> nieuwsbrief 3e trimester 2013

Bijdragen over: Tip

Mededelingen

Hernieuwen ledenbijdrage voor 2013

Uw secretaris is een tevreden man: de hernieuwing van de bijdragen verliep uitermate vlot. Ter herinnering: de ledenbijdrage voor 2013 beloopt voor het in mei al verschenen nieuwe Jaarboek De Nederlanden ‘extra muros’ en voor de driemaandelijkse Nieuwsbrief Zannekin 29 €. Vanaf 35 € wordt u met dank als steunend lid geboekt.

Herdenking Vrede van Utrecht

Naast de al eerder in onze Nieuwsbrief aangekondigde intiatieven in het kader van deze herdenking, valt er uiteraard ook te Utrecht een en ander te vermelden. We verwijzen hieronder alvast naar een paar evenementen:

- mededeling inzake een symposium over de Vrede van Utrecht dat eind april doorging: http://peaceofutrecht.hum.uu.nl/ ?page_id= 11A

-een boek aangekondigd boek met de om-schrijving wat drie jaar diplomatie in Utrecht betekende voor de stad. Zie:

http://www.historici.nl/Nieuws/Actueel/Vrede_van_Utrecht_21-3-2013


ZANNEKIN-JAARBOEK De Nederlanden “extra muros” - 35 - 2013


Dit 35e Jaarboek De Nederlanden ‘extra muros’ biedt weer een breed spectrum aan bijdragen over de territoria die deel uitmaken van ons Nederlands nationale erfgoed.

Als steeds houden wij er aan het jaarboek in te leiden met de klassieke tekst waarin uiteengezet wordt waar het de Vereniging/Stichting Zannekin uiteindelijk om te doen is, en in welk perspectief wij ook ons jaarboek plaatsen.

Het is meer dan een generatie geleden dat we, in ons eerste jaarboek (1977), ruimer aandacht besteed hebben aan onze naamgever Niklaas Zannekin. Gezien de ondertussen ingezette verjonging van ons ledenbestand leek het ons zinnig om de toen door dr. Luc Carton gepubliceerde bijdrage Niklaas Zannekin en het Zannekin-symbool te hernemen. Op het wereldwijde web levert de zoekterm ‘Zannekin’ ondertussen niet minder dan 23.900 verwijzingen op – gaande van scoutsgroepen over volksdansgroepen, restaurants, een biermerk en een Marnixring - tot uiteraard onze Vereniging-Stichting Zannekin.

De daarop volgende bijdragen hebben we zoveel als mogelijk chronologisch gerangschikt.

Op onze Studie-uitstap 2012 te Luik bracht Wim van Heugten een zeer gesmaakt referaat over Het Maasland als een bijzonder cultuurlandschap in de Lage Landen. Dat die streek kan bogen op een zeer belangrijke rol in het gestalte krijgen van onze Nederlandse cultuur – en dit op vele vlakken – blijkt overduidelijk.

Over de Nederlandse vrijheidsstrijd van de 16e eeuw zijn al bibliotheken bijeengeschreven. Niettemin wist Willy Alenus andermaal een nieuwe invalshoek te vinden in zijn (Las Guerras de los Paises Bajos1568-1648).

In zijn De kerkmeesters van de Sint-Aldegondekerk in Sint-Omaars schrijven in 1610 een Nederlandse brief aan de Schepenen van de stad Gent wist Cyriel Moeyaert andermaal gegevens boven water te brengen over het Nederlands verleden van die stad. Naast die brief wijdt hij ook breed uit over de Aldegonde-naam aldaar.

Amalia van Solms-Braunfels (1602-1675) is bij nader toezien geen “vreemde eend” in ons Nederlandse verleden. Renaat van Heusden wist haar daarin een terechte en markante plaats te geven.

1713: een bijdrage over de Vrede van Utrecht van driehonderd jaar terug mocht niet ontbreken. Met zijn Vrede van Utrecht (1713), het einde van een bijna vergeten wereldoorlog voldoet Ruud Bruijns ruimschoots aan onze verwachtingen. Hij overstijgt daarmee het louter feestgedruis dat te Utrecht zelf rond deze gedenkdatum aan bod komt. Even meegeven dat ver van Utrecht, in de voormalige Barrièrestad Ieper op 27 november 2013 een internationale studiedag aan die vrede gewijd wordt.

Wanneer Geldern Pruisisch werd kreeg de Nederlandse streektaal het aldaar langzamerhand fel te verduren. En dit wel allereerst in het onderwijs. Hendrik Steeger schets in De laatste Nederlandstalige school in Pruisen het toenmalige lot van de school te Wetten.

Als resultaat van zijn deelname aan een symposium over “historie zonder grenzen” wist Marten Heida precies méér te weten te komen over de Vastlegging van de grens tussen Drenthe-Groningen en het Eemsland krachtens het Meppener grenstraktaat van 1824.

Ook Zeno Kolks is in deze aflevering weer present. Hij brengt dit keer een studie over De Pseudobasiliek: een voornamelijk Middelnederlandse bijdrage aan de laatmiddeleeuwse kerkbouw in noordwest Europa.

Als chronologisch laatste scharnierpunt wordt aandacht gevraagd voor de taalgrenzen in de zuidelijke Nederlanden. In zijn 1963-2013: Vijftig jaar Vlaams-Waalse taalgrens doorheen Midden-België en de Germaans-Romaanse taalgrens in Oost-België besteedt Leo Camerlynck daar de nodige aandacht aan.

Uit de memoires die Cyriel Rousseeu kort voor zijn overlijden neerschreef putte de jaarboekredactie merkwaardige gegevens over de allereerste ruimere aandacht vanuit de Nederlanden voor de Nederlanden extra muros over de Frans-Belgische grens. Daarbij gaat het Over Pro Westlandia en Zannekin, zijnde een gelijkgerichte vereniging die aan onze vereniging/stichting voorafging.

Afsluitend volgen ook nog de kroniekbijdragen en boekbesprekingen, waarvan Marten Heida andermaal het leeuwendeel voor zijn rekening nam.

____________________

Het nieuwe jaarboek verscheen al in de loop van de meimaand en is inbegrepen in de ledenbijdrage voor 2013. Het kan nog tot einde juli besteld worden tegen de ledenprijs van 29 € (inclusief het abonnement op de Zannekin Nieuwsbrief. Daarna geldt de boekhandelprijs (verzending inclusief) van 35 €).

Brasserie Zannekin

De foto op de kaft van onze Nieuwsbrief 3/2012 stelt niet het hotel-restaurant Zannekin gelegen op de Rodeberg in Heuvelland voor. Wel daarentegen de Brasserie Zannekin, gelegen aan de Route de Dun-kercque te Cassel over de ‘Schreve’.

In de gebouwen van dit pand is overigens ook al sedert geruime tijd een boekenantiquariaat – de Librairie Zannekin – ondergebracht. Met dank aan Mark Ingelaere voor deze rechtzetting.

 

 



De Kapelle van Sinte-Mulders,’n Iõngsje Hellege en Prinsesse


In een schilderachtig dal van het diepe Vlaanderen pronkt de uit 1702 stammende eenbeukige kapel met een torentje ter hoogte van het koor. De heilige Mildreda, “Sinte-Mulders” in de volksmond, wordt er vereerd. In dit bedehuis in classicistische stijl bevinden zich beeldjes van de heiligen Katharina en Agatha alsook werken van de Duinkerkse kunste-naar Bernard Pieters.

De Saksische prinses Mildreda, afkomstig van het eiland Thanet aan de monding van de Theems, was één van de kinderen van koning en van zijn echtgenote Ermenberga, kleindochter van de eerste christelijke koning van Engeland Ashelred, ook bekend als Ethelbert.Mildreda verbleef in de abdij van Chelles, nabij Meaux, ten oosten van Parijs. Daarna vervoegde ze de door haar moeder gestichte abdij van Minster- in- Thanet.Op weg naar haar geboorteland liet ze een kluis bouwen te Millam, een gehucht dat toen langs een inham van de Noordzee lag. Een legende verhaalt dat ze daar zou gewacht hebben tot de zee tot rust was ge-komen alvorens naar Engeland te varen, waar ze abdis werd. Ze over-leed er in 725.Sint-Mildreda wordt op 13 juli gevierd. Ze wordt aangeroepen tegen moeraskoorts en wordt vereerd in het Frans-Vlaamse Millam en het West-Vlaamse Izenberge.

Op zaterdag 10 augustus 2013 wordt de onthulling van een gedenkbord gepland te Millam met volgende programa:

10.30 uur: samenkomst aan de Taverne Flamande te Millam.

Van daar te voet naar de kapel alwaar religieuze plechtigheid in de kapel zelf.

Historische toelichting over de kapel en van de Heilige Mildreda.

Inwijding van het bord/paneel.

12.00 uur: Terug naar de Taverne Flamande, alwaar aperitief en braai.

Vraag het definitieve programma aan bij leo.camerlynck@sky,et.be

 

 

Malbroek of de Hertog van Marlborough in de Nederlanden


Ruud Bruijns, Lelystad

Tijdens mijn onderzoek naar de betekenis van John Churchill, de Hertog van Marlborough in het kader van de Spaanse successie-oorlog attendeerde iemand mij op de Kempische folklore, waar hij bekend staat als ‘Malbroek’.

De naam Malbroek is duidelijk een 18e eeuwse verbastering van Marlborough en geen vertaling. Het Engelse woord ‘borough’ wordt namelijk vertaald als ‘burg’, of ‘bourg’ in het Frans. Ook het voorvoegsel is geen vertaling, maar afgeleid van het Franse voorvoegsel ‘mal’, wat verschillende betekenissen kan hebben (kwaadaardig, schadelijk, pijnlijk, etc.) maar hoofdzakelijk negatief.

De oorsprong van deze naam is hoogst waarschijnlijk dan ook Frans. In de 18e eeuw werden er veel volksliedjes geschreven om de eigen zaak te bepleiten en de tegenstander te bespotten. Eén van die liedjes luidde Malbrough s'en va-t-en guerre, los vertaald: Marlborough gaat ten oorlog varen. Het zal waarschijnlijk omwille van de uitspraak en de toonzet-ting zijn verbasterd, maar dat ‘mal‘ kwam wel mooi uit.

Hier zien we de verbastering van Marlborough in Malbrough. Bij de vertaling van dit lied naar het Nederlands werd de naam Malbrough op zijn beurt weer Malbroek. Het Franse liedje wordt doorgaans gedateerd na de Slag bij Malplaquet (1709).

Marlborough was zo’n succesvol veldheer dat hij werd gevreesd onder Franse soldaten. Het liedje moest deze reputatie enigszins spottend interpreteren.

Het lied kende de gehele 18e eeuw een zekere populariteit in Frankrijk, niet in de laatste plaats omdat het aan het einde van deze eeuw opnieuw op toondicht werd gesteld. Deze toondicht werd vervolgens weer door de Engelsen overgenomen die er het overbekende He’s a jolly good fellow op rijmden.

Tegenwoordig kent vrijwel niemand nog het lied, maar de naam Mal-broek leeft nog wel in de Kempische folklore. In het handboek De algemene geschiedenis van Limburg van P.J.H. Ubachs (Uitgeverij Verloren 2000) lezen we op bladzijde 259 de volgende zinssneden:

“De Fransen veroverden Luik, bivakkeerden langs de Maas en namen stelling rond Tongeren. De Pruisen namen Geldern in. De grote Engelse veldheer John Churchill, hertog van Marlborough, vertoefde herhaalde malen te Maastricht, terwijl zijn troepen op de Sint-Pietersberg bij Maastricht of in de Kempen kampeerden. Marl-borough bleef bij de geplaagde Kempenaren als ‘Malbroek’ te kwa-der naam en faam bekend.”

Als we de Kempische folklore nader bekijken dan kunnen we inderdaad stellen dat Marlborough niet bepaald geliefd was. Doorgaans wordt Marlborough herschapen als een stropop, die dan vervolgens wordt verbrand. Dit gebruik bestaat nog steeds in de Kempische plaatsen als Kessenich, Kinrooi en Genk. Het staat zelfs aangekondigd op de website feestelijkvlaanderen.be.

Ook elders in de Nederlanden bestaan sporen van Malbroek. Zo is er in Groningen een Malbroeksteeg, waarvan gespeculeerd wordt dat deze naar Marlborough is vernoemd, althans de verbastering.1

Zelfs in onvermoede grensgebieden van de Nederlanden duikt Marl-borough op. In het Lotharingse dorpje Manderen, tegenwoordig gele-gen nabij het Frans-Duits-Luxemburgse drielandenpunt, staat het zoge-noemde ‘Château de Malbrouck’, dat eigenlijk Burg Meinsberg heet.

Manderen behoorde aanvankelijk bij Luxemburg. Het kwam door de Vrede van Vincennes (1661) tussen de Franse koning en de hertog van Lotharingen bij Frankrijk terecht teneinde een corridor te scheppen tus-sen Frankrijk en de Elzas via Thionville (Diedenhofen) en Sarrebourg (Saarburg).

Marlborough heeft hier in 1705 tijdelijk zijn hoofdkwartier opgeslagen voor een geplande invasie van Frankrijk via de Moeselvallei. Hij werd echter geconfronteerd met de Franse maarschalk De Villars en gebrek aan bevoorrading, waardoor hij zich moest terugtrekken. Sindsdien wordt het kasteel door de Fransen Château de Malbrouck genoemd.2

________________________

Noten:

1 http://groninganus.wordpress.com/2009/08/26/de-malbroeksteeg/

2 http://www.chateau-malbrouck.com/dispatch.do?sid=site/histoire_et_architecture/historique

 

Troonswisseling ook in Duitsland gevierd

WINTERBERG/LEER - De troonswisseling in Nederland was ook in Duitsland aanleiding voor feestgedruis. In Winterberg, een bij Neder-landers populair wintersportoord, was een groot tv-scherm opgesteld om de ceremonie in Amsterdam te kunnen volgen.

In Oost-Friesland, vlak over de grens bij Groningen, proostten Neder-landers en Duitsers samen op de nieuwe koning. In Bad Bentheim in de deelstaat Nedersaksen plantte de burgemeester een “konings-lindeboom” ter ere van Willem-Alexander.

Komiek Hape Kerkeling, die in 1991 veel opzien baarde met zijn Beatrix-imitatie, zei dat hij de voormalige koningin nooit meer zal nadoen.

_____________

Bron: www.telegraaf.nl

 

Vooruitblik op onze ZANNEKIN-Ontmoetingsdag te Namen


in het kader van het Vrede van Utrecht 1713 en de Barrièrestad Namen en in samenwerking met de Orde van den Prince, op zaterdag 26 oktober 2013

Ontwerp van programma

[PM: het uiteindelijk programma leest u in onze volgende Nieuwebrief]

Locatie: La Citadelle hollandaise

Sprekers:

Namiddag: rondleiding door de stad – Le Grognon, de kerk Saint-Loup, de kathedraal, de Vleeshalle

Namur, la citadelle hollandaise

Auteurs: Philippe Bragard, Vincent Bruch, Jacques Chainiaux, Denis Douette, Dominique François, Alex Furnémont, Jacky Marchal, Hugues Ravet.

Uitgever: Presses universitaires de Namur - Les éditions namuroises.

Depuis 1986, parmi les vingt-deux livres édités par notre association, nous avons publié l'histoire de la citadelle, à l’usage premier des visiteurs du monument. Parmi les grandes étapes de son histoire et les différentes parties du site fortifié, le château des comtes, les souterrains, les travaux de Vauban, les avatars de la citadelle entre 1870 et 1940, les forts Brialmont ont été traités de manière plus détaillée. La première enveloppe bastionnée du XVIe siècle et l’œuvre de Menno van Coehoorn ont pour leur part fait l’objet d’articles dans le Bulletin périodique. L’histoire militaire a vu des ouvrages sur les sièges en général, et sur ceux de 1692 et de 1914 en particulier. Nous avons également donné une grosse synthèse sur les enceintes urbaines de Namur. Restent donc les XVIIe et XVIIIe siècles avec Terra Nova et les forts avancés pour la forteresse ‘fantôme’, celle qui a presque entièrement disparu lors des démantèlements successifs à la charnière des XVIIIe et XIXe siècles, et surtout la citadelle visible de nos jours, résultat d’une reconstruction majeure entre 1816 et 1825.

Une forteresse mosane de Wellington à Brialmont (1814-1878)

En effet, quatre-vingt sinon nonante pour cents des murailles et des bâtiments que l’on voit datent de cette époque et résultent des travaux effectués par des entrepreneurs namurois sur base de plans élaborés par des ingénieurs hollandais d’après les idées d’un grand général anglais, le tout influencé par des théories françaises. C’est une forteresse du premier quart du XIXe siècle qui dresse ses remparts sur l’éperon venant mourir au confluent de la Sambre et de la Meuse. Laissant pour l’instant de côté l’étude des XVIIe et XVIIIe siècles, ce livre est donc consacré à la forteresse hollandaise. C’est la première fois qu’une telle synthèse est proposée, à partir de l’analyse de documents et de plans d’archives inédits, croisés avec la littérature existante.

Alle practische info leest u in onze volgende Nieuwsbrief.

 

De Namense citadel

 

De “Silverijser” - Geschiedenis van Herk-de-Stad (deel IV) 1

Willy Alenus, Oostende

De geschiedenis van het stadhuis en de dekenij

Na de brand van 1679 werd het stadhuis in het midden van de markt gelegen niet meer heropgebouwd. Waar de schepenbank haar zittingen naderhand hield, is niet geweten. Nadat met ingang van de Franse tijd de gemeenteraden2 waren ingesteld, vergaderde die van Herk in een herberg. In zitting van 24 november 1832 besloot de gemeenteraad twee huizen aan te kopen die gelegen waren op de Grote Markt en die toe-behoorden aan de heer Diepers uit Diepenbeek.

Die huizen hadden waarschijnlijk de plaats ingenomen van het oud-pand “De Zwaan”. De waarde van het goed werd geschat door de metser Santermans en door de timmerman Peeters. De schatters schrijven in hun verslag dat de huizen met een grote tuin een oppervlakte be-sloegen van 17 vierkante roeden = 5a 80 ca.3 In de aangeduide opper-vlakte zullen ze die van de tuin niet meegerekend hebben. Immers vol-gens het kadaster van 1845 besloegen de gebouwen alleen een oppervlakte van 5 a 30 ca. Het goed grensde ten westen aan het huis van we-duwe Swennen (thans het huis ten westen van de dekenij), ten zuiden aan de stadsvelden, ten oosten aan de pastorie en aan het goed Haesen (thans Vandermeeren Joannes Haesen was de overgrootvader van Jan Vandermeeren).

De aangeduide grenzen bewijzen eens te meer dat de tuin door de schatters, ter gelegenheid van hun schatting, niet meegerekend werd. Want de twee huizen grensden niet aan het goed van Joannes Haesen, maar wel aan de tuin. Met “de stadsvelden” zal het achterste gedeelte van de tuin der huidige dekenij bedoeld zijn. Het goed werd uit ter hand aangekocht voor 2352 guldens = 5079,35 francs. De beraadslaging van de gemeenteraad vermeldt dat een van de twee aangekochte huizen zal gebruikt worden als stadhuis, het ander als kazerne voor de Rijks-wacht. De Gedeputeerde Staten4 keurden de aankoop goed op 26 janu-ari 1835. De Rijkswacht heeft niet lang het voor haar bestemde huis be-trokken. In 1839 (het jaar dat het huidige Limburg bij het België van 1830/1831 komt), neemt zij haar intrek in een huis, thans gekend als de bakkerij Brems. De E.H. Deken verhuist van de pastorie naar de oud-kazerne van de Rijkswacht. De oude pastorie wordt dan tijdelijk ter be-schikking gesteld van de onderwijzer van de gemeenteschool.

Op 16 februari 1867 besluit de gemeenteraad tot de aankoop van de oude pastorie, waarvan de gemeente reeds het genot bezat.5 De pastorie besloeg een oppervlakte van 2 aren en de tuin een van 4 a 60 ca. De gemeente betaalt er 1000 franc voor, waarvan de rente moet dienen om te voldoen aan de verplichtingen die aan de pastoor opgelegd waren door de stichting van Pinksten Milters. De aankoop werd goedgekeurd door de (Belgisch-Limburgse) Bestendige Deputatie op 8 maart1867.

Vervolgens sluit de gemeenteraad een overeenkomst met Petrus Hae-sen waarbij deze laatste een strook grond afstaat, 23,5 m lang bij 60 cm breed, op voorwaarde dat de gemeente een goot met afvoerbuis zal aanleggen en onderhouden om de waters van het huis Haesen op te vangen. De oostermuur van het op te bouwen stadhuis zal gemeen zijn en zonder kosten door Petrus Haesen mogen gebruikt worden.

Op 1 maart 1866 werd aan de heer Jaminé, provinciaal opziener van de gebouwen, opdracht gegeven plannen op te maken voor het bouwen van een gerechtszaal met erboven een raadszaal voor de gemeenteraad, een gemeenteschool en een onderwijzerswoning.

De plannen dragen het jaartal 1872. De werken werden uitgevoerd in de jaren 1870-1873. De gebouwen hebben 38.333,88 francs gekost en zijn diegene die thans nog bestaan. Ze hebben niet de minste stijl en zijn de hoofdplaats van het kanton onwaardig (Silverijser).

We hebben trachten na te gaan hoe het pand “De Zwaan” in het bezit gekomen is van de heer Diepers. Wij zijn er niet in geslaagd, want er doen zich leemten voor in de reeks van opeenvolgende eigenaars. We weten alvast dat door zijn mede-erfgenamen, aan Willem Angst, die gehuwd was met Maria Cingers, dochter van Jan Clingers en Anna Cluijtinx, het goed verkocht werd op 5 december 1611. Voorts wordt “De Zwaan” op 23 oktober 1673 openbaar te koop gesteld door Jan Christiaan Raijmond. De koper was Martinus Wintmolders. Deze doet er afstand van op 26 april 1677 ten voordele van de schuldeisers. Burgemeester Jan Coenen koopt dan het huis. Op 17 juni 1680 legt de kerkraad van Herk beslag op “De Zwaan”, dat op dat ogenblik eigen-dom was van de erfgenamen van Petrus Neven. De oorzaak ervan zal waarschijnlijk geweest zijn dat de eigenaars de rente niet meer betaal-den, die zij verschuldigd waren aan de Kerk. Joannes Clingers had in zijn testament bepaald, dat er jaarlijks 12 stuivers moesten betaald wor-den aan de kerkfabriek, te heffen om zijn voornaamste eigendom “De Zwaan”.

In 1677 bestond het kleine huis tussen de pastorie en “De Zwaan” nog. Want op 13 september van dat jaar doet de E.H. Joannes Vanulf, pas-toor alhier, beslag leggen op dat huisje, omdat de toenmalige eigenares, Maria de Motte, een bepaalde overeenkomst verbroken had. (onlees-baar). Bij de grote brand van 1679 werden al de huizen aan de zuidzijde van de Grote Markt de prooi der vlammen.

Het is moeilijk te achterhalen wie de eigenaars geweest zijn van “De Zwaan” tussen 1696 en 1832. De gichentboeken, waarin de schepenen alle akten overschreven, reiken maar tot 16966 en het kadaster is eerst in 1845 in voege gekomen. Het is slechts bij toeval dat we een akte tussen voormelde jaren konden vinden.

(Wordt voortgezet)

Noten

__________________

1 Het tweede hoofdstuk verscheen in Zannekin, nr. 2/2012, en het derde hoofdstuk in Zannekin, nr. 2/2013.

2 De gemeenteraden werden ingesteld tijdens de Franse overheersing, maar ze hadden toen weinig in de pap te brokken. In Frankrijk wordt (werd) alles in Parijs geregeld, tot en met de invoering van de “régions”. Pas met de start van het tijdperk van de Verenigde Nederlanden konden zij hun grondwettelijke macht uitoefenen.

3 Een kleine vierkante roede is gelijk aan 34 a 06 ca.

4 Ten tijde van de Verenigde Nederlanden (1815-1830, 1839 in Limburg)), waren de Gedeputeerde Staten (vandaag nog in Nederland), wat sedert 1830/1839, in België, de Bestendige deputatie is, met name de Uitvoerende Macht van de provincie, waar de verkozen provincieraad als Wetgevende Macht fungeert.

5 De kerkelijke goederen waren door de Franse revolutionairen in beslag ge-nomen (1795) en in de meeste gevallen verkocht. In de volksmond “Zwart goed” genaamd. Daar anderzijds de gemeente nu moest instaan voor de huisvesting (en het onderhoud?) van de pastoor, zullen zij, in het geval van Herk, de pastorie niet verkocht hebben, maar aan de gemeente hebben geschon-

ken. Dixit Silverijser.

6 Wat van de archieven van Wuestherck, vandaag Herk-de-Stad, is bewaard gebleven is, in detail, terug te vinden in, Rombout Nijsen, Inventarissen van de Schepenbank van Herk-de-Stad, etc., RAH, Inventarissen, 36, Algemeen Rijksarchief, Brussel, 1999, 132 pp.

 

Klaas Zannekin


Onder de vele ‘items’ die over de figuur van ‘Zannekin’ op internet na te slaan zijn, circuleert ook onderstaand lemma in een soort dialect dat allicht voor ‘Frans-Vlaams’ moet doorgaan.

De vraag of dit dialectische Nederlands – een taalvorm die nooit een geschreven traditie verworven heeft - ook dient onderwezen te worden, vertrekt o.i. van uit een foute premisse: wie aansluiting zoekt met de Nederlandse cultuur en geschie-denis vindt meer baat bij het Algemeen Nederlands.

Dat dit soort dialectcursussen tegenwoordig door de Franse staat gesubsidieerd worden – onder het mom dat het ‘Vlaams’ een regionale taal is binnen Frankrijk, terwijl het Nederlands als’ vreemde’ taal beschouwd wordt, spreekt boekdelen over de officiële Franse mentaliteit.

 

‘Memorial voe Nicolaas Zannekin an de kerke van Lampernisse’

 
Nicolaas (Klaas) Zannekin
Lampernisse, † Kassel 23 ogustus 1328) wos e landeigenoare uut de Kuststreke die voerol bekend ekommn is in de Boerenopstand (1323-1328).

Zannekin is ebôorn in de streke va Lampernisse in 't latste decennium van 'n 13stn êeuw. E wos eigenoare va zyn landbouwground en dus kunn we zeggn dat 'n redelik welstellnd wos. We weetn ni juste woar-om, moar op e zeker moment wos 'n verbann na Brugge. Toen da ze ge-bôortestreke Kust-Vloandern in opstand kwam, keerde Zannekin - die populair wos by 't geweune volk - were na Lampernisse. Zannekin adde e speciale positie: e wos pôorter van Brugge en eigenoare in Lam-pernisse. Da makte van em e schoakel tussen 't steej en 't platteland.

De opstand teegn Lodewyk II van Névers

De reedn van de opstand va Kust-Vloandern tegen Lodewyk II van Névers, groaf van Vloandern e leenman van de keunienk va Vrankryk, is redelik ingewikkeld. Voe de Bruggeliengn wos 't zuver polletiek. Ze woarn benauwd da Lodewijk nunder stadsprivileges gienk vermien-dern. Oek de slichte economie speelt e rolle. In 1316 wos 't er een oun-gersnôod ewist, en de joarn die d'rop volgden woarn ol ni vele beter. Telt doaby nog e kè 't Verdrag van Athis-sur-Orge (1305) mè ze zwoare lastn voe Vloandern; voerol voelboar voe de middnklasse.

De Slag by Kassel

Zannekin adde utendelik round de 15.000 man verzoameld. Ze leger krêeg de noame "Keirels". 'n Bekendstn wos Zeger Janszoone. De mêeste Keirels woarn afkomstig uut de Kasselrijen Veurne, Sint-Winoksbergen, Bourbourg, Kassel en Belle. Op 23 ogustus 1328 vochte dat leger tegen 't Fransche leger an de voet van 'n Kasselberg. De Keunienk wos benauwd voer e twiddn Guldnspôornslag. Doarom wos ze leger deze kir vele sterker: 2500 zwoar gewoapende ridders en 12.000 man lichte infanterie.

Achter dien Slag kwam de arde repressje op gank: hêelder dorpn round Rysel en Kassel woarn uutemôord op bevel van 'n keunienk va Vrankryk.

E Vlamschn vôorvechter?

Sedert Conscience en andere schryvers uut 'n 19stn êeuw, is de figure van Zannekin geromantiseerd en lichtelik anders bekeekn. Da wilt ni zeggn dan d'r absoluut gèn Vlams-nationalistische reedns woarn woar-om da de Boerenopstand gebeurde. Moa 't wos voerol toch sociaal-polletiek, amme de kroniekschryvers toet diepe in 'n 18stn êeuw meugn geloovn.

Zannekin in de literatuur

Sagen en legenden uit Vlaanderen, van F.R. Boschvogel

De Kerels van Vlaanderen, van Hendrik Conscience

_____________

Overgenomen van: http://vls.wikipedia.org/w/index.php?title=Klaas_Zannekin&oldid=257610

 

Vanaf de zijlijn


Marten Heida

Een verrassende ontdekking

In de loop van de 14e en 15e eeuw rolt het Saksisch als een golf uit over onder meer de Groningse Ommelanden. Let wel: de Ommelanden, dus zonder de stad Groningen; deze is ontstaan uit een op de noordelijke uitlopers van de Hondsrug gelegen Drents dorp. Deze Ommelanden maakten deel uit van de Friese landen. Vandaar dat de oude documenten ook in de Friese taal van toen opgesteld zijn. Tussen haakjes: aan dat Friese verleden herinnert ook het Wilhelmus; in het vierde couplet is sprake van Graaf Adolf die in Friesland in de slag gebleven is. Klinkt in deze aardrijkskundige aanduiding een nagalm door aan de tijd dat de gedoodverfde dichter - Marnix van St.-Aldegonde - als politiek vluchteling tijdelijk verbleef op de Lütetsburg te Hage in Oost-Friesland en pleit deze vermelding niet voor zijn dichterschap van het Neder-landse volkslied?

Echter als gevolg van de Saksische golf krijgt de taal gaandeweg een andere kleur. Het Fries raakt ondergesneeuwd en verdwijnt uit het geheu-gen van de bevolking om plaats te maken voor de Groningse streektaal.

In oktober 2008 is de in deze streektaal vertaalde Bijbel van de pers gekomen. Naar protestants gebruik besluit ik elke maaltijd met het lezen van een Bijbelgedeelte. Sinds april 2009 doe ik dat uit de Gröninger Biebel. Tot mijn grote verrassing krijg ik regelmatig woorden onder ogen die mij als Friestalige bekend in de oren klinken.

Zoals in een landschap het oorspronkelijke kan zijn weggeërodeerd op enkele uitzonderingen na - ik denk in dit verband aan de “bergen” in Frans-Vlaanderen - zo is het ook gebeurd met het Fries in de Groningse Ommelanden. De bewaard gebleven uitzonderingen hebben hier en daar wel een Saksisch kleurtje gekregen, maar het oorspronkelijke taalkleed is nog duidelijk te herkennen.

“Stief” zowel in Frans-Vlaanderen als in Groningen

Het moet ergens in de jaren zeventig van de vorige eeuw geweest zijn dat ik een verkenningstocht maakte door Frans-Vlaanderen. Om er een herinnering aan over te houden maakte ik hier en daar foto’s. Om een kasteel op de gevoelige plaat vast te kunnen leggen leek het mij verstandig toestemming te vragen het omgevende terrein te mogen betreden. Dat dit verzoek zeer op prijs gesteld werd bleek uit de reactie van de persoon die de toegang, moest bewaken; hij vond het “stief vründelik” van mij; blijkbaar maakte hij wel eens iets anders mee.

Om zeker te zijn dat ik toen mijn gesprekspartner goed verstaan heb, heb ik er toch maar even het Woordenboek van het Frans-Vlaams van Cyriel Moeyaert op nageslagen. Daaruit blijkt (blz. 241) dat ik me dat woordgebruik goed heb herinnerd.

Zoals ik onder het vorige kopje al heb laten weten lees ik momenteel uit de Gröninger Biebel. Wie schetst nïijn verbazing dat ik daarin hetzelfde woordgebruik met dezelfde betekenis ben tegengekomen. In 2 Korinte 9 vers 18b staat te lezen: “Je maggen God ter wel stief veur bedanken”. Het opmerkelijke is dat — voorzover mij bekend is — dit woord in de rest van ons taalgebied niet in deze betekenis voorkomt maar wel in de diagonale uiteinden.

Marten Heida

Prins Willem Alexanderpark 53,

NL 3905CB Veenendaal


Het laatste woord


Leo Camerlynck

Zannekin-Onmoetingsdag te Namen

In het najaar, meer bepaald op zaterdag 26 oktober 2013, vindt de ontmoetingsdag plaats in de Citadelstad Namen met een bezoek aan o.a. het Bastion des Hollandais of Terra Nova, de Pont des Hollandais, sporen uit een Nederlands verleden. In een later nummer verneemt u hierover meer.

Oprichting van het netwerk "Initiatief voor het Nederlands" in de Euro-metropool Rijsel-Kortrijk-Doornik

Tijdens de maanden mei en juni 2013 hadden respectievelijk te Belle en Rijsel twee druk bijgewoonde vergaderingen plaats in verband met de bevordering van het Nederlands in Frans-Vlaanderen en in het “Wallonie Picarde”, de streek rond Doornik. Doordat het initiatief gesteund wordt door de Eurométropole/Eurometropool Lille-Kortrijk-Tournai bekleedt dit waardevol initiatief een officieel karakter.

Onder de aanwezigen waren hoogleraren en verantwoordelijken van de volwassensopleiding aan Université Charles de Gaulle-Lille 3, vertegen-woordigers van het Huis van het Nederlands te Belle (Maison du Néerlandais de Bailleul), leden van de Association des Professeurs de Néerlandais de l'Enseignement Secondaire, leden van het Forum Euro-metropool Lille-Kortrijk-Tournai, Nederlandsleerkrachten, naast bur-gers van het middenveld. In hun mediabericht, dat ruimschoots werd verspreid, staat onder meer het volgende te lezen:

Het doel is de oprichting van een netwerk voor de promotie en de steun van het Nederlands, gericht op iedereen die deze taal in de Eurometropool Lille-Kortrijk-Tournai en Frans-Vlaanderen wil leren en gebruiken.

Aangezien de volwaardige erkenning van de Andere de erkenning van zijn taal vereist, verklaren zij hiermee het volgende na te streven:

-          Een grotere steun voor wie het Nederlands leert, taal van 23 miljoen sprekers in Europa (België en Nederland).

-          De erkenning van het Nederlands als een taal die regionaal gezien van strategisch belang is wegens de culturele, economische en sociale uitdagingen en de behoeften van uitwisseling, samenwerking en mobiliteit met Vlaanderen (België) en Nederland. Deze buurlanden beschikken over een erkende knowhow in creatie, design, bouwkunst, stedenbouwkunde, ondernemerschap, stedelijke mobiliteit, scheepsbouw, maritiem vervoer, haven- en kustengineering, mari-tiem risicobeheer, maar ook in literatuur, dans, filmkunst, schilderkunst, muziek...

-          De creatie van een plek met taalkundige en culturele mogelijkheden, een plaats voor ontmoetingen, debatten en tentoonstellingen over de taal en cultuur van de Nederlandstalige landen.”

De metropool Rijsel, hoofdstad van Frans-Vlaanderen, zou hiervoor een geloofwaardige en legitieme locatie zijn vanwege haar centrale rol in de grensoverschrijdende samenwerking, haar historische status als stad van de oude Nederlanden en haar dynamisch cultuurbeleid dat voor een vernieuwde aantrekkelijkheid heeft gezorgd.

Er wordt gestreefd naar een samen- en medewerking aan een kwalitatief hoogstaand opleidingsaanbod, een bredere samenwerking tussen instel-lingen en tussen leerkrachten, een betere geografische verspreiding van onderwijs voor beginners en dag- en avondlessen en ten slotte, een be-tere omgeving voor alle leerlingen en alle leerkrachten.

Het opgerichte netwerk behoudt zich het recht voor om de meest geschikte juridische vorm te kiezen met het oog op zijn taken.

Wie meer over dit prachtinitiatief wil vernemen, neemt best contact op met amisduneerlandais@voila.fr

Bord wordt onthuld een de Sinte-Mulderskapel te Millam

Elders in dit nummer vindt u informatie over de inwijding van een bord met uitleg over de Sinte-Mulderskapel en over de Heilige Mildreda zelf in het wondermooie Frans-Vlaamse Millam. De Stichting Zannekin, het Forum van Vlaamse Vrouwen en euvo slaan de handen in mekaar en bundelen de krachten.

Wij hopen u daar talrijk te mogen ontmoeten. Aangezien bij het uitgeven van dit nmmer het programma nog niet helemaal vastlag, informeer u best op het nummet 00 32 485 630 227 of op het e-postadres leo.camerlynck@skynet.be

Frans-Vlaanderen rouwt

Roger Gouvart ging heen, een bladzijde van de geschiedenis van Cappelle-la-Grande wordt omgedraaid. Nauwelijks veertien dagen nadat een monument van Frans-Vlaanderen, Rijsels socialistisch burgemeester en oud-premier Pierre Mauroy, overleed, ging de communistische bur-gemeester van Cappelle-la-Grande, Roger Gouvart, ook van ons heen. Cappelle-la-Grande rouwt. Roger Gouvart sukkelde sinds september 2012 met zijn gezondheid. Hij overleed op 20 juli 2013 op de leeftijd van 84 jaar. De Vlaamse Peppone, zoals hij ook bekend stond, drukte zijn stempel op “zijn” Vlaamse gemeente. Deze sociaal sterk geëngageerde burgemeester stond bekend om zijn spraakwaterval, zijn zachte ironie, zijn oeverloze inzet in het sociale en culturele leven.

Met ettelijke honderden aanwezigen waren zij op de begrafenis-plechtigheid van 25 juni 2013 in het 9000 zielen tellende Frans-Vlaamse stadje Cappelle-la-Grande. De Franse driekleur en ook de Vlaamse Leeuw ontbraken niet bij de rouwplechtigheid in en nabij het Kunstenpaleis.

 

Foto uitvaartplechtigheid van Roger Gouvart

Op zijn stedelijk palmares staan heel wat grote en zelfs grootse verwezenlijkingen zoals de sociaal-culturele centra en vooral het planetarium van het Palais de l’Univers, waar alles mede dankzij hem keurig in het Frans, Nederlands en Engels verloopt.

Het sociale engagement kreeg hij van jongs af aan mee. La Voix du Nord schreef o.a. het volgende: Ce goût de la justice sociale, Roger Gouvart le tenait sans aucun doute d’une enfance difficile. (…) Le Front populaire avait marqué le garçonnet de 8 ans, dont les sœurs aînées avaient participé au mouvement de grève de la filature Marix. De son propre aveu ‘guère amoureux de l’école’, Roger Gouvart avait particulièrement souffert du divorce de ses parents, suivi d’un placement dans un orphelinat de Bailleul. Il racontait volontiers le sentiment de révolte qui l’avait animé durant cinq années, ‘marquées par le règne des caïds et par l’injustice’. Protecteur des plus faibles, il avait fini par se faire respecter…

Roger werd te Rosendael bij Duinkerke geboren in 1928. Zijn vader Victor Gouvart was dokwerker en zijn Lisa Riem stamde uit Poperinge in West-Vlaanderen. Het maatschappelijk gebeuren met zijn lief en leed, zoals beschreven in de werken van de Frans-Vlaamse schrijver Maxence van der Meersch, heeft Roger Gouvart meer dan eender wie ervaren.

Na WO II knoopt hij een hechte vriendschap aan met de sociaal geënga-geerde priester André Delepouille, een fervent aanhanger van Kardinaal Jozef Cardijn. Roger Gouvart kiest evenwel voor de communistische vakbond CGT. Hij gaat aan de slag bij de Duinkerkse scheepswerven als tekenaar-traceerder en incidenteel als dokwerker.

Hij trouwt met Eliane en het gezin telt vijf kinderen. Roger houdt van bioscoopbezoeken en van lectuur zoals de boeken van Emile Zola en Victor Hugo. Op 25-jarige leeftijd wordt hij in 1953 het jongste gemeen-teraadslid van Frankrijk. In 1983 werd hij burgemeester van Cappele-la-Grande, de gemeente waarover hij dertig jaar lang de scepter zwaaide met een volstrekte meerderheid. Ondertussen bleef hij onder de dokwerkers en de arbeiders op de scheepswerven sociaal actief. Tevens hervormde hij de havenstructuur van Duinkerke.

La Voix du Nord’ bloklettert: Le caractère entier et la gouaille qui, selon ses proches, cachaient un cœur plus grand qu’il ne voulait bien laisser paraître, manqueront désormais aux Cappellois, orphelins du ‘père’ de leur cité. Plus qu’une page de l’histoire de Cappelle qui se tourne, il semble bien que c’est un livre tout entier qui se ferme.

Roger Gouvart noemde zichzelf un Flamand pur sang, die een felle verdediger was van de Nederlandse standaardtaal en die tegelijk gekant was tegen de bevordering van het Vlaemsch. “C’est le Néerlandais qu’il faut promouvoir et pas un quelconque dialecte. La promotion du Flamand est une manœuvre de l’état jacobin pour semer la discorde au sein de notre chère Flandre, vertrouwde hij mij in 2012 toe.

Elk jaar was Roger Gouvart trouw aanwezig op de opening van de Frans-Vlaamse dagen te Nieuwpoort. Beste Roger, we zullen je missen!

 

Leo N.J. Camerlynck, voorzitter Stichting Zannekin

De Zavelberg, Edouard Michielsstraat 51

B – 1180 UKKEL/Brussel

Tel. 00 32 485 630 227

leo.camerlynck@skynet.be