> nieuwsbrief > 28e jg. - 4e trimester 2010

Bijdragen over: Tip

Mededelingen

  Het Bentheimer Slot

Ontmoetingsdagen te Bentheim op 22-24 oktober


Bad Bentheim zelf wordt het oord van onze Ontmoetingsdag 2010. Het Hotel Grossfeld aldaar de ontmoetingsplaats. Er staan o.m. lezingen op het programma over de raakvlakken tussen het Graafschap Bentheim en Nederland en over de situatie van het onderwijs van het Nederlands aldaar. Uiteraard is ook een bezoek gepland aan het Grafelijk Kasteel en aan het Steenmuseum. Ook van de Bentheimse streektaal zal men ons laten genieten aan de hand van gedichten van een Bentheimse heimatdichter.

Het volledige programma en de dagindeling leest u hieronder.

BENTHEIM, GRENZEN LOS


Dagprogramma zaterdag 23 oktober

10.30 uur: Ontvangst met koffie/thee in het Hotel Grossfeld, Schlossstrasse 6-8 Bad Bentheim

11.00 uur: Verwelkoming door Leo Camerlynck, Voorzitter Stichting Zannekin

12.15 -Middagmaal in het Hotel Grossfeld

14.15 uur: Rondleiding door het Kasteel van Bentheim en bezoek aan andere bezienswaardigheden

16.30 uur: bij wijze van afsluit: Kaffee mit Kuchen in Hotel Grossfeld

 

 

 

 

   Hotel Grossfeld in de schaduw van de burcht

De deelnameprijs bedraagt inclusief de lunch, 1 x koffie met koekjes bij aankomst/1 x koffie + gebak in de namiddag + het huren van de ruimte, de gidsbeurten: voor leden 35 € per persoon; niet-leden 40 € per persoon. Eventuele frisdranken tussen door, of tijden de lunch zijn apart.

Uiterste datm voor aanmelding van uw deelname is 12 oktober.

Aanmelden via mededeling aan maurits.cailliau@skynet.be en gelijktijdige betaling van de bijdrage op een van onze Zannekin-rekeningen.

De gasten kunnen alleen voor 2 nachten het weekend boeken, vanaf vrijdag tot zondag voor de prijs van 119 € p.p. in de standaard kamer (dependance nog beschikbaar) of de luxe kamer in het hoofdgebouw voor de prijs van 139 € p.p. Reserveren dient u zelf te doen en kan via de Nederlandstalige webpagina’s: http://www.grossfeld.com/index.php/home

Hotel Grossfeld, Schlossstrasse 6-8, D.48455 Bad Bentheim. Telefoon vanuit Nederland: 0546-769 003

 

 

Meerdaagse reis verdaagd - 16-23 april 2011

Op zoek naar Vlaams-Nederlandse sporen in Noord-Polen


Zie reeds de info ter zake in onze vorige Nieuwsbrief. Voor deze meerdaagse reis blijft inschrijven nog mogelijk tot medio december 2010. Het voorschot (zie verder) dient dan wel bij inschrijving vereffend te worden.

Voorlopig programma


16 04 2011: 9.30 uur: vertrek te Mechelen – Opstapplaats te Eindhoven. Via Duisburg – Hannover – Braunschweig naar Helmstedt (Hotel Quellenhof, alwaar avondmaal).

17 04 2011: vertrek Helmstedt - Berlijn - Frankfurt-an-der-Oder - Posen / Poznań (pauze, vrij middagmaal) - bezoek aan Kulm / ChełmnoThorn 8 Torun (Hotel Mercure Helios)

18 04 2011: Thorn / ToruńDanzig / Gdansk (Hotel Orbis Posejdon, alwaar avondmaal).

19 04 2011: Danzig / Gdańsk (bezoek aan de stad) en Tiegenhof / Nowy Dwór Gdański (Hotel Orbis Posejodon, alwaar avondmaal).

20 04 2011: Danzig / Gdańsk - Marienburg / Malbork - Stogi Malborska - Elbing / Elbląg - Stedeken Holland (Preußisch-Holland / Pasłęk) – Danzig / Gdansk (Hotel Orbis Posedjon, alwaar avondmaal).

21 04 2011: Danzig / Gdańsk - Posen / Poznań - Berlijn (Ibis Hotel Spandau) of Lutherstadt-Wittenberg (Luther Hotel), alwaar vrij avondmaal).

22 04 2011: Berlijn of Lutherstadt-Wittenberg– hele dag vrij (verplichte rustdag chauffeur) – (overnachting Luther Hotel).

23 04 2011: terugreis vanuit Berlijn of Lutherstadt-Wittenberg via Eindhoven naar Mechelen.

Kostprijs: op basis van halfpension – inclusief de gezamenlijke maaltijden (hierboven aangeduid met “alwaar”) echter – beloopt de deelnameprijs 650 €/pp. Bij inschrijving dient 150 €/pp voorschot betaald te worden; De toeslag voor een éénpersoonskamer beloopt 170 €.

Tegen 21 januari 2011 dient het saldo van 500 €/pp vereffend te worden. Niet-leden betalen 50 €/pp méér. Een totaal van minimaal 35 deelnemers dient behaald te worden. En dit aantal wordt beslist gehaald. Wordt dit aa,tal toch niet gehaald, dan worden de reeds betaalde bijdragen terugbetaald.

De hotelreservaties tijdens de reis dienen door ons tegen uiterlijk medio december vastgelegd te worden. Inschrijven dient dus tegen uiterlijk 15 december 2010 te gebeuren d.m.v. bijliggende aanmelding (of via e-post) en gelijktijdige betaling van het voorschot van 150 €/persoon.

   DANZIG/ Gdańsk - Dantziger stadsbeeldmet stadhuis en belfort

THORN / Toruństadhuis ontwerp door architect Van Obbergehen uit Mechelen een replica van de Ieperse lakenhalle – geboorteplaats van Copernicus – Hanzestad (foto Leo Camerlynck)

 

15e historische beurs Vlaamse Beweging



Ze is stilaan een traditie geworden, deze historische boekenbeurs rond de Vlaamse en Heel-Nederlandse Beweging. Als steeds gaat ze door in de feestzaal Nilania, Kesselsesteenweg 52 te 2560 Nijlen en dit jaar op zondag 17 oktober. Ook onze Stichting heeft er een ruime stand. Bij de beurs van 2002 was onze Vereniging/Stichting Zannekin trouwens de begunstigde. Dit jaar komt de opbrengst toe aan de Vlaamse Vriendenkring Kempenland.

 



De Kat in de plaatsnaamkunde


Van de Katsberg in Frans-Vlaanderen tot de Kat in het Kasteel van Kaapstad in Zuid-Afrika

In Frans-Vlaanderen vindt men de Katsberg, in Zeeuws-Vlaanderen Cadzand, in Holland Katwijk, in Brabant Kattem, en ga zo maar door.

In de Zuid-Afrikaanse krant “Die Burger” van 19 Augustus 2000 verscheen op bladzijde 3 `Kat' in Kasteel die Goeie Hoop 'n `verhoog met uitsig', een bijdrage dat verduidelijking brengt over het toponiem of plaatsnaam “Kat”.

Het werd geschreven door Jan VISAGIE uit Stellenbosch. Zijn voorouders stammen uit de streek tussen Poperinge in West-Vlaanderen en Belle in Frans-Vlaanderen en weken in de 17e eeuw uit naar de Kaap. Hier volgt zijn interessante bijdrage:

Ons Erfenis: “Kat” in Kasteel die Goeie Hoop, 'n ‘verhoog met uitsig'

Die Romeine het 'n hoë, mobiele militêre struktuur, 'n testudo, ontwerp waarmee hulle stede kon beleër of binneval. In die Middeleeue is verbeterde weergawes daarvan met groot sukses gebruik. Die beleëringsvoertuie het 'n uitsig aan bespieders en boogskutters gebied. Dit kon verskeie verdiepings hoog wees en is met pantser, cat-a-phractes, beskut. Dit is soms met onder meer stormramme toegerus.

In Afrikaans ken ons nie die woord “`kat”' vir 'n stoep, bordés, balkon of portiek nie. Nogtans vind ons hierdie baie ou benaming in die Kasteel die Goeie Hoop vir die pragtige, hoë oordekte stoep wat toegang verleen tot die eertydse goewerneurswoning en die raadsaal.

Saam met die aankondiging deur WoonBurger van die onlangse, suksesvolle restourasie van die “kat”', het die vraag opgeduik waar dié term vandaan kom en hoekom die oordekte stoep dan juis hierdie naam dra?

Die Nederlandse benaming “kat”' in hierdie betekenis het sy oorsprong in die Middeleeue. Die term is gebruik om 'n beweegbare, oordekte beleëringswerktuig van hout aan te dui. Blykbaar het dit gelyk soos 'n galery op rollers, en is dit gebruik vir die aanvoer van bourommel om vestinggragte mee op te vul of vir die ondergrawing van vestingmure.

Ook is die benaming gebruik vir 'n hoë geskutstelling met borswering en skietgate in 'n bastion of in die middel agter die gordyn (hoofwal of dwarsmuur) van 'n vesting om aanvallers van bo af met beter uitsig te kan bestook.

Vermelding van die woorde met beter uitsig kan miskien as die sleutel tot die verklaring van die benaming “kat”' beskou word.

Dit bring ons terug na 'n gedeelte van die bougeskiedenis van die Kasteel. Maar vóór dit vind ons die benaming reeds in die Kasteel se voorganger, te wete die Fort die Goeie Hoop.

In die middel van die fort is 'n klipgebou opgerig. Die dak van dié gebou was bo plat en daar was 'n borswering. Dié gebou is eweneens die “kat”' genoem. Die doel van die struktuur was om indringers wat daarin slaag om teen die skuins mure van die fort uit te klouter, te verdryf.

Die bouwerk aan die fort en binnegeboue is op 25 Maart 1656 afge handel. Hierna is die “kat”', wat reeds meer as 2 m hoër as die mure van die fort was, nóg hoër gebou. Bo-op die “kat”' was 'n huisie waarin die skildwag teen wind en weer kon skuil.

Dit is belangrik om daarop te let dat dié geboutjie as 'n uitkykpos gedien het.

Met kommissaris H.A. van Reede se besoek aan die Kaap in 1685 het hy 'n bevel in verband met die Kasteel uitgereik.

Ten einde die verdediging van die Kasteel te versterk en meer berg- en woonruimte te skep, het hy opdrag gegee dat binne in die Kasteel die Goeie Hoop 'n dwarsmuur of kat van die bastion Katsenellenbogen tot by die kommandeurshuis, tussen die bastionne Oranje en Leerdam, gebou moes word. Hierdie dwarsmuur het die binnehof van die Kasteel in twee verdeel, soos ons dit vandag ken.

Van Reede se opdrag is eers in 1695 uitgevoer. In Mei 1695 is ook 'n hoë stoep voltooi wat in later jare as die “nieuwe kat”' bekend gestaan het. Dié struktuur is op Pinksterdag in gebruik geneem en die eerste “predicatie”' is van daar gehou. Voortaan was dit die plek waar kennisgewings opgeplak, aankondigings gedoen en veilings gehou is.

Hoewel die bronne die gebruik van die benaming “kat”' in die vesting-boukunde verklaar, word nie verduidelik hoekom juis die soortnaam van 'n dier, naamlik die kat, gebruik is nie.

Die Woordenboek der Nederlandsche Taal (deel VII, 1926) wei eweneens uit oor ander gebruike van die term “kat”', naamlik vir 'n soort kanon en ook vir 'n verhoog binne 'n vesting. Soms is die punt waar vlae gewapper het, 'n “kat”' genoem.

Die voorbeeld van die pragtige kasteel in Antwerpen word byvoorbeeld genoem waar “… de witte vlag op een hooge kat van een der bastions geplant werd.” “Voorts is ‘n “kat”' gebruik om enkele lage plaatsen van het terrein te kunnen zien en te bestrijken ….” (ibid., p. 1806).

'n Vlaamse vriend, Leo Camerlynck van Ukkel naby Brussel, het aan my in een van sy briewe geskryf: “In Ukkel by Brussel bestaan 'n diens vir sosiale ondersteuning van ouer persone. Die diens is gevestig by die wyk De Kat, en dit beteken 'n hooggeleë plek met uitkyk. Ons vind dit terug in Katwijk, Kattendijk, Cadzand, Kattem, en so meer.”

Die benaming “kat”' in die vestingboukunde is dus vir 'n paar bouwerke gebruik, maar dit kom telkens daarop neer dat dit 'n bouwerk was wat dikwels hoër as die omringende geboue of omgewing was en waarvandaan waarnemings gedoen kon word.

Die Kat in die Kasteel die Goeie Hoop word tot vandag toe vir soortgelyke gebruike aangewend en dien natuurlik veral as 'n sierlike ingang tot 'n ewe fraai raadsaal (waar die kosbare William Fehr versameling oudhede, wat met die Kaap verband hou, bewaar word).

Die argitek Gawie Fagan en sy eggenote, Gwen, lede van die Stigting VOC, het die restourasie van die ``kat'' pragtig uitgevoer en lede van die publiek kan gerus weer 'n slag hierdie stuk VOC erfenis gaan bewonder.

Enkele bronne: AC Ras: Die Kasteel en ander vroeë Kaapse vestingwerke 1652 - 1713, Kaapstad, 1959; Grote Winkler Prins Encyclopedie, vol. 12 (1975); Woordeboek van die Afrikaanse Taal, deel V; A.J. Boëseken se Resolusies van die Politieke Raad, deel III (S.A. Argiefstukke, Kaap no. III) en Woordenboek der Nederlandsche Taal, deel VII, 1926.

 

 

Even voorstellen:

Studiekring Eerste Millenium (SEM)


Op 23 augustus 2001 werd de Stichting SEM opgericht: de Studiekring Eerste Millennium, gevestigd te Bavel. In de loop van de jaren voor die datum was er een netwerk ontstaan van mensen (ongeveer 250) die het (postume) werk van Albert Delahaye waren gaan bestuderen en zich abonneerden op een bulletin. Binnen de groep ontstond steeds meer druk om het werkterrein te verbreden en te verdiepen, en ook het werk van Delahaye even kritisch te bestuderen als andere publicaties over de geschiedenis van het eerste millennium in de Lage Landen. De nieuwe doelstelling werd als volgt geformuleerd: hernieuwd onderzoek naar de geschiedenis van het eerste millennium van de Lage Landen, globaal tussen Somme en Elbe in de periode 100 v. Chr. tot 1200 n. Chr. De kring betrokkenen telt nog steeds ongeveer 250 personen: in Noordwest-Frankrijk, België, Nederland en Duitsland.

Terugblik

Deze organisatorische en inhoudelijke verandering is een succes geworden:

SEM heeft veel studie, onderzoek en belangstelling losgemaakt, juist in een periode dat het vak geschiedenis in het onderwijs een kwijnend bestaan leidt. Betrokkenen bij SEM publiceerden tal van boeken over historische kwesties.

De komende periode

Deze activiteiten worden de komende jaren geïntensiveerd:

Randvoorwaarden

Tot nu toe zijn de kosten van alle activiteiten betaald uit abonnementsgelden (ook steunabonnementen) en het met instemming van betrokkenen niet vergoeden van kosten die medewerkers maken. De boekuitgaven leveren geen inkomsten op: de risico’s en eventuele winsten zijn voor de uitgever. De financiële situatie is echter zodanig dat er veel gedaan moet worden om alles betaalbaar te houden. Het bestuur richt zich op de mogelijkheden van sponsoring en donaties.

Het werk van SEM heeft een omvang gekregen die noodzaakt tot bestuurlijke versterking, bij voorkeur van enkele mensen uit Vlaanderen. Het bestuur participeert in de redactie van SEM-uitgaven in de reeks Vergeten Verleden. Het laten samenvallen van bestuurlijk werk en redactionele taken zal worden gehandhaafd omdat het binnen het werk van SEM meer voordelen dan nadelen blijkt te hebben; beide taken worden in de praktijk wel onderscheiden. Tevens zullen de mogelijkheden nagegaan worden om bepaalde taken via werkgroepen uit te laten voeren. Er zal in de toekomst meer gewerkt worden met gelegenheidsredacties.

Het perspectief

Er wordt winst geboekt, maar de weg is nog lang: hier wordt bedoeld het loyaal en kritisch beoordelen van het werk van SEM op inhoudelijke gronden, dus met zuivere argumentaties. De tijd dat het SEM-werk gepasseerd of veroordeeld kon worden als het betreurenswaardige product van een ‘Delahaye-sekte’ is grotendeels voorbij. De acceptatie van het doel en het werk van SEM is gegroeid. Wie nog behoefte heeft om generaliserend te veroordelen maakt nu kritische studie, onderzoek en publiciteit verdacht, dus de uitgeverij. De bereidheid om wel ‘on speaking terms’ te raken en te zijn is echter van jaar tot jaar toegenomen. SEM huldigt dan ook het principe dat kracht blijkt uit eigen beleid, dat tegen negatieve en oneerlijke bejegening terughoudend en weloverwogen geprotesteerd moet worden, en dat in het internettijdperk de macht over het distribueren van informatie gunstig verandert.

Via de symposia en de publiciteit in 2008 (Betrouwbaar dateren), in 2009 (continuïteit in de geschiedenis van steden, met name van Antwerpen, maar ook die van andere steden). In 2010 gaat het 11e sypmosium door op zaterdag 6 november. Hieronder programma en dagindeling:

11e  SEM-symposium: Zaterdag 6 november 2010

Zalencentrum De Tussenpauz, Kerkstraat  10  4854 CE Bavel (bij Breda)

Thema: De Franken in de Lage Landen

 

Activiteit

Tijd

Uitvoering

 

Ontvangst met koffie

10.00

 

 

Welkom en opening

10.30

A.C. Maas

Voorzitter SEM

1.

De Franken: identiteit en bronnen

10.35

Prof. dr. M. Mostert

Universiteit Utrecht

2.

De Franken in de Lage Landen: archeologisch gezien

11.30

Dr. M. Lodewijckx

Universiteit Leuven

 

Pauze en lunch en boekenmarkt

 

 

 

3.

Franken en Friezen in Noordwest-Frankrijk

13.30

Dhr. Guido Delahaye

Amateur-historicus

4. 

Austrië en Neustrië: een nieuwe oriëntatie

14.00

Dr. M. Boidin

Amateur-historicus

 

Pauze

 

 

5.

De Echternachse bronnen: vals, vervalst of  echt

14.45

Drs. H. Rombaut

Historisch-geograaf

 

Pauze en snack

15.15

 

 

Discussie

15.30

Bestuur SEM

 

Nazit

 

 

 

 

 

 

Kosten: 25 euro per persoon, inclusief  koffie, thee, lunch en snack. Contant te voldoen aan de zaal.

Inschrijving: via e-mail: info@semafoor.net; of schriftelijk: Secretariaat SEM, Hof 6, NL.4854 AZ  Bavel

 

 

Vanaf de zijlijn


Marten Heida, Veenendaal


Het konijn heeft zijn rondje weer gelopen

Het is dit jaar 200 jaar geleden dat er een einde kwam aan het bestaan van het Koninkrijk Holland, Napoleon was van oordeel dat zijn broer niet goed op de “winkel” had gepast en dat hij dus van het toneel moest verdwijnen. Voortaan zou hij zelf de lakens gaan uitdelen en wel door te besluiten dat – nu voormalige – koninkrijk bij Frankrijk in te lijven.

Deze tweede-eeuwherinnering is niet onopgemerkt gebleven. In de gesproken en schrijvende pers is er gepast aandacht aan geschonken zowel in positieve als negatieve zin. Het positieve is wel geweest dat men er toch wel achter gekomen is dat we het met Lodewijk Napoleon nog niet zo slecht getroffen hadden vooral als zijn regeringsjaren worden afgezet tegen die van zijn keizerlijke broeder.

Het negatieve aspect hangt samen met het kopje dat ik dit stukje tekst meegegeven heb. In vrijwel elk herdenkingsartikel heeft men dit dier weer uit de Koninklijke hoed getoverd. Waar ik op doel? Wel op de wijze waarop hij zich volgens de overlevering aan het volk gepresenteerd heeft bij zijn komst. Zeg nu zelf: welke koning noemt zichzelf nu een konijn? Dat lijkt nergens op; daaruit spreekt toch diepe minachting voor zijn kersverse onderdanen?

Maar heeft hij zich zo laatdunkend uitgelaten over het volk waarover hij de scepter ging zwaaien? Ik veroorloof mij op te merken dat deze “koning-konijn”-kwestie meer zegt over zijn onderdanen dan over Lodewijk-Napoleon. Hij heeft zich inderdaad als “koning” gepresenteerd maar dit woord op zijn Frans uitgesproken waarbij de tweede lettergreep sterk beklemtoond werd en het woord de klankkleur van “konijn” kreeg. Het is deze uitspraak geweest die zijn toehoorders zo onwijs in de oren geklonken heeft dat het voor hen voldoende reden was er de spot mee te drijven.

Het Eemsland is dichterbij dan je denkt

De oostgrens van Nederland heeft zich eeuwenlang gekenmerkt door een open karakter. Het gevolg daarvan is geweest dat er een vrij verkeer van personen bestond. Erg belangrijk was dat voor het aangrenzende Eemsland. In de loop van de voorbije eeuwen is dan ook menigeen de weg naar het westen ingeslagen in de hoop zich daar een toekomst te kunnen opbouwen. En inderdaad: een aantal van hen heeft het “gemaakt”. Ze zijn zelfs volgens de uithangborden van hun zaken niet meer weg te denken uit het straatbeeld van menige Nederlandse en Vlaamse stad. Ik denk in dit verband in het bijzonder aan de winkelketens van C&A en V&D. Over wie achter dat laatste letterpaar schuilgaan, gaat het in wat er volgt.

Eén van de stichters is Anton Caspar Rudolph Dreesmann (1854-1934). Hij is geboortig uit het Eemsstadje Haselünne. In 1871 – hij was nog geen 17 jaar1 – laten zijn ouders hem naar Amsterdam gaan om als katholieke jongen niet dienst te hoeven doen in het (protestantse) Pruisische leger.2 Waarom Amsterdam? Wel daar woonde sinds 1855 zijn neef en die zou hem wel verder helpen.

En dat gebeurde ook. Door zijn toedoen kreeg hij een werkplek als bediende in de manufacturenzaak van Albert Bührs aan de Nieuwendijk.3 Na drie jaar werd hij filiaalhouder van een nieuwe zaak in de Jordaan. Met de ervaring die hij hier had opgedaan vond hij het na zeven jaar tijd worden om voor zichzelf te beginnen. Geldelijk werd hij gesteund door zijn oom Wilhelm Kerckhoff uit Osnabrück; het hem geleende starkapitaal bedroeg 2000 gulden. Op 28 september 1878 opende hij zijn winkel aan de Tweede Rozendwarsstraat. Er werd gewerkt volgens een nieuwe formule: de waren werden verkocht tegen een vastgestelde prijs tegen een bescheiden winstmarge. Toen duidelijk werd de zaak goed liep kon een volgende stap gezet worden; hij kon gaan trouwen. Zijn uitverkorene –Helena Tombrock (1860-1928) – was een dochter van de Franeker koopman Joseph Tombrock. Hij was afkomstig uit Munster en zijn vrouw uit het Eemslandse dorp Lengerich. Het jonge paar had een gemeenschappelijke oom en tante in Haselünne, die daar een hotel uitbaatten; op een schuttersfeest hadden ze elkaar leren kennen.

In het kader van zijn zakenrelaties maakte Dreesmann kennis met Willem Vroom (1850-1925) die ook een manufacturenzaak had en wel aan de Leliegracht. Op^gegroeid in het Groningse Veendam was hij in 1881 naar Amsterdam verhuisd. Van oorsprong was zijn familie afkomstig uit het Eemsland; in de 18e eeuw waren zijn voorouders de grens overgestoken en hadden zich gevestigd in de provincie Groningen.

Niet alleen op het zakelijke vlak hadden beide mannen een goede relatie maar weldra ook in het familiale. Willem Vroom maakte namelijk kennis met de jongere zus van Dreesmanns vrouw. Op 10 januari 1883 trouwde de 32-jarige Willem Vroom met de 20-jarige Francisca Tombrock (1862-1946). Vanaf dat ogenblik waren de beide mannen van vrienden zwagers geworden. Hun beider zaken bleven goed gaan; dat deed hen besluiten gezamenlijk verder te gaan en wel onder de naam Vroom & Dreesmann. Deze volgorde is bepaald door de leeftijd van de firmanten; voor Dreesmann was dit gegeven belangrijker dan de alfabetische volgorde. Uiteraard valt over de ontwikkeling die dit bedrijf heeft doorgemaakt veel meer te vertellen. Maar dat valt buiten het bestek van de opzet van deze bijdrage. Die was om te laten zien dat het Eemsland dichterbij is dan je denkt.

Noten

1 Als hij 17 jaar geweest zou zijn zou hij als deserteur beschouwd zijn.

2 In 1866 had Pruisen het Koninkrijk Hannover waarvan het Eemsland deel uitmaakte ingelijfd.

3 Een paar panden verder was een “winkel van Sinkel” waarin sinds 1822 de uit Cloppenburg afkomstige koopman Anton Sinkel zijn waren aanbood.

________________

Bron: Emsland Jahrbuch 2010, blz. 71-79.


Maastricht en Luik

Rudi Koot

Van maandag 16 tot en met donderdag 19 augustus 2010 bezocht ik Maastricht en Luik. Maandagmiddag 16 augustus nam ik deel aan een stadswandeling onder leiding van gids Jef Beckers van het VVV. De wandeling eindigde voor boekhandel Selexyz in de Dominicanenkerk. Daar kocht ik het boek Ek sien jou! Nederlanders over wonen in Zuid-Afrika door Esther Bootsman. Dinsdag 17 augustus bezocht ik ’s morgens de Sint-Servaasbasiliek. ’s Middags liet ik mij door de zonnetrein door de binnenstad van Maastricht voeren. Dit voertuig rijdt op 100% zonne-energie. In het Nederlands en Engels werd informatie gegeven over de diverse bezienswaardigheden. Ten slotte bezocht ik het Bonnefantenmuseum. Dit museum bevat oude kunst en ook veel moderne kunst. Jammer is dat er weinig uitleg bij is. Woensdag 18 augustus was Luik aan de beurt. Na een bezoek aan de boekenafdeling van de Franse warenhuisketen FNAC bezocht ik het Archéoforum aan de Place Saint-Lambert. In drie delen wordt in het Nederlands uitleg gegeven: historie van de stad, film over de historie van de Sint-Lambertuskathedraal en een rondleiding tussen de funderingen van de kathedraal en een Romeinse villa. Na de lunch liet ik mij rondrijden in de toeristische trein (dieselmotor) door Luik met commentaar in het Frans en Nederlands, bezocht de Sint-Pauluskathedraal en rondde de dag af met een boottocht over de Maas ook in het Frans en Nederlands. Donderdag 19 augustus stond in het teken van de musea. ’s Morgens bezocht ik het zeer uitgebreide Museum van het Waalse Leven dat onder andere uitgebreid aandacht schenkt aan de Waalse Beweging, de Waalse taal, de keuze van de strijdende haan als symbool van Wallonië, het Waalse volkslied en het ontstaan van het Waals Gewest. Dit alles met Nederlandstalig autocommentaar. Na de lunch volgde het minstens zo uitgebreide museum Grand Curtius met veel archeologische vondsten, een mooie maquette van de Sint-Lambertuskathedraal in 1794, uitleg over onder andere Karel de Grote, de prins-bisschoppen, Maaskunst (retabels en houten religieuze beelden), Antwerps maniërisme (religieuze schilderijen), albasten voorwerpen geproduceerd in Mechelen (1530-17e eeuw) en de Luikse beeldhouwer Jean Del Cour (onder andere het altaar in de Virga-Jessebasiliek in Hasselt, het mausoleum van Allamont in de Sint-Baafskathedraal te Gent en de drie Gratiën bovenop het Luikse Perron). Volgens een van de viertalige borden met uitleg heeft de Sint-Deniskerk van Luik een van de grootste en indrukwekkendste retabels van de Nederlanden en het Prinsbisdom Luik (circa 1530). De luiken werden door Lambert Lombard geschilderd. Hij is aan het lijdensverhaal van de heilige Dionysius van Parijs ofwel Sint-Denijs gewijd. Tot slot bezocht ik het Museum voor Waalse Kunst. Dit museum dat een beetje achteraf ligt is merkwaardig genoeg gehuisvest in betonnen hoogbouw. Schilderijen op kale betonnen muren doet wat vreemd aan maar geeft toch wel een bijzondere sfeer. Hoewel niet het grootste en niet belangrijkste museum mag dit zeker niet ontbreken aan een bezoek aan Luik.

 

 

Tallin of de oude Hanzestad Reval


De hoofdstad van Estland bekoort menig bezoeker. Deze oude Hanzestad aan de Golf van Finland herbergt een schat aan geschiedenis, kunst en cultuur. En men vindt er tal van sporen uit de Nederlanden. Dat er in het verleden talrijke contacten waren met o.a. Brugge is duidelijk merkbaar in de oude stad. We komen hier uitgebreider op terug in een volgende Zan-nekin-publicatie.

Zannekin-voorzitter Leo Camerlynck ging deze zomer al op voortekening. In het gezelschap was er een Franstalige dame uit Sint-Jans-Molenbeek bij Brussel, mevrouw Christiane Keyeux, die in de ban raakte van deze boeiende stad met haar gemoedelijke oude kern, waarin ze de sfeer ervoer van Brugge gemengd met een Duitse stad. Hierna volgen haar indrukken, die ze aan het papier toevertrouwde. We drukken het aansluitend af in de oorspronkelijke versie.

  Zicht op Tallinn bij het aanmeren (foto CK)

Tallinn (EST) – 20/08/2010

Ce matin, je me suis levée tôt pour assister à l’arrivée du bateau à Tallinn et je ne l’ai pas regretté. C’était fabuleux.

La ville apparaît petit à petit; on découvre les tours des églises, des remparts et les bulbes de la cathédrale orthodoxe. C’est magnifique.

Après le petit déjeuner, nous partons pour l’excursion; il fait beau. Une mascotte nous accueille sur le quai. Un peu plus loin, un marché offrant des produits artisanaux et touristiques est établi tout le long de la jetée; il y a une prairie avec des moutons … et des manèges en bois. Il y a même des robes de Barbie qui doivent être réalisées localement. Au passage, dans un pavillon “touristique“, je prends un plan de la ville et j’apprends que tous les musées sont fermés (Aie Aie…), car le 20 août est le jour de la fête commémorant l’indépendance retrouvée après l’occupation soviétique.

Nous prenons l’autobus “Hop on Hop off“ et partons à la découverte de Tallinn. Dans un premier temps, nous longeons les remparts puis nous partons vers Kadriorg ou Katharinenthal où se trouve un château situé dans un grand parc ainsi qu’un “palais de la chanson“ où un festival de la chanson a lieu tous les ans. Tout le long des allées, d’élégantes maisons en bois sont construites. Elles ont de jolies couleurs et sont entourées de jardins.

Nous découvrons ensuite la ville moderne avec ses buildings, ses grandes avenues, ses magasins … Coincée entre ces édifices gigantesques, une ancienne petite église est le dernier vestige du passé. Nous rejoignons ensuite le centre historique.

On descend sous les remparts du château. On monte vers le haut de la colline. A gauche on aperçoit les bulbes de l’église orthodoxe. Leo Camerlynck veut absolument voir d’abord “Kiek in de kök“ (Regarde dans la cuisine), une grosse tour faisant partie de l’enceinte. Sur un coin d’une avenue, une troupe de jeunes militaires attend les ordres. Photo obligatoire devant la tour.

On remonte ensuite vers la place où sont situés le château et l’église orthodoxe Nevski. Il y a beaucoup de monde. On entre dans l’église (pas de photo); c’est très riche, très beau, très doré.

Après, nous descendons vers le centre avec pour objectif de visiter l’église luthérienne St Nicolas où se trouve un retable “flamand“ que Leo veut absolument voir. … Désillusion, c’est effectivement fermé pour cause de fête nationale. On se dit qu’on reviendra.

La descente se poursuit par de ravissantes petites rues pavées de grosses pierres inconfortables. Tout au long du chemin, des séduisantes boutiques offrent un artisanat local de grande qualité: soieries peintes à la main, tissages, jouets en bois, verres soufflés (un artisan fabrique des verres dans sa boutique) … c’est excitant (on doit absolument revenir pour explorer tout ça à son aise).

En cours de route, nous rencontrons un stand d’information tenu par une jeune femme à la surprenante chevelure rose fuchsia ; Leo se fait confirmer que tout est fermé…

Nous arrivons bientôt sur la grand place. De jolies maisons colorées dans des tons pimpants rivalisent avec la sobriété des pierres blanches de l’hôtel de ville. De nombreuses maisons hanséatiques sont encore visibles. Tout autour de la place, de jolies terrasses sont prêtes à nous accueillir. D’étonnants chapeaux en feutres garnissent les boutiques, des bijouteries débordent d’objets en ambre. C’est une révélation, un enchantement. On ne sait plus où poser les yeux.

On décide d’aller manger au restaurant “Olde Hansa“; le décor est chaleureux: des tables et des bancs en bois blond, une multitude de chandelles égayent les lieux; les serveuses sortent en droite ligne d’un tableau de Bruegel. La carte ressemble à un parchemin. Nous commandons deux bières locales et deux assiettes (pour moi, un peu au hasard, grâce à un mot que je comprends) ; les bières sont servies dans de magnifiques brocs en poterie; les verres ont l’air de provenir du lointain moyen âge.

Après le repas, nous repartons à la découverte de la ville, par de jolies rues bordées d’édifices somptueux. D’élégants panneaux en verre (en Estonien, Allemand et Anglais) nous signalent les plus remarquables monuments. Nous découvrons également la rue Pikk qui aboutit à l’une des portes des remparts. Des petites rues, des impasses où l’on peut voir de charmantes auberges, un cloître, des boutiques d’artisanat divers: il y a partout des choses à voir, on ne sait plus où donner de la tête.

Enfin, fatigués de nos pérégrinations et les yeux remplis des merveilles que nous avons découvertes, nous décidons de regagner le bateau à pied. Après une dernière bière (il fait chaud!), nous rejoignons le marché, où nous effectuons quelques achats obligatoires! Nous avons de la chance car, lors de la croisière précédente, il paraît que c’était la canicule.


НОВАГА ГОЛЛАНДА (Novaga Gollanda) - Nieuw Holland


In het Russische Sint-Petersburg luistert een stadsdeel naar de naam “Novaga Gollanda” of “Nieuw Holland”. Het dateert uit de tijd van Tsaar Peter de Grote, die zijn waardering voor Nederland niet onder stoelen of banken stak.

Lange tijd bevonden zich hier opslagplaatsen voor hout. De bedrijvigheid in de houtsector werd een aantal jaren geleden gestaakt.

De hele wijk krijgt thans een flinke saneringsbeurt om er een hippe buurt met horecabedrijven en handelszaken in te richten. Nieuw Holland wordt van de chiquere pleisterplaatsen in de miljoenenstad aan de Neva. (LC)


МАЛИНОВИЙ ЗВОН  (Malinovii Zvon)  - De Klank van Mechelen


  De Petrus- en Paulusvesting te Sint-Petersburg (foto Leo Camerlynck)

In het Russische Sint-Petersburg op een eiland in de Neva-stroom werd bij de wisseling van de 17e naar de 18e eeuw de Petrus- en Paulusvesting gebouwd in opdracht van Tsaar Peter de Grote. Deze beroemde tsaar vertoefde een niet onbelangrijk deel van zijn leven in de Nederlanden, hoofdzakelijk in de noordelijke doch ook in de zuidelijke Nederlanden.

Uit Mechelen liet de tsaar een beiaard naar Sint-Petersburg overbrengen. De vesting trotseerde door de eeuwen heen meer dan eens zware teisteringen, en daaraan ontsnapte het carillon niet.

In 2001 werd het hele klokkenspel volledig in zijn oorspronkelijke functie in ere hersteld dankzij de milde steun van de Vlaamse Overheid en de stad Mechelen. De Mechelse stadsbeiaardier Jo Haaze bespeelde toen de herrezen beiaard. Later werd hij docent in deze stad aan de Neva.

Het Russische begrip “malinovii zvon” of de klank van Mechelen kan vertaald worden als “heldere klank” of “zuiver klokkengeluid”. (LC)


Het laatste woord


Leo Camerlynck

Pas in het soms verre buitenland leert men hoe rijk onze cultuur der Nederlanden wel is

Al wie oog heeft en belangstelling koestert voor architectuur, bouwkunst, cultuur en kunst in het algemeen, vindt overal ter wereld bijzonder interessante sites. Wie daarbij nog meer op zoek gaat naar sporen uit de Nederlanden, zal vaak met verbazing kunnen vaststellen hoeveel vaklieden uit de Lage Landen bij de Noordzee kunst- en cultuuruitingen op veel vlakken hebben voortgebracht.

De Stichting Zannekin richt haar schijnwerpers hoofdzakelijk op de van oudsher Nederlandse “randgebieden” van het kerngebied Rijks-Nederland en België-Vlaanderen. Buiten deze historische Lage Landen bij de Noordzee bestaan er op alle continenten van onze blauwe planeet ettelijke sporen van ons waardevol erfgoed. Ook daaraan besteedt Zannekin aandacht.

In deze Nieuwsbrief vindt u enkele bijdragen over pareltjes in het Oostzeegebied. Rusland, Estland, Duitsland en Polen zijn aan de beurt.

En ook onze activiteiten spelen zich deels iets dichterbij af, deels iets verder af. Op 23 oktober 2010 hebben wij onze ontmoetingsdag in Bentheim met een warm aanbevolen programma. En haast u om u in te schrijven voor de reis naar het noorden van Duitsland en Polen met Pasen 2011.

Leo CAMERLYNCK

Edouard Michielsstraat 51

B – 1180 UKKEL / Brussel

e-post: leo.camerlynck@skynet.be

t. 00 32 485 63 02 27