> nieuwsbrief 2e trimester 2011

Bijdragen over: Tip

Mededelingen

Hernieuwen ledenbijdrage 2011

In ruil voor een ongewijzigde basis-bijdrage van 25 € verzekert u zich ook in 2011 van een abonnement op onze Zannekin Nieuwsbrief en van het – reeds 33e – Jaarboek De Nederlanden ‘extra muros’. Als steeds hopen we er andermaal op dat eenzelfde aantal leden spontaan deze basisbijdrage afronden tot het ronde bedrag van 30 €. Zij immers maken het ons mogelijk om extra-initiatieven te ontwikkelen, als b.v. dit jaar de publicatie van de brochure Nieuw Oud Vlaams van de hand van Cyriel Moeyaert, die elk lid straks samen met zijn jaarboek toegestuurd krijgt. Wie totnogtoe naliet te betalen vindt daarom hierbij andermaal een internationaal overschrijvingsformulier.

“Von Sinaai nach Jerichow”

In onze vorige Nieuwsbrief vroegen we uw aandacht (op p. 8) voor volgende uitgave: Von Sinaai nach Jerichow. Auf den Spuren der Flamen zwischen Harz und Fläming. Protokollband. ISBN 978-3-00-032950-0. Uitgave Studium Hallense e.V., Postfach 11 01 07, D. 06015 Halle (Saale). Prijs (inclusief verzendkosten): 35,90 €. Rekening IBAN: DE29 8009 3784 0001 5067 73 – BIC: GENODEFIHAL. De zes laatste karakters van de IBAN-code (hier vet weergegven) kwamen te vervallen. Waarvoor onze excuses.

Robaais - andermaal

Het is helemaal niet mijn bedoeling een blijkbaar onblusbaar vuur nog op te poken, MAAR... een pitbull bijt zich nu eenmaal bis zum bitteren Ende in zijn onderwerp wast, en vandaar...twee interessante bemerkingen in verband met Robaais - Robeke.

1) Tijdens de tv-reportage van 11 april 2010 van Paris-Roubaix, met als verslaggevers Michel Wuyts en Karl Vannieuwkerke (lang in Boezinge gewoond, nu in Diksmuide), zei de laatste op zeker ogenblik wat volgt: "Cancellara alleen aan de leiding...nu nog 30 km van Robaais, zoals ze daar in't Vlemsch zeggen ...!” Waarom zei hij niet "Robeke"? Omdat dat alleen een "papieren" naam is! Let wel, op 11 april 2010!

2) Toevalllig zoek ik een reisweg op www.routenet.nl, en wat ziet mijn lodderoog? Op het (zie hierbij) kaartje staat onder "Toerkonje" (Tourcoing) ... Robaais (en niet "Robeke"). Zijn die "Hollanders" ook al niet op de hoogte... of analfabeten? Tot op heden heeft niemand me, ook niet met de allergeleerdste pseudo-argumenten ervan kunnen overtuigen, dat "Robeke" niets meer is dan een "maakwoord" – beweert andermaal Guido Vandevyvere uit Menen.

De Zannekin Ontmoetingsdag 2011: zal op 19 november doorgaan te Burtscheid nabij Aken en in het teken staan van de Sint-Nicolaas van Myra-vieringen. Meer terzake in de volgende Nieuwsbrief. Let op de “t” in de plaatsnaam: er bestaat in de omgeving van Aken immers ook een plaatsnaam Burscheid (zonder “t”) en daar zoeken wij het niet.

Al zeven eeuwen Frans in Wallonië

  Van de 8e tot de 13e eeuw gebruikte men in Wallonië uit het Latijn voort-gekomen lokale streektalen, les dialectes d'oïl vooral Picardisch en Waals. Daarna ging men hier, geheel uit vrije wil, en terwijl het gebied bij het Duitse Rijk hoorde, het Francien gebruiken. Dat is de voorloper van het Frans, dat ook uit het Latijn voorkomt. Hierdoor kregen de Walen voor het eerst iets gemeenschappelijks. Walen waren toen nog geen Walen; het begrip wallon verschijnt pas in de 15e eeuw in geschreven teksten; in 1844 duikt la Wallonie voor het eerst op. Bron: de boekenserie Wallonie, art et histoire (1975). De oude streektalen zijn nog niet helemaal vergeten. Zo was er 19 december in Rendeux een Kerstmis in het Waals.

Nota van de Nieuwsbrief-redactie: de bewering over het “geheel uit vrije wil” kiezen voor het Frans dient niet slechts met een korreltje, maar met een heel vat zout genomen te worden.

______________

Bron: Waals Weekblad [redactie@waalsweekblad.be] , 31 december 2010


Zannekin-Studieuitstap Zaterdag 30 april 2011


Daguitstap naar Frans-Vlaanderen vanuit Nieuwpoort

Thema: Over en rond de heilige Vlaamse berg, veldslagen en bosgeuzen.

Programma:

08.00 uur: samenkomst op het Marktplein te Nieuwpoort

08.15 uur: vertrek busrit via De Moeren en Houtem naar Hondschoote.

08.30 uur: 2e opstapplaats NMBS-station te Veurne. Van daar uit verder naar Hondschoote, alwaar koffie met gebakjes in Ons Kot en bezoek aan het stadje, met Sint-Vedastuskerk, het stadhuis, windmolens, de saainijveheid (scotta), kloosterveld met kapel, hagenpreken met Sebastiaan Matte en Jacob de Buzere, bosgeuzen o.l.v. Jan Camerlynck, veldslag.

10.45 uur: busrit via Herzeele en Wormhout naar Cassel.

11.15 uur: Cassel, ontvangst door het stadsbestuur op de Mairie, korte lezing over Cassel door de eeuwen heen, het Reuzelied en over de Casselse predikant Petrus Dathenus.

12.15 uur: Vlaams middagmaal verdeeld over het Kerelshof en 't Kasteelhof, de hoogst gelegen taverne-spijshuis van Frans-Vlaanderen.

14.15 uur: Groep A: Musée de Flandre in ’t Landhuys - Groep B: Monu-ment op de Casselberg, windmolen, prachtige vergezichten, OLV-kerk, radio Uylenspieghel.

15.15 uur: Groep A: Monument op de Casselberg, windmolen, prachtige vergezichten, OLV-kerk, radio Uylenspieghel - Groep B: Musée de Flandre

16.15 uur: busrit van Cassel via de historische slagvelden naar Noordpeene.

17.00 uur: Noordpeene, bezoek aan de obelisk die herinnert aan de Slag aan de Peene (1677), uitleg over Niklaas Zannekin en zijn boerenleger, het graf van Tisje-Tasje, hulde aan kanunnik Camille Looten; vijfuurtje met zoet en/of zout en een drankje in de Herberge van de Peene - Plaetse – Noordpeene

19.30 uur: Terugrit via Veurne naar Nieuwpoort; aankomst daar om 20.30 uur.

De deelnameprijs bedraagt 50,00 € (alles is inclusief) voor Zannekin-leden en hun huisgenoten. Niet-leden 60 €.

Aanmelden: hetzij d.m.v. e-post: maurits.cailliau@skynet.be , hetzij schrif-telijk bij het secretariaat, Paddevijverstraat 2, B. 89 Ieper en dit telkens met opgave van na(a)m(en), adres en telefoonnummer van de deelnemer(s) + vermelding van hun opstapplaats, hetzij Nieuwpoort, hetzij Veurne en gelijktijdige betaling van de deelnameprijs op een van onze rekeningen (zie onderaan p. 1) en dit vóór 15 april. Niet te vergeten: “Wie eerst komt, eerst maalt.”

 
 

Friedrichstadt, Noord-Friesland


Rudi Koot

Paludanushaus

 

“Die Holländerstadt”, zo presenteert Friedrichstadt in Noord-Friesland in Duitsland zich. Via de webstek www.friedrichstadt.de kunt u het nodige lezen over de geschiedenis, over de musea en de stadswandeling en de rondvaart door de grachten. Ook kunt u daar een boekje bestellen: Friedrichstadt. Ein historischer Stadtbegleiter door Christiane Thomsen (ISBN 978-3-8042-1010-3) (2001, 2e druk 2009).

 

Markt met trapgevels in Friedrichstadt

 

Het boekje telt 72 bladzijden en bespreekt de geschiedenis en religie waar de Nederlandse een belangrijk aandeel in hebben gehad. Verder staan er vele (zwart/wit) foto’s in van historische gebouwen.

Zie ook het artikel Het Deense Holland Noord-Friesland en Neder-land van Thomas Steensen vertaald en geïllustreerd door Marten Heida in het Zannekin Jaarboek 32 De Nederlanden ‘Extra Muros’ van 2010.

Enkele jaren terug bezochten we dit zo typisch “Hollands” aandoend stadje naar aanleiding van een meerdaagse reis,”op zoek naar sporen van ons Nederlands verleden”.


De mythe van de Spaanse invloed…


Jean-Marie Gantois

Sedert het verschijnen van Le Lion de Flandre - Zuidvlaams heem hebben wij pauzenloos de mythe van de Spaanse invloed in onze Nederlanden aan de kaak gesteld. Een historisch probleem moeten wij nog oplossen en dat is hoe dit geloof is ontstaan dat zelfs onze landgenoten heeft aangetast. Wij lezen het volgende bij een van de voorvechters van het Vlaamse regionalisme: "Sint-Winoksbergen sluimert rondom zijn Spaanse belfort. De stad behoorde 500 jaar tot de graven van Vlaanderen en vervolgens 100 jaar tot de Bourgondische hertogen, 80 jaar tot het Oostenrijkse Huis en 112 jaar tot Spanje. Hiervan heeft het meer nog dan Duinkerke een onuitwisbaar stempel bewaard." Door een eigenaardig verschijnsel tellen van dit lange verleden alleen de 112 jaar van Spaans bewind. Aldus aangemoedigd laten de vulgarisators hun vreugde de vrije loop: gans Sint-Winoksbergen is "een juweel van de Spaanse Renaissance" (?), Brugge heeft langsheen zijn straten slechts "Spaanse huizen". Overal waar men een bouwwerk met trapgevel ziet zo kenmerkend voor de noordelijke architectuur van Atrecht tot Reval en Riga daar brult men over het Spaanse wonder terwijl men vergeet dat Spanje net als alle zonnige landen het domein van het terras en het platte dak is. (...) De poort van Robaais te Rijsel? "De kleine kantelen die boven haar uitsteken doen denken aan de wapens van Kastilië". Wedden dat u daaraan niet had gedacht. En die Spaans zegt, zegt Moors! Deze poort van Robaais is versierd met geverniste tekeningen en bakstenen: "ornamenten ingevoerd door de Moren in Spanje en overgebracht naar Vlaanderen." Doen onze belforten niet aan minaretten denken? Meen vooral niet dat méquene (serveerster) is afgeleid van meideken: "het is een Arabisch woord dat langsheen het Spaans in het Frans is gekomen". (...) De reuzen, voornaamste element van onze carnavals, een van de meest originele thema’s van onze folklore zijn vanzelfsprekend van Spaanse oorsprong. De Processie van het Heilig Bloed in Brugge is evenzeer nog een manifestatie van het Andalousische genie in onze provinciën. De braderie, spijts zijn naam (van het Vlaams braden) is een importartikel uit Kastilië. Uw naam eindigt op o of twee o's? : Flipo, Deroo, Lalo, Salengro, Redregoo? U stamt af van een of andere hidalgo, ongetwijfeld. Thorez, Detrez, Potez, Durnez? allemaal Spaanse namen. Het volk zegt mi voor moi: hispanisme! Een Vlaamse hoeft maar zwarte ogen te hebben een Vlaming bruin haar: "Spanjaard". (nadat Gantois al deze onzin heeft weerlegd en heeft aangetoond dat de Dietsers daarentegen de Spaanse cultuur diepgaand hebben beïnvloed komt hij tot deze contrapunt. De vertaler)... Toch hebben wij iets aan Spanje te danken. De objectiviteit gebiedt het ons te erkennen. "Het was in 1496. Men had zoëven het huwelijk besloten tussen de Aartshertog van Oostenrijk, Vorst der Nederlanden Philips de Schone en de Infante Johanna van Aragon. Om hun dochter naar de Nederlanden te brengen waar haar bruidegom op haar wachtte rustten de katholieke koningen in de haven van Laredo in Vizcaya een vloot uit van twintig zeilen. Deze vloot bereikte na stormachtig weer Middelburg en vandaar begaven de prinses en haar hof zich met kleine dagmarsen naar Rijsel. Daar zou de aartsbisschop van Kamerijk het huwelijk op 18 oktober inzegenen. Maar helaas! Het edele gevolg van haar die zou worden Johanna de Waanzinnige, moeder van Keizer Karel, bracht met zich mede de Lues Ispanica, als bruidsschat kan men zeggen. En daarom duidde men deze ziekte in Gent en Leiden als Spaansche Pokken aan." Dit is de enige vorm van verwantschap tussen Spanjaarden en Dietsers volgens een opstel in de Courrier Médical te Brussel van 4 maart 1938. Victor Hugo heeft ongetwijfeld niet dit bedoeld met zijn gedicht: Noble Flandre ou le Nord se réchauffe engourdi Au soleil de Castille et s'accouple au Midi! (Edel Vlaanderen waar het verstijfde Noorden zich warmt aan de zon van Kastilië en paart met de Midi).

Jean-Marie Gantois (1944). Vertaling: Dietbrand van Diemen.

 

Willem II van der Marck (1542–1578), heer van Lummen, Admiraal van de watergeuzen, Stadhouder van Holland, enz.


Willy Alenus, Oostende

Als alles naar wens verloopt dan verschijnt in het 2011- jaarboek van Zannekin, De Nederlanden ‘Extra Muros’, nr. 33, een bijdrage met betrekking tot “De aanloop naar de Opstand” (1558–1568), waarin de jonge ‘Lumey’ zich reeds aankondigt als de man die op 1 april 1572, op Alva, d.i. het boegbeeld van de gehate Spaans- Habsburgse overheersing, “sijnen Briel” zal buitmaken. De verovering van het Zuid- Hollandse eiland Voorne, het eerste, kleine stukje bevrijd Nederland, ging gepaard met de tragedie van de “martelaren van Gorcum” (9 juni 1572). Een mensenleven was ook toen niks waard.

De naweeën van dit kleine hoofdstuk “vaderlandse” geschiedenis, zijn tot heden identificeerbaar, zoals deze navorser al tien jaar lang ondervindt. Hij slaagde erin de lijkkist van Lumey terug te vinden (in de crypte onder de voormalige Kapucijnenkloosterkerk van Enghien (Edingen) en ze zelfs te fotograferen, maar tot vandaag weigeren de adellijke verwanten de toelating de kist te openen voor DNA-identificatie. En dit terwijl wij al het forensisch laboratorium van het UZ van de UA (Antwerpen) voor de goede zaak aan boord hadden kunnen halen. Maar ook de burgermeester van het Waalse Enghien, mevrouw Florine Pary-Mille, die dus ook verantwoordelijk is voor alle graftomben van de gemeente, haastte zich om aan de kant van de adellijke familie te gaan staan. Zonder de deskundigen te raadplegen?

Wat is de reden van bestaan voor deze korte bijdrage ?

Op 1 mei 1578 stierf Lumey in Luik. Naar luid van de eigentijdse bronnen werd hij plechtig begraven ‘op’ het priesterkoor in de oude parochiekerk van Lummen, “als heer van de heerlijkheid, met een ‘monument’ op zijn graf”. Hij kwam daar te liggen in het gezelschap van zijn vader en grootvader en van twee of meer bloedverwanten.

Daar bleven drie doodskisten bijna DRIEHONDERD jaar in vrede rusten - de parochiekerk werd in 1865 afgebroken - totdat zij op 16 oktober 1872 werden overgebracht, dat heet translatie, naar de crypte van de toenmalige Kapucijnenkloosterkerk in Edingen. De middelerwijl ontwijde kerk is bovendien privé bezit geworden en er zou een juridische betwisting bestaan m.b.t. de erfdienstbaarheid (‘servitude’) van de crypte met haar 57 lijkkisten en dit ten behoeve van de bloedverwanten (van Arenberg-de Ligne).

De graven in de crypte van de voormalige Kapucijnenkerk te Edingen

De streng wetenschappelijke vaststelling van de FEITEN, zoals zij hier en hieronder worden beschreven, die heeft de geschiedenis in de eerste plaats te danken aan de onverdroten navorsing van Lummense heemkundigen en dit in de tweede helft van de twintigste eeuw. Het resultaat van hun op-zoekingen, voornamelijk in de bestanden van het Rijksarchief Hasselt en contact met de familie van Arenberg, zorgden voor een doorbraak.

Op 25 november 2004 slaagde deze auteur erin en dit dankzij de mede-werking van de ACA-directie (Arenberg Foundation) in Edingen en onder de deskundige begeleiding van de stadsgids, een langdurig bezoek te bren-gen aan de crypte onder de voormalige Kapucijnenkloosterkerk, waar 57 doodskisten, waaronder de nummers (55), (56) en (57), inderdaad onder een dikke laag stof voor het nageslacht en tegen de vergetelheid worden bewaard.

Uit het raadplegen op internet van Wikipedia en ook andere naslagwerken, kan worden afgeleid dat wat wij hier en elders publiceren niet altijd aan hun aandacht ontsnapt. Zij weten eindelijk dat Lumey op 1 mei 1578 in Luik is gestorven (vermoord?) en dat hij vandaag in Edingen begraven ligt. Op het vermelden dat Lumey in Lummen werd geboren en wel op 14 oktober 1542, is het misschien nog even wachten. Maar dat zijn begrafenis in LUMMEN plaatsvond in1578 en de translatie van zijn kist naar EDINGEN in 1872, dat is dus bijna DRIEHONDERD jaar later, dat wordt nog nergens vernoemd.

Ziehier dan, mede ten gerieve van de naslagwerken, een kritisch-historische samenvatting van de feiten die het leven, de dood en de schaduw van Lumey beheersen, van 1568 tot 1900. Maar let wel op. Wat Ben Lindekens zegt over de bokkenrijders, dat geldt ook voor hun gouwgenoot Lumey, hij is een “uncanny ghost”, een dwalende geest die op zoek is naar reïncarnatie. Hij laat je nooit meer los.

Reconstructie van de chronologische opeenvolging van de feiten

1568 (23 mei 1568,), slag bij Heiligerlee, begin van de 80-jarige oorlog, d.i. de militaire opstand tegen het Spaans-Habsburgse, maar wettige gezag, - de veldslag heeft plaats tussen de Spaanse troepen, o.b.v. Jan de Ligne (†23 mei 1568), graaf van Arenberg1 door zijn huwelijk met Margaretha2 (achter-achterkleindochter van Everhard II van Arenberg, “le sanglier des Ardennes” en Maria, vrouwe van Lummen)3 en anderzijds de bosgeuzen en huurlingen van Oranje, o.b.v. Lodewijk van Nassau en Adolf van Nassau (†23 mei 1568), beiden waren broers van Willem van Oranje.

1572, inname van den Briel (1 april 1572) en verovering van Zuid-Holland door Lumey, admiraal van de watergeuzen en later kapitein-generaal, vervolgens stadhouder (lieu-tenant) van Holland voor Willem van Oranje.

9 juli 1572, terechtstelling van de 19 martelaren van Gorcum, in Brielle.

1578 (1 mei), Lumey sterft in Luik - naar luid van eigentijdse bronnen werd hij ‘op’ het priesterkoor in de oude parochiekerk van Lummen plechtig begraven.

1675, zaligverklaring van de martelaren van Gorcum (Rome).

1698, 23 jaar na de zaligverklaring volgt de eerste identificatie van de inhoud van de doodskisten in de grafkelder van de heren van Lummen.

1865, d.i. het jaar van de afbraak van de oude parochiekerk van Lummen; tweede identificatie van de inhoud van de lijkkisten.

1867, heiligverklaring van de martelaren van Gorcum.

1868, 300e verjaardag van de slag bij Heiligerlee - dit bijna samenvallen van beide verjaardagen (1867–1868) leidde, in Nederland, tot heftige pole-mieken tussen protestanten en katholieken - deze laatsten met J.A. Alber-dingk Thijm op kop.

1872, 300e verjaardag van de verovering van den Briel door Lumey.

1872 (16 oktober), translatie van drie doodskisten van Lummen naar de crypte onder de kerk van het voormalige Kapucijnen klooster te Edingen.

1881 (28 februari), de drie kisten belanden in de crypte onder het koor van de Kapucijnenkloosterkerk. Waar zij hebben gestaan, van 16 oktober 1872 tot 28 februari 1881, werd niet opgezocht en is ook niet echt belangrijk. Maar het kan wel worden opgezocht.

Boven de Moerdijk moet je niet lang zoeken naar een Lumeystraat, -laan of –plein. In Lummen, waar het voorvaderlijke kasteel van de Van der Marcken nog staat te pronken, is er voorshands nog geen spoor van een dergelijke hulde. Toch zwaait Lummen met het blazoen van van der Marck als gemeentewapen. En het blazoen van Herk-de-stad bestaat uit, links, het wapen van Loon, rechts het wapen van Arenberg (voor Schulen).

___________________

Noten

1 Graaf Jan de Ligne ligt ook begraven in de crypte onder de kerk van het voormalige Kapucijnenklooster te Edingen, met het volgende grafschrift: “Ici gist hault et puissant Messire Jean de Ligne, prince, comte Darenberg et du St Empire, lequel mourut le 23 May 1568, en la bataille de Hercane (!), estant Gouveneur de Frize, Overisel et Gruninck, combattant contre le comte Lodevick de Nassau, rebel au Roy et à Dieu et Sa Majesté. Priez Dieu pour son âme.”

2 Margaretha was de achter-achterkleindochter van Everhard II van Arenberg, ‘le sanglier des Ardennes’ en Maria van Lummen, via haar vader Robrecht III, haar grootvader Robrecht II en haar overgrootvader Everhard III van Arenberg.

3 Lumey was de achter-achterkleinzoon van Everhard II van Arenberg, ‘le sanglier des Ardennes’ en Maria van Lummen, via zijn vader Jan II, zijn grootvader Jan I en zijn over-grootvader Willem I, ‘met den baerde”; Everhard III en Willem I waren broers, uiteraard.

 

Vanaf de zijlijn


Marten Heida

Een mogelijke “proefpolder”

O zeker, taal is een belangrijk identificatie-element. Maar wanneer een bepaald taalgebied doorsneden wordt door een staatsgrens - als gevolg waarvan de gebieden aan weerskanten daarvan in taalopzicht een eigen “leven” zijn gaan leiden - dan komt dat element niet tot zijn recht, vervreemd als men van elkaar geraakt is. Gelukkig is er dan nog een factor die dit proces overstijgt. Ik doel op het historische facet dat minstens zo belangrijk is als identificatie-element. Naar mijn mening is inspelen op het historisch besef van toenemende betekenis voor onze grensgebieden. Graag wil ik deze stelling verdedigen.

In Nederland heeft men een aantal jaren geleden een commissie ingesteld die zich moest bezinnen op de weg die ingeslagen moest worden om het geschiedenisonderwijs weer op de onderwijskaart te zetten. Het resultaat moest een antwoord zijn op de klacht dat het met dit vak slecht gesteld was. Deze bezinning heeft de samenstelling van een canon met een toegesneden aantal “vensters” tot gevolg gehad.

Niet iedereen in Nederland was gelukkig met deze uitkomst. Zo stelden “ingewijden” ernstige tekorten vast als gevolg waarvan naar hun - vooral - bescheiden mening belangrijke onderwerpen in het geheel niet of onvoldoende aan de orde werden gesteld. In veel gevallen hadden deze vermeende tekortkomingen te maken met opvattingen die stoelden op de eigen levensbeschouwing.

Toch is het niet allemaal kommer en kwel, want deze landelijke canon heeft ook een positief effect gesorteerd. En dat wel op het regionale vlak. Om tegenwicht te bieden aan het opgehangen landelijke geschiedenisbeeld - dat in Nederland trouwens altijd al sterk Hollands gekleurd was - heeft men in diverse streken een eigen canon opgesteld met de daarbij behorende “vensters”. Het is een poging om te bereiken dat langs deze weg meer aandacht geschonken gaat worden aan de geschiedenis van de eigen regio.

Tot de noodzakelijke versterking van de eigen identiteit in de regio die gevormd wordt door de Gelderse Achterhoek en het Westmunsterland denk ik dat beklemtoning van het historische facet een belangrijke bijdrage kan leveren. In het kader van de bezinning hierop zie ik een belangrijke taak weggelegd voor historici uit de beide bovengenoemde deelgebieden. Om zo doelgericht mogelijk te werken zal er zowel aansturing als begeleiding nodig zijn. Daarvoor zouden de instituten in Doetinchem (Staring Instituut) en Vreden (Landeskundliches Institut Westmünsterland) ingeschakeld dienen te worden. Onder deze supervisie moet gepoogd worden te komen tot een grensoverschrijdende historische canon met “vensters” die uitzicht geven op “wat we van elkaar in geschiedkundig opzicht moeten weten”. Ik besef dat er menige struikelsteen uit de weg geruimd zal moeten worden. Anderzijds denk ik dat de inspanningen het waard zijn om deze vorm van identiteitsbevestiging vorm en inhoud te geven.

Nauw hiermee verbonden is er nog een ander aspect. Niet voor niets heb ik in het kopje het woord “proefpolder” gebruikt. Immers bij welslagen van dit project zal er ongetwijfeld een stimulerend effect vanuit gaan en in andere grensregio’s mensen aansporen zich op deze opzet te beraden.

Ik ben zeer benieuwd of ik een begaanbare weg ben ingeslagen. Blijft over de vraag: Wie gaat de uitdaging aan om deze vorm van grensoverschrijdend bezig zijn handen en voeten te geven?

Marten Heida

Prins Willem Alexanderpark 53

NL – 3905 CB Veenendaal

Het laatste woord

Leo Camerlynck

De Stichting Zannekin is aan geen enkele politieke partij gebonden en ze wenst dit ook zo te houden. Zannekin steunt wel initiatieven, die volledig kaderen binnen de doelstelling van de vereniging. Hierna volgen een drietal activiteiten die we ten zeerste willen aanprijzen.

Prisma groot woordenboek Afrikaans en Nederlands

Presentatie anna 23 april 2011. Graag nodigen wij u uit voor de presentatie van het Prisma groot woordenboek Afrikaans en Nederlands - kortweg anna - op zaterdag 23 april 2011 om 13.00 uur, in het Tropeninstituut, Amsterdam.

Ruim tien jaar lang is - onder hoofdredactie van prof.dr. Willy Martin - gewerkt aan de totstandkoming van dit unieke woordenboek. Een unicum inderdaad, omdat de nauw verwante talen Afrikaans en Nederlands niet gescheiden (A-N versus N-A) worden behandeld, maar in één deel, tezamen (ANNA). Zo zie je in één oogopslag de verschillen én de overeenkomsten.

Met steun van onder meer de Stichting ZASM hebben academici in Zuid-Afrika, België en Nederland een woordenboek tot stand gebracht van ruim 2200 pagina's, met 60.000 trefwoorden, een prachtig naslagwerk, dat uitnodigt tot lezen en vergelijken van Afrikaanse en Nederlandse uitdrukkingen en gezegden.

ANNA zal feestelijk worden gepresenteerd tijdens de jaarlijkse ledenvergadering van de Nederlandse Zuid-Afrika Vereniging (NZAV). Adriaan van Dis zal het eerste exemplaar in ontvangst nemen.

Programma

·        14:30-15:00 Inloop boekpresentatie

·        15:00-15:50 Lezing Adriaan van Dis

·        15:50-16.20 Presentatie Prisma groot woordenboek Afrikaans en Nederlands. Sprekers: dr. J. Donner (voorzitter ZASM, hoofdsponsor van dit project) en prof. dr. W. Martin (hoofdredacteur)

·        16:20-16:25 Aanbieding van het eerste exemplaar aan Adriaan van Dis

·        16:25-17:30 Receptie

Graag vernemen wij of u aanwezig zult zijn bij deze boekpresentatie. U kunt zich opgeven door een mailtje te sturen aan de heer drs. G. van den Berg, vandenberg@zuidafrikahuis.nl

Het woordenboek is te koop tijdens de receptie.

Prisma groot woordenboek Afrikaans en Nederlands  ISBN 9789049102562

·        Gebonden, 2228 pagina's

Thema-avond Suid-Afrika

Op 2 april om 20.00 uur houdt Rita de Bont een lezing over het thema Uitdagingen en kansen voor het Afrikanervolk. Aansluitend wordt er een zangavond gehouden. Dit gebeuren gaat door in de zaal ‘Brandweer, Zuidervest te 3270 Scherpenheuvel.

 

 

 

Gespreksavond over Frans-Vlaanderen in Brussel

Binnenkort organiseert N-VA Brussel een gespreksavond over Frans-Vlaanderen. Op 16 april 2011 krijgen ze hoog bezoek uit Frans-Vlaanderen. Bestuursleden van de Michiel De Swaenkring komen er ver-ellen over hun ervaringen. De sprekers zijn Jacques Fermaut, Michel Lieven, Régis d Mol, Karel Appelmans – allemaal lid van de Michiel De Swaenkring - en historicus Eric Vanneufville.

Zij zullen het hebben over de strijd voor het behoud van taal, gewoonten en cultuur. Maar ook over de toekomstplannen op het gebied van onderwijs en het inventariseren van de vele Vlaamse straatnamen en herbergen met mooie Vlaamse namen. Wat verwachten zij van de Vlaamse en Nederlandse regeringen, van de Nederlandse taalunie?

Afspraak om 19.00 uur in het gemeenschapscentrum De Markten (Oude Graanmarkt, Brussel). De inkom is gratis!

Leo Camerlynck

Edouard Michielsstraat 51,

B – 1180 UKKEL / Brussel

e-post: leo.camerlynck@skynet.be

- t. 00 32 485 63 02 27