de voetpaden van Rijsel de ridder begroette die op 28 oktober 1934 bij de historische optocht van Onze Lieve Vrouwe van de Tralie de illustere Vlaamse keizer begroette, Karel uit Gent. De populariteit van deze nationale vorst is levend gebleven in ons land van Vlaanderen, Arterie, Henegouwen. Robaais en Wattrelos, Rijsel en Kamerijk, Valensijn en Heusden (Frans: Hesdin) hebben de eer een Keizer Karelstraat te bezitten. (...) In de tijd van Keizer Karel vormden de Zeventien Provinciën van Friesland tot Arterie een geheel, onderhevig aan dezelfde constanten en deelgenoot van hetzelfde lot en niets liet voorspellen dat daar anderhalve eeuw later een breuk zou ontstaan tussen Rijsel en Kortrijk, Duinkerke en Veurne, Hazebroek en Ieper, Valensijn en Bergen-in-Henegouwen. Niets is antiwetenschappelijker noch meer vijand van de geschiedenis dan naar achteren in een ver verleden een strikt eigentijdse feitelijke toestand te projecteren. Deze is overigens niet toereikend om de historische, etnische en culturele historische gemeenschap te breken die spijts de politieke verzuiling het totaal van de lage landen bij de zee blijft vormen. (...) De iconografie en de studie van de monumenten voegen een onuitgegeven en in het algemeen weinig gekend bewijs toe van de affectie van onze voorouders voor de roemrijke monarch. Deze, meester van een wereldrijk waar de zon nimmer onderging was voor alles in de ogen van onze trotse voorouders de zoon van het land, hun natuurlijke heer en inheemse vorst, de meest illustere van de vorsten die ooit de Kroon van Vlaanderen heeft gedragen.

 

Omtrent Paus Adrianus VI

Dorothee Sweers

De enige Nederlandse paus Adrianus VI, geboren als Adriaan Florisz, schijnt in Vlaanderen meer bekend te zijn dan in Noord-Nederland. Geen wonder: hij studeerde niet alleen theologie in Leuven maar werd docent, kanunnik van Sint-Pieter, rector aan de universiteit van Sint-Pieter en vicekanselier van de Leuvense universiteit.

In 1502 woont Desiderius Erasmus enkele colleges van Adriaan bij te Leuven. Na zijn promotie tot rector is Adriaan niet alleen de leidende theoloog in Leuven, maar verwerft hij meerdere ambten zoals pastoor van het Groot Begijnhof en pastoor van Goederaade.

Adriaan werd als timmermanszoon in 1459 in Utrecht geboren. Hij bezocht daar de Latijnse School en de stadsschool in Zwolle. Na zijn Vlaamse periode werd Adriaan kanunnik van het Domkapittel te Utrecht. In 1506 werd hij raadsheer van Margaretha van Oostenrijk en een jaar later opvoeder van Karel V, de latere Keizer Karel. Daarnaast bijna volledig in beslag genomen door het Hof, wordt hij nog kanunnik van Sint-Marie en proost van Oudmunster te Utrecht.

In 1515 vertrok Adriaan naar Spanje om de aanspraken van Karel op de troon te verzekeren. Na de dood van Ferdinand II roept Karel zichzelf uit tot koning van Spanje. Zijn belangen worden aldaar waargenomen door Adriaan, samen met kardinaal Ximenes de Cisneros. In hetzelfde jaar wordt Adriaan bisschop van Torbusa en kort daarna tot kardinaal benoemd. Hij verbleef nog enige tijd in Spanje, maar werd na elf stemronden in 1522 tot paus verkozen.

Paus Adrianus IV werd na maanden van voorbereiding in de Sint-Pieter te Rome gekroond. Zijn politiek viel niet in goede aarde. Gezamenlijk met de christelijke vorsten de Turken bestrijden lukte niet. Ook slaagde zijn poging niet om Maarten Luther de wind uit de zeilen te nemen, spijts hij als paus de kerkelijke fouten toegaf. Dit werd door de Romeinse curie als pauselijk verraad gezien.

Kort voor de ziekte, waaraan Adrianus IV zou bezwijken, werd nog een verbond gesloten met Karel V en Hendrik VIII van Engeland tegen de Franse koning.

Tijdens zijn verblijf in Spanje waren de gedachten van Adriaan vaak in Utrecht. Hij was liever proost van Oudmunster gebleven, dan tot bisschop, kardinaal en paus te worden uitverkoren.

Het huis, later genoemd Paushuize, te Utrecht, heeft hij nooit kunnen bezoeken. Ook zijn erfgenaam kardinaal Willem van Enckenvoirt verbleef er nooit.

Adriaan als kind met zijn ouders; afbeelding in het Paushuize te Utrecht

Dat Paushuis heeft wel veel bijzondere eigenaren gehad. Willem Gravelaar, kok en pasteibakker had er als gaste Hortense de Beauharnais, de vrouw van Lodewijk Napoleon.

Na 1824 werd het huis gebruikt als Provinciehuis, thans is het een representatieve ruimte voor de Commissaris van de Koningin en het provinciebestuur. In 1965 is er wel een paus in Paushuize op bezoek geweest, en wel de toenmalige paus Johannes Paulus II.



Vanaf de zijlijn

Marten Heida

De taalcode is “639-3-WYM

In de nieuwste uitgave van de wereldatlas van bedreigde talen is het Wymysöjer onder deze code opgenomen. Dat is gebeurd op aandringen van de zestienjarige Tymoteusz Król uit Wilamowice, een “pools” dorp in Silezië. Deze jongen is er met zijn bandopnemer op uit gegaan om gesprekken met zijn oudste dorpsgenoten op te nemen in een poging hun taal voor uitsterven te behoeden.

Hun taal, jazeker; want het is geen Pools dat door hen gesproken wordt. De wortels ervan liggen in het middeleeuws Nederlands en Duits. Het gaat hier dus over een taal met een verhaal. Dat begint in de eerste helft van de 13e eeuw; om precies te zijn in 1242. In dat jaar trok een zekere Willem – hij is ook de naamgever van het dorp – op uitnodiging van de daar regerende koning naar Silezië samen met een driehonderdtal kolonisten. Rond 1240 hadden de Tartaren nogal huisgehouden in deze streek, wat ontvolking tot gevolg had gehad. In diezelfde tijd had West-Europa te kampen met overbevolking. Met hun houten karren – waarmee ze onder meer hun weefgetouwen vervoerden – reisden Willem en zijn maten naar het oosten om zich te gaan vestigen in de omgeving van het huidige Auschwitz om er een nieuwe toekomst op te bouwen.

Dat is hun goed gelukt al raakten ze de kolonistenmentaliteit nooit helemaal kwijt. Dat is tot op vandaag nog zichtbaar in het straatbeeld; dit is opvallend schoner dan dat van de naburige echt-Poolse dorpen. Dat er vanwege hun ondernemingszin en handelsgeest wel eens met een schuin oog naar hen werd gekeken blijkt uit de bijnaam waarmee de inwoners werden onderscheiden: witte Joden.

De taal, zoals die vandaag nog door een dertigtal ouderen wordt gesproken, kenmerkt zich wat de woordenschat betreft door een grote verscheidenheid van herkomst. In de loop van de voorbije eeuwen zijn heel wat Slavische woorden opgenomen; maar de hoofdmoot heeft relaties met Nederlands, Duits, Oud-Duits en Schots. Een herinnering aan de laatste taal is de veel voorkomende familienaam Fox; en voor hun huis gebruiken ze het woord “houm”.

In de 19e eeuw heeft de plaatselijke dichter Florian Biesik (1849-1926) de taal op schrift gesteld. In die tijd was het Wymysöjer nog de algemeen gebruikte spreektaal. Tot 1939 leerden de kinderen pas Pools als ze naar school moesten.

Waar de kolonisten die Willem gevolgd zijn op de weg naar het oosten oorspronkelijk vandaan kwamen, is niet meer na te gaan. Overblijfsels van de vroegere klederdracht doen denken aan Friesland en Oost-Friesland als gebied van herkomst terwijl de weefgetouwen in de richting van Vlaanderen wijzen. Voor de nationaalsocialisten was het echter volkomen duidelijk: de bewoners van Wilamowice waren oer-Duits. Deze claim had voor de dorpelingen van rond 1940 onverwachte gevolgen. Ze moesten de hen toegedachte Volksduitse identiteit bekrachtigen met het plaatsen van hun handtekening; vervolgens werden ze opgroepen voor de legerdienst. Deze Duitse druk heeft er sterk toe bijgedragen dat men zich in die barre tijd er sterk van bewust was dat men juist Niet Duits was.

Toch is het Wymysöjer op sterven na dood geweest. Daarvoor was de Stalin-terreur verantwoordelijk. Zo werd in 1946 officieel bepaald dat de taal en de daarop geënte cultuur niet meer bestonden. Vanaf dat ogenblik werd het levensbedreigend zich nog in deze taal te uiten. Poolse nationalisten beschouwden alles wat niet Pools was als heulen met de vijand. Verbanning naar Siberië was geen uitzondering. Het klimaat werd pas draaglijk na 1956, het sterfjaar van Stalin.

Intussen is het nu ruim twintig jaar geleden dat het communisme als staatsleer ter ziele is gegaan. Maar dat wil niet zeggen dat toen de angst en de schaamte verdwenen. Tot op de dag van vandaag heeft men met betrekking tot de eigen taal nog met dit soort negatieve gevoelens af te rekenen.

En dan is daar ineens een jonge knaap die er met de bandrecorder op uit gaat. Hij ziet het als zijn taak de taalerfenis van zijn grootouders mondeling vast te leggen in de hoop die zo voor de toekomst veilig te stellen. Bovendien heeft hij op internationaal niveau de noodklok geluid; op een vorig jaar in oktober te Londen gehouden seminar heeft hij zijn verhaal verteld. Aan Tymoteusz Król zal het niet liggen. Om u een indruk te geven laat ik hier het Onze Vader in Wymysöjer volgen:

 Ynzer Foter, dü byst ym hymul,

daj noma zul zajn gywajt;

Daj Kyngrajch zul dö kuma;

Daj wyla zul zajn ym hymul a nuf der aot;

dos ynzer gywynlichys brut gao yns haojt;

an fercaj yns ynzer siulda,

wi wir aoj fercajn y ynzyn siuldigia;

ny lat yns cyn zynda;

zunder kaonst yns reta fum nistguta.

Do Dajs ej z Kyngrajch an dy maocht

ans laowas uf inda.

[Bron: Nederlands Dagblad, 25.4.2009]

 PS: Aan Wilamowice werd destijds meer uitgebreid aandacht besteed door Raf Seys: Wilamowice, een Vlaamse nederzetting in het zuiden van Polen, in: Zannekin-Jaarboek 19, 1997, pp. 93-104. En ook in de Zannekin-nieuwsbrief van de 4e trimester 2007 wijdde Leo Camerlynck een bijdrage aan Wilamowice.

 

Het laatste woord


Leo Camerlynck

Gevaarlijk spel!

Meer dan eens weten beleidsmensen, ambtenaren en mediamensen uit Vlaanderen en Nederland de ergernis op te wekken van de goed menende Nederlandstalige of –kundige, die de Nederlandse taal lief heeft. Niet alleen geven “Plasterken” en konsoorten geen moer om hun moedertaal, maar tot overmaat van ramp dragen ambtenaren en gelijkgestelden zelfs een steentje bij om de Nederlandse taal in bepaalde sectoren af te schepen.

Zo zijn het meer dan geruchten dat de “KLM” overweegt de veiligheidsvoorschriften enkel nog in het Engels te vermelden en aan te kondigen. Hiermee zou de overigens degelijke Nederlandse luchtvaartmaatschappij in de voetsporen treden van de “Suid-Afrikaanse Lugdiens”, die nog enkel als “South-African Airways” bekend staat.

De Surinaamse Luchtvaartmaatschappij “Surinam Airways” en het Belgische bedrijf “Brussels Airlines” blijven het Nederlands gebruiken. Volgens nadere berichten is het Nederlands bij KLM gelukkig (nog) niet afgescheept of gedegradeerd, doch waakzaamheid blijft geboden.

Rijkswaterstaat wil op de autoweg die Nederlands-Limburg van noord naar zuid doorkruist de plaatsnaamvermelding “Luik” door “Liège” vervangen om conform een alles behalve duidelijke Europese richtlijn te handelen. Op het voorstel om eventueel “Luik (Liège)” op de verkeersborden te vermelden bestond het een ambtenaar te antwoorden dat dit omwille van plaatsgebrek niet mogelijk is. Op bepaalde richtingborden in het Luikse staat dan weer “Maestricht” te lezen. In Voeren zelfs “Maastricht-Maestricht”.

In en om het Duitse Aken staat op de verkeersborden “Lüttich (Liège)” te lezen en eindelijk “Kelmis” in plaats van “La Calamine” om de weg naar deze Duitstalig Belgische gemeente te wijzen. Het Duits-Lëtzebuergischtalige “Luxemburg” wordt langs de Duitse wegen sinds een aantal jaren als “Luxembourg” vermeld net als “Strasbourg” in plaats van “Straßburg” voor de hoofdstad van de Elzas “Straatsburg”, ooit een stad met ruime uitstraling van Duitse taal en cultuur.

Langs de autoweg van Kales via Duinkerke naar West-Vlaanderen wordt “Brugge” enkel als “Bruges” vermeld. Een magere troost is dat langs diezelfde Franse autoweg naast “Furnes” ook “Veurne” cursief wordt vermeld.

Voorts breken Vlaamse politici zoals Jean-Marie Dedecker, (LDD),  Sven Gatz (Open VLD), Pascal Smet (SP.a) een lans om het Engels als derde ambtelijke taal in Brussel in te voeren. Op korte termijn betekent dit de doodsteek voor het Nederlands en op middellange termijn voor het Frans.

Vlaams leven in het Rijselse

In Waals-Vlaanderen, dat is het deel van Frans-Vlaanderen van Armentiers, Halewijn, Rijsel, Robaais en Toerkonje in het noorden tot Dowaai en Orchies in het zuiden is het qua Vlaamse aanwezigheid in het straatbeeld een op- en neerwaartse beweging. In Dowaai verdween de taveerne “Le Lion des Flandres” rechtover het stadhuis en het restaurant “L’Auberge flamande“ werd herdoopt in een nietszeggende naam. De “Jean Bart“ te Flînes-lez-Râches veranderde van zaakvoerder en van naam.

Maar in het Rijselse duiken nieuwe initiatieven op, die best een degelijke ruggensteun kunnen gebruiken. Te gepasten tijde komen wij hier nog wel op terug. Hier volgen al 3 interessante contacten.

Er is het “Streekverbond Vlaanderen-Artesië-Henegouwen - Alliance Régionale” - BP 40037 –  F - 59007 Lille E cedex / Rijsel

Webstek: http://www.streek-verbond.org/

 

En dan is er het trefpunt Het Vlaams Huis, 144 rue Flament-Reboux - F - 59130 Lambersart. Webstek: http://www.vlaams-huis.com/ 

Actief in heel de Franse Nederlanden, dus ook in het Rijselse is de Michiel De Swaen kring, 16 rue Gabriel Peri,  - F - 59251 Allennes les Marais

Webstek: www.michieldeswaen.eu

 ’n Weekeinde in het land van Bentheim

In deze en volgende Nieuwsbrief vindt u informatie over onze herfstactiviteit, namelijk op 22, 23 en 24 oktober 2010.

Ook in verband met de meerdaagse reis naar Hanzesteden in Duitsland en Polen met Pasen 2011 wordt het een en het ander uit de doeken gedaan u in deze en volgende publicatie.

Leo CAMERLYNCK

“De Zavelberg”- Edouard Michielsstraat 51

B – 1180 UKKEL / Brussel

e-post: leo.camerlynck@skynet.be